Auteursrecht

IT 197

Geen auteursrecht op gebruikersinterface?

Op 22 december 2010 bepaalde het HvJ EU dat een grafische gebruikersinterface als werk auteursrechtelijke bescherming kan genieten indien hij een eigen intellectuele schepping van zijn auteur is (zie hier en de eerdere conclusie van de AG hier). De Amsterdamse rechter dacht daar in het verleden anders over. 

Op 18 november 1993 oordeelde de president van de Rb Amsterdam (Slasoft/ Digi Nederland, Computerrecht 1994/3) als volgt:

"5 Het computerprogramma Slafak komt in zijn totaliteit voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking aangezien het voldoet aan het vereiste van oorspronkelijkheid daar het een eigen, oorspronkelijk karakter bezit en het oorspronkelijke karakter van de maker draagt. [...]

6. De gebruikersinterface als zodanig geniet, naar voorshands wordt aangenomen, geen auteursrechtelijke bescherming omdat zij een onzelfstandig onderdeel van de programmatuur vorm en dus niet is te kwalificeren als een afzonderlijk werk."

Vergelijk ook de noot van Jaap Spoor bij HR 22 maart 2002 (NVM/Telegraaf), NJ 2003/149:  

"Men kan niet zo maar naar believen min of meer willekeurige onderdelen van of selecties uit gegevensverzamelingen verheffen tot rechtsobjecten al naar gelang dat toevallig zo uitkomt."

De vraag is of de leer van het "onzelfstandige onderdeel" nog gehanteerd kan worden na de uitspraak van het HvJ EU. Overigens heeft Alfred Meijboom een lezenswaardige noot geschreven in Computerecht 1994/3 bij de uitspraak van de Amsterdamse rechter. Daarin betoogt Meijboom met kracht van argument dat een gebruikersinterface weldegelijk als zelfstandig werk kan worden beschouwd, zij het in de sleutel van het door het HvJ EU voor interfaces afgeschoten softwareauteursrecht.

Voor meer achtergrond over de bescherming van interfaces zie ook de nieuwe Softwarerecht van Struik, Van Schelven en Hoorneman, met name paragraaf 2.9.

IT 194

Grafische gebruikersinterface geen software

HVJ EU, 22 december 2010, zaak C-393/09, Bezpečnostní softwarová asociace (de BSA) tegen Ministerstvo kultury (prejudiciële vragen Nejvyšší správní soud, Tsjechië). De grafische gebruikersinterface vormt volgens het Hof geen uitdrukkingswijze van een computerprogramma in de zin van artikel 1, lid 2, van richtlijn 91/250 en valt niet onder de auteursrechtelijke bescherming die deze richtlijn aan computerprogramma’s toekent. Het Hof volgt daarbij zijn AG (zie IT en Recht nr IT 125).

Enkele overwegingen uit het arrest:

"40 De grafische gebruikersinterface is met name een interactieve interface, die communicatie mogelijk maakt tussen het computerprogramma en de gebruiker ervan.

41 In die omstandigheden kan het computerprogramma niet worden gereproduceerd op basis van de grafische gebruikersinterface, maar vormt deze interface louter een element van het programma dat de gebruikers de mogelijkheid biedt om dit programma optimaal te gebruiken.

42 Hieruit volgt dat deze interface geen uitdrukkingswijze van een computerprogramma vormt in de zin van artikel 1, lid 2, van richtlijn 91/250, zodat hij niet onder de bijzondere auteursrechtelijke bescherming valt die deze richtlijn aan computerprogramma’s verleent. [...]

44 In dit verband moet worden nagegaan of de grafische gebruikersinterface van een computerprogramma onder de bescherming van het gemeenrechtelijk auteursrecht valt op grond van richtlijn 2001/29. [...]

46 Bijgevolg kan de grafische gebruikersinterface als werk auteursrechtelijke bescherming genieten, indien hij een eigen intellectuele schepping van zijn auteur is. [...]

48 Bij zijn beoordeling dient de nationale rechter met name rekening te houden met de schikking en de specifieke configuratie van alle onderdelen van de grafische gebruikersinterface, teneinde vast te stellen welke daarvan het oorspronkelijkheidscriterium vervullen. In dit verband voldoen onderdelen van de grafische gebruikersinterface die louter worden gekenmerkt door hun technische functie, niet aan dit criterium.

49 Zoals de advocaat-generaal in de punten 75 en 76 van zijn conclusie aangeeft, is aan het oorspronkelijkheidscriterium immers niet voldaan wanneer de uitdrukking van deze onderdelen door hun technische functie wordt bepaald, aangezien de verschillende manieren om een idee uit te voeren dan zodanig beperkt zijn dat het idee samenvalt met de uitdrukking ervan.

50 In een dergelijk geval kan de auteur door middel van de onderdelen van de grafische gebruikersinterface onmogelijk uitdrukking geven aan zijn creatieve geest en tot een resultaat komen dat een eigen intellectuele schepping vormt.

51 In het licht van het bovenstaande dient op de eerste vraag te worden geantwoord, dat de grafische gebruikersinterface geen uitdrukkingswijze van een computerprogramma vormt in de zin van artikel 1, lid 2, van richtlijn 91/250 en dat hij niet onder de auteursrechtelijke bescherming valt die deze richtlijn aan computerprogramma’s toekent. Niettemin kan een dergelijke interface als werk wel onder de auteursrechtelijke bescherming vallen van richtlijn 2001/29, indien hij een eigen intellectuele schepping van zijn auteur vormt."

Lees het arrest hier.

Ook verschenen op IEForum.

IT 191

Europese Commissie veroordeeld tot ruim € 12 miljoen schade voor inbreuk op software

Gerecht van de Europese Unie, 16 december 2010, inzake Systran tegen Europese Commissie. Eerste reactie. Commissie word veroordeeld tot betaling van € 12.001.000 schade aan Systran wegens inbreuk auteursrecht op vertaalsoftware. Met dank aan Benjamin Docquir, Simont Braun.

De uitspraak is op dit moment nog enkel in het Frans beschikbaar. De uitspraak is hier raadpleegbaar.

Systran of voorgangers ervan hadden opeenvolgende contracten met de Commissie gesloten, al sinds 1975. De Commissie was blijkbaar de mening toegedaan dat zij bepaalde IE rechten op de software had verkregen, en initieerde een openbare aanbesteding voor het verbeteren van de software.

De verzoekende partijen (Systran) beroepen zich op de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Commissie, omwille van schending van hun auteursrecht en know-how, en er is dus een interessante discussie rond de bevoegdheid/rechtsmacht van het Gerecht in contractuele/niet-contractuele aangelegenheden (par. 57-128).

Het Gerecht analyseert vervolgens de mate van gelijkenis of overname uit de Systran programma’s naar de software die door de Commissie wordt gebruikt (par. 137-157), en concludeert dat er inbreuk op het auteursrecht wordt gepleegd. De “historische” contracten tussen de partijen houden geen uitdrukkelijke overdracht van de auteursrechten, hoewel de Commissie in feite een deel van de ontwikkeling van de software heeft betaald.

De schadevordering van Systran wordt gedeeltelijk toegewezen op basis van voornamelijk een forfaitaire raming van (i) royalties die de Commissie had moeten betalen (7 miljoen euro), (ii) de bijkomende schade, i.e. de negatieve impact van het optreden van de Commissie op de omzet en de groei van Systran tussen 2004 en 2010.

IT 173

Open source en boeken

De discussie over de reikwijdte van open source licenties beperkt zich niet tot software. Michel Houellebecq heeft voor zijn de veelbesproken en bekroonde nieuwe roman La carte et le territoire stukken overgenomen van Wikipedia. Volgens de Franse jurist Florent Gallaire heeft dit op grond van de Wikipedia open source licentie tot gevolg dat Houellebecq zijn boek gratis ter beschikking moet stellen. Met dank aan Tjeerd Overdijk, Vondst Advocaten.

Wikipedia hanteer de Creative Commons BY-SA 3.0. Deze licentievoorwaarden bepalen onder meer:

"Gelijk delenIndien de gebruiker het werk bewerkt kan het daaruit ontstane werk uitsluitend krachtens dezelfde licentie als de onderhavige licentie of een gelijksoortige licentie worden verspreid."

De licentie bepaalt ook dat gebruikers het werk mogen kopiëren, verspreiden en doorgeven. Het boek vormt een bewerking, aldus Gallaire, en gebruikers mogen het dus evenzo kopiëren, verspreiden en doorgeven. Het boek is dan ook gratis te vinden op zijn site.

Lees de blog van Gallaire hier.

De kwestie is inmiddels ook al door de Nederlandse media opgepikt, zie onder meer het NRC hier. Volgens het NRC wil de uitgever een rechtzaak tegen hem beginnen. We blijven het volgen!

IT 166

SAPPIG

United States District Court Northern District of California, 23 november 2010 (Oracle/SAP).  "De Duitse softwaregigant SAP moet 1,3 miljard dollar (bijna 970 miljoen euro) betalen aan de Amerikaanse softwareproducent Oracle wegens schending van auteursrechten." Lees het bericht op nu.nl. Zie het oordeel van de jury hier.

IT 159

Werkgeversauteursrecht op software

Van IEForum. Rechtbank Rotterdam, 27 oktober 2010, LJN: BO4098, Track Innovations B.V. tegen Gedaagde. Provisionele (reconventionele) vorderingen afgewezen, nu werkgeversauteursrecht niet aannemelijk is. (Echter) geen opheffing bewijsbeslag, omdat nadeel niet is gebleken en toekomstig belang niet onaannemelijk is. Lees IEForum item hier. Vonnis hier.

IT 156

Downloaden uit illegale bron toegestaan, faciliteren illegaal uploaden niet

Gerechtshof ’s-Gravenhage, 15 november 2010, LJN: BO3982, ACI c.s. tegen Stichting De Thuiskopie & SONT. "Indien dit zo zou zijn, dan is het Nederlands recht zoals omschreven/uitgelegd in rov. 7.12 in fine wel richtlijnconform, en is downloaden uit illegale bron toegestaan." Zie IEForum hier.

Gerechtshof ’s-Gravenhage, 15 november 2010, LJN: BO398, FTD B.V. tegen Eyeworks Film & TV Drama B.V. "Wel handelt FTD onrechtmatig jegens Eyeworks nu zij het illegaal uploaden van de film 'Komt een vrouw bij de dokter' van Eyeworks stimuleert." Zie IEForum hier.

IT 148

Het einde van vooraf geïnstalleerde software?

Recent zijn er op internet commentaren verschenen op een belangwekkende uitspraak over uitputting van software van de rechtbank Dordrecht van 11 augustus jl. (LJN: BN3863, 78465 / HA ZA 08-2747, zie hier). Menno Weij gaf zijn visie op de uitspraak weer op de weblog van Solv (hier) en in de Automatisering Gids (hier) en Arnoud Engelfriet legde een link naar Amerikaans uitputtingsrecht (hier). 

In haar uitspraak geeft de rechtbank Dordrecht een verstrekkende visie op de reikwijdte van de uitputtingsleer binnen software overeenkomsten. Voor de opvatting dat de rechtbank ernaast zit, zoals gehuldigd door Weij, zie ik echter geen aanknopingspunten.

Commentaar van Hans Jansen,Vondst Advocaten.

Lees het commentaar hier.