IT 2318

CBB: KPN’s netwerk blijft open

CBB 17 juli 2017, IT ; ECLI:NL:CBB:2017:218 (ACM Marktanalysebesluit) Telecomrecht. Uit het persbericht: op basis van een marktanalyse heeft de ACM bepaald dat KPN in de periode 2016 – 2019 concurrende aanbieders toegang moet blijven bieden tot zijn vaste koper- en glasvezelnetwerk. Tegen het marktanalysebesluit Ontbundelde toegang is KPN in beroep gegaan. CBB: KPN is verplicht haar netwerk open te stellen voor concurrenten. Besluit blijft in stand. 

5.8.3 In beroepsgrond 17 betoogt KPN dat haar ten onrechte toegangsverplichtingen zijn opgelegd voor MDF-Access en VULA. De vraag die KPN en ACM hier verdeeld houdt, is welke waarde toekomt aan de door KPN met alternatieve aanbieders afgesloten Deals. Het standpunt van KPN komt erop neer dat de Deals garanderen dat er voldoende concurrentie is en zal blijven op de onderliggende retailmarkten en een toegangsverplichting daarmee niet passend is. ACM betwijfelt of de overeenkomsten toereikend zijn voor het handhaven van concurrentie en stelt in de eerste plaats dat de Deals onder de druk van dreigende regulering tot stand zijn gekomen. ACM maakt er gewag van dat KPN in het OWM haar vrijwillig WBT-aanbod afhankelijk maakt van regulering. Het VULA-aanbod van KPN kwam tot stand nadat ACM het ontwerpbesluit had gepubliceerd waarin duidelijk werd gemaakt dat ACM tot invulling van de VULA-verplichting over zou gaan in afwezigheid van overeenstemming hierover tussen KPN en haar afnemers. Vodafone wijst er in dit verband op dat KPN in haar zienswijze het belang van regulering heeft erkend, waar zij aangeeft dat KPN zich genoodzaakt heeft gezien afspraken te maken om belemmeringen als gevolg van de toepasselijke regelgeving te vermijden. Voor MDF-access en ODF-access (FttH) heeft KPN geen vrijwillige overeenkomsten gesloten. ACM wijst ook op voorbeelden uit het verleden waarin KPN na het wegvallen van regulering voor vormen van ontbundelde toegang aan alternatieve aanbieders overging tot een aanzienlijke tariefsverhoging. ACM erkent dat de Commissie de overeenkomsten die KPN vrijwillig heeft gesloten van belang acht, maar wijst er terecht op dat dit met name implicaties heeft voor toekomstige marktanalyses. Vodafone sluit zich hier bij de standpunten van ACM aan en betoogt dat het vrijwillige LK-WBT-aanbod door KPN in de markt is gezet omdat dit haar ook bij een relatief scherpe prijszetting meer oplevert dan gereguleerde ontbundelde toegang. Zonder deze regulering zou dit alternatief wegvallen en zou KPN de prijzen voor LK-WBT verhogen, aldus Vodafone. Het College kent gewicht toe aan de argumenten van ACM en Vodafone en concludeert dat het belang van de bedoelde overeenkomsten niet zodanig is dat ACM de in beroepsgrond 17 genoemde verplichtingen niet had mogen opleggen. Beroepsgrond 17 van KPN is ongegrond.