IT 781

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Handtekeningsvereiste is geen digitale handtekening

Vzr. Rechtbank Rotterdam 16 april 2012, LJN BW5991 (Melspring tegen Evides, tussenkomende partij: Kemira Rotterdam)

De onderhavige aanbesteding betreft de levering van ijzerchloride voor diverse locaties van Evides. Gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving (EVI). De vraag is of er sprake is van een ondertekende inschrijving bij digitaal indienen van de inschrijving. De wijze van indienen betreft slechts de digitale communicatie van Evides met de geselecteerde gegadigden ten aanzien van de processtappen die zij moeten nemen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt de handtekeningsvereiste genoegzaam uit het bestek. Daarin staat immers dat de inschrijving "dient te bestaan uit de volgende onderdelen: volledig ingevulde en of alle gevraagde en waar nodig rechtsgeldig getekende bijlagen" en wordt uitleg gegeven dat een tekenbevoegde moet tekenen. Over een digitale of elektronische handtekening wordt ook niet gerept in de Nota van Inlichting en begeleidende brief.

De voorzieningenrechter wijst de vordering van Melspring af.

 

De voorzieningenrechter passeert de stelling van Melspring dat het vereiste van een handtekening niet duidelijk was. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt dit genoegzaam uit paragraaf 3.7 van het bestek. Daarin staat immers dat de inschrijving "dient te bestaan uit de volgende onderdelen: volledig ingevulde en of alle gevraagde en waar nodig rechtsgeldig getekende bijlagen". Daarnaast staat in genoemde paragraaf dat de inschrijving dient te bestaan uit een rechtsgeldig ondertekende begeleidende brief waarmee de inschrijving wordt aangeboden. Vervolgens wordt nog eens uitgelegd wat met een "rechtsgeldig ondertekende begeleidende brief" wordt bedoeld ("een brief die is ondertekend door de bij de Kamer van Koophandel geregistreerde tekenbevoegde, of een gelijkwaardig document waaruit blijkt dat de ondertekenaar bevoegd is de onderneming te vertegenwoordigen en binden"). Daar komt bij dat in de Nota van Inlichtingen vragen zijn gesteld over (het ondertekenen van) de bijlagen en de begeleidende brief. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt ook uit de antwoorden op die vragen voldoende dat de inschrijving, prijslijsten en begeleidend schrijven moeten worden ondertekend. Over een elektronische handtekening wordt daarin niet gerept, noch wordt dit gefaciliteerd in de te nemen stappen.


Niet nodig is dat gedurende de te nemen stappen de inschrijver er nog eens extra op moet worden gewezen dat een handtekening op de begeleidende brief en de bijlagen vereist is. Voor een normaal oplettende inschrijver moeten de tekst van paragraaf 3.7.1 en de antwoorden op de in dit kader gestelde vragen duidelijk zijn. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de inschrijver om de aanbestedingsstukken in onderlinge samenhang goed te lezen.

Tegen deze achtergrond is het enkele geautomatiseerd opgemaakte bericht van C-SOURCE dat "Uw respons is ondertekend en ingediend op do 19 jan 2012 13:54." onvoldoende om tot het oordeel te komen dat Melspring er vanuit mocht gaan dat haar inschrijving daadwerkelijk was ondertekend. Gelet op de e-mail van13 december 2011 (13:22 uur) moet het er, anders dan Melspring meent, voor worden gehouden dat daarmee wordt bedoeld dat de indiending correct is verlopen ("U kunt op twee manieren controleren of uw indiening correct is verlopen") en niet dat de inschrijving rechtsgeldig is ondertekend.

Nu uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat de heer [X] alleen bevoegd was Melspring rechtsgeldig te vertegenwoordigen tot een bedrag van € 50.000 per handeling, is geen sprake van een rechtsgeldig ondertekende aanbestedingsbrief, zoals vereist in het bestek.

Op andere blogs:
SOLV ('natte' handtekening vereist in digitale aanbesteding)