IT 2452

Stiefvader lijkt online bestelling te hebben gedaan met gegevens van gedaagde

Ktr. Rechtbank Den Haag 28 november 2017, IT 2452; ECLI:NL:RBDHA:2017:13975 (Van Dijk tegen stiefdochter). Internet. Verbintenissenrecht. Van Dijk heeft in opdracht van gedaagde leermiddelen geleverd. Gedaagde heeft hier niet voor betaald en is in verzuim. Van Dijk vordert nakoming. Gedaagde stelt dat niet zij, maar haar stiefvader de overeenkomst is aangegaan. Van Dijk, op wie de bewijslast rust, voert aan dat een online bestelling is gedaan waarbij de gegevens van gedaagde zijn ingevuld. De kantonrechter oordeelt dat dit feit de stelling dat gedaagde partij is bij de overeenkomst niet kan dragen en wijst de vordering af. 

5. De kantonrechter stelt voorop dat de stelplicht en de bewijslast van de door Van Dijk gestelde overeenkomst tussen Van Dijk en [gedaagde] rust op Van Dijk.

6. [gedaagde] heeft betwist partij te zijn bij de overeenkomst waarop Van Dijk haar vordering baseert. Zij stelt immers dat niet zij, maar haar stiefvader de leermiddelen bij Van Dijk heeft besteld. Tegenover die betwisting heeft Van Dijk aangevoerd dat een online bestelling is gedaan en dat bij die bestelling de gegevens van [gedaagde] zijn ingevuld.

7. Ook als de juistheid van die laatste stelling van Van Dijk vast zou komen te staan, kan daaruit evenwel niet zonder meer worden afgeleid dat [gedaagde] bedoelde bestelling heeft gedaan. Bedoelde feiten sluiten immers niet uit dat haar stiefvader de bestelling heeft gedaan en daarbij de gegevens van [gedaagde] heeft ingevuld. De door Van Dijk gestelde feiten kunnen de haar stelling dat [gedaagde] partij is bij de door overeenkomst waarop de vordering is gebaseerd derhalve niet dragen. De vordering wordt daarom afgewezen.