IT 2209

Jurre Reus - Rb Den Haag: zoekresultaten geen strafrechtelijke persoonsgegevens

jurre reus

Op 12 januari 2017 heeft de rechtbank Den Haag een uitspraak [IT 2208] toegevoegd aan de right to be forgotten-rechtspraak die sinds het HvJEU Costeja-arrest is ontstaan. De uitspraak is o.a. interessant omdat de verzoeker stelde dat het tonen van zoekresultaten door Google een verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens zou zijn. De rechtbank gaat hier niet in mee en maakt een duidelijk onderscheid tussen een zoekresultaat in Google en de bronpagina waarnaar dit resultaat verwijst. Dit in tegenstelling tot de hieronder ook besproken uitspraak van de rechtbank Rotterdam van begin 2016.

De casus die aan de rechtbank Den Haag werd voorgelegd was de volgende. Verzoeker is een vastgoedondernemer die op enig moment verdacht werd van hypotheekfraude. Hierover zijn op internet verscheidene nieuwsartikelen gepubliceerd die als zoekresultaat verschijnen wanneer de naam van verzoeker in Google Search als zoekterm wordt ingevoerd. Eind 2015 deed verzoeker een verwijderverzoek aan Google. Dat werd afgewezen. Toen de strafrechter begin 2016 bepaalde dat de strafzaak tegen verzoeker was geëindigd zonder strafoplegging, probeerde verzoeker nogmaals om Google te bewegen de zoekresultaten te verwijderen. Zonder succes. Ook bij de Autoriteit Persoonsgegevens (met een bemiddelingsverzoek) kreeg de vastgoedondernemer nul op het rekest. Zodoende komt verzoeker bij de rechtbank terecht met het verzoek Google te bevelen bepaalde zoekresultaten te verwijderen.

Verzoeker stelt dat de verwijzingen (de zoekresultaten in Google Search) strafrechtelijke persoonsgegevens zijn, en dus niet door Google verwerkt mogen worden op grond van het verbod op het verwerken van strafrechtelijke persoonsgegevens van art. 16 Wbp. Een wettelijke uitzondering is volgens verzoeker niet van toepassing. De rechtbank stelt voorop dat van bepaalde webartikelen (URL's) niet is aangetoond dat zij überhaupt als zoekresultaat verschijnen als de naam van verzoeker in Google Search wordt ingevoerd. Het verzoek ten aanzien van die webartikelen is dus om die reden al niet toewijsbaar. Vervolgens blijven er drie zoekresultaten over waarover de rechtbank zich moet buigen.

Google-zoekresultaten bestaan niet alleen uit hyperlinks naar websites, maar gaan ook gepaard met een snippet – een heel korte samenvatting van de pagina waarnaar wordt verwezen. Is de combinatie hyperlink + snippet een 'strafrechtelijk persoonsgegeven'? De rechtbank interpreteert dit begrip in navolging van de Hoge Raad vrij nauw en komt daarom tot de conclusie dat dit bij de drie zoekresultaten in kwestie niet zo is. De rechtbank (r.o. 4.14):

"Onder het begrip ‘strafrechtelijke persoonsgegevens’ moet worden verstaan zodanige concrete feiten en omstandigheden dat zij als een als strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring – in de zin van artikel 350 Wetboek van Strafvordering (Sv) – kunnen dragen".

De rechtbank concludeert dat de hyperlinks en de snippets van de drie zoekresultaten in dit geval op zichzelf geen strafrechtelijk persoonsgegevens zijn, omdat ze geen feiten en omstandigheden met betrekking tot verzoeker aantonen die strafbaar zijn (de betreffende URL's zijn trouwens gewoon opgenomen in de 'geanonimiseerde' uitspraak en daarom te raadplegen).

De rechtbank onderscheidt dus uitdrukkelijk de gegevensverwerking die verband houdt met het zoekresultaat van de gegevensverwerking die verband houdt met de bronpagina (het hele webartikel). Nog daargelaten of het niet maken van onderscheid in dit geval tot een andere uitkomst zou hebben geleid, lijkt deze benadering mij correct. Zoals in het Costeja-arrest immers is benadrukt verschilt de door een zoekmachine verrichte verwerking van persoonsgegevens van de door een webredacteur verrichte verwerking van persoonsgegevens. De rechtbank Rotterdam daarentegen gooide het zoekresultaat en de bronpagina in haar uitspraak van 29 maart 2016 op één hoop, en concludeerde dat Google Search wèl strafrechtelijke persoonsgegevens verwerkte (r.o. 4.10.3):

"In dit geval gaat het om de inhoud van de bronpagina die te vinden is met de door [verzoeker] aangeduide hyperlinks, te weten de publicatie op de website van [naam] betreffende de veroordeling van [verzoeker] voor verboden wapenbezit. Het verweer van Google dat de inhoudelijke beoordeling van het verzoek slechts betrekking zou hebben op de zoekresultaten, faalt derhalve. De inhoud van de bronpagina waarop het verzoek betrekking heeft bevat strafrechtelijke persoonsgegevens, nu de op deze bronpagina vermelde gegevens redelijkerwijs tot de identificatie van [verzoeker] als verdachte of dader kunnen leiden. De bronpagina bevat immers naast de volledige naam van [verzoeker] en een foto van hem, citaten van de rechter, raadsman van [verzoeker] en de openbare aanklager ter terechtzitting waarbij [verzoeker] is veroordeeld voor een strafbaar feit, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf heeft opgelegd gekregen.

Of de snippets in de Rotterdamse uitspraak wellicht op zichzelf nog als een strafrechtelijk persoonsgegeven kwalificeerden, wordt mij uit die uitspraak niet duidelijk. Hoe dan ook lijkt deze benadering mij niet juist en kan ik mij – gezien Costeja – meer vinden in de benadering van de Haagse rechtbank.