IT 2188

HvJ EU: Nationale rechter moet beroep tegen beslissing van nationale telecom-regelgevende instantie met terugwerkende kracht nietig kunnen verklaren

HvJ EU 13 oktober 2016, IT 2188; IEFbe 2029; ECLI:EU:C:2016:769 (Prezes UKE en Petrotel tegen Polkomtel) Telecom. Elektronische-communicatienetwerken en -diensten. Art. 4 lid 1 Richtlijn 2002/21/EG. Recht om beroep in te stellen tegen een beslissing van een nationale regelgevende instantie. Doeltreffend beroepsmechanisme. Instandhouding van de beslissing van een nationale regelgevende instantie hangende de uitspraak in de beroepsprocedure. Werking in de tijd van een beslissing van een nationale rechter die een beslissing van een nationale regelgevende instantie nietig verklaart. Mogelijkheid om een beslissing van een nationale regelgevende instantie met terugwerkende kracht nietig te verklaren – Beginselen van rechtszekerheid en van bescherming van het gewettigd vertrouwen.
 

De voorzitter van de UKE heeft in het kader van een procedure voorafgaand aan die van het hoofdgeding, na de betrokken markt te hebben onderzocht, op 30 september 2008 een beslissing genomen, bij welke hij Polkomtel, als onderneming met aanmerkelijke macht op de betrokken markt, heeft verplicht om de tarieven voor gespreksafgifte op haar mobieletelefonienetwerk naar het niveau te brengen als omschreven in die beslissing (hierna: „beslissing van 30 september 2008”). Polkomtel heeft tegen die beslissing beroep ingesteld.

HvJ EU:

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, eerste en derde volzin, en tweede alinea [kaderrichtlijn] gelezen in samenhang met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet aldus worden uitgelegd dat een nationale rechter die een beroep tegen een beslissing van de nationale regelgevende instantie behandelt, die beslissing met terugwerkende kracht nietig moet kunnen verklaren, als hij van oordeel is dat dit noodzakelijk is om een doeltreffende bescherming te verzekeren van de rechten van de onderneming die het beroep heeft ingesteld.