IT 2187

Vordering afgifte medische gegevens ex 843a Rv tijdens verzoekschriftprocedure in strijd met goede procesorde

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 november 2016, IT 2187; LS&R 1399; ECLI:NL:RBZWB:2016:7052 (X tegen Onderlinge Verzekering Maatschappij ZLM) Persoonsgegevens. Medische gegevens. ZLM vordert huisartsenkaart en medische informatie van fysiotherapeutische behandeling die X heeft ondergaan. De incidentele vordering van de verzekeraar tot afgifte van medische gegevens op grond van art. 843a Rv tijdens verzoekschriftprocedure tot het bevelen van een voorlopig deskundigenonderzoek, is in dit stadium, in strijd met een goede procesorde.

3.8. De rechtbank overweegt dat ZLM inmiddels een verzoekschrift tot het bevelen van een voorlopig deskundigenonderzoek bij de rechtbank heeft ingediend waarbij zij de rechtbank heeft verzocht om een orthopedisch chirurg, een verzekeringsgeneeskundige en een arbeidsdeskundige te benoemen. De mondelinge behandeling heeft inmiddels plaatsgehad en de rechtbank heeft ter zitting uitspraak bepaald. Het verzoek van ZLM strekt ertoe – kort gezegd – antwoord te krijgen op de vraag of de pre-existente klachten op orthopedisch vakgebied tot (blijvende) beperkingen hebben geleid waardoor [eiser 1] in de situatie zonder ongeval ongeschikt zou zijn geweest voor het verrichten van al dan niet betaalde arbeid of waardoor anderszins het causaal verband tussen de door [eiser 1] gestelde schade en het ongeval is doorbroken. Daarnaast strekt het ter bepaling van de (blijvende) beperkingen en belastbaarheid als gevolg van het ongeval, alsmede ter bepaling van de omvang van de schade.

3.10. De rechtbank stelt vast dat de (medische) informatie waarvan ZLM afgifte vordert in het kader van de in het verzoekschrift van ZLM genoemde vragen kan worden opgevraagd door de deskundigen die zij in het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig deskundigenonderzoek ter benoeming door de rechtbank heeft voorgesteld. Zoals uit de hiervoor genoemde beschikkingen blijkt, is het aan de deskundigen om te bepalen welke door partijen te verschaffen gegevens voor de uitvoering van het opgedragen onderzoek noodzakelijk zijn, waarbij ZLM die deskundigen overigens zo nodig zal kunnen wijzen op de noodzaak om bepaalde informatie op te vragen. In het door de Hoge Raad in de beschikkingen geschetste systeem past niet dat ZLM in dit stadium, terwijl de deskundigen in het kader van de verzoekschriftprocedure nog niet zijn benoemd (en dus ook nog niet duidelijk is welke informatie deze deskundigen al dan niet noodzakelijk achten) vordert dat deze informatie op grond van artikel 843a Rv wordt afgegeven.

3.11. De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van ZLM dat zij over de huisartsenkaart dient te beschikken om te kunnen beoordelen of een psychiatrische expertise aangewezen is. In het deskundigenrapport van Oosterhoff is naar aanleiding van een daarop gerichte vraag vermeld dat een psychiatrische expertise zinvol kan zijn. Waarom dit onvoldoende is voor de beoordeling door ZLM, heeft ZLM (nog afgezien van de relevantie van haar argument) niet toegelicht. Bovendien heeft ZLM in het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig deskundigenonderzoek voorgesteld om ook aan de orthopedisch chirurg te vragen of hij een expertise op een ander vakgebied nodig vindt.

3.12. De conclusie luidt dat de vordering van ZLM in dit stadium in strijd is met een goede procesorde, zodat sprake is van een gewichtige reden als bedoeld in artikel 843a Rv. De vordering dient te worden afgewezen en ZLM zal als in de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident worden verwezen.