IT 2276

Eneco mag onderhandelingen afbreken vanwege Tweet

Rechtbank Rotterdam 12 april 2017, IT 2276; IEF 16784 (ALT en ROMAR tegen Eneco) Contractsonderhandelingen Geheimhouding. Media. Geheimhouding. ALT en Romar hebben de Nigeriaanse elektriciteitsproducent 3D HiTech Systems Ltd. (hierna: 3D HiTech) bij Eneco geïntroduceerd als mogelijke koper van de Enecogen-centrale. Op het Twitter-account van 3D HiTech staat het bericht: “Our dynamic MD Engr [vertegenwoordiger 3D HiTech] at eneco Netherlands for the official signing of the MOU [Memorandum of Understanding, toevoeging rechtbank] between 3D Hitech and ENECO”" Bij het bericht zijn drie foto’s geplaatst die zijn gemaakt tijdens een eerder bezoek aan de Enecogen-centrale. De tweet is op eerste verzoek van Eneco verwijderd. Het bericht heeft circa 22 uur online gestaan. De tweet wordt door Eneco in strijd geacht met de tussen partijen geldende vertrouwelijkheid zoals opgenomen in de overeenkomst en ze trekt zich terug uit de onderhandelingen. Eneco mocht onderhandelingen met potentiele koper van de Enecogon-centrale afbreken wegens een tweet.

 

4.3. Met betrekking tot element a overweegt de rechtbank dat het beginsel van contractsvrijheid meebrengt dat het een partij in principe vrij staat onderhandelingen af te breken. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan een partij zich niet meer terugtrekken uit onderhandelingen zonder schadeplichtig te worden. Daarbij kan met name van belang zijn in hoeverre de wederpartij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op het tot stand komen van een overeenkomst.

4.4. Op Eneco rustten in dit verband uit hoofde van de overeenkomst geen relevante verplichtingen, in het bijzonder niet de verplichting om de Enecogen-centrale te verkopen aan 3D HiTech (zie hierna onder 4.7), zodat dit algemene uitgangspunt ook hier geldt. Eneco was slechts, mede in aanmerking genomen de voor haar kenbare belangen van ALT en Romar bij die verkoop, tegenover ALT en Romar verplicht om serieus met 3D HiTech te onderhandelen. Dat heeft zij ook gedaan. Het door Eneco gefaciliteerde bezoek van een afvaardiging van 3D HiTech aan de Enecogen-centrale en het daaropvolgende gesprek in de ‘boardroom’ van Eneco wijzen erop dat bij beide partijen daadwerkelijk het voornemen bestond om overeenstemming te bereiken over de (ver)koop van de Enecogen-centrale. De bijeenkomst op 14 januari 2015 betrof echter slechts het eerste gesprek tussen Eneco en 3D HiTech. Uit de naar aanleiding van deze bijeenkomst gemaakte planning volgt dat er nog diverse hordes te nemen waren, waaronder het bewerkstelligen van de medewerking van Dong, de mede-eigenaar van de Enecogen-centrale. ALT en Romar stellen wel dat zij toen al mochten vertrouwen op het tot stand komen van een koop, maar zij onderbouwen dat niet concreet en dat dat zo was wordt betwist en vindt onvoldoende steun in de feiten; dat Eneco een MoU zou opstellen is daartoe in elk geval onvoldoende. Daarbij komt dat door ALT en Romar erkend is dat de tweet, die voor Eneco aanleiding was de gesprekken met 3D HiTech te staken, een schending van de tussen partijen overeengekomen vertrouwelijkheid vormde. Dat Eneco de onderhandelingen heeft gestaakt is dus niet te wijten aan willekeur, maar aan het eigen gedrag van de door ALT en Romar aangedragen potentiële koper.

4.5. ALT en Romar stellen dat de tweet, gelet op inhoud en duur van zichtbaarheid daarvan, de afbreking van de onderhandelingen niet rechtvaardigde, maar miskennen daarbij de eigen afweging die Eneco in de gegeven omstandigheden mocht maken. Nu ALT en Romar wisten dat de tweet in strijd was met de geheimhouding mochten zij op dat moment zeker niet meer gerechtvaardigd op het tot stand komen van een overeenkomst vertrouwen.
Er is derhalve onvoldoende gesteld dan wel gebleken dat sprake was van een situatie waarin afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar was. Waar Eneco niet gehouden was tot het voortzetten van de onderhandelingen met 3D Hi Tech, is er geen basis voor het betalen van een schadevergoeding aan ALT en Romar gerelateerd aan een gemiste ‘successfee’; er is immers geen sprake van een geslaagde verkoop (en evenmin (op gronden als hierna onder 4.10 nader toegelicht) van circumvention als in de overeenkomst voorzien).