IT 44

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Continueren dienstverlening bij surséance

Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam, 9 april 2009, 424295 / KG ZA 09-718 (LJN BJ5559).  SaaSplaza dient ondanks surséance van Oliliy gedurende een bepaalde periode IT diensten te blijven leveren aan Oilily, nu deze cruciaal zijn voor het voortbestaan van Oilily. Met dank aan Joost van Ooijen, De Brauw Blackstone Westbroek

Oilily had met Saasplaza een overeenkomst afgesloten voor het opzetten en beheren van een IT infrastructuur. Oilily kwam in zwaar weer. Toen zij in surséance kwam te verkeren had zij een betalingsachterstand tegenover Saasplaza van circa 250.000 euro. Saasplaza wilde haar dienstverlening opschorten. Volgens Oilily was haar volledige logistieke systeem afhankelijk van de door Saasplaza beheerde systemen en was zij zonder deze systemen ieder zicht op voorraden, verkopen en bevoorrading kwijt. Ofwel, staken van de dienstverlening zou de nekslag zijn voor het bedrijf. Om deze redenen zou SaaSplaza volgens Oilily niet zomaar haar dienstverlening mogen staken en zij (tezamen met de bewindvoerder) stapt naar de voorzieningenrechter om dit te voorkomen.

Oilily beroept zich enerzijds op een ruime interpretatie van artikel 237b Faillissementswet, dat kort gezegd geeft op (door)levering van gas, water en licht. Dit met een verwijzing naar het voorontwerp Insolventiewet, waarin de bestaande regeling wordt opgerekt tot "overeenkomsten tot het geregeld ter beschikking stellen van goederen of verlenen van diensten, benodigd voor (a) het voortzetten van een door de schuldenaar gedreven onderneming [..]". Anderzijds beroept Oiliy zich op de (beperkende werking van de) redelijkheid en billijkheid.

Zonder er al te veel woorden aan vuil te maken (bijvoorbeeld over de rechtsgrond van de beslissing) gaat de voorzieningenrechter mee met Oilily en overweegt:

4.5 “Vooralsnog is dan ook aannemelijk dat de door SaaSplaza aan de Oilily Groep geleverde diensten zo diensten zo wezenlijk zijn voor de bedrijfsvoering [..] dat SaaSplaza in de gegeven omstandigheden niet zonder meer tot onmiddellijke opschorting van haar verplichtingen kan overgaan. Aan Oilily dient daarom in beginsel een redelijke termijn te worden gegund om zich voor te bereiden op beëindiging van de contractuele relatie met SaaSplaza.

De belangen van Saasplaza worden niet uit het oog verloren. Oilily dient namelijk een voorschot te betalen voor de te verlenen diensten en de verplichting tot het voorzetten van dienstverlening is aanzienlijk in tijd beperkt. Al met al dus een praktische beslissing die oog heeft op de belangen van beide partijen.

Lees de uitspraak hier(link) en hier(pdf).