IT 2142

Onvoldoende zwaarwegende grond opzegging strategische samenwerking exploitatie mestrobot

19 jul 2016, IT 2142; ECLI:NL:GHAMS:2016:2952 (OZ tegen IBB), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onvoldoende-zwaarwegende-grond-opzegging-strategische-samenwerking-exploitatie-mestrobot
mestrobot

Hof Amsterdam 19 juli 2016, IEF 16286; IT 2142; ECLI:NL:GHAMS:2016:2952 (JOZ tegen IBB) Contractenrecht. Samenwerking exploitatie mestrobot. Partijen zijn een contractuele strategische samenwerkingsovereenkomst aangegaan, met als doel het gezamenlijk ontwikkelen en exploiteren van een mestrobot. De regeling bevat wijze waarop het risico van die ontwikkeling en exploitatie over partijen verdeeld zou worden, vruchten worden gedeeld. Het succesvol ontwikkelen van een geschikt navigatiesysteem door IBB wordt niet alleen beloond met een aanneemsom maar ook met een aandeel in de vervolgens met de verkoop van de mestrobots te behalen (bruto)winst en dat zij ook van de exploitatie van “spin-offs” van het gezamenlijk ontwikkelde product zou mee profiteren. De gehanteerde opzegtermijn van 11 maanden achtte de rechtbank echter zes maanden te kort. Anders dan de eerste rechter oordeelde, acht het hof vooralsnog niet voldoende gebleken dat een voldoende zwaarwegende opzeggrond aanwezig was. Comparitie wordt gelast.

IT 2144

InfoSocrichtlijn verzet zich tegen regeling die enkel de eindgebruiker van apparaten thuiskopieheffing kan laten terugvragen

Hof van Jusitie EU 22 sep 2016, IT 2144; ECLI:EU:C:2016:717; C‑110/15 (Microsoft voorheen Nokia tegen SIAE e.a.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/infosocrichtlijn-verzet-zich-tegen-regeling-die-enkel-de-eindgebruiker-van-apparaten-thuiskopieheffi

HvJ EU 22 september 2016, IEF 16289; IEFbe 1945; IT 2144; ECLI:EU:C:2016:717; C‑110/15 (Microsoft voorheen Nokia tegen SIAE e.a.) Auteursrecht en naburige rechten. Uitsluitend reproductierecht. Uitzonderingen en beperkingen. Zie eerder IEF 15922; IEF 14904. Artikel 5, lid 2, onder b). Beperking voor privékopieën – Billijke compensatie. Privaatrechtelijke overeenkomsten voor de vaststelling van de criteria voor vrijstelling van de heffing van de billijke compensatie. Verzoek om terugbetaling beperkt tot de eindgebruiker onterecht.

Het recht van de Europese Unie, met name artikel 5, lid 2, onder b)[InfoSocRichtlijn], moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling, zoals die aan de orde in het hoofdgeding, die vrijstelling van de vergoeding voor het kopiëren voor privégebruik voor producenten en importeurs van apparaten en dragers die duidelijk bestemd zijn voor een ander gebruik dan het kopiëren voor privégebruik, afhankelijk stelt van het sluiten van overeenkomsten tussen een organisatie die een wettelijk monopolie heeft voor het behartigen van de belangen van de auteurs van werken, enerzijds, en de betalingsplichtigen of hun brancheorganisaties, anderzijds, en die voorts bepaalt dat enkel de eindgebruiker van deze apparaten en dragers kan verzoeken om terugbetaling van een dergelijke vergoeding in geval deze ten onrechte is betaald.

IT 2143

Via satelliettechnologie gewiste gegegevens ex aequo et bono gewaardeerd op 10.000euro

Rechtbank 21 sep 2016, IT 2143; ECLI:NL:RBROT:2016:7441 (IAP tegen verzekeraars), http://www.itenrecht.nl/artikelen/via-satelliettechnologie-gewiste-gegegevens-ex-aequo-et-bono-gewaardeerd-op-10-000euro

Rechtbank Rotterdam 21 september 2016, IEF 16287; IT 2143; ECLI:NL:RBROT:2016:7441 (IAP tegen verzekeraars) Verzekeringszaak over waardebepaling IE-rechten. IAP hield zich bezig met diensten op het gebied van cyber- en creditcard security ten behoeve van onder meer creditcardmaatschappijen. De PCI programmamanager en twee medewerkers in Tunesië verdwenen en hebben laptops van IAP, waarop vertrouwelijke klantgegevens stonden en gegevens waarop IAP de IE-rechten had, meegenomen. IAP heeft de inhoud van deze laptops via satelliettechnologie op afstand vernietigd. Dat IAP de gegevens heeft vernietigd heeft het causaal verband niet te niet gedaan; zij was daartoe gehouden, gelet op de vertrouwelijke aard van die gegevens. Het relateren van de waarde aan het aantal bestede uren is geen geschikte maatstaf om de waarde van deze IE-rechten te bepalen. Het gaat om de waarde in het economisch verkeer van die kennis. Dat die, rechtstreeks, zou afhangen van het aantal bestede uren is onvoldoende aannemelijk. Bij gebreke van een duidelijke maatstaf, van kenbare gegevens, zoals activering op de balans, en van een inhoudelijk standpunt zijdens verzekeraars over de toe te kennen waarde, waardeert de rechtbank deze rechten ex aequo et bono op € 10.000,-.

IT 2141

Meldplicht datalekken: Wbp vs. Verordening?

The recently introduced obligation to report personal data breaches under the Dutch Data Protection Act (Wet bescherming persoonsgegevens  or "WBP") and the adoption of the EU General Data Protection Regulation ("GDPR") earlier this year, have been attracting attention. By introducing the obligation to report data breaches, the Dutch government clearly anticipated the GDPR – which was expected to include some sort of notification obligation. The GDPR has now entered into force and will apply from 25 May 2018. As it turns out, the WBP's provisions regarding data breach notification are not in full agreement with the GDPR's.

IT 2140

Vraag aan HvJ EU: Kunnen opgeschreven gegevens in antwoorden bij beroepsexamen persoonsgegevens zijn?

Hof van Jusitie EU 29 jul 2016, IT 2140; C-434/16 (X tegen Data Protection Commissioner), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vraag-aan-hvj-eu-kunnen-opgeschreven-gegevens-in-antwoorden-bij-beroepsexamen-persoonsgegevens-zijn

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 29 juli 2016; IT 2140; IEFbe 1942; C-434/16 (X tegen Data Protection Commissioner) Verzoeker volgt een opleiding voor accountant bij het Institute of Chartered Accountants of Ireland (CAI). Dit verloopt voorspoedig, behalve een (‘open boek’-)examen Strategic Finance and Management Accounting (SFMA) waarvoor hij vier maal zakt. Na die vierde keer (najaar 2009) probeert hij de uitslag aan te vechten maar besluit dan (mei 2010) om een verzoek tot inzage in (al) zijn gegevens in te dienen op grond van de IER (persoons)gegevensbeschermingswetten.

Het CAI geeft stukken vrij maar niet zijn schriftelijk examenwerk omdat dit niet onder het begrip ‘persoonsgegevens’ in de zin van de IER wet valt. Verzoeker neemt dan contact op met de IERaut persoonsgegevens (DPC, verweerster) met verzoek om bijstand, maar ook die geeft verzoeker in juni 2010 te kennen dat wat gegevensbescherming betreft in het algemeen geen rekening wordt gehouden met schriftelijk examenwerk omdat het daarbij doorgaans niet om persoonsgegevens gaat. Op 01-07-2010 dient verzoeker bij DPC een formele klacht in. DPC geeft aan dat, omdat geen sprake is van een wezenlijke schending van de wet er geen reden is om de klacht te onderzoeken. De antwoorden in het ‘open boek’-examen SFMA bevatten naar verwachting geen persoonlijke informatie over verzoeker of enige andere examenkandidaat.

IT 2129

Masterclass: Juridische academisch schrijven: Geen Nood! Iedereen kan het leren

masterclass juridisch academisch schrijven-header

De redactie van het tijdschrift AMI organiseert met deLex de Masterclass: Juridische academisch schrijven: Geen Nood! Iedereen kan het leren.

Op donderdag 13 oktober 2016 organiseert deLex, in samenwerking met de redactie van AMI de Masterclass ‘Juridisch academisch schrijven’. Wie de masterclass volgt, beschikt daarna over voldoende houvast voor het schrijven van een gedegen, maar prettig leesbare wetenschappelijke publicatie, een beschouwing over actuele ontwikkelingen of een annotatie. Bij de bevestiging van de inschrijving worden deelnemers uitgenodigd om hun idee voor een publicatie, of indien voorhanden een synopsis of zelfs conceptartikel in te brengen zodat in de cursus (desgewenst) optimaal kan worden ingespeeld op de behoeften en vaardigheden van de deelnemers. Bekende schrijvers en annotatoren geven uitleg:

IT 2139

Conclusie AG: Geldigheid van btw-richtlijn die verschillende tarieven e-books en fysieke dragers bepaalt

Hof van Jusitie EU 8 sep 2016, IT 2139; ECLI:EU:C:2016:664 (Rzecznik Praw Obywatelskich (RPO)), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-geldigheid-van-btw-richtlijn-die-verschillende-tarieven-e-books-en-fysieke-dragers-bepa

Conclusie AG HvJ EU 8 september 2016, IEF 16268; IEFbe 1937; IT 2139; C-390/15; ECLI:EU:C:2016:664 (Rzecznika Praw Obywatelskich RPO) BTW. Verschillende behandeling van publicaties op papier en andere fysieke dragers die tegen verlaagd btw-tarief kunnen worden verkocht ten opzichte van elektronische publicaties, zoals e-Books. Conclusie AG: Bij het onderzoek van de prejudiciële vragen is niet gebleken van feiten of omstandigheden die afbreuk zouden kunnen doen aan de geldigheid van punt 6 van bijlage III bij [BTW-richtlijn].

IT 2138

SGOA Academy - IT-geschillen: lessen uit recente jurisprudentie

, IT 2138; http://www.itenrecht.nl/artikelen/sgoa-academy-it-geschillen-lessen-uit-recente-jurisprudentie
SGOA

SGOA Academy

SGOA Academy - IT-geschillen: lessen uit recente jurisprudentie

Thema: IT-geschillen: lessen uit recente jurisprudentie

Datum: 6 oktober 2016

Tijdstip: 15:00 - 17:00

Locatie: Spaces Zuidas Amsterdam

Prijs: € 250,00 (prijs is excl. BTW)

Op donderdag 6 oktober 2016 organiseert de Stichting Geschillenoplossing Automatisering (SGOA), in nauwe samenwerking met uitgeverij deLex, de vierde SGOA Academy.

De vierde bijeenkomst van de SGOA Academy zal plaatsvinden op 6 oktober 2016 van 15.00  uur tot 17.00 uur te Amsterdam, Spaces Zuidas, Barbara Strozzilaan 101-201.

IT 2137

Wraakpornozaak: ROC hoeft niet mee te werken aan onderzoek

Rechtbank 21 sep 2016, IT 2137; ECLI:NL:RBZWB:2016:5832 (Chantal - ROC West-Brabant), http://www.itenrecht.nl/artikelen/wraakpornozaak-roc-hoeft-niet-mee-te-werken-aan-onderzoek
roc - fb

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 september 2016, IT 2137; ECLI:NL:RBZWB:2016:5832 (Chantal - ROC West-Brabant) In 2015 is een filmpje van Chantal op Facebook verschenen waarin zij seksuele handelingen verricht met haar toenmalige vriend. Omdat onbekend is wie het filmpje heeft geplaatst heeft zij procedures tegen Facebook gevoerd om erachter te komen welk IP-adres achter het uploaden van het filmpje zit. Uiteindelijk bleek dit te herleiden naar het ROC in West-Brabant. Chantal heeft aangestuurd op medewerking van het ROC bij een onderzoek. Het ROC gaf aan mee te willen werken met een technisch onderzoek, maar partijen bereiken geen overeenstemming over de ‘geheimhoudings- en bewerkingsovereenkomst.’ Chantal vordert in kort geding dat ROC medewerking moet verlenen aan dit technische onderzoek, omdat haar belang prevaleert boven de privacy van degene die het filmpje online heeft gezet. Naar oordeel van de voorzieningenrechter stelt het ROC terecht dat zij voldoende hebben gedaan om te achterhalen wie er achter het uploaden van het filmpje zit en alleen mee wil werken aan het onderzoek, indien er geen persoonsgegevens worden verwerkt en er binnen de grenzen van het Wbp wordt gehandeld.

IT 2135

HvJ EU: Exploitant die gratis toegang verschaft is niet aansprakelijk voor auteursrechtinbreuken die door gebruiker worden gepleegd

Hof van Jusitie EU 15 sep 2016, IT 2135; ECLI:EU:C:2016:689 (Tobias Mc Fadden tegen Sony Music Entertainment), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-exploitant-die-gratis-toegang-verschaft-is-niet-aansprakelijk-voor-auteursrechtinbreuken-die
CVRIA

HvJ EU 15 september 2016 IEF 16249; IEFBE 1928; IT 2135; ECLI:EU:C:2016:689 (Tobias Mc Fadden tegen Sony Music Entertainment) Netwerk beveiliging. Vrij verkeer van diensten. Tobias Mc Fadden is de bedrijfsleider van een bedrijf in licht- en geluidstechniek, waar hij het publiek gratis toegang verschaft tot een wifinetwerk om de aandacht van potentiële klanten op zijn waren en diensten te vestigen. In 2010 is een muziekwerk waar Sony de auteursrechten van bezit via dit netwerk illegaal voor het downloaden aan het publiek aangeboden. Het Landgericht München I, waarbij het geding tussen Sony en Mc Fadden aanhangig is, is van oordeel dat de laatstgenoemde niet zelf inbreuk op de betrokken auteursrechten heeft gepleegd. Het verklaart echter te overwegen Mc Fadden voor die inbreuk indirect aansprakelijk te houden omdat zijn wifinetwerk niet beveiligd was. Het Landgericht twijfelt echter over de vraag of de richtlijn inzake elektronische handel zich tegen een dergelijke indirecte aansprakelijkheid verzet en heeft het Hof een aantal vragen voorgelegd.

IT 2136

Facebook NL ten onrechte aangesproken voor afgifte gegevens Instagram account

Rechtbank 31 aug 2016, IT 2136; (Facebook tegen X), http://www.itenrecht.nl/artikelen/facebook-nl-ten-onrechte-aangesproken-voor-afgifte-gegevens-instagram-account
Facebook

Rechtbank Noord-Holland 31 augustus 2016, IEF 16251; IT 2136; (Facebook tegen X) Privacy. Media. X heeft als wettelijk vertegenwoordiger van haar dochter op 16 december 2015 gevorderd dat Facebook alle bekende gegevens van het Instagram account ‘Jaatogg’ zal verstrekken, ten aanzien van het aanmaken, gebruik en het verwijderen van het account. Dochter van X is namelijk slachtoffer geworden van digitaal pesten: onder het account ‘Jaatogg’ werden door een onbekende pornografisch/seksueel getinte foto’s geplaatst die suggereerde dat dit om de dochter van X ging.
De rechtbank stelt voorop dat een een rechtsplicht tot het verstrekken van gegevens over de naam en het adres van de websitehouder, zoals in deze zaak bij dagvaarding van 16 december 2015 gevorderd, voor een provider kan bestaan als aannemelijk is dat anoniem, althans door een door benadeelde niet te traceren persoon, onrechtmatige uitingen via deze provider openbaar zijn gemaakt en de benadeelde alleen door tussenkomst van de provider, door middel van het verstrekken van deze gegevens, dergelijk onrechtmatige handelen zou kunnen bestrijden. Echter, Facebook stelt geen toegang te hebben en niet te beschikken over de gevorderde gegevens, waarna de rechtbank oordeelt dat Facebook onterecht is aangesproken op de afgifte hiervan.

IT 2134

Volkskrant heeft privacy geschonden met foto op voorpagina

Rechtbank 14 sep 2016, IT 2134; ECLI:NL:RBAMS:2016:5786 (X tegen Volkskrant), http://www.itenrecht.nl/artikelen/volkskrant-heeft-privacy-geschonden-met-foto-op-voorpagina
de volkskrant

Rechtbank Amsterdam 14 september 2016, IEF 16246; IT 2134; ECLI:NL:RBAMS:2016:5786 (X tegen Volkskrant) De Volkskrant heeft op haar voorpagina een foto met een herkenbaar portret van eiser afgebeeld, die op dat moment werd aangehouden door de marechaussee bij Schiphol. Door de foto heen staat “Is Schiphol nog veilig?”. Met deze combinatie van foto en tekst heeft De Volkskrant de privacy van eiser geschonden. Het belang van de vrijheid van meningsuiting weegt daar niet tegen op. De Volkskrant wordt veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.500,-. 

IT 2133

Nieuwsbrief SGOA Signaal

sgoa
IT 2130

Conclusie AG: Overeenkomst EU-Canadese doorgifte passagiersgegevens kan niet worden gesloten

Hof van Jusitie EU 8 sep 2016, IT 2130; ECLI:EU:C:2016:656 (EU Canada PNR-overeenkomst), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-overeenkomst-eu-canadese-doorgifte-passagiersgegevens-kan-niet-worden-gesloten
EU Canada

Conclusie AG HvJ EU 8 september 2016, IT 2130; IEFBE 1924; ECLI:EU:C:2016:656 (EU Canada PNR-overeenkomst) Persoonsgegevens. Terrorisme bestrijding. Privé- en gezinsleven. De EU en Canada zijn in 2010 onderhandelingen gestart over een overeenkomst over de doorgifte en de verwerking van persoonsgegevens van passagiers (PNR-overeenkomst). De overeenkomst moet het mogelijk maken dat PNR-gegevens aan de Canadese autoriteiten worden doorgegeven met het oog op latere doorgifte van gegevens, teneinde terrorisme en andere grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden. Aan het Hof wordt gevraagd of de voorgenomen overeenkomst verenigbaar is met het recht van de Unie, dat de eerbiediging van het privé- en gezinsleven en de bescherming van persoonsgegevens waarborgt. Volgens de AG kan de tussen de Europese Unie en Canada voorgenomen overeenkomst inzake de doorgifte van persoonsgegevens van passagiers in haar huidige vorm niet worden gesloten. Conclusie AG:

1)      Het besluit van de Raad betreffende de sluiting van de voorgenomen overeenkomst tussen Canada en de Europese Unie inzake de doorgifte en verwerking van gegevens uit het passagiersnamenregister (PNR), ondertekend op 25 juni 2014, moet worden gebaseerd op artikel 16, lid 2, eerste alinea, en artikel 87, lid 2, onder a), VWEU, gelezen in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a), v), VWEU.

2)      De voorgenomen overeenkomst is verenigbaar met artikel 16 VWEU en de artikelen 7 en 8 en artikel 52, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, op voorwaarde dat:

 

IT 2126

Conclusie AG: Persoonsgegevens mogen niet na bepaald tijdsbestek geschrapt, geanonimiseerd of ontoegankelijk gemaakt worden

Hof van Jusitie EU 8 sep 2016, IT 2126; ECLI:EU:C:2016:652 (Camera di Commercio, Industria, Artigianato e Agricoltura di Lecce tegen Salvatore Manni), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-persoonsgegevens-mogen-niet-na-bepaald-tijdsbestek-geschrapt-geanonimiseerd-of-ontoegan

Conclusie AG HvJ EU 8 september 2016, IT 2116; IEFbe 1917; ECLI:EU:C:2016:652; C-398/15 ; (Camera di Commercio, Industria, Artigianato e Agricoltura di Lecce tegen Salvatore Manni) Voor de verwijzende Italiaanse rechter (Hof van Cassatie) gaat het om de vraag of er op grond van een ‘recht om vergeten te worden’ gegevens die bij wet aan verweerster zijn toevertrouwd, mogen worden gewist, geanonimiseerd, of na zekere tijd afgeschermd. Hij wijst op het belang van het handelsregister voor de rechtszekerheid. De verwijzende rechter verwijst naar de punten 1 en 3 van het dictum in Google Spain en Google, en merkt op dat de toepassing van het door het HvJ vastgestelde beginsel op situaties als die van de onderhavige zaak niet tot gevolg heeft dat de gegevens uit het openbare register worden gewist, maar juist dat er grenzen worden gesteld aan het gebruik van de uit het openbare register verkregen gegevens door anderen die deze gegevens vervolgens zelf verwerken. Hij vraagt zich echter af of Richtlijn 95/46 een maximale duur aan het aanhouden van gegevens stelt.

Conclusie AG:

Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging de vragen van de Corte suprema di cassazione te beantwoorden als volgt: „Artikel 2, lid 1, onder d) en j), en artikel 3 van de Eerste richtlijn (68/151/EEG) van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003, en artikel 6, lid 1, onder e), en artikel 7, onder c), e) en f), van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, dienen in het licht van artikel 7 en artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie aldus te worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat in het vennootschapsregister ingeschreven persoonsgegevens na een bepaald tijdsbestek en op verzoek van de betrokken persoon ofwel kunnen worden geschrapt, geanonimiseerd of ontoegankelijk gemaakt, dan wel slechts toegankelijk kunnen zijn voor een beperkte kring van derden die een legitiem belang bij de toegang tot dergelijke gegevens kunnen aantonen.”

IT 2128

Conclusie AG: Wederdoorgifte televisie-uitzendingen binnen het ontvangstgebied door een derde via een internetstream is niet toegestaan

Hof van Jusitie EU 8 sep 2016, IT 2128; ECLI:EU:C:2016:649 (ITV Broadcasting tegen TV Catchup), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-wederdoorgifte-televisie-uitzendingen-binnen-het-ontvangstgebied-door-een-derde-via-een

Conclusie AG HvJ EU 8 september 2016, IEFbe 1921; IEF 16229; IT 2128; C-275/15; ECLI:EU:C:2016:649 (ITV Broadcasting tegen TV Catchup) Mediarecht. Telecom. Auteursrecht. Verzoeksters stellen dat het begrip ‘kabel’ in de EU-regelgeving nauwkeuring is omschreven. Het zinsdeel ‘toegang tot de kabel van omroepdiensten’ ziet op het verschaffen van toegang door omroepdiensten tot kabelnetwerken en niet ziet op de uitzondering voor het ontvangstgebied. De verwijzende Court of Appeal of England and Wales legt het HvJEU o.a. de vraag voor of ‘kabel’ een neutraal technologisch begrip is en tevens ziet op internetkabel(live)streams. Conclusie AG:

Artikel 9 van [InfoSoc-Rl] moet aldus worden uitgelegd dat niet binnen de werkingssfeer van die bepaling valt een regeling die de wederdoorgifte van uitzendingen via de kabel zonder de toestemming van de houders van auteursrechten toestaat indien die wederdoorgifte simultaan gebeurt en beperkt is tot de gebieden waarvoor de uitzendingen waren bestemd, ongeacht of de wederdoorgifte betrekking heeft op uitzendingen op zenders waarop bepaalde openbaredienstverplichtingen rusten.
IT 2131

Tussenvonnis over tussentijdse beëindiging artiestenbemiddelingsovereenkomst

Rechtbank 31 aug 2016, IT 2131; (boekingskantoor 7-Agency tegen DJ X), http://www.itenrecht.nl/artikelen/tussenvonnis-over-tussentijdse-be-indiging-artiestenbemiddelingsovereenkomst
DJ

Rechtbank Oost-Brabant 31 augustus 2016, IEF 16234 (7-Agency tegen DJ X) Muziekcontracten. Tussentijdse beëindiging bemiddelingsovereenkomst tussen boekingskantoor 7-Agency en artiest DJ X. De DJ mocht slechts in uitzonderlijke omstandigheden met onmiddellijke ingang het contract ontbinden. De door DJ X aangevoerde omstandigheden, waaronder o.a. vermeende belangenverstrengeling en burn-out, leveren dergelijke omstandigheden niet op. Partijen dienen in conventie de wijze waarop samenwerking in het verleden is voortgezet bij akte nader te concretiseren om uit te kunnen maken of de verlenging van de overeenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd geldt. De reconventionele vordering van DJ X ex artikel 843a Rv wordt afgewezen.

IT 2127

HvJ EU: Bepalen of hyperlink een ‘mededeling aan het publiek’ is aan de hand van winstoogmerk en kennis illegale karakter, bij winstoogmerk wordt kennis van illegale karakter vermoed

Hof van Jusitie EU 8 sep 2016, IT 2127; ECLI:EU:C:2016:644 (GS Media tegen Sanoma c.s.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-bepalen-of-hyperlink-een-mededeling-aan-het-publiek-is-aan-de-hand-van-winstoogmerk-en-kennis

HvJ EU 8 september 2016, IEFbe 1919; IEF 16226; IT 2127; C-160/15 (GS Media tegen Sanoma c.s.) Auteursrecht. Citaatrecht. Grondrechten. In oktober 2011 maakt een fotograaf in opdracht van Sanoma, verweerster en uitgever van Playboy, een fotoreportage van Britt Dekker, een zogenaamde ‘BN-er’ die geregeld op een NL commerciële tv-zender te zien is. Dekker heeft verweerster exclusief toestemming gegeven de foto’s in Playboy te publiceren en gedeeltelijk op de website van het blad. Verzoekster is exploitant van de website Geenstijl.nl. Zij ontvangt een anonieme linktip naar een bestand op de site ‘Filefactory’ waarin de betreffende fotoreportage is opgeslagen.

HvJ EU - uit het persbericht - Het plaatsen op een website van een hyperlink naar auteursrechtelijk beschermde werken die zonder toestemming van de auteursrechthebbende zijn gepubliceerd op een andere website, vormt geen „mededeling aan het publiek” wanneer de plaatser van deze link dit doet zonder winstoogmerk en zonder te weten dat de publicatie van deze werken illegaal was. Indien deze hyperlinks daarentegen met winstoogmerk worden verstrekt, moet kennis van het illegale karakter van de publicatie op de andere website worden vermoed.

Artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, moet aldus worden uitgelegd dat, om vast te stellen of het plaatsen, op een website, van hyperlinks naar beschermde werken die zonder toestemming van auteursrechthebbende vrij beschikbaar zijn op een andere website, een "mededeling aan het publiek" vormt in de zin van die bepaling, bepaald moet worden of deze links zijn verstrekt zonder winstoogmerk door een persoon die geen kennis had, of redelijkerwijs geen kennis kon hebben, van het illegale karakter van de publicatie van die werken op die andere website, dan wel of, integendeel, voornoemde links met een dergelijk oogmerk zijn verstrekt, in welk geval deze kennis moet worden vermoed.

IT 2125

HvJ EU: Koppelverkoop van een computer met voorgeïnstalleerde software is geen oneerlijke handelspraktijk

Hof van Jusitie EU 7 sep 2016, IT 2125; ECLI:EU:C:2016:633 (Deroo-Blanquart tegen Sony), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-koppelverkoop-van-een-computer-met-voorge-nstalleerde-software-is-geen-oneerlijke-handelsprak

HvJ EU 7 september 2016, IEFbe 1916; IT 2125; RB 2773; ECLI:EU:C:2016:633; C-310/15 (Deroo-Blanquart tegen Sony) Koppelverkoop. Oneerlijke handelspraktijk. Verzoeker Vincent Deroo-Blanquart koopt in december 2008 een computer met voorgeïnstalleerde software bij verweerster Sony France (nu Sony Europe). Hij vraagt verweerster tevergeefs terugbetaling van de kosten van de meegeleverde software en begint een procedure. Hij stelt dat dit verboden koppelverkoop is, een oneerlijke handelspraktijk. HvJ EU: Een handelspraktijk bestaande in de verkoop van een computer met voorgeïnstalleerde software zonder de mogelijkheid voor de consument om hetzelfde model computer zonder voorgeïnstalleerde software te kopen, vormt als zodanig geen oneerlijke handelspraktijk:

1) Een handelspraktijk bestaande in de verkoop van een computer met voorgeïnstalleerde software zonder de mogelijkheid voor de consument om hetzelfde model computer zonder voorgeïnstalleerde software te kopen, vormt als zodanig geen oneerlijke handelspraktijk in de zin van artikel 5, lid 2, van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”), tenzij een dergelijke praktijk in strijd zou zijn met de vereisten van professionele toewijding en het economische gedrag van de gemiddelde consument met betrekking tot dat product wezenlijk verstoort of kan verstoren, wat aan de nationale rechter toekomt om te beoordelen rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van het hoofdgeding.

2) In het kader van een gezamenlijk aanbod bestaande in de verkoop van een computer met voorgeïnstalleerde software, vormt het ontbreken van een prijsaanduiding voor elk van de voorgeïnstalleerde softwareprogramma’s geen misleidende handelspraktijk in de zin van artikel 5, lid 4, onder a), en artikel 7 van richtlijn 2005/29.

IT 2124

Besluit op bezwaar Aspider tegen afwijzing aanvraag mobiele netwerkcode

Overige instanties 2 sep 2016, IT 2124; (Aspider mobiele netwerkcode), http://www.itenrecht.nl/artikelen/besluit-op-bezwaar-aspider-tegen-afwijzing-aanvraag-mobiele-netwerkcode
ACM

ACM 2 september 2016, IT 2124 Internet. Telefonie. ACM kent vanaf nu mobiele netwerkcodes toe aan fysieke én virtuele netwerken De Autoriteit Consument & Markt (ACM) wijzigt haar toetsingskader om mobiele netwerkcodes toe te kennen. Vanaf nu kunnen niet alleen aanbieders van fysieke netwerken, maar ook aanbieders van virtuele netwerken een mobiele netwerkcode toegekend krijgen.