IT 2584

Gebod geen camera's met privacy mask te vernielen

Hof Arnhem-Leeuwarden 5 juni 2018, IT 2584; ECLI:NL:GHARL:2018:5145(burengeschil vernieling bewakingscamera) Burengeschil. Vernieling camera’s. Maken van opnames met bewakingscamera’s. Contactverbod. Cameraschade is gelijk aan waarde van de (recent geplaatste) verloren gegane camera’s op datum incident. Die waarde kan worden bepaald op basis van de vervangingswaarde ten tijde van het incident. Zonder toestemming maken van opnames van personen in of om hun huis is onrechtmatig. Zogenaamd “privacy-mask” in de camerasoftware is in beginsel afdoende inperking van de mogelijkheid dergelijke opnames te maken. Voor contactverbod over en weer onvoldoende gronden.

5.17 De beveiligingscamera's bij [appellanten] c.s. zijn geinstalleerd door het bedrijf Solotech. Ter comparitie van 3 oktober 2016 heeft de heer [B] van dat bedrijf de werking van de camera's uitgelegd. Die uitleg komt erop neer dat het systeem is voorzien van een zogenaamd "privacy-mask". Dat houdt in dat op de beelden alles zwart wordt gemaakt wat niet de eigendom van [appellanten] c.s. is. [B] heeft dat privacy-mask aangezet en [appellanten] c.s. niet uitgelegd hoe het uitgeschakeld kan worden. De schets van de situatie ter plaatse (zie hiervoor onder 3.5) bekijkend en in het bijzonder acht slaande op de bij de diverse camera's aangebrachte zichtpijlen is duidelijk dat met de camera's 1, 3, 4 en 7 opnames van (personen op) het erf van [geïntimeerden] c.s. kúnnen worden gemaakt. Bij conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie hebben [geïntimeerden] c.s. een verklaring d.d. 5 augustus 2015 van de heer [C] van Digi-Eyes overgelegd. Hoewel die verklaring niet specifiek camera's met nummer benoemt (de nummering dateert immers pas van later, namelijk 13 juni 2016) bevestigt deze verklaring dat het maken van opnames op het erf (en zelfs in de woning) van [geïntimeerden] c.s. mogelijk is.

5.18 Die enkele mogelijkheid is echter onvoldoende om ervan te kunnen uitgaan dat daarvan feitelijk ook gebruik is of wordt gemaakt. Het is integendeel zo dat de verklaring van [B] erop wijst dat de gewraakte opnamemogelijkheid is geblokkeerd. Niet valt uit te sluiten dat [appellanten] c.s., ook al heeft [B] hun de weg niet gewezen, zelf achterhalen hoe het privacy-mask kan worden uitgeschakeld, maar iedere concrete aanwijzing dat die situatie zich heeft voorgedaan én dat vervolgens opnames zijn gemaakt van erf of woning van [geïntimeerden] c.s. ontbreekt. De voorzieningenrechter heeft het bij vonnis van 2 mei 2014 raak geformuleerd door te overwegen dat de stellingen van [geïntimeerden] c.s. in feite daarop neerkomen dat zij het gevoel hebben dat er inbreuk op hun privacy wordt gemaakt, zonder dat zij deze inbreuk nader kunnen onderbouwen. Sinds dat kort geding is er niets veranderd. Ook in hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die de gestelde privacyschending in concreto onderbouwen.