IT 752

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Verslag Kern van ITenRecht II

Een verslag van Rik Bouman, student Juridische Hogeschool Avans-Fontys.

Op 12 april jl. vond de actualiteitenbijeenkomst ‘Kern van het ITenRecht II’ plaats in De Balie te Amsterdam welke werd georganiseerd door uitgever deLex. Tijdens deze bijeenkomst lag de nadruk op de onderwerpen ‘Capita Selecta ICT-Office en ARBIT voorwaarden’, ‘Games: markt, praktijk en levende onderwerpen’ en ‘Opzegging en best practices rondom algemene voorwaarden’.

Capita Selecta ICT-Office en ARBIT voorwaarden

De presentatie werd verzorgd door mr. dr. Tycho de Graaf die als advocaat is verbonden aan NautaDutilh te Amsterdam en tevens doceert aan de Universiteit Leiden.

De onderwerpen garanties, exoneraties en de verhouding tussen deze twee werden belicht vanuit de ICT~Office en ARBIT-voorwaarden. Als eerste werden de arresten Hoog Catharijne (LJN ZC1930) en Mol/Meijer (LJN AA4728) aangehaald waarin is bepaald dat garanties geen vaste betekenis hebben en dat er bij de uitleg van garantiebepalingen het Haviltex-criterium moet worden toegepast. In beginsel kan er volgens de parlementaire geschiedenis geen beroep op overmacht gedaan bij normaaltype garanties, echter de Hoge Raad heeft in het arrest Brok/Huberts (LJN ZC2541) bepaald dat wanneer er sprake is van koop de leverancier wel een beroep kan doen op overmacht ondanks de wettelijke 'garantie' in artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek.

Bij de korte bespreking van de exoneraties werd voornamelijk ingehaakt op de maximum te vorderen schadevergoeding die door de ICT~Office en ARBIT-voorwaarden worden bepaald. Er wordt er in beide voorwaarden onderscheid gemaakt tussen personen- en zaakschade en zuivere vermogensschade. Zo is in de ICT~Office-voorwaarden een global cap gesteld van 0,5 miljoen euro voor zuivere vermogensschade en een global cap van 1,25 miljoen euro voor personen- en zaakschade. In de ARBIT-voorwaarden is er voor personen- en zaakschade een cap per event van 1,25 miljoen euro gesteld en voor zuivere vermogensschade een cap per event van viermaal de vergoeding die de leverancier voor zijn diensten ontvangt.

Opgemerkt moet worden dat in tegenstelling tot de ARBIT-voorwaarden, die geen onderscheid maken tussen directe en indirecte of gevolgschade, de ICT~Office-voorwaarden indirecte en gevolgschade uitsluiten. Hiernaast ging De Graaf in op de exoneratie met betrekking tot IE-rechten van derden waar beide voorwaarden de afnemer vrijwaren van inbreuk op eventuele IE rechten.

Als laatste werd de verhouding tussen garanties en exoneraties behandeld. Volgens Brunner, Van Rossum en Janssen prevaleert de bijzondere garantie boven de algemene exoneratie. De Graaf droeg de arresten Hoog Catharijne, Mol/Meijer en Vos/Heipro (LJN AF5538) aan om deze stelling te weerleggen. Zo hebben garanties geen vaste betekenis en heeft de Hoge Raad in het arrest Vos/Heipro opgemerkt dat er geen rechtsregel is dat een bijzondere bepaling derogeert aan een algemene bepaling, maar dat dit enkel een gezichtspunt is dat bij uitleg van de overeenkomst met behulp van het Haviltex-criterium.

Games: markt, praktijk en levende onderwerpen

De presentatie werd verzorgd door mr. Olivier Oosterbaan die zich als advocaat met zijn onderneming Create Law te Amsterdam onder andere richt op de games sector. Oosterbaan benadrukte dat ‘games’ zeer zeker niet verward moet worden met ‘gaming’ of ‘gambling’.

Oosterbaan gaf een beknopt overzicht van enkele aspecten binnen de gaming sector waar juristen een rol in kunnen spelen. Zo werd er gesproken over de markt met als onderwerpen distributie, verdienmodellen en de veranderingen op deze markten. Ook de praktijk met onderwerpen zoals de ontwikkeling van games en de wijze waarop studio’s of distributeurs inkomsten ontvangen, werden besproken. Als laatste besprak Oosterbaan enkele levende onderwerpen zoals inbreuk op IE-rechten en verscheidene privacy issues.

Opzegging en best practices rondom algemene voorwaarden

De presentatie werd verzorgd door mr. Menno Weij die als advocaat is verbonden aan SOLV Advocaten te Amsterdam.

Met het arrest Otto/Postwanorder (LJN BC2420) als voorbeeld leidde Weij de presentatie in om de geldigheid van een aanbod langs elektronische weg te belichten. Hierna werd ingegaan op de ingebrekestelling per e-mail en de verschillende aspecten van disclaimers.

Tijdens de presentatie was er interactie met deelnemers over de terhandstelling van de algemene voorwaarden bij digitale producten bestemd voor mobiele apparaten. Zo is het voor een rechtmatige terhandstelling van de algemene voorwaarden langs elektronische weg verplicht dat deze moeten kunnen worden opgeslagen dan wel te printen zijn. Mobiele software zoals iOS en Android bieden echter niet standaard de mogelijkheid om documenten op te slaan of te printen. Als meest werkbare oplossing werd aangenomen dat aanbieders de algemene voorwaarden als pdf per e-mail ter beschikking kunnen stellen.

De Wet van Dam werd kort besproken, waarna een korte interactie plaatsvond over algemene voorwaarden die op digitale wijze ter hand worden gesteld in een 'offline' situatie . In deze interactie kwam naar voren dat een gebruiker van algemene voorwaarden op grond van artikel 6:234 lid 2 Burgerlijk Wetboek aan zijn verplichting in de zin van artikel 6:233 sub b Burgerlijk Wetboek voldoet, indien hij de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld op zodanige wijze dat deze door de wederpartij kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming. Hiernaast is op grond van artikel 6:234 lid 3 Burgerlijk Wetboek vereist dat wanneer de overeenkomst zelf niet langs elektronische weg tot stand is gekomen, de wederpartij uitdrukkelijk instemt met het online ter beschikking stellen van de algemene voorwaarden.

Opgemerkt moet worden dat in het arrest First Data/KPN (LJN BO7108) de Hoge Raad heeft overwogen dat het enkele feit dat de algemene voorwaarden op internet kunnen worden gevonden, nog niet met zich meebrengt dat de gebruiker hiermee automatisch aan zijn informatieplicht heeft voldaan. Er zal sprake moeten zijn van een directe verwijzing naar de algemene voorwaarden door bijvoorbeeld het gebruik van een hyperlink.