IT 261

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Schrappen artikel 59 verbetert balans in ARBIT

met toestemming van Walter van Holst, Mitopics gepubliceerd, bedankt voor deze bijdrage van Computable.

De nu iets meer dan een week geleden gepubliceerde wijzigingen in de Arbit-modelovereenkomsten blijven de pennen beroeren. Daarbij worden vergaande uitspraken niet geschuwd, zoals afgelopen vrijdag toen op de Computable website door een tweetal advocaten van Kennedy van der Laan gesteld werd dat met name het buiten werking stellen van artikel 59 Arbit in strijd zou zijn met beleid en aanbestedingsrecht. In dit artikel een aantal fundamentele kanttekeningen bij deze stelling.

Allereerst een aantal feitelijke onjuistheden. De auteurs stellen dat open source een technologisch fenomeen is. Open source software is primair een juridisch en commercieel fenomeen: de voorwaarden voor het gebruiksrecht zijn fundamenteel anders. Dat heeft tot gevolg dat verdienmodellen een ander karakter krijgen. Twee tamelijk voor de hand liggende voorbeelden: het closed source kantoorautomatiseringspakket Oracle Open Office is grotendeels op dezelfde onderliggende broncode gebaseerd als het open source kantoorautomatiseringspakket LibreOffice. Ook de Websphere applicatieserver van IBM en Apache Geronimo delen op gelijksoortige wijze hun DNA.

Verder is een vrijwaring niet meer dan de garantie aan de afnemende partij dat in het geval derden menen aanspraken te hebben op de afnemer, leverancier dergelijke aanspraken af zal handelen. Het is dus altijd mogelijk om een dergelijke garantie af te geven, ook voor software die van derden afkomstig is. Natuurlijk brengt een dergelijke vrijwaring risico's met zich mee voor de leverancier. En als deze niet afgewenteld kunnen worden op een toeleverancier of verzekerd kunnen worden, kan er een restrisico overblijven wat voor een beursgenoteerde onderneming onaanvaardbaar is. Maar het zijn van een beursgenoteerde onderneming is een keuze. In essentie dus een commercieel/boekhoudkundig vraagstuk. Het door Sleeking en Westerdijk genoemde Red Hat heeft dit in zekere zin elegant opgelost door de vrijwaring in tijdsduur te relateren aan de duur van de onderhouds- en ondersteuningscontracten, maar er zijn ook andere oplossingen denkbaar.
Onbegrijpelijk is de stelling van Sleeking en Westerdijk dat het schrappen van uitsluitend voor open source leveranciers geldende aanvullende onderzoeksverplichtingen op de een of andere manier bevoordeling van dergelijke leveranciers zou zijn. Alle overige bepalingen in de ARBIT zijn namelijk net zo goed van toepassing op open source leveranciers als op die van meer klassiek gelicenseerde software.

De plank misslaan
Ook over de uitvoeringsagenda Nederland Open in Verbinding slaan de auteurs de plank helaas mis. Ik citeer doelstelling 3 van het Actieplan Nederland Open in Verbinding:

‘... bevorderen van een gelijk speelveld op de softwaremarkt en voorts het bevorderen van de innovatie en de economie door het gebruik van open source software krachtig te stimuleren en bij opdrachten de voorkeur te geven aan open source software bij gelijke geschiktheid.'

Hoe die voorkeur bij gelijke geschiktheid vormgegeven dient te worden is aan de betrokken overheden gelaten. Wellicht niet wat Sleeking en Westerdijk voor ogen hadden, maar het is denkbaar dat overheden het door hen aangesneden bezwaar tegen een onbeperkte vrijwaring voor open source software tegemoet komen door in die gevallen een andere vrijwaring te vragen dan de huidige van artikel 8 ARBIT en dus nog verder gaan dan de huidige volstrekt gelijke behandeling van leveranciers van klassiek gelicenseerde en die van open source gelicenseerde software.

Dat het sinds 2007 staande beleid verenigbaar is met het Europees aanbestedingsrecht staat buiten kijf, we hebben het immers over voorwaarden en verdienmodellen, iets waar leveranciers ook zelf een keuze in hebben. Sterker nog, in een onlangs door de Europese Commissie gepubliceerd Groenboek over de modernisering van het EU-beleid inzake overheidsopdrachten wordt expliciet erkend dat overheden hun inkoopmacht aan mogen wenden om maatschappelijke doelstellingen na te streven.

Tenslotte moet opgemerkt worden dat de kritiek op de Arbit voor een belangrijk deel vanuit ICT~Office komt. In het licht van de onevenwichtigheid van de ICT~Office voorwaarden heeft de mening van ICT~Office hierin evenveel gezag als die van een legbatterijhouder over het dierenwelzijn in de intensieve varkenshouderij.

Zonder de Arbit boven kritiek te verheffen zou ik willen stellen dat deze een fundamentele bijdrage kunnen leveren aan het opdrachtgeverschap van overheden. De Arbit zijn een grote stap voorwaarts, juist doordat deze niet alleen risico's beleggen, maar ook maatregelen benoemen om ze te beheersen. Het is daarbij inherent aan inkoopvoorwaarden dat risico's niet in de eerste plaats op de schouders van de verwervende partij drukken. Daarbij bevatten de Arbit aanknopingspunten voor partijen om hun rollen volwaardig in te vullen, bijvoorbeeld door nadrukkelijk de informatie-uitwisseling en de adviseursrol van leveranciers te benoemen.

BRON: Computable