IT 2574

Verzoek verwijdering zoekresultaat: aanmerking als public figure leidt tot 'bijzonder geval'

Rechtbank Amsterdam 25 januari 2018, IT 2574; ECLI:NL:RBAMS:2018:2979 (Recht om vergeten te worden) Privacy. In deze zaak wordt besloten over het verzoek aan Google tot verwijdering van koppelingen naar URL’s. De links bevatten informatie over het straf- en fiscaalrechtelijke verleden van een zakenman. In de beoordeling van de zaak speelt mee dat de verzoeker is aan te merken als een public figure. Doordat de zakenman een public figure is, komt zwaarder gewicht toe aan het beschikbaar maken en houden voor het publiek van de desbetreffende koppelingen. Er is sprake van een ‘bijzonder geval’, dat rechtvaardigt dat het economisch belang van Google en het gerechtvaardigde belang van de internetgebruikers zwaarder wegen. De vordering wordt afgewezen.

4.16. In de hier te verrichten afweging is mede van belang dat de onderhavige URL’s de enige zoekresultaten zijn die verwijzen naar straf- en fiscaalrechtelijke verdenkingen van [verzoeker]. Verwijdering zal ertoe leiden dat deze, voor het publiek relevante, informatie in de praktijk onvindbaar - althans moeilijk vindbaar - wordt. Hierdoor kan een onevenwichtig beeld ontstaan over (het zakelijk handelen van) [verzoeker], nu de overige URL’s in de zoekresultatenlijst verwijzen naar publicaties over zijn succesvolle transacties.

4.17. Bij het vorenstaande komt verder dat [verzoeker] weliswaar in het algemeen niet actief de publiciteit zoekt, maar toch een zekere rol speelt in het openbare leven, en in die zin is aan te merken als een public figure. Hij heeft zich immers enkele malen laten interviewen in landelijke media en komt voorts voor in de zogenoemde Quote 500 lijst van rijkste Nederlanders. Niet is gesteld of gebleken dat hij daartegen bezwaar heeft gemaakt.

4.18. Hiertegenover staat dat het beschikbaar maken en houden voor het publiek van de desbetreffende koppelingen, kan leiden tot negatieve consequenties voor het zakelijke en het privéleven van [verzoeker].

4.19. Bij afweging van hetgeen hiervoor in 4.13-4.17 is vermeld, tegen de in 4.18 vermelde negatieve consequenties, is de rechtbank van oordeel dat aan de eerstvermelde omstandigheden een aanzienlijk zwaarder gewicht toekomt dan aan de laatstvermelde omstandigheid.

4.20. Het vorenstaande brengt mee dat in deze zaak sprake is van een “bijzonder geval” als in de hiervoor in 4.12 geciteerde overwegingen bedoeld, dat rechtvaardigt een uitzondering te maken op het uitgangspunt dat de grondrechten van een natuurlijk persoon als bedoeld in de artikelen 7 en 8 Handvest (het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens) in de regel zwaarder wegen dan, en dus voorrang hebben op, het economisch belang van de exploitant van de zoekmachine en het gerechtvaardigde belang van de internetgebruikers die mogelijk toegang kunnen krijgen tot de desbetreffende zoekresultaten. Dit betekent dat de vordering wordt afgewezen.