IT 165

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Verplichtingen platformaanbieder op internet

Voorzieningenrechter Rechtbank Dordrecht 17 november 2010, 89093 / KG ZA 10-221 (LJN: BO4259). Wat mag van de aanbieder van een internetplatform verwacht worden terzake bestrijden onjuiste informatie die door derden op zijn platform wordt geplaatst? "Van onrechtmatig handelen door [gedaagde] is pas sprake als hij daadwerkelijk weet of redelijkerwijs moet weten dat de informatie in het register onwettig is en hij dan niet prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken. "

PumpSupport exploiteert de website www.pompengids.net. De website biedt bedrijven de mogelijkheid om zich gratis te registreren en daarbij aan te vinken welk merk pomp zij verhandelen c.q. aan welk merk pomp zij (reparatie/service)werkzaamheden verrichten. Op de website adverteren aanbieders met (diensten met betrekking tot) pompen waarvan VW&B exclusief importeur/distributeur is in Nederland. VW&B sommeert PumpSupport om de namen van die andere pompleveranciers-/servicebedrijven te verwijderen. PumpSupport geeft daar geen gehoor aan, maar wijst de andere aanbieders wel op de sommatie en het feit dat ze geen inbreuk mogen maken. Volgdens de voorzieningenrechter is dat voldoende:

"5.2. Partijen verschillen van mening over de vraag wat van [gedaagde] verwacht mag worden ter zake het bestrijden van onjuiste informatie die door derden op zijn website wordt geplaatst.

5.3. Dat [gedaagde] instaat voor de juistheid van de informatie in het register op zijn website www.PompenGids.net blijkt voorshands niet. Vast staat dat de geregistreerde bedrijven zelf de informatie op de website aanleveren en dat [gedaagde] deze niet op juistheid controleert. Ook staat vast dat VW&B van deze werkwijze op de hoogte is, nu zij zich zelf op de website heeft geregistreerd. Dat de tekst van de website melding maakt van de woorden 'onafhankelijke gids', 'objectief' en 'complete gegevensbestand' maakt het vorenstaande niet anders. Dit betekent dat [gedaagde] niet onrechtmatig handelt vanwege de enkele omstandigheid dat in het register op zijn website informatie voorkomt die jegens een derde onrechtmatig is.

5.4. Van onrechtmatig handelen door [gedaagde] is pas sprake als hij daadwerkelijk weet of redelijkerwijs moet weten dat de informatie in het register onwettig is en hij dan niet prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.

5.5. [gedaagde] voert aan dat hij uit de kennisgeving van VW&B niet de conclusie kan trekken dat de informatie op zijn website jegens VW&B onrechtmatig is. [gedaagde] erkent dat VW&B ten aanzien van de in productie 4 bij de dagvaarding genoemde pompen de exclusieve fabrieksvertegenwoordiger is. Dit gegeven is echter onvoldoende om voorshands aan te nemen dat [gedaagde] weet of redelijkerwijs behoort te weten dat andere bedrijven die deze pompen aanvinken daarmee jegens VW&B onrechtmatig handelen. VW&B betwist niet dat subdealerovereenkomsten en parallelimport de mogelijkheid creëren van andere verkoop-, reparatie- en servicepunten dan die via VW&B worden geboden. Dit betekent dat de enkele kennisgeving over de aanwezigheid van onrechtmatige informatie niet voldoende is voor de conclusie dat [gedaagde] wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de informatie een onrechtmatig karakter heeft. [gedaagde] hoefde dan ook niet direct na de kennisgeving over te gaan tot het verwijderen van de betreffende informatie of het blokkeren van de toegang daartoe.

5.6. De vereiste zorgvuldigheid gebood [gedaagde] wel om na de kennisgeving van VW&B op passende wijze handelend op te treden. Vast staat dat [gedaagde] handelend heeft opgetreden met zijn oproep op de website om onjuistheden kenbaar te maken (zie 2.6.) en dat misbruik niet is toegestaan (zie 2.7.). De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit optreden, in de gegeven omstandigheden, onvoldoende was. Uit de door VW&B als productie 8 overgelegde e-mail van [gedaagde] aan VW&B, waarvan de inhoud niet is betwist, blijkt dat de kennisgeving van VW&B betrekking heeft op 23 beheerders. Gelet op dit relatief kleine aantal en de relatief beperkte doelgroep waarop zijn website betrekking heeft, lag het op de weg van [gedaagde] de betreffende beheerders om nadere informatie te vragen. Daartoe is [gedaagde] eerst met zijn e-mail van 11 oktober 2010 (zie 2.8.) overgegaan. Voorshands blijkt niet dat deze handelwijze van [gedaagde] was ingegeven door eigen gewin. Het enkele feit dat [gedaagde] betaald wordt voor de wijze waarop de registratie plaatsvindt (zie 2.4.) is voor de aanname daarvan onvoldoende. Vast staat dat registratie op de website kosteloos is, zodat [gedaagde] niet beter wordt van zoveel mogelijk registraties. Bovendien staat vast dat [gedaagde] niet stil is blijven zitten, maar heeft gezocht naar passende maatregelen, terwijl VW&B slechts aandrong op het verwijderen van de informatie en [gedaagde] daartoe niet zonder meer hoefde over te gaan."

Lees het vonnis hier.

Lees hier het commentaar van Arnoud Engelfriet.