IT 2237

Complexiteit van applicatie maakt van verzuimsoftware een werk

Rechtbank Rotterdam 15 februari 2017, IEF 16628; IT 2237; ECLI:NL:RBROT:2017:1583 (Track Innovations tegen Vijverberg Medical Consultants) Rechtspraak.nl: Auteursrecht. Vastgestelde samenstelling en complexiteit maken dat verzuimsoftwareprogramma ‘Track Verzuim’ kwalificeert als werk. In aanzienlijk mate auteursrechtelijk beschermde elementen overgenomen in programma D-Care. Gebruik daarvan, na waarschuwing voor mogelijk illegale software, levert toerekenbare inbreuk op.

4.6. Als niet betwist staat vast dat Track Verzuim (en D-Care) is opgebouwd met Lotus Notes ontwerpgereedschap, een IBM-databasesysteem dat gebruikt kan worden voor softwaretoepassingen bestaande uit verschillende met elkaar geïntegreerde databases; de belangrijkste databases zijn ‘office’ en ‘verzuim’, die samen ruwweg vele honderden ontwerpelementen bevatten. Naar Track verder stelt betreft het een maatwerk softwareprogramma met een substantiële hoeveelheid code en door ontwikkelaars aangemaakte individuele ontwerpelementen verspreid over de verschillende databases, welk programma is aangemaakt alvorens daar data als medische informatie aan toe te voegen. Ter nadere onderbouwing van haar stelling dat sprake is van een werk in auteursrechtelijke zin heeft zij een aantal pagina’s – naar zij stelt exclusief ten behoeve van Track geschreven – broncode met daar tussendoor in normale taal wat ingevoerde commentaren (producties 46B t/m 52B) in het geding gebracht. Track heeft voorts verwezen naar het Paradym rapport. In dit hiervoor onder 2.7 aangehaalde rapport wordt vooropgesteld dat het hier in feite gaat om een applicatieomgeving waarbij informatie in documenten is opgeslagen. Door het vormgeven van de formulieren en overzichten samen met programmatuur om het geheel te integreren kunnen complete applicaties ontwikkeld worden. Er is in het rapport een analyse gemaakt van de gebruikte broncode en de ontwerpelementen. Op meerdere plaatsen wordt benadrukt dat de complexiteit van het verzuimprogramma vrij groot is en een lange ontwikkeltijd nodig heeft. Vijverberg heeft de hieruit blijkende samenstelling en complexiteit van het programma onvoldoende gemotiveerd betwist. Het enkele feit dat delen van de gebruikte softwaretoepassingen als module vrij beschikbaar zouden zijn op internet – zoals Vijverberg onder verwijzing naar het Silverside rapport, waarin is gerapporteerd dat in D-Care één stuk code uit 2000 is aangetroffen dat vrij beschikbaar is op internet (zie 2.12), stelt – en dat er meerdere verzuimprogramma’s op de markt zijn met eenzelfde functionaliteit en gelijksoortige databases van persoonsgegevens, medische gegevens en rapportages maakt nog niet dat het programma in zijn geheel niet als werk in auteursrechtelijke zin kan worden beschouwd Hetzelfde geldt voor het feit dat de in te voeren gegevens voor een groot deel zijn bepaald door wettelijke /technische vereisten zoals de Wet Verbetering Poortwachter en dat – zoals bij akte na getuigenverhoor nog is opgeworpen door Vijverberg – de in het programma later toe te voegen databases zoals de NAW en medische gegevens van de cliënten aangemaakt zijn door en toebehoren aan gebruikers. Immers ook dit doet niet af aan het ontwerp van het programma als zodanig. De rechtbank is dan ook van oordeel dat – gelet op de vastgestelde samenstelling en complexiteit van het programma – Track Verzuim kwalificeert als een werk in auteursrechtelijke zin.

4.13.3. Track heeft ten bewijze van de gestelde inbreuk daarnaast verwezen naar de hiervoor onder 2.16 (bijlage III) weergegeven schikkingsverklaring, onderdeel uitmakend van de tussen Track en Devotus overeengekomen regeling, waarmee een einde is gekomen aan de Arnhemse procedure. In deze verklaring, die mede ondertekend is door [persoon 5] , erkent [persoon 1] dat D-Care voor een belangrijk deel een kopie is van Track Verzuim, dat sprake is geweest van grote hoeveelheden gekopieerde code en dat de D-Care software die Vijverberg in 2005 in gebruik nam substantiële hoeveelheden uit Track gekopieerde ontwikkelelementen bevat, alsmede dat het Paradym rapport geen onjuistheden bevat.
Vijverberg heeft hier bij conclusie van antwoord tegenover gesteld dat aan deze verklaring geen enkele betekenis toekomt, reeds omdat beide getuigen eerder in de Arnhemse procedure het tegenovergestelde hebben verklaard en deze verklaring onder druk tot stand is gebracht, onder verwijzing naar de kort voor het opstellen van deze conclusie opgestelde schriftelijke verklaringen van [persoon 2] en [persoon 3] waarin deze verklaren dat [persoon 1] tegenover hen heeft aangegeven dat de verklaring onder druk is opgesteld en de inhoud ervan niet juist was en is. Tijdens de daarna in 2013-2014 gehouden voorlopige getuigenverhoren hebben [persoon 1] en [persoon 5] – echter onder ede verklaard dat de schikkingsverklaring wel juist is. [persoon 1] heeft daarbij aangegeven dat de schikkingsverklaring weliswaar was opgesteld door [persoon 4] , maar dat over de inhoud uitgebreid met hen is gesproken en dat die verklaring waarheidsgetrouw is.
De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van de schikkingsverklaring en/of aan de juistheid van de laatstelijk bij voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen, met name niet omdat de inhoud daarvan wordt ondersteund door de hiervoor besproken bevindingen en conclusies uit het Paradym rapport en de nog overgelegde producties, terwijl in de stukken geen steun is te vinden voor de daarvan afwijkende eerdere verklaringen als afgelegd door deze getuigen in de Arnhemse procedure.

4.13.4. Het voorafgaande in onderling verband en samenhang beschouwd is de rechtbank van oordeel dat D-Care een ongeoorloofde verveelvoudiging is van Track Verzuim.