IT 1865

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Arrest Hof van Justitie tarieven transitdienst KPN niet-geografische nummers

ACM 21 september 2015, IT 1865 (ACM tegen KPN)
Telecom. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het Hof van Justitie vragen gesteld over de tarieven die KPN in rekening mag brengen voor haar transitdienst naar niet-geografische nummers. Dat zijn bijvoorbeeld 0900-betaalnummers. Deze vragen zijn gerezen naar aanleiding van een eerdere beslissing van de Autoriteit Consument & Markt. In deze beslissing legde ACM een last onder dwangsom aan KPN op de om de tarieven aan te passen. De last onder dwangsom bedroeg 25.000 euro per dag (met een maximum van 5 miljoen euro).

Tarieven voor geografische en niet-geografische nummers
In 2013 is het Nederlandse Besluit Interoperabiliteit gewijzigd. Vanaf dat moment mogen aanbieders van telefonie aan consumenten die niet-geografische nummers bellen geen tarieven in rekening brengen die hoger zijn dan tarieven voor het bellen naar geografische nummers. Dit zijn vaste nummers, zoals 020 of 070-nummers.

Transitdienst verzorgt verbinding tussen aanbieders
Van transitdiensten is sprake als de telefonie-aanbieder van de beller en de telefonie-aanbieder waarop het niet-geografische nummer is aangesloten, niet dezelfde zijn. In dat geval zorgt de transitdienst van KPN voor de verbinding tussen de beide aanbieders.
KPN rekent de kosten voor de transitdienst door aan andere telefonie-aanbieders. Deze rekenen de kosten uiteindelijk door in de tarieven die consumenten betalen. KPN rekent voor transit naar niet-geografische nummers hogere tarieven dan de tarieven voor transit naar geografische nummers, ook als rekening wordt gehouden met extra kosten die alleen worden gemaakt in het geval van bellen naar niet-geografische nummers.

Hof: ACM is bevoegd
In zijn arrest bevestigt het Hof allereerst dat ACM bevoegd is om een einde te maken aan een belemmering voor oproepen naar niet-geografische nummers, ook als die belemmering voortkomt uit gehanteerde tarieven. ACM hoeft niet eerst  een marktanalyse uit te voeren, als het opleggen van een tariefverplichting een noodzakelijke en evenredige maatregel is om ervoor te zorgen dat eindgebruikers toegang hebben tot diensten waarbij niet-geografische nummers worden gebruikt.

De nationale rechter moet nagaan of aan deze voorwaarde is voldaan en of de tariefverplichting objectief, transparant, evenredig, en niet discriminerend is. Bovendien moet de maatregel  gerechtvaardigd zijn in het licht van de doelstellingen van de EU-richtlijnen ter zake (met name inzake prijscontroleverplichting).

Voorts moet het College van Beroep ook nagaan of ACM een instantie is die voldoet aan de vereisten van het EU-recht, inzake bevoegdheid, onafhankelijkheid, onpartijdigheid en transparantie. Ook moet tegen de besluiten die zij neemt effectief beroep kunnen worden ingesteld.