IT 2113

Proximedia bewijst handtekening met akte en stukken

Ktr. Rechtbank Midden-Nederland 13 juli 2016, IT 2113; ECLI:NL:RBMNE:2016:4189 (Proximedia tegen gedaagden)|
Contractenrecht. De vordering van Proximedia is gebaseerd op de overeenkomst tot levering van internetdiensten. In het tussenvonnis [IT 2112] kreeg Proximedia bewijsopdracht om te bewijzen dat de overeenkomst door gedaagde getekend was. De kantonrechter overweegt dat Proximedia in de akte en de daarbij overgelegde en gedeponeerde stukken nader heeft onderbouwd dat de handtekening onder de overeenkomst van gedaagde sub 2 is. Nu gedaagden dat niet meer hebben weersproken, wordt geoordeeld dat Proximedia is geslaagd in het haar opgedragen bewijs en dus dat een overeenkomst tot stand is gekomen. Het beding dat aan Proximedia een schadevergoeding te betalen is gelijk aan 40% van de nog niet vervallen maandtermijnen, is niet meer weersproken en niet onredelijk bezwarend.

2.5. De vordering van Proximedia is gegrond op artikel 8 van de overeenkomst. Daarin is bepaald dat [gedaagden c.s.] gehouden is om bij ontbinding van de overeenkomst door Proximedia een schadevergoeding te betalen gelijk aan 40% van de nog niet vervallen maandtermijnen. [gedaagden c.s.] heeft zich bij conclusie van antwoord op het standpunt gesteld dat Proximedia nog geen uitvoering zou hebben gegeven aan de overeenkomst, om welke reden zij ook geen schade zou hebben geleden.
2.6. Vanwege dat standpunt heeft de kantonrechter [gedaagden c.s.] in het tussenvonnis van 4 mei 2016 in de gelegenheid gesteld om nader te onderbouwen dat het beding in artikel 8 van de overeenkomst onredelijk bezwarend voor hem is als bedoeld in artikel 6:233 aanhef en onder a BW, en vernietigd dient te worden. [gedaagden c.s.] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Aangezien [gedaagden c.s.] zijn standpunt niet nader heeft onderbouwd, moet worden geoordeeld dat hij niet heeft voldaan aan zijn stelplicht op dit punt, om welke reden aan zijn standpunt voorbij dient te worden gegaan. Als gevolg daarvan moet het ervoor worden gehouden dat het beding in artikel 8 van de overeenkomst niet onredelijk bezwarend is.
2.7. Voor de volledigheid overweegt de kantonrechter nog dat geen aanleiding bestaat voor een nadere schriftelijke ronde na bewijslevering, zoals is overwogen in het tussenvonnis van 4 mei 2016 onder 3.6. Een dergelijke schriftelijke ronde is immers bedoeld om partijen op elkaars nadere standpunten te laten reageren, en zou daarom alleen aan de orde zijn geweest als [gedaagden c.s.] gebruik had gemaakt van de gelegenheid zijn eerdere standpunt met betrekking tot de forfaitaire schadevergoeding nader te onderbouwen.