IT 2222

Geen verdere inzage ex 35 en 43 Wbp in bij herindicatie gebruikte e-mail

Rechtbank Gelderland 19 januari 2017, IT 2222 (eiser X tegen Raad van Bestuur Y) Privacy. Inzage. Wbp. Eiseres lijdt aan een psychische stoornis en heeft ook fysieke beperkingen. Verweerder heeft eiesers geïndiceerd voor ZZP GGZ04C (klasse 7,7 etmalen per week, met verblijf, begeleiding, persoonlijke verzorging en verpleging. Verweerder kondigt ambtshalve herindicatieonderzoek aan, vanwege mogelijk onjuiste totstandkoming en indiceert eiseres voor GGZ02C[red. minder begeleiding en hulp). Namens eiseres ingediend verzoek tot inzage in persoonsgegevens op grond van Wbp. Bezwaar is ongegrond verklaard. In dit beroep gaat het om (deels) afdekken van gegevens met een of meerdere ***. De afgedekte tekst met een * betreft een medewerker van Menzis, zoals naam, functie, kantooradres, telefoonnummer, e-mail of werkdagen. ** is gebruik ter belang van wettelijke taken naar behoren te kunnen invullen. *** bevat informatie over een behandelaar van eiseres en hoeft op grond van 35 van Wbp niet te worden verstrekt.

De passages die zijn afgedekt met * en *** zijn geen persoonsgegevens van eiseres, maar persoonsgegevens van een medewerker van Menzis en van een behandelaar van eiseres. Ex artikel 35 Wbp is verweerder niet gehouden inzage te geven. De passages afgedekt met ** gaan over op welke wijze, en door wie, onderzoek is gedaan. Medewerker zouden zich belemmerd kunnen voelen in de vrijheid om argumenten en overwegingen naar voren te brengen, die bij de besluitvorming van belang kunnen zijn, indien deze gegevens voor inzage vatbaar zijn. Ex artikel 43 aanhef en onder e Wbp staat honorering om inzage in de weg.

6. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis genomen van het door verweerder vertrouwelijk overgelegde (volledige) mailbericht. Naar het oordeel van de rechtbank bevatten de passages in het mailbericht, die zijn afgedekt en zijn weergegeven met * en ***, geen persoonsgegevens van eiseres, maar persoonsgegevens van een medewerker van Menzis en van een behandelaar van eiseres. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij op grond van artikel 35 van de Wbp niet gehouden is om eiseres inzage te geven in deze niet op haar betrekking hebbende gegevens. Het betoof van eiseres, dat zij niettemin belang heeft bij het inzien van die gegevens maakt dat niet anders.

7. Ten aanzien van de afgedekte passages in dat bericht die zijn weergegeven met ** overweegt de rechtbank (...) daargelaten of het hier persoonsgegevens, als bedoeld in 1, onder a, van de Wbp betreft, dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het het belang van Menzis om haar wettelijke taken naar behoren te kunnen uitvoeren zich verzet tegen verstrekking van deze tekst. Uit deze tekst is immers af te leiden op welke wijze, en door wie, onderzoek is gedaan. De medewerker van Menzis zou zich belemmerd kunnen voelen in de vrijheid om argumenten en overwegingen naar voren te brengen, die bij de besluitvorming van belang kunnen zijn, indien deze gegevens voor inzage vatbaar zijn. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de belangen uit artikel 43, aanhef en onder e, van de Wbp, de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen, aan honorering van het verzoek om inzage in de weg staan.