IT 2213

Beroep op onbevoegdheid vanwege arbitrageclausule FENIT gehonoreerd

Hof 's-Hertogenbosch 17 januari 2017, IT 2213; ECLI:NL:GHSHE:2017:117 (Holding tegen TOP Systems) FENIT. Appellante is aandeelhouder van drie kinderdagverblijven en heeft met TOP overeenkomsten gesloten betreffende automatisering van de bedrijfsvoering; de algemene voorwaarden verwijzen naar FENIT. De FENIT-voorwaarden bevatten een arbitrageclausule inhoudende geschilbeslechting overeenkomstig het Arbitragereglement van de Stichting Geschillenoplossing Automatisering, hierna aan te duiden als SGOA. De rechtbank heeft het beroep op onbevoegdheid vanwege de arbitrageclausule in de FENIT-voorwaarden gehonoreerd. Het Hof bekrachtigt dit vonnis.

 7.10. Wat betreft de vernietigbaarheid van de voorwaarden gaat het in dit hoger beroep alleen om de arbitrageclausule die in de FENIT-voorwaarden van 1994 (en 2003) is opgenomen, aangezien het beroep op onbevoegdheid op die clausule is gebaseerd. De toepasselijkheid van andere bepalingen is nu niet aan de orde; dat geldt ook voor de eventuele vernietigbaarheid ervan. Met betrekking tot de arbitrageclausule in de toepasselijk geoordeelde FENIT-voorwaarden geldt dat in het midden kan blijven of en in hoeverre Top Systems [appellante] op juiste wijze in de gelegenheid heeft gesteld van de voorwaarden kennis te nemen. Ten aanzien van die clausule acht het hof namelijk een beroep op de vernietigbaarheid ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Uit de beide passages uit de correspondentie van [appellante] die de rechtbank in rechtsoverweging 4.2 van het vonnis van 29 juli 2015 heeft aangehaald, blijkt dat [appellante] zich zelf beroept op de bemoeienis van de Stichting Geschillenoplossing Automatisering (SGOA) en op het voldoen aan de algemene voorwaarden. Daarmee is een beroep op de vernietigbaarheid van (in ieder geval) de arbitrageclausule op de door [appellante] aangevoerde grond niet te rijmen en is dit beroep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten. Door [appellante] zijn verder geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een andere conclusie rechtvaardigen.

7.11 Grief 5 betreft de proceskostenveroordeling in eerste aanleg en heeft naast de overige grieven geen zelfstandige betekenis zodat ook deze grief wordt verworpen. Dit geldt ook voor grief 6.

7.12. Nu alle grieven zijn verworpen, wordt het vonnis van 29 juli 2015 bekrachtigd. [appellante] is in de hoofdzaak de in het ongelijk gestelde partij, zodat zij in de kosten daarvan wordt veroordeeld. Wat betreft de eerder opgeworpen incidenten wordt [appellante] veroordeeld in de kosten van het incident ex artikel 843a Rv en Top Systems in die van het incident van onbevoegdheid in hoger beroep en van het vrijwaringsincident.