IT 2552

Persoonlijke omstandigheden onvoldoende om ING tot ongedaanmaking van registraties te verplichten

Rechtbank Amsterdam 26 april 2018, IT 2552; ECLI:NL:RBAMS:2018:2718 (Eiser tegen ING Bank) Kort geding. Het gaat in deze zaak om vorderingen tot verwijdering van de door ING geplaatste coderingen ten laste van Eiser in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het Bureau Krediet Registratie (BKR), en tot verstrekking van een schriftelijke rectificatie daarvan door ING aan Eiser. De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorzieningen. Het belang van [eiser] bij verwijdering van de registraties is met name gelegen in het kunnen verkrijgen van een hypothecaire geldlening voor de financiering van een recent door hem aangekochte woning, zodat hij samen met zijn nieuwe partner zijn leven (verder) op orde kan krijgen, dichter bij de kinderen uit zijn vorige huwelijk kan gaan wonen zodat de reisafstanden worden verkleind, en een passende werkkamer kan inrichten voor het bestuur van zijn groeiende bedrijf. De persoonsgegevens van een man blijven voorlopig in het informatiesysteem van het BKR staan.

De registratie van persoonsgegevens en de handhaving daarvan in het CKI van het BKR valt onder de werking van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Dit brengt mee dat bij een dergelijke registratie, evenals bij het nemen van een beslissing over de handhaving daarvan, moet worden voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. […]

De registratie van persoonsgegevens heeft tot doel het bevorderen van een maatschappelijk verantwoorde dienstverlening op financieel gebied. Daarmee wordt mede beoogd het voorkomen van overcreditering en andere problematische schuldsituaties voor de particuliere schuldenaar. Daarnaast levert het BKR voor haar zakelijke klanten een bijdrage aan het beperken van de financiële risico’s bij kredietverlening en aan het voorkomen en bestrijden van misbruik en fraude.

Tegen deze achtergrond hebben de registraties op juiste gronden plaatsgevonden. […] Laatstgenoemde was hierdoor zowel gerechtigd als (wettelijk) gehouden deze betalingsachterstanden aan het BKR te melden.

Het belang van [eiser] bij verwijdering van de registraties is met name gelegen in het kunnen verkrijgen van een hypothecaire geldlening voor de financiering van een recent door hem aangekochte woning in [woonplaats], zodat hij samen met zijn nieuwe partner zijn leven (verder) op orde kan krijgen, dichter bij de kinderen uit zijn vorige huwelijk kan gaan wonen zodat de reisafstanden worden verkleind, en een passende werkkamer kan inrichten voor het bestuur van zijn groeiende bedrijf. Daarnaast heeft [eiser] naar voren gebracht dat de BKR-registraties zowel privé als zakelijk een belemmering vormen voor verkrijging van nieuwe kredieten.

Hoewel de argumenten van [eiser] niet alleen invoelbaar zijn, maar ook zeker gewicht in de schaal leggen, zijn zij noch op zichzelf, noch in onderling samenhang, voldoende zwaarwegend in verhouding tot het met de verwerking van de persoonsgegevens te dienen doel, om ING tot ongedaanmaking van de registraties te verplichten.

De beslissing

De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorzieningen.