IT 2413

Reëel risico dat contante gelden die bitcoinmakelaar ontvangt uit misdrijf afkomstig zijn

Vzr. Rechtbank Amsterdam 16 november 2017, IT&R 2413; ECLI:NL:RBAMS:2017:8376 (Bitcoinmakelaar tegen ING). Bitcoins. Contractenrecht. Eén van de eisers houdt zich bezig met het in- en verkopen van bitcoins in opdracht van haar klanten. Zij heeft een zakelijk betaalpakket afgenomen bij ING. Aanvankelijk werden de bitcoins gekocht met contact geld, maar na een sommatie van ING wordt het contante geld opgehaald door een waardetransportbedrijf en gestort op de zakelijke rekening van de makelaar. In 2017 heeft ING gevraagd naar de herkomst van het gestorte geld om zo te voorkomen dat zij bij witwassen betrokken raakt. Uiteindelijk deelt ING aan de makelaar mee dat zij onvoldoende heeft aangetoond dat de gestorte contacten een legitieme herkomst hebben en dat zij de zakelijke rekening beëindigt. Vooropgesteld staat dat transacties in bitcoins een hoog risicoprofiel hebben. Het is voldoende aannemelijk dat de makelaar niet tijdig heeft voldaan aan de opdracht van ING om geen bitcoins met contant geld meer aan te kopen en om te stoppen met het storten van contante gelden op haar ING rekening. Het risico dat de contante gelden die de makelaar ontvangt uit misdrijf afkomstig zijn is reëel. Het was voor de makelaar mogelijk geweest om eerder de handel en wandel van haar grote klanten te onderzoeken. De overeenkomst is door ING met een gerechtvaardigd belang beëindigd.

4.4. Transacties in bitcoins hebben een hoog risicoprofiel. De Nederlandse Bank (DNB) waarschuwt banken en betaalinstellingen voor integriteitsrisico’s die zij lopen omdat zij de identiteit van de partijen die de bitcoins ver- of aankopen niet of onvoldoende kennen (zie daarvoor bijvoorbeeld de Nieuwsbrief Betaalinstellingen juli 2014 van DNB). Aannemelijk is dat gelden uit misdrijf verkregen kunnen worden witgewassen door via een tussenpersoon transacties in bitcoins uit te voeren. De identiteit van de opdrachtgever kan langs deze weg vrij makkelijk geheim blijven. Dit geldt te meer bij het aan- en verkopen van bitcoins met contant geld.

4.8 Overwogen wordt als volgt. Voldoende aannemelijk is dat [eiser sub 2] niet tijdig heeft voldaan aan de opdracht van ING om geen bitcoins met contant geld meer aan te kopen en om te stoppen met het storten van contante gelden op haar ING rekening. Dat [eiser sub 2] sinds september 2014 niet meer zelf de contante gelden van opdrachtgevers op haar ING rekening stort, maar daar SecurCash voor gebruikt doet hieraan niet af. SecurCash neemt immers in opdracht van [eiser sub 2] de contanten in ontvangst en maakt het corresponderende bedrag over op de ING rekening van [eiser sub 2] , waarna [eiser sub 2] de bitcoins met dat geld via overboeking vanaf de ING rekening koopt bij Kraken, de bitcoinbeurs. Daarmee is [eiser sub 2] de ‘contant-geld service’ aan haar klanten (zie ook haar privacy-policy onder 2.3) langs indirecte weg blijven aanbieden. Dat ING ook bezwaar had tegen indirecte transacties van bitcoins met contant geld moet voor [eiser sub 2] voldoende duidelijk zijn geweest, althans had voor haar reden moeten zijn om met ING in overleg te treden voordat zij van de diensten van SecurCash gebruik ging maken. Door dit na te laten heeft [eiser sub 2] feitelijk de opdracht van ING naast zich neergelegd. ING heeft [eiser sub 2] per brief van 11 mei 2017 opnieuw opgedragen om vóór 17 mei 2017 te stoppen met het storten van contante gelden op haar ING-rekening. [eiser sub 2] heeft ter zitting verklaard dat zij per juni 2017 is gestopt met het aan- en verkopen van bitcoins met contant geld. Hieruit blijkt dat zij niet tijdig aan de herhaalde opdracht van ING heeft voldaan.

4.11. Overwogen wordt als volgt. Uit informatie die [eiser sub 2] pas na aandringen van ING heeft verschaft, blijkt dat de twee grote klanten van [eiser sub 2] , Variis en Moodog, encryptietelefoons en encryptiediensten verkopen. [eiser sub 2] heeft erkend dat deze producten en diensten veelal door criminelen worden afgenomen. Het risico dat de contante gelden die [eiser sub 2] (indirect) van deze twee bedrijven ontvangt of aan hen heeft uitbetaald uit misdrijf afkomstig zijn, is daarmee reëel. [eiser sub 2] stelt de relatie met Variis en Moodog om die reden sinds kort te hebben beëindigd. Waarom [eiser sub 2] pas onlangs heeft ontdekt wat de activiteiten van haar twee grote klanten zijn is onduidelijk gebleven. Dat het voor [eiser sub 2] onmogelijk was om eerder afdoende onderzoek naar de handel en wandel van die klanten en de herkomst van de gelden te doen is voorshands niet aannemelijk. [eiser sub 2] heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij de in 4.10. beschreven uitgebreide, interne procedure tijdig heeft toegepast op Variis en Moodog. Dit terwijl zij -blijkens het advies van advocatenkantoor De Roos & Pen van 2 maart 2016- al lang op de hoogte was/had moeten zijn van de risico’s en de te treffen maatregelen. Zoals hiervoor onder 4.5 is weergegeven heeft [eiser sub 2] een eigen verantwoordelijkheid. Indien zij, zoals zij stelt, een strenge interne compliance procedure hanteert, dient zij ervoor zorg te dragen dat deze procedure ook wordt nageleefd. Niet is gebleken dat [eiser sub 2] dat in het geval van Variis en Moodog heeft gedaan.

4.12. Samenvattend geldt het volgende. [eiser sub 2] heeft niet tijdig uitvoering gegeven aan de opdracht van ING om te stoppen met bitcoin transacties waarbij contant geld wordt gebruikt. Zij heeft bovendien niet tijdig voldoende onderzoek verricht naar de identiteit van haar twee grootste klanten, en naar hun activiteiten en de herkomst van de contante gelden, terwijl dat wel op haar weg had gelegen. Zij heeft aldus in strijd gehandeld met de zorgplicht als bedoeld in artikel 2, lid 2, ABV die zij jegens ING in acht dient te nemen. De door ING gestelde vertrouwensbreuk is daarmee voorshands voldoende aannemelijk.