IT 2393

KG-procedure leent zich niet voor toetsing proportionaliteit hoeveelheid verzonden e-mails

Vzr. Rechtbank Rotterdam 2 oktober 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8041; IT&R 2393 (Loose Ends tegen Milestone c.s.). Rectificatie. E-mail. Loose Ends is een bedrijf dat zich o.a. bezig houdt met logistiek. Milestone c.s. is een logistiek dienstverlener. Eiser is via zijn onderneming Loose Ends op basis van een management services-overeenkomst werkzaamheden gaan verrichten voor Milestone c.s. In 2017 heeft Milestone c.s., na o.a. gesprekken met bedrijfsrechercheurs, de management services-overeenkomst met Loose Ends per direct beëindigd en daarnaast een e-mailbericht verstuurd naar contactadressen van zowel Milestone als eiser. In de ogen van eiser is deze e-mail onrechtmatig en onwettig. Gelet op hetgeen Milestone c.s. heeft aangevoerd is er thans onvoldoende reden om van de onjuistheid of onvolledigheid van het verweer van Milestone c.s. uit te gaan. Wel rijst de vraag of het proportioneel is dat het bericht van Milestone c.s. aan 3.130 contacten is verzonden, waaronder zoals eiser betoogt, aan privé-contacten van eiser. Milestone zegt voorafgaand aan het versturen van het e-mailbericht gekeken te hebben waar de e-mail naartoe zou gaan. Voor de beoordeling aan wie het bericht wel en aan wie het bericht niet gestuurd had moeten worden vergt nader onderzoek waarvoor de kort geding procedure zich niet leent. Ook de vordering jegens Milestone c.s. om zich in het vervolg niet negatief over eiser of Loose Ends uit te laten, wordt, gezien het aan de orde zijnde feitencomplex, afgewezen.

4.13 Gelet op het vorenstaande staat niet vast dat er sprake is van een onjuiste of onvolledige mededeling door Milestone c.s. aan klanten en relaties. Indien de onder 4.11.1. tot en met 4.11.4. genoemde voorbeelden juist zijn en [eisers] het tussen Milestone c.s. en Morinaga overeengekomen contract vervalst heeft, dan kan geconstateerd worden dat [eisers] ernstig over de scheef is gegaan. Vooralsnog is de lezing van Milestone c.s. zo gedetailleerd en met concrete feiten onderbouwd, dat er thans onvoldoende reden is om van de onjuistheid of onvolledigheid van het verweer van Milestone c.s. uit te gaan. Het belang van Milestone c.s. rechtvaardigt bovendien dat zij haar zakelijke omgeving van de omstandigheden op de hoogte stelden. Daarmee vervalt in beginsel de grondslag van de vordering tot rectificatie en van de vordering tot ongedaanmaking van de melding bij het Waarschuwingsregister, te weten de vorderingen onder 1 tot en met 5. Het feit dat in het e-mailbericht wordt medegedeeld dat melding is gedaan bij het Waarschuwingsregister terwijl dat feitelijk (nog) niet was gebeurd, acht de voorzieningenrechter gezien het totale feitencomplex van onvoldoende gewicht om hieraan consequenties in de door [eisers] c.s. voorgestane zin te verbinden. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter hierbij op dat [eisers] c.s. geen belang meer zouden hebben bij de vordering onder 4, nu het bericht reeds van de website verwijderd is.

4.14 Wel rijst de vraag of het proportioneel is dat het bericht van Milestone c.s. aan 3.130 contacten is verzonden. [eisers] c.s. hebben gesteld dat het bericht niet alleen naar zakelijke, maar ook naar privécontacten is verstuurd. Milestone c.s. hebben ter zitting aangevoerd dat zij voorafgaand aan het versturen van het e-mailbericht gekeken hebben of de e-mailadressen op de mailinglijst bedrijfsnamen bevatten en dat, voor zover de (zakelijke) adressen herkenbaar waren als niet relevant, deze adressen uit de mailinglijst verwijderd zijn. Voor de beoordeling of de mate waarin Milestone c.s. de berichten gestuurd hebben proportioneel is en aan wie het bericht niet gestuurd had behoren te worden, is onderzoek naar de feiten nodig en mogelijk bewijslevering. Daarvoor biedt de onderhavige kort geding procedure gegeven haar beperkte karakter niet de mogelijkheid. De voorzieningenrechter gaat aan dit aspect derhalve voorbij.

4.15 [eisers] c.s. hebben voorts gevorderd Milestone c.s. te verbieden om zich in het vervolg nog op enige wijze negatief over [eisers] of Loose Ends B.V. uit te laten. De voorzieningenrechter ziet, gegeven het aan de orde zijnde feitencomplex, thans onvoldoende aanleiding deze vordering toe te wijzen. Het doen van (nadere) mededelingen kan onder omstandigheden wel aan beperkingen onderhevig zijn. Er kan thans evenwel niet beoordeeld worden of zich in de toekomst zo’n situatie zal voordoen. De vordering onder 6 zal daarom worden afgewezen.