IT 2165

Vodafone handelt onrechtmatig door de weigering om NAW-gegevens van abonnee bekend te maken

vodafone

Vzr. Rechtbank Limburg 24 oktober 2016, IT 2165; ECLI:NL:RBLIM:2016:9210 (X tegen VODAFONE LIBERTEL B.V.) Onrechtmatig handelen. NAW-gegevens. Eiser verlangt dat Vodafone de NAW-gegevens verstrekt van de abonnee aan wie het IP-adres toebehoort, omdat er een Facebookpagina was aangemaakt waarin mensen stelden gedupeerd te zijn door de winkel van eiser. Eiser vordert bij Vodafone alle bij haar bekende gebruikers/contactgegevens, waaronder de naam, woonplaats en behorende bij het IP-adres. Vodafone weigert. Het gaat nu om de vraag of de weigering van Vodafone om de NAW-gegevens van haar abonnee aan eiser bekend te maken in strijd met de zorgvuldigheid die zij jegens eiser in acht dient te nemen. Na toetsing aan deze criteria uit het Lyco/Pessers arrest komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat Vodafone onrechtmatig handelt jegens eiser. Het is volgens de rechtbank voldoende aannemelijk dat dergelijke beschuldiging op Facebook, indien vast zou komen te staan dat deze niet op een feitelijke grondslag berust, onrechtmatig is jegens de eiser. In dat geval is het niet ondenkbaar dat eiser ten gevolge van deze mogelijk onrechtmatige uitlatingen schade, zoals bijvoorbeeld reputatieschade, heeft geleden.

4.4.7.1. Op grond van het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de weigering van Vodafone om de NAW-gegevens van haar abonnee aan [eiser] bekend te maken in strijd is met zorgvuldigheid die zij jegens [eiser] in acht dient te nemen. Vodafone handelt aldus onrechtmatig jegens [eiser] . Dit brengt met zich dat de vordering van [eiser] zal worden toegewezen voor zover deze ertoe strekt dat Vodafone de NAW-gegevens van de abonnee op wiens naam de internetaansluiting behorend bij het IP-adres: [IP-adres] staat, aan [eiser] verstrekt.

4.4.7.2. Voor zover [eiser] heeft beoogd zijn vordering te concretiseren in die zin dat voorzieningenrechter Vodafone (tevens) dient te gebieden de NAW-gegevens te verstrekken van de abonnee op wiens naam de internetaansluiting behorend bij het hiervoor genoemde IP-adres stond tijdens de inlogmomenten, die hebben plaatsgevonden in de periode van 15 december 2015 tot en met 21 januari 2016, zoals weergegeven in productie 15 bij dagvaarding, gaat de voorzieningenrechter hieraan voorbij. Vodafone heeft immers, onder verwijzing naar de door haar als productie drie bij akte houdende overlegging producties in het geding gebrachte e-mailberichten, onweersproken gesteld dat vanaf 21 januari 2016 geen wijzigingen in het netwerk hebben plaatsgevonden. De voorzieningenrechter gaat daarom ervan uit dat de abonnee op wiens naam de internetaansluiting behorend bij IP-adres [IP-adres] op dit moment staat, dezelfde abonnee is als de abonnee op wiens naam de internetaansluiting behorend bij dit IP-adres stond op 21 januari 2016. Tevens betrekt de voorzieningenrechter bij zijn oordeel dat hij geen aanleiding heeft om te veronderstellen dat in de periode van 4 januari 2016 tot en met 21 januari 2016 wel een netwerkwijziging heeft plaatsgevonden.

4.4.7.3. Met betrekking tot de termijn waarbinnen Vodafone de gegevens aan [eiser] dient te verstrekken, overweegt de voorzieningenrechter dat zij dat, zoals [eiser] heeft gevorderd, binnen zeven dagen na betekening van het vonnis dient te doen. Vodafone heeft weliswaar betoogd dat de voorzieningenrechter haar een termijn van twee weken na betekening van dit vonnis hiervoor dient te gunnen, maar de voorzieningenrechter ziet daarvoor geen aanleiding. Het staat immers vast dat Vodafone op dit moment reeds beschikt over de betreffende gegevens, zodat zij deze onmiddellijk aan [eiser] kan verstrekken. Dit zou anders zijn geweest indien Vodafone nu nog onderzoek zou moeten verrichten om de gegevens te achterhalen.

4.4.7.4. Voor zover de vordering ertoe strekt dat de voorzieningenrechter aan de veroordeling toevoegt dat Vodafone de gegevens dient te verstrekken tenzij zij niet daarover beschikt, zal deze worden afgewezen. Vodafone heeft immers erkend dat zij beschikt over de NAW-gegevens van de abonnee op wiens naam de internetaansluiting staat die behoort hiervoor genoemde IP-adres. In dit licht heeft [eiser] onvoldoende gesteld om aannemelijk te achten dat hij belang heeft bij toewijzing van dit onderdeel van de vordering.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. Gebiedt Vodafone om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de NAW-gegevens aan [eiser] te verstrekken van de abonnee op wiens naam de internetaansluiting behorend bij IP-adres [IP-adres] staat,