Contracten

IT 2183

Hof: Geen agentuurovereenkomst SURFmarket voor de anti-plagiaatsoftwarelicentie

Hof 29 nov 2016, IT 2183; ECLI:NL:GHAMS:2016:5146 (Turnitin tegen SurfMarket), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hof-geen-agentuurovereenkomst-surfmarket-voor-de-anti-plagiaatsoftwarelicentie

Hof Amsterdam 29 november 2016, IT 2183; ECLI:NL:GHAMS:2016:5146 (Turnitin tegen SurfMarket) Contractenrecht. De rechtbank [IT 1934] oordeelde dat er onvoldoende gronden tot opzeggen anti-plagiaatsoftwarelicentie zijn. SURFmarket heeft als inkooporganisatie voor onderwijsinstellingen een overeenkomst gesloten met Turnitin, leverancier van antiplagiaatsoftware. De overeenkomst wordt al snel door Turnitin beëindigd, waar SURFmarket in kort geding met succes tegen op komt. In spoedappel komt onder meer de vraag aan de orde of de overeenkomst tussen SURFmarket en Turnitin kwalificeert als agentuurovereenkomst. Het hof oordeelt van niet, nu SURFmarket zich niet jegens Turnitin heeft verbonden om tegen beloning te bemiddelen bij de totstandkoming  van overeenkomsten met de onderwijsinstellingen. Een interne e-mail van SURFmarket, waarin zij onderzoekt of het mogelijk is dat onderwijsinstellingen bepaalde prijsinformatie met haar delen, levert geen grond op voor opzegging of ontbinding van de overeenkomst door Turnitin.

IT 2174

Conclusie AG: Plaats waar houder van exclusieve distributierecht verkoopdaling heeft, is schadebrengende feit

Hof van Jusitie EU 9 nov 2016, IT 2174; ECLI:EU:C:2016:843 (concurrence tegen Samsung en Amazon), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-plaats-waar-houder-van-exclusieve-distributierecht-verkoopdaling-heeft-is-schadebrengen

Conclusie AG HvJ EU 9 november 2016, IEF 16382; IEFbe 1997; IT 2174; ECLI:EU:C:2016:843; Zaak C‑618/15 (concurrence tegen Samsung en Amazon) Procesrecht. Bevoegdheid. Verbintenissen uit onrechtmatige daad. Selectief distributienetwerk met verbod op online doorverkoop buiten een netwerk. Concurrence is een elektronicadetailhandel met een winkel in Parijs en verkoop via een website. Zij heeft met verweerster Samsung een selectieve distributieovereenkomst gesloten voor de verkoop van Samsung-producten. Samsung verwijt nu verzoekster doorverkoop via een onlinemarktplaats het contractuele beding te schenden en beëindigt de relatie. Vordering tot staking van de onrechtmatige verstoring. Aanknopingspunt schadebrengende feit. Conclusie AG:

Artikel 5, punt 3, van EEX-Vo moet aldus worden uitgelegd dat, in geval van schending van het verbod op verkoop buiten een exclusief distributienetwerk door middel van een online aanbod, op websites in verschillende lidstaten, van producten die onder het exclusieve recht vallen, als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan moet worden aangemerkt: de plaats waar de houder van het exclusieve distributierecht te maken heeft met een verkoopdaling, welke plaats samenvalt met het grondgebied waarop zijn recht wordt beschermd. De oorsprong van de websites waar de betrokken producten op worden aangeboden, is niet relevant bij de vaststelling van de rechterlijke bevoegdheid.

 

IT 2152

Ontbinding overeenkomst omdat gemaakte afspraken niet nagekomen kunnen worden

Hof 6 sep 2016, IT 2152; ECLI:NL:GHDHA:2016:2509 (Proximedia tegen X), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ontbinding-overeenkomst-omdat-gemaakte-afspraken-niet-nagekomen-kunnen-worden
Proximedia

Hof Den Haag 6 september 2016, IEF 16302; ECLI:NL:GHDHA:2016:2509 (Proximedia tegen X) Informatie. Contract. Tijdens een verkoopgesprek zijn door vertegenwoordiger aan cliënte diverse toezeggingen gedaan die niet nagekomen kunnen worden, zoals een gratis laptop, gratis website en een pinautomaat. Nadat cliënte de getekende overeenkomst had doorgelezen, is er enkele dagen ná ondertekening van de overeenkomst telefonisch contact met opgenomen, waarbij is medegedeeld dat ze deze overeenkomst niet wilde en dat ze de overeenkomst wilde beëindigen. Tijdens het telefoongesprek is door Proximedia medegedeeld dat de vertegenwoordiger die de overeenkomst met cliënte had gesloten inmiddels was ontslagen, omdat hij onjuiste informatie verstrekt aan klanten. Daarnaast werd medegedeeld dat tussentijdse beëindiging van de overeenkomst niet mogelijk was, maar dat het contract wel omgezet kon worden naar een contract met alleen een website, derhalve zonder laptop. Enkel en alleen vanwege het feit dat was medegedeeld dat tussentijdse beëindiging niet mogelijk was, is cliënte akkoord gegaan met omzetting van de overeenkomst. Naar oordeel van het hof kon cliënte de overeenkomst vernietigen op grond van dwaling, nu de toezeggingen die telefonisch aan cliënte waren gedaan niet konden worden nagekomen.

IT 2143

Via satelliettechnologie gewiste gegegevens ex aequo et bono gewaardeerd op 10.000euro

Rechtbank 21 sep 2016, IT 2143; ECLI:NL:RBROT:2016:7441 (IAP tegen verzekeraars), http://www.itenrecht.nl/artikelen/via-satelliettechnologie-gewiste-gegegevens-ex-aequo-et-bono-gewaardeerd-op-10-000euro

Rechtbank Rotterdam 21 september 2016, IEF 16287; IT 2143; ECLI:NL:RBROT:2016:7441 (IAP tegen verzekeraars) Verzekeringszaak over waardebepaling IE-rechten. IAP hield zich bezig met diensten op het gebied van cyber- en creditcard security ten behoeve van onder meer creditcardmaatschappijen. De PCI programmamanager en twee medewerkers in Tunesië verdwenen en hebben laptops van IAP, waarop vertrouwelijke klantgegevens stonden en gegevens waarop IAP de IE-rechten had, meegenomen. IAP heeft de inhoud van deze laptops via satelliettechnologie op afstand vernietigd. Dat IAP de gegevens heeft vernietigd heeft het causaal verband niet te niet gedaan; zij was daartoe gehouden, gelet op de vertrouwelijke aard van die gegevens. Het relateren van de waarde aan het aantal bestede uren is geen geschikte maatstaf om de waarde van deze IE-rechten te bepalen. Het gaat om de waarde in het economisch verkeer van die kennis. Dat die, rechtstreeks, zou afhangen van het aantal bestede uren is onvoldoende aannemelijk. Bij gebreke van een duidelijke maatstaf, van kenbare gegevens, zoals activering op de balans, en van een inhoudelijk standpunt zijdens verzekeraars over de toe te kennen waarde, waardeert de rechtbank deze rechten ex aequo et bono op € 10.000,-.

IT 2131

Tussenvonnis over tussentijdse beëindiging artiestenbemiddelingsovereenkomst

Rechtbank 31 aug 2016, IT 2131; (boekingskantoor 7-Agency tegen DJ X), http://www.itenrecht.nl/artikelen/tussenvonnis-over-tussentijdse-be-indiging-artiestenbemiddelingsovereenkomst
DJ

Rechtbank Oost-Brabant 31 augustus 2016, IEF 16234 (7-Agency tegen DJ X) Muziekcontracten. Tussentijdse beëindiging bemiddelingsovereenkomst tussen boekingskantoor 7-Agency en artiest DJ X. De DJ mocht slechts in uitzonderlijke omstandigheden met onmiddellijke ingang het contract ontbinden. De door DJ X aangevoerde omstandigheden, waaronder o.a. vermeende belangenverstrengeling en burn-out, leveren dergelijke omstandigheden niet op. Partijen dienen in conventie de wijze waarop samenwerking in het verleden is voortgezet bij akte nader te concretiseren om uit te kunnen maken of de verlenging van de overeenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd geldt. De reconventionele vordering van DJ X ex artikel 843a Rv wordt afgewezen.

IT 2123

Twee arbitragezaken gevoegd behandeld, hoewel het reglement noch de wet hierin voorziet

Stichting Geschillenoplossing automatisering , IT 2123; (hotelketenexploitant), http://www.itenrecht.nl/artikelen/twee-arbitragezaken-gevoegd-behandeld-hoewel-het-reglement-noch-de-wet-hierin-voorziet

SGOA arbitraal vonnis, IT 2123 (hotelketenexploitant)
Zowel IT-leverancier als afnemer initiëren SGOA-arbitrage. Op verzoek van beide partijen behandelt scheidsgerecht de zaken gevoegd, hoewel noch SGOA-reglement noch de wet daarin voorzien; daarbij gehanteerde procedure-afspraken. Uitleg van ICT~Office Voorwaarden 2008: ingebrekestelling altijd vereist, tenzij nakoming onmogelijk is. Eisen, te stellen aan 'zo gedetailleerd mogelijke' ingebrekestelling en redelijke termijn.

IT 2117

Refurbished toestel van Apple is onvoldoende bij non-conformiteit

Rechtbank 8 jul 2016, IT 2117; ECLI:NL:RBAMS:2016:4197 (Refurbished toestel Apple bij non-conformiteit), http://www.itenrecht.nl/artikelen/refurbished-toestel-van-apple-is-onvoldoende-bij-non-conformiteit

Rechtbank Amsterdam 8 juli 2016, IT 2117; ECLI:NL:RBAMS:2016:4197 (Refurbished toestel Apple bij non-conformiteit) Consumentenrecht, non-conformiteit. Eiseres heeft van Apple een Iphone 6 plus gekocht voor € 799,00 inclusief BTW. De koopprijs heeft zij betaald. Acht maanden later kan de telefoon niet meer opgestart worden. Eiseres heeft zich tot Apple gewend. De telefoon bleek niet meer te repareren. Apple heeft eiseres vervolgens een zogeheten refurbished toestel met dezelfde specificaties aangeboden. Eiseres heeft dit toestel niet geaccepteerd en meermalen schriftelijk aan Apple kenbaar gemaakt dat enkel een nieuw toestel als vervanging zal worden geaccepteerd. Apple heeft daarbij laten weten dat vervanging door een refurbished toestel tegemoet komt aan de rechten van eiseres. Eiseres heeft de koopovereenkomst ontbonden. Echter, de richtlijnconforme uitleg met betrekking tot non-conformiteit en artikel 7:21 BW brengt met zich mee dat Apple een nieuw toestel aan koper moet verschaffen. Apple kan niet met een refurbished toestel volstaan.

IT 2116

Huurkoop van website met domeinnaam, dus kantonrechter is bevoegd

Rechtbank 17 aug 2016, IT 2116; ECLI:NL:RBNHO:2016:6239 (Marron tegen De Media Groep), http://www.itenrecht.nl/artikelen/huurkoop-van-website-met-domeinnaam-dus-kantonrechter-is-bevoegd

Rechtbank Noord-Holland 17 augustus 2016, IEF 16200; IT 2116; ECLI:NL:RBNHO:2016:6239 (Marron tegen De Media Groep) Eiser in het incident stelt met succes dat sprake is van huurkoop (7A:1576h BW) zodat de zaak verwezen moet worden naar de sectie kanton. Verweerster in het incident stelt dat geen sprake is van huurkoop omdat de overeenkomst betrekking heeft op een website met daarbij behorende domeinnamen. Dit zijn geen voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (3:2 BW). In 7A:1576 vijfde lid zijn de bepalingen van die titel ook van toepassing verklaard op vermogensrechten. De rechtbank oordeelt dat een website en domeinnaam kunnen worden aangemerkt als vermogensrechten in de zin van 3:6 BW. De rechtszaak wordt verwezen naar de kantonrechter.