Contracten

IT 2295

Geen verzuim Flexper want fatale termijn op grond van artikel 6:83 BW of r&b is niet ingetreden

Hof 23 mei 2017, IT 2295; ECLI:NL:GHARL:2017:4391 (X tegen Flexper), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-verzuim-flexper-want-fatale-termijn-op-grond-van-artikel-6-83-bw-of-r-b-is-niet-ingetreden

Hof Arnhem-Leeuwarden 23 mei 2017, IT 2295; ECLI:NL:GHARL:2017:4391 (X tegen Flexper) Geen fatale termijn overeengekomen. Partijen een overeenkomst voor internet en vormgeving prestaties gesloten. Flexper heeft zich verplicht tot het ontwikkelen, onderhouden en hosten van een mobiele website/shop, het leveren van een tablet PC en het maken van een fotografische rapportage. Appellante verplicht zich tot een maandelijkse betaling. Centraal staat de vraag op Flexper in haar verplichtingen is tekortgeschoten. Artikel 6:83 BW is niet limitatief bedoeld, redelijkheid en billijkheid brengen in de gegeven omstandigheden niet mee dat verzuim ook zonder ingebrekestelling is ingetreden. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

IT 2294

Geen direct opeisbare boete voor ontbinding overeenkomst 'vermarkten van software' met wederzijdse instemming

Hof 20 dec 2016, IT 2294; ECLI:NL:GHAMS:2016:5495 (KAV tegen Verhuurt het en 24Rental), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-direct-opeisbare-boete-voor-ontbinding-overeenkomst-vermarkten-van-software-met-wederzijdse-ins

Hof Amsterdam 20 december 2016, IT 2294; ECLI:NL:GHAMS:2016:5495 (KAV tegen Verhuurt het en 24Rental) KAV en VH hebben op 1 mei 2012 een "samenwerkingsovereenkomst 24Rental" gesloten voor het gezamenlijk (laten) ontwikkelen van software (hierna: de samenwerkingsovereenkomst).  Ontbindingsverklaring met wederzijdse instemming ingetrokken. De eerste rechter oordeelde dat de appellante dit niet aldus mocht begrijpen dat de geïntimeerden daarmee aanvaardden dat zij een boete verbeurden voor 'vermarkten' van software. Bekrachtiging van het vonnis.

 

3.4. (...) Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank het, naar het oordeel van het hof terecht, zeer onaannemelijk geacht dat VH c.s. met hun voorstel om de ontbinding in te trekken accepteerden dat zij voor het verleden een boete van € 5.000 per dag verbeurd zouden zijn en ook voor de toekomst die boete nog zouden verbeuren voor het ontijdig vermarkten van de software.

IT 2293

KPN mag opschorten met beroep op artikel 6:80 lid 1 sub c BW

Rechtbank 26 apr 2017, IT 2293; ECLI:NL:RBDHA:2017:4252 (Entropia tegen KPN), http://www.itenrecht.nl/artikelen/kpn-mag-opschorten-met-beroep-op-artikel-6-80-lid-1-sub-c-bw

Rechtbank Den Haag 26 april 2017, IT 2293; ECLI:NL:RBDHA:2017:4252 (Entropia tegen KPN) Zie ook de vonnissen ECLI:NL:RBDHA:2017:4250, ECLI:NL:RBDHA:2017:4253 en ECLI:NL:RBDHA:2017:4254. Citaat uit vonnis ECLI:NL:RBDHA:2017:4252. Entropia houdt zich onder andere bezig met de exploitatie van een TETRA radiocommunicatienetwerk. KPN en GVB hebben een overeenkomst gesloten met Entropia ter zake de levering, installatie en het onderheid van MOBNEXT. Met de opschorting door TetraNed had KPN vanaf dat moment goede gronden om te vrezen dat Entropia haar verplichtingen op grond van de Overeenkomst GVB niet zou kunnen nakomen omdat zij niet meer op de ondersteuning van TetraNed zou kunnen rekenen. De in de brief verwoorde weigering van Entropia maakt dat de gevolgen van haar niet-nakoming op grond van artikel 6:80 lid 1 aanhef en onder c BW reeds waren ingetreden voordat de vorderingen van KPN op grond van de Overeenkomst GVB opeisbaar werden. KPN was gerechtigd om de Overeenkomst GVB op de voet van artikel 6:265 lid 1 BW te ontbinden.

IT 2289

Vraag aan HvJ EU: Is met toestemming plaatsen op openbare website beschikbaarstelling voor het publiek, wanneer het werk op een server wordt gekopieerd en van daaruit op website wordt geüpload?

Hof van Jusitie EU 23 feb 2017, IT 2289; (Land Nordrhein-Westfalen tegen Dirk Renckhoff), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vraag-aan-hvj-eu-is-met-toestemming-plaatsen-op-openbare-website-beschikbaarstelling-voor-het-publie

Prej. vragen aan HvJ EU 23 februari 2017, IEF 16813; IT 2289; IEFbe 2183; C-161/17 (Land Nordrhein-Westfalen tegen Dirk Renckhoff) Auteursrecht. Via Minbuza: Verzoeker is beroepsfotograaf. Verweerder is de deelstaat Nordrhein-Westfalen als zijnde belast met onderwijsinspectie. Het gaat om een foto van verzoeker van de stad Cordoba die een scholiere van een school die onder verantwoordelijkheid van verweerder valt (als onderwijsinspectie) bij een in het Spaans gesteld werkstuk op de website van de school heeft geplaatst. Onder de foto staat een verwijzing naar de website waaraan verzoeker de foto voor gebruik (‘eenvoudig gebruiksrecht’) heeft afgestaan. Hij stelt dat de school zijn auteursrechtelijk reproductierecht en het recht op beschikbaarstelling voor het publiek heeft geschonden. Hij eist een verbod op het vertonen van de foto en een schadevergoeding. Verzoeker wordt in eerste twee instanties in het gelijk gesteld. De appelrechter oordeelt dat de foto valt onder auteursrechtelijke bescherming van de DUI auteurswet en dat verzoeker recht heeft op bescherming van naburige rechten. Door plaatsing op de website van de school had verzoeker niet meer de uitsluitende zeggenschap over beschikbaarstelling van zijn foto voor het publiek. Hij stelt vast dat de leerkracht Spaans aansprakelijk is omdat zij de in het kader van haar onderwijsactiviteiten op haar rustende toezicht- en controleverplichtingen niet is nagekomen.

IT 2276

Eneco mag onderhandelingen afbreken vanwege Tweet

Rechtbank 12 apr 2017, IT 2276; ECLI:NL:RBROT:2017:3530 (ALT en ROMAR tegen Eneco), http://www.itenrecht.nl/artikelen/eneco-mag-onderhandelingen-afbreken-vanwege-tweet

Rechtbank Rotterdam 12 april 2017, IT 2276; IEF 16784 (ALT en ROMAR tegen Eneco) Contractsonderhandelingen Geheimhouding. Media. Geheimhouding. ALT en Romar hebben de Nigeriaanse elektriciteitsproducent 3D HiTech Systems Ltd. (hierna: 3D HiTech) bij Eneco geïntroduceerd als mogelijke koper van de Enecogen-centrale. Op het Twitter-account van 3D HiTech staat het bericht: “Our dynamic MD Engr [vertegenwoordiger 3D HiTech] at eneco Netherlands for the official signing of the MOU [Memorandum of Understanding, toevoeging rechtbank] between 3D Hitech and ENECO”" Bij het bericht zijn drie foto’s geplaatst die zijn gemaakt tijdens een eerder bezoek aan de Enecogen-centrale. De tweet is op eerste verzoek van Eneco verwijderd. Het bericht heeft circa 22 uur online gestaan. De tweet wordt door Eneco in strijd geacht met de tussen partijen geldende vertrouwelijkheid zoals opgenomen in de overeenkomst en ze trekt zich terug uit de onderhandelingen. Eneco mocht onderhandelingen met potentiele koper van de Enecogon-centrale afbreken wegens een tweet.

 

IT 2275

Bewijsbeslag elektronische data volgt uit postcontractueel geheimhoudingsbeding over gegoten composieten dorpels

Rechtbank 10 apr 2017, IT 2275; ECLI:NL:RBGEL:2017:2358 (Holonite tegen Composietsteen en Ekosiet), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bewijsbeslag-elektronische-data-volgt-uit-postcontractueel-geheimhoudingsbeding-over-gegoten-composi
Holonite Composietsteen

Vzr. Rechtbank Gelderland 10 april 2017, IEF 16779; IT 2275; ECLI:NL:RBGEL:2017:2358 (Holonite tegen Composietsteen en Ekosiet) 843a Rv. Holonite is producent en distributeur van o.a. dorpels, vensterbanken en muurafdekkers vervaardigd uit composietsteen en bedient de Nederlandse, Belgische en Duitse nieuwbouw- en renovatiemarkt met standaard en op maat gemaakte gevel- en afbouwelementen. Composietsteen is een bouwmaterialengroothandel en specialist op het gebied van (gegoten) composietsteen. Partijen hadden een intentieovereenkomst met een postcontractuele geheimhoudingsclausule. Er wordt bewijsbeslag op elektronische data gevorderd. Dit kort geding kan worden aangemerkt als hoofdzaak ex 700 lid 3 Rv. De 'rechtsbetrekking' onrechtmatige daad wegens slaafse nabootsing wordt onvoldoende aannemelijk gemaakt. Er is wel een rechtsbetrekking uit hoofde van de inmiddels beëindigde intentieovereenkomst met geheimhoudingsverplichting. De zoektermen worden nader gespecificeerd om te voldoen aan de eis van 'bepaalde bescheiden'. De voorzieningenrechter geeft procedureregels voor de inzage.

IT 2271

Schending van in een digitale advertentiecampagne gegarandeerde exclusiviteit rechtvaardigt ontbinding

Rechtbank 25 apr 2017, IT 2271; ECLI:NL:GHARL:2017:3605 (aannemingsbedrijf tegen Proximedia hodn BeUp), http://www.itenrecht.nl/artikelen/schending-van-in-een-digitale-advertentiecampagne-gegarandeerde-exclusiviteit-rechtvaardigt-ontbindi

Hof Arnhem-Leeuwarden 25 april 2017, IT 2271; RB 2842; ECLI:NL:GHARL:2017:3605 (aannemingsbedrijf tegen Proximedia hodn BeUp) Schending van een in een digitale advertentiecampagne gegarandeerde exclusiviteit door Proximedia (BeUp). Het hof heeft [appellant] opgedragen te bewijzen dat BeUp hem heeft gegarandeerd dat (1) [appellant] via gesponsorde websites boven de reguliere websites te vinden zou zijn, (2) dat sprake zou zijn van exclusiviteit, omdat slechts één bedrijf per branche met deze digitale advertenties zou worden ondersteund. De garantie is na bewijsvoering komen vast te staan. De schending ervan is niet gemotiveerd bestreden en rechtvaardigt de ontbinding van de overeenkomst. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 7 oktober 2014 en doet opnieuw recht en wijst de vorderingen van BeUp af;

IT 2262

Geen schadevergoeding afgebroken onderhandeling 'lopende' IT-projecten Erasmus MC

Hof 14 mrt 2017, IT 2262; ECLI:NL:GHDHA:2017:565 (Unilog tegen Erasmus MC), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-schadevergoeding-afgebroken-onderhandeling-lopende-it-projecten-erasmus-mc

Hof Den Haag 14 maart 2017, IT 2262; ECLI:NL:GHDHA:2017:565 (Unilog tegen Erasmus MC) ICT-werkzaamheden voor ziekenhuis. Maatadvies sloot met Erasmus MC een overeenkomst, Unilog voerde deze uit en schakelde daarbij eventueel ook derden in. De relatie met Maatadvies wordt beëindigd. Medewerkers van partijen hebben besprekingen en mails daarover uitgewisseld over de voortzetting en afronding van lopende projecten. Mondelinge opdracht op 7:411 BW. Geen schadevergoeding in verband met afbreken van onderhandelingen.

4.11 Nu de werkzaamheden op grond van de mondelinge opdracht ook volgens Unilog moesten worden gecontinueerd totdat de uitkomst bekend zou zijn van het overleg tussen partijen over de schriftelijke vastlegging van aard en inhoud van de rechtstreeks te verstrekken opdrachten (MvG, nr. 78), mocht Erasmus MC, toen zij op 11 april 2013 aan Unilog liet weten dat zij geen overeenkomsten met Unilog zou aangaan, de mondelinge opdracht per 15 april 2013 doen eindigen. Met de beslissing van Erasmus MC om verder niet rechtstreeks met Unilog te contracteren, stond immers vast wat de uitkomst was van het overleg van partijen en was derhalve de periode waarvoor de tijdelijke opdracht was aangegaan verstreken. Gesteld noch gebleken is dat Unilog bij het aanvaarden van de mondelinge opdracht een opzegtermijn heeft bedongen.