IT 2136

Facebook NL ten onrechte aangesproken voor afgifte gegevens Instagram account

Facebook

Rechtbank Noord-Holland 31 augustus 2016, IEF 16251; IT 2136; (Facebook tegen X) Privacy. Media. X heeft als wettelijk vertegenwoordiger van haar dochter op 16 december 2015 gevorderd dat Facebook alle bekende gegevens van het Instagram account ‘Jaatogg’ zal verstrekken, ten aanzien van het aanmaken, gebruik en het verwijderen van het account. Dochter van X is namelijk slachtoffer geworden van digitaal pesten: onder het account ‘Jaatogg’ werden door een onbekende pornografisch/seksueel getinte foto’s geplaatst die suggereerde dat dit om de dochter van X ging.
De rechtbank stelt voorop dat een een rechtsplicht tot het verstrekken van gegevens over de naam en het adres van de websitehouder, zoals in deze zaak bij dagvaarding van 16 december 2015 gevorderd, voor een provider kan bestaan als aannemelijk is dat anoniem, althans door een door benadeelde niet te traceren persoon, onrechtmatige uitingen via deze provider openbaar zijn gemaakt en de benadeelde alleen door tussenkomst van de provider, door middel van het verstrekken van deze gegevens, dergelijk onrechtmatige handelen zou kunnen bestrijden. Echter, Facebook stelt geen toegang te hebben en niet te beschikken over de gevorderde gegevens, waarna de rechtbank oordeelt dat Facebook onterecht is aangesproken op de afgifte hiervan.

3.4 De rechtbank stelt voorop dat een rechtsplicht tot het verstrekken van gegevens over de naam en het adres van de websitehouder, zoals in deze zaak bij dagvaarding van 16 december 2015 gevorderd, voor een provider kan bestaan als aannemelijk is dat anoniem, althans door een door benadeelde niet te traceren persoon, onrechtmatige uitingen via deze provider openbaar zijn gemaakt en de benadeelde alleen door tussenkomst van de provider, door middel van het verstrekken van deze gegevens, dergelijk onrechtmatig handelen zou kunnen bestrijden (…). Uit de algemene voorwaarden van providers, zoals Facebook of Instagram volgt duidelijk dat zij er alles aan stellen te doen om dergelijke onrechtmatige uitingen (bijvoorbeeld in de vorm van pesten, het plaatsen van privicaygevoelige informatie over anderen, seksueel misbruik) te voorkomen en te bestrijden. In de regel mogen gebruikers van door providers geleverde diensten volgens de richtlijnen van de providers ook geen profielen aanmaken met gegevens die niet van hen zijn.

3.5 Facebook heeft, zoals hiervoor in rechtsoverweging 3.2 is weergegeven, gesteld dat het in deze zaak draait om de identiteit van de houder van een account onder de naam ‘Jaatogg’ op Instagram. Facebook stelt dat Instagram wordt uitgevoerd door en onder zeggenschap van staat van LLC dat wereldwijd de gegevens van de gebruikers van Instagram beheert. LLC is niet in Nederland gevestigd, maar in de Verenigde Staten van Amerika. Ook X gaat daar in haar dagvaarding sub 4.7 vanuit, nu zij erop wijst dat Instagram op haar website aangeeft dat partijen verzoeken moeten indienen op een postadres in Californië, USA en dat toepasselijk is de Amerikaanse wetgeving waaronder de Amerikaanse wet Stored Communications Act 18 U.S.C. secties 2701-2712/ 
Facebook heeft onweersproken gesteld dat Facebook Inc. - de vennootschap die Instagram LLC overgenomen heeft waardoor LLC een dochteronderneming van Facebook Ind. werd- als entiteit volledig losstaat van LLC. Los van LLC staat ook Facebook, de partij tegen wie X haar vordering aanhangig heeft gemaakt. Facebook heeft onweersproken gesteld dat Facebook een dochteronderneming is van Facebook Globals Holdings II LLC, die op haar beurt weer een dochter is van de Amerikaanse rechtspersoon Facebook Inc. Hieruit volgt dat Facebook terecht heeft gesteld dat X haar vordering niet tegen Facebook had moeten instellen, maar tegen de beheerder van Instagram, LLC te Californië. Daarbij komt nog dat Facebook stelt dat zij uitsluitend een in Nederland gevestigd sales support office  is en dat zij niet betrokken is bij de uitvoering, exploitatie en hosting van de Facebookdiensten, maar uitsluitend bedrijven in de Benelux bijstaat bij het gebruik van advertentieruimte op de Facebook Dienst, welke ruimte wordt verkocht door Facebook Ireland. Laatstgenoemde heeft X niet weersproken.

3.7 Uit het vorenstaande volgt dat het door Facebook gevorderde dient te worden toegewezen. Het verstekvonnis van 10 februari 2016 dient te worden vernietigd en opnieuw rechtende zullen de vorderingen van X worden afgewezen, met veroordeling van X in de kosten van de verzetprocedure.