IT 24

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Met dank aan Tros Radar......

Het leek allemaal zo mooi. Pretium en CPM ( een aanbieder van callcenter diensten) zijn een mooie samenwerking aangaan. Sinds november 2005 verricht CPM namelijk tegen betaling al haar telemarketingactiviteiten enkel ten behoeve van Pretium. Partijen leggen dat vast in een "Term Sheet voor het sluiten van een definitieve overeenkomst". Totdat TROS Radar met een verborgen camera opnamen maakt tijdens een training van nieuwe telemarketingmedewerkers bij CPM. 

De opnamen leggen pijnlijk bloot dat CPM zich niet aan het callscript houdt door zich zeer onbeschoft en intimiderend uit te laten tegenover potentiële nieuwe klanten en door het verstrekken van onjuiste informatie aan potentiële nieuwe klanten.

Pretium probeert de uitzending nog in kort geding tegen te gaan, maar tevergeefs. CPM wil niet als zelfstandige partij in dat kort geding optreden.

De uitzending van TROS Radar is in ieder geval het einde van een mooie samenwerking. Pretium ontbindt direct daarop de eerder genoemde Termsheet, wegens wanprestatie. Pijnlijk voor CPM, want die werkt uitsluitend voor Pretium. De beëindiging heeft voor haar dus vergaande consequenties.

CPM betwist de ontbinding, en besluit daarop zelf te ontbinden. Het resulteert in een rechtzaak. Wie heeft er nu gelijk?

CPM trekt voorlopig aan het langste eind. De rechter overweegt dat er geen sprake is van een handelwijze, die de onmiddellijke ontbinding met genoemde verstrekkende gevolgen voor CPM rechtvaardigt, mede gezien de verstrekkende gevolgen hiervan voor CPM:
"Het valt niet in te zien waarom hetgeen in de uitzending van TROS Radar te zien was zodanig anders/ernstiger was, dat het een onmiddellijke ontbinding rechtvaardigde, zonder daaraan voorafgaand de gebruikelijke terugkoppeling te geven. Dit was wellicht anders geweest indien Pretium reeds eerder zou hebben aangegeven dat, indien CPM op deze wijze zou blijven doorgaan, dit de ontbinding van de overeenkomst tot gevolg zou hebben, maar van een dergelijke mededeling is niet gebleken. Het handelen van de medewerkers van CPM rechtvaardigde de ontbinding dan ook niet. Een en ander temeer daar de gevolgen van de ontbinding voor CPM zeer verstrekkend waren." 

De rechter stelt ook vast dat de handelwijze direct verzuim oplevert, omdat vaststaat "dat die tekortkoming niet meer te herstellen was, zodat juiste nakoming van de overeenkomst blijvend onmogelijk was. Immers, het kort geding was al geweest zodat CPM Pretium daarbij niet meer kon bijstaan, en het handelen van de medewerkers van CPM kon niet meer worden teruggedraaid, terwijl sommige potentiële klanten al door die handelwijze benadeeld waren en daarmee Pretium DM benadeeld was." Dit lijkt haaks te staan op voornoemde redenering dat "dit was wellicht anders geweest indien Pretium reeds eerder zou hebben aangegeven dat, indien CPM op deze wijze zou blijven doorgaan, dit de ontbinding van de overeenkomst tot gevolg zou hebben, maar van een dergelijke mededeling is niet gebleken." 

De visie over verzuim is discutabel. De tekortkoming is nog wel te herstellen, alleen de schade van Pretium als gevolg van die tekortkoming is definitief geleden. Dus alleen voor die schade is dan geen verzuim vereist. Beargumenteerd kan worden dat voor de ontbinding wel verzuim vereist was, en had de rechter het op die grond reeds kunnen laten afketsen.

Lees hier de uitspraak.