IT 2608

Zoekresultaten niet verwijderen: groot publiek belang bij informatie over misstanden bij faillissementen

Rechtbank Midden-Nederland 8 mei 2018, IT 2608; ECLI:NL:RBMNE:2018:2196 (Verzoeker tegen Google) Geen verwijdering zoekresultaten. Verzoeker heeft in verschillende functies bij een aantal financiële instellingen gewerkt en is voormalig financieel adviseur van (noodlijdende) bedrijven. Over hem zijn verschillende artikelen geschreven waar de zoekresultaten naar verwijzen. De zoekresultaten zijn juist, relevant en niet bovenmatig. De artikelen zijn gepubliceerd door media die een journalistieke rol vervullen en door de curator. Bovendien zijn de zoekresultaten actueel aangezien de publicaties waar zij naar verwijzen van 2015 en 2016 dateren. Voorts volgt een belangenafweging om te bekijken of er sprake is van een bijzonder geval waardoor het belang van Google of het publiek dient te prevaleren. Doordat Verzoeker in faillissementszaken strafrechtelijk en civielrechtelijk is veroordeeld, heeft de media aandacht aan zijn zakelijke activiteiten besteed. Misstanden bij faillissementen en in de zakelijke sector zijn bovendien actuele maatschappelijke thema’s waarvoor grote publieke belangstelling bestaat. Het publiek heeft dan ook groot belang bij de toegang tot de informatie achter de onderhavige zoekresulaten. Het verzoek wordt afgewezen.

4.9. Google heeft in haar verweerschrift aangevoerd dat de gewraakte zoekresultaten niet onjuist, irrelevant of bovenmatig zijn. Zij heeft daarbij gesteld dat de zoekresultaten verwijzen naar broninformatie die betrekking heeft op [verzoeker] en dat zij daarom juist zijn. Google heeft daarnaast gesteld dat de zoekresultaten relevant zijn omdat de artikelen waar de gewraakte zoekresultaten naar verwijzen door serieuze informatiebronnen zijn gepubliceerd, te weten door media die een journalistieke functie vervullen en door de curator. Volgens Google zijn de zoekresultaten ook niet bovenmatig, omdat zij verwezen naar verschillende informatiebronnen met verschillende onderwerpen die overwegend zien op het professionele handelen van [verzoeker] . Google heeft hiermee toereikend gemotiveerd dat de zoekresulaten juist, relevant en niet bovenmatig zijn.

4.15. Hoewel het voorstelbaar is dat de informatie waar de gewraakte zoekresultaten naar verwijzen een impact heeft op het persoonlijke leven van [verzoeker] , zoals hij ook heeft betoogd, heeft deze informatie betrekking op zijn activiteiten in professionele zin en niet op zijn handelswijze als privépersoon. [verzoeker] is, anders dan hij aanvoert, te beschouwen als een publiek persoon, in de zin dat hij een rol speelt in het openbare leven door zijn eigen toedoen. Doordat [verzoeker] in faillissementszaken strafrechtelijk en civielrechtelijk is veroordeeld, heeft de media aandacht aan zijn zakelijke activiteiten besteed. Misstanden bij faillissementen en in de zakelijke sector zijn bovendien actuele maatschappelijke thema’s waarvoor grote publieke belangstelling bestaat. Het publiek heeft dan ook, zoals Google heeft aangevoerd, groot belang bij de toegang tot de informatie achter de onderhavige zoekresulaten. Dit geldt temeer nu hoewel [verzoeker] heeft gesteld dat hij de professionele activiteiten waarmee hij in opspraak is geraakt heeft gestaakt, hij op de mondelinge behandeling heeft verklaard in de financiële wereld te willen terugkeren en daartoe in gesprek te zijn met mensen binnen zijn netwerk uit het verleden. Daarnaast blijkt uit het vonnis van 19 april 2017 dat [verzoeker] nog recentelijk op een ontoelaatbare wijze heeft gehandeld in het zakelijke verkeer. Daarbij is niet relevant of [verzoeker] wel of geen partij was bij die procedure en of daaruit wel of geen claims jegens hem zijn voortgevloeid. [verzoeker] heeft in dit verband nog gesteld dat de [naam dagblad 3] het artikel waarin over voornoemde uitspraak is bericht, heeft gerectificeerd en van het internet verwijderd. Google heeft de juistheid van deze stelling gemotiveerd weersproken en erop gewezen dat het artikel enkel op delen is gerectificeerd en nog steeds op het internet vindbaar is. Tegenover de betwisting door Google heeft [verzoeker] zijn stelling vervolgens onvoldoende nader toegelicht of onderbouwd, zodat de juistheid van die stelling niet is komen vast te staan. [verzoeker] heeft voorts gesteld dat hij in verband met het faillissement van [bedrijfsnaam 2] ten onrechte door het [naam dagblad 2] in het artikel van [2016] in het ‘beklaagdenbankje’ is geplaatst. Deze stelling heeft [verzoeker] onvoldoende onderbouwd zodat daaraan voorbij wordt gegaan. Om voormelde redenen weegt het belang van [verzoeker] , daarin gelegen dat de gewraakte zoekresulaten bij een zoekopdracht met zijn naam niet worden getoond, veel minder zwaar dan het recht van het publiek om de informatie waar deze zoekresultaten naar verwijzen te vinden en dat van Google om deze zoekresulaten weer te geven. De omstandigheid dat [verzoeker] vanwege de gewraakte zoekresultaten wordt geconfronteerd met het verleden en daardoor, zoals hij stelt, wordt belemmerd om terug te keren in de maatschappij leidt niet tot een andere uitkomst.