IT 2112

Proximedia moet echtheid handtekening onder internetdienstcontract bewijzen

Ktr. Rechtbank Midden-Nederland 4 mei 2016, IT 2112; ECLI:NL:RBMNE:2016:4194 (Proximedia tegen gedaagden)
Contractenrecht. De vordering van Proximedia is gebaseerd op de overeenkomst tot levering van internetdiensten. Gedaagden betwisten dat de handtekening door gedaagde is gezet. Proximedia wordt toegestaan om met andere middelen te bewijzen dat de handtekening door gedaagde is gezet, daarna kan er alsnog een handtekeningenonderzoek door een deskundige worden bevolen. Indien bewijs sluitend is, staat nog niet vast dat de vordering wordt toegewezen, nu - volgens gedaagde - Proximedia geen uitvoering heeft gegeven en dus geen schade heeft geleden. Het beding uit de overeenkomst dat 40% van de nog niet vervallen maandtermijn moet betalen, is voor gedaagde een onredelijk bezwarend beding als bedoeld in 6:233 aanhef en onder a BW. De kantonrechter stelt gedaagde in de gelegenheid om te bewijzen waarom de forfaitaire schadevergoeding onredelijk bezwarend is. Opgevolgd door IT 2113.

3.2. De kantonrechter overweegt dat met behulp van een handtekeningenonderzoek door een deskundige mogelijk zekerheid kan worden verkregen over de echtheid van de handtekening. Om proceseconomische redenen (waaronder een afweging van de met een dergelijk onderzoek gemoeide kosten in relatie tot de omvang van de vordering) zal de kantonrechter Proximedia nu eerst toelaten om met andere middelen bewijs te leveren van haar stelling dat de handtekening door [gedaagde 2] zelf is gezet. Zij heeft tijdens de comparitie uitdrukkelijk bewijslevering aangeboden. De kantonrechter wijst partijen er op dat na bewijslevering alsnog een handtekeningenonderzoek door een deskundige zou kunnen worden bevolen, ingeval de omstandigheden daartoe zouden nopen.

3.4. Verder overweegt de kantonrechter nog het volgende. Ingeval Proximedia slaagt in het haar opgedragen bewijs met betrekking tot de handtekening (of ingeval de echtheid van de handtekening met behulp van een deskundigenonderzoek alsnog komt vast te staan) staat nog niet vast dat de vordering van Proximedia kan worden toegewezen. [gedaagden] heeft immers aangevoerd dat Proximedia geen uitvoering heeft gegeven aan de overeenkomst en daarom geen schade heeft geleden. De kantonrechter begrijpt dit aldus, dat het beding in artikel 8 van de overeenkomst (dat [gedaagden] bij ontbinding door Proximedia gehouden is een schadevergoeding te betalen gelijk aan 40% van de nog niet vervallen maandtermijnen) volgens [gedaagden] onredelijk bezwarend voor hem is als bedoeld in artikel 6:233 aanhef en onder a BW, en vernietigd dient te worden.

3.5. Aangezien [gedaagden] zich erop beroept dat het beding onredelijk bezwarend is, is het ook aan hem om voldoende feiten en omstandigheden te stellen, waaruit dit blijkt, rekening houdend met de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval. Aangezien het debat ter zitting zich voornamelijk heeft toegespitst op de echtheid van de handtekening, heeft [gedaagden] zijn stellingen op het punt van de forfaitaire schadevergoeding bij ontbinding nog niet voldoende naar voren kunnen brengen. De kantonrechter zal hem daarom in de gelegenheid stellen dat alsnog te doen.