IT 2503

De Volksbank hoeft BKR-registratie niet te verwijderen door onvoldoende belang van eiseres

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 9 februari 2018, IT 2503; ECLI:NL:RBMNE:2018:651 (Eiseres tegen De Volksbank) Privacy. Persoonsgegevens. Eiseres staat negatief geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het BKR. Zij vordert de registratie te verwijderen, omdat zij na haar overstap naar de ING vergeten is de rekening bij de Volksbank op te zeggen. Een belangenafweging leidt er toe dat de Volksbank de codering niet hoeft te verwijderen. Eiseres moet hebben geweten dat sprake was van een ongeoorloofde roodstand. Zij heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat haar financiële situatie nu goed is en dat zij geen financiering heeft gekregen door de codering alleen. De vordering wordt afgewezen.

4.10. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de hiervoor genoemde toetsing en de daaruit voortvloeiende belangenafweging er toe leidt dat de Volksbank de codering niet hoeft te laten verwijderen. Doorslaggevend daarvoor is het volgende:

-[eiseres] moet hebben geweten dat sprake was van een ongeoorloofde roodstand. Zij heeft haar saldo via internet kunnen raadplegen. Zij is de rekening ook na opeising van het saldo blijven gebruiken en heeft maandelijks zorgtoeslag op de rekening laten bijschrijven.
- [eiseres] heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat zij brieven die aan haar huisadres zijn gericht niet heeft ontvangen. De voorzieningenrechter neemt daarom aan dat zij de vooraankondiging van de registratie heeft kunnen lezen.
- [eiseres] heeft geen inzicht gegeven in haar inkomsten, uitgaven, eventuele schulden en financiële reserves en heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een financieel stabiele situatie.
- [eiseres] heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij nog geen financiering van de ABN AMRO heeft gekregen omdat er sprake is van een negatieve BKR-registratie. Dit blijkt niet uit de brief van 8 december 2017. Daarin staat dat er meerdere omstandigheden zijn op grond waarvan de aanvraag is afgewezen.

Dit alles brengt mee dat [eiseres] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bodemrechter haar vordering zal toewijzen. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de inbreuk die de registratie op de belangen van [eiseres] maakt niet onevenredig in verhouding tot het met de verwerking van de codes te dienen doel.