IT 2520

Artikel 36 en 46 Wbp is niet bedoeld om onwelgevallig, maar niet onrechtmatige artikelen via verwijderingsverzoek aan Google aan het publiek te onttrekken

Rechtbank Limburg 20 maart 2018, IEF 17582; IT 2520; ECLI:NL:RBLIM:2018:2751 (Verzoeker tegen Google) Mediarecht. Bescherming persoonsgegevens. Verwijdering uit zoekmachine Google Search: het recht om vergeten te worden, belangenafweging. Een verzoek op grond van artikel 36 jo. 46 Wbp is echter niet bedoeld om die procedure te omzeilen en kan evenmin worden aangewend om onwelgevallige, maar niet onrechtmatige artikelen via de omweg van een verwijderingsverzoek aan een zoekmachine-exploitant aan het zicht van het publiek te onttrekken.

4.13. Met Google is de rechtbank van oordeel dat de informatie die in de overige URL’s staat opgenomen niet irrelevant is. De informatie is namelijk om meerdere redenen nog steeds actueel en relevant. Allereerst zijn de faillissementen zoals genoemd onder 2.3. nog niet afgewikkeld en loopt er bij het gerechtshof te ‘s- Hertogenbosch nog een procedure tegen [verzoeker] inzake bestuurdersaansprakelijkheid. Hier komt bij dat berichten over faillissementen waarbij fraude of wanbeleid mogelijk een rol hebben gespeeld onderwerp zijn van een maatschappelijk debat. Het publiek heeft er derhalve belang bij om (journalistieke) berichtgeving, uit verschillende bronnen en niet enkel en alleen via insolventies.rechtspraak.nl - een bij het brede publiek niet bekende en ook niet gemakkelijk te raadplegen bron (immers alleen als de naam van de vennootschap wordt ingetypt) - hieromtrent te kunnen vinden.

4.16. De stelling van [verzoeker] dat een aantal passages uit de URL’s onnodig grievend, dan wel kwetsend zijn, wordt eveneens door de rechtbank verworpen. De rechtbank overweegt dat indien [verzoeker] een uitdrukkelijke en inhoudelijke toetsing wenst van de informatie die op de desbetreffende webpagina’s is gepubliceerd, het hem vrijstaat om de verantwoordelijke uitgevers of redacteuren van deze pagina’s aan te spreken. In een dergelijke procedure kan het juridisch beoordelingskader voor onrechtmatige publicaties worden toegepast, waarin onder meer wordt gewogen in welke mate een bepaalde uiting steun vond in het beschikbare feitenmateriaal. Een verzoek op grond van artikel 36 jo. 46 Wbp is niet bedoeld om die procedure te omzeilen en kan evenmin worden aangewend om onwelgevallige, maar niet onrechtmatige artikelen via de omweg van een verwijderingsverzoek aan een zoekmachine-exploitant aan het zicht van het publiek te onttrekken.

Nu het verzoek van [verzoeker] niet kan worden gehonoreerd op de door [verzoeker] onder 4.11 gestelde gronden, dient te worden overgegaan tot de in 4.10. bedoelde belangenafweging. Deze in het kader van de Privacyrichtlijn en de Wbp geplaatste belangenafweging, te weten het recht op privacy en het recht op bescherming van persoonsgegevens van de betrokkene (het recht om te worden vergeten), is niet bedoeld om personen te beschermen tegen alle negatieve berichten op internet maar tegen het langdurig achtervolgd worden door berichten die irrelevant, disproportioneel of onnodig defamerend zijn. De afweging van dat recht van [verzoeker] en de grondrechten van de internetgebruiker en van de exploitant van de zoekmachine op vrijheid van meningsuiting enhet recht op relevante informatievergaring, valt in deze zaak in het voordeel van Google uit.

De rechtbank neemt daarbij de volgende omstandigheden in aanmerking.

4.17.1. De URL’s hebben betrekking op publicaties van professionele media die een journalistieke rol vervullen in het maatschappelijke debat inzake onder meer bestuurdersaansprakelijkheid. Het moeilijker vindbaar maken van de artikelen via Google Search kan worden gezien als een inperking van de vrijheid van meningsuiting van de originele auteurs.

4.17.2. De URL’s zijn de enige zoekresultaten die verwijzen naar de gebeurtenissen rondom het faillissement van de ondernemingen van [verzoeker] . Het verwijderen daarvan zou mogelijke misstanden in [verzoeker] professionele handelen voor het brede publiek niet of veel moeilijker vindbaar maken, zo heeft Google onbetwist gesteld.

4.17.3. De informatie die in de artikelen staat heeft enkel betrekking op de rol van [verzoeker] als bestuurder en woordvoerder van de failliete ondernemingen en niet op [verzoeker] als privépersoon. Er zijn geen bijzondere persoonsgegevens ex artikel 16 Wbp in de artikelen genoemd. Hier komt bij dat de naam [verzoeker] onderdeel is van de bedrijfsnaam van deze ondernemingen dragen en die destijds een belangrijke maatschappelijke rol vervulden in de samenleving in de regio Landgraaf. Vast staat dat deze faillissementen een grote impact hebben gehad op de regionale werkgelegenheid en grote gevolgen hebben gehad voor de ongeveer 550 werknemers van deze ondernemingen. Gelet op deze omstandigheden heeft het publiek er belang bij om toegang te hebben tot informatie met betrekking tot deze faillissementen.