IT 2107

Tussen tijdstip bieding internetveiling en gunning sloopwerkzaamheden

Hof 's-Hertogenbosch 28 juni 2016, IT 2107; ECLI:NL:GHSHE:2016:2611 (appellant tegen RaboHypotheekbank)
Internetveiling. Veilingvoorwaarden. Algemene voorwaarden. De openbare verkoop heeft plaatsgevonden door middel van een internetveiling. [appellant] heeft het registergoed op deze internetveiling gekocht voor een bedrag van € 610.000,-, exclusief veilingkosten en verdrachtskosten. Toenmlige eigenaar heeft sloopwerkzaamheden verricht tussen tijdstip van bieding en tijdstip van gunning. De Banken hebben ervoor in te staan dat het object tussen het tijdstip van aanvang van de veiling en het tijdstip van de gunning in die zin ongewijzigd blijft dat hetgeen tot het object behoort, niet wordt verwijderd.

4.12. In zijn zesde grief voert [appellant] aan dat de Banken tijdens de veiling op 6 juni 2013 om 13.30 uur een ongeschonden object hebben aangeboden, dat hij zijn bod heeft gedaan op 13.50 uur op 6 juni 2013 en dat [(toenmalige) eigenaar van het registergoed] tussen dat tijdstip van 13.50 uur en het tijdstip van 7 juni 2013, 16.05 uur waarop het object aan [appellant] is gegund, volop bezig was met slopen en afvoeren van materialen. Aldus hebben de Banken op 7 juni 2013 om 16.05 uur niet gegund wat was aangeboden op 6 juni 2013 om 13.30 uur.
Het hof stelt voorop dat de Banken het met [appellant] eens zijn dat voor de overgang van het risico van de verkoper op de koper het moment van de gunning bepalend is. De Banken stellen immers in de tweede zin van nr. 14 van hun memorie van antwoord “(…) dat voor overgang van het risico van verkoper op koper niet het moment van feitelijke levering maar het moment van gunning bepalend is.”. Dit betekent dat de Banken ervoor in hebben te staan dat het object tussen het tijdstip van aanvang van de veiling en het tijdstip van de gunning in die zin ongewijzigd blijft dat hetgeen tot het object behoort, niet wordt verwijderd. Bij wijze van voorbeeld merkt het hof hierbij op dat bijvoorbeeld roerende zaken als meubilair en ander huisraad in beginsel niet tot het verkochte object behoren.
De Banken hebben betwist dat [(toenmalige) eigenaar van het registergoed] tussen 6 juni 2013, 13.30 uur en 7 juni 2013, 16.05 uur sloopwerkzaamheden aan het object heeft verricht en/of materialen heeft afgevoerd die tot het object behoorden. Het is op grond van de hoofdregel van art. 150 Rv wat dat betreft aan [appellant] om te bewijzen dat er tussen 6 juni 2013, 13.30 uur en 7 juni 2013, 16.05 uur sloopwerkzaamheden aan het registergoed zijn verricht en materialen zijn afgevoerd. Het betreft hier, zo blijkt uit hetgeen [appellant] heeft aangevoerd op pag. 3-4 van zijn memorie van grieven, enkel stelcon platen. Voor zover hij nog andere zaken heeft genoemd die zouden zijn gesloopt en/of weggevoerd, is door hem niet gesteld dat dit tussen 6 juni 2013, 13.30 uur en 7 juni 2013, 16.05 uur heeft plaatsgevonden. Hetgeen na het tijdstip van gunning heeft plaatsgevonden, zo merkt het hof voor alle duidelijkheid op, is krachtens de overeenkomst en daarop van toepassing zijnde voorwaarden voor risico van [appellant] . Zo [appellant] wat dit betreft zijn bewijsaanbod te laat heeft gedaan, hetgeen overigens niet het geval is, zal het hof hem ambtshalve toelaten te bewijzen dat door of namens [(toenmalige) eigenaar van het registergoed] tussen 6 juni 2013, 13.30 uur en 7 juni 2013, 16.05 uur stelcon platen van het registergoed zijn verwijderd, terwijl deze tot het registergoed behoorden, en de hoogte van de daardoor geleden schade.

4.13. Het hof zal in afwachtng van de bewijslevering iedere verdere belissing aanhouden.