IT 2461

Vordering tot verstrekking gegevens en verwijdering uitingen op Twitter in verstek toegewezen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 5 januari 2018, IEF 17436; IT 2461; ECLI:NL:RBAMS:2018:113 (Eisers tegen Twitter) Persoonsgegevens. Sociale media. Verstekvonnis. Kort geding. Vordering tot verwijdering van uitingen op Twitter en verstrekken van NAW-(naam, adres en woonplaats)gegevens toegewezen. Het centrum van de belangen van eisers bevindt zich in Nederland (de helft van eisers woont in Nederland, veel werkzaamheden van de bedrijven van eiser vinden in Nederland plaats, een deel van eisers werk in Nederland en de bedrijven hebben veel Nederlandse klanten) is de Nederlandse rechter bevoegd om van de vorderingen in dit kort geding kennis te nemen. Nederlandse rechter is bevoegd, omdat schadebrengende feit zich in Nederland voordoet.

Verstekverlening
2.1. Gedaagden zijn gevestigd in de Verenigde Staten van Amerika. De voorzieningenrechter heeft verlof verleend hen te dagvaarden op verkorte termijn.

In de dagvaarding is vermeld dat de dagvaarding met een Engelse vertaling is en zal worden uitgereikt overeenkomstig de op grond van het Haags Betekeningsverdrag (HBetV) geldende vormvoorschriften, zoals in de dagvaarding nader uitgewerkt.

De bevestiging dat de dagvaarding overeenkomstig de vormvoorschriften is betekend is nog niet retour ontvangen.

Daarnaast is genoegzaam gebleken dat de dagvaarding tijdig inclusief een Engelse vertaling per e-mail aan gedaagden is toegezonden en dat zij van de inhoud daarvan kennis hebben genomen. De akte wijziging van eis is niet aan gedaagden betekend. De raadsvrouw van eisers heeft desgevraagd meegedeeld dat deze akte inclusief een Engelse vertaling op 29 december 2017 vanwege de spoed per e-mail naar de bij eisers bekende e-mailadressen (waar vandaan gedaagden eerder ook hebben gereageerd) van gedaagden is toegezonden.

Tegen de achtergrond van het spoedeisende karakter van de vorderingen in dit kort geding is voldoende gewaarborgd dat gedaagden op de hoogte zijn van de inhoud van de dagvaarding en de wijziging van eis, alsmede dat zij de mogelijkheid hebben gehad om daartegen behoorlijk verweer te voeren (zie artikel 15 lid 3 HBetV, de Memorie van toelichting bij de Goedkeuringswet HBetV, Kamerstukken II 1973-1974, 12 865 (R 948), nr. 3, p. 8), alsmede HR 14 december 2017, ECLI:NL:HR:2007:BB7192). Tegen gedaagden zal dan ook verstek worden verleend.

Bevoegdheid
2.2. Ingevolge artikel 6 aanhef en onder 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of kan voordoen. Nu het centrum van de belangen van eisers zich in Nederland bevindt (de helft van eisers woont in Nederland, veel werkzaamheden van de bedrijven van eiser sub 1 vinden in Nederland plaats, een deel van eisers werk in Nederland en de bedrijven hebben veel Nederlandse klanten) is de Nederlandse rechter bevoegd om van de vorderingen in dit kort geding kennis te nemen.

Vorderingen
2.3. De vorderingen komen niet onrechtmatig of ongegrond voor, met dien verstande dat aan de belangen van eisers ter zake van de gewijzigde eis voldoende tegemoet wordt gekomen met toewijzing van de in het dictum vermelde NAW-(naam, adres, woonplaats)gegevens. Vooralsnog komt de vordering ter zake de betaalgegevens van betrokkenen en ‘overige gegevens’ ten behoeve van hun identificatie ongegrond voor. De vorderingen zijn voor het overige toewijsbaar, zoals nader geformuleerd in het dictum, met inachtneming van een termijn van drie (3), respectievelijk vijf (5) dagen en met maximering van de dwangsommen zoals hierna in het dictum vermeld.