IT 2618

De VU is in redelijkheid kunnen komen tot de afwijzing van Advitrae voor IT-aanbesteding

Rechtbank Amsterdam 21 juni 2018, IT 2618; ECLI:NL:RBAMS:2018:4373 (Advitrae tegen VU) Aanbestedingsgeschil. Software. De VU heeft een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd van een systeem voor optimale onderwijsplanning. Het gaat om de levering van een roosterapplicatie die een ondersteunende bijdrage kan leveren aan de door VU geformuleerde doelstellingen onderwijslogistiek. Advitrae heeft zich daarvoor ingeschreven. Op 8 maart 2018 heeft de VU laten weten dat de opdracht naar Semestry gaat. Advitrae vindt dat de motivering van dit besluit niet volledig en onbegrijpelijk is. Advitrae vordert om de beslissing over de aanbesteding in te trekken en vraagt om een herbeoordeling. De VU heeft in de toelichting diverse redenen gegeven hoe de toegekende score aan Advitrae tot stand is gekomen. De VU is in redelijkheid kunnen komen tot deze beoordeling. De vordering wordt afgewezen.

4.17. Uit bijlage II bij het Beschrijvend Document, tabblad ‘weging van vragen’, blijkt dat onder meer is beoordeeld op aspecten als ‘toepasbaarheid’ en ‘effectiviteit van de geboden oplossing’. Als sprake is van vervuiling van data, en veel inspanningen nodig zijn om de data zuiver te houden, is de oplossing minder goed toepasbaar en dus effectief. Daaruit volgt dat niet kan worden gezegd dat Stichting VU in redelijkheid niet had kunnen komen tot deze beoordeling.

4.19. Uit bijlage II bij het Beschrijvend Document, tabblad ‘vragen’, volgt dat ondersteuning door middel van de mogelijkheid van Self Service gewenst is. Bij Stichting VU wordt gedacht aan bijvoorbeeld mogelijkheden (formulieren) voor het aanvragen van zalen door interne en externe klanten, of de mogelijkheid voor docenten om zalen ‘terug te geven’ indien een ingeroosterde activiteit niet doorgaat. Dit komt erop neer dat volgens Stichting VU het aanbod van Semestry in zoverre de voorkeur verdient boven het aanbod van Advitrae en dat het hier gaat om een verder reikende kwestie dan de enkele mogelijkheid om roosters in te zien. Niet kan worden gezegd dat Stichting VU in redelijkheid niet had kunnen komen tot deze beoordeling. Daarbij is nog van belang dat Advitrae ten onrechte meent dat sprake is van een relatie tussen de onderhavige vraag en de POC Story 10 – Self Services. Het gaat er bij dat laatste om dat de functionaliteit van het systeem wordt gedemonstreerd, en dat is een andere kwestie dan hier aan de orde.

4.21. Uit bijlage II bij het Beschrijvend Document, tabblad ‘vragen’ volgt dat aan de inschrijvers is gevraagd om op te geven welke performance en responstijden worden aangeboden. In deze vraag is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:‘Welke maatregelen heeft de leverancier genomen om de performance te optimaliseren en welke performance of responsetijden (…) garandeert de leverancier? (…) Hoe wordt in het kader van performance omgegaan met complexe transacties (opdrachten (queries) zoals automatisch roosteren) waarbij de database intensief wordt bevraagd?’ De stelling dat Stichting VU niet gevraagd zou hebben om in te gaan op de responstijden bij automatisch roosteren is – gelet op het hiervoor geciteerde – dan ook onjuist. Verder doet Advitrae ten onrechte voorkomen alsof zij op één enkel punt is afgerekend. Uit de door Stichting VU gegeven toelichting blijkt dat er diverse redenen zijn gegeven voor de toegekende score. Daaruit volgt dat niet kan worden gezegd dat Stichting VU in redelijkheid niet had kunnen komen tot deze beoordeling.

4.31. Uit het vorenstaande volgt dat op alle besproken punten wel degelijk een beoordeling heeft plaatsgevonden conform bijlage X bij het Beschrijvend Document. Niet kan worden gezegd dat Stichting VU in redelijkheid niet had kunnen komen tot deze beoordeling.