Gaming

IT 211

Ongevraagd wervend bericht?

Een dienstverlener biedt abonnementen aan voor het downloaden van games, ringtones of het gebruik van msn. Het abonnement kost  € 9 per week en om dat te incasseren stuurt dienstverlener 6 SMS-jes à € 1,50 per week. Berichten als “Veel plezier met een extra week msn op je mobiel. Maak er gebruik van!”. Is hier sprake van spam? OPTA is vindt van wel, het College van Beroep voor het bedrijfsleven vindt (voorlopig) van niet. OPTA legt toch een boete op van € 550.000, zo werd eind vorige week bekend.

U vindt het persbericht van OPTA en haar besluiten hier.

U vindt de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven hier.

Het persbericht van de bewuste aanbieder SD&P vindt u hier.

Volgens het persbericht van SD&P bereidt zij een "rechtszaak en schadeclaim voor tegen de OPTA inzake opgelegde boete." Een zaak om met interesse te blijven volgen. Hoe vaak komt het niet voor dat het verzenden van (wervende) berichten wordt gegoten in een overeenkomst en dus (mede) onderwerp is van de dienst?

IT 162

Gerichtheid website naar Engels recht - plaats server (reactie)

Naar aanleiding van IT 161 wijst Fulco Blokhuis (Boekx Advocaten) op het belang van Rome II voor IE-zaken. De toepassing van Rome II gaat volgens hem vaak fout, waarbij Blokhuis wijst op C-More/P2P (zie ook IEForum). Daarbij gaat het volgens Blokhuis altijd ook om wat voor soort recht er in casu speelt. De Mediarichtlijn bepaalt immers dat het recht van de staat van vestiging van toepassing is, net als de E-commerce richtlijn.

De tekst van artikel 8 Rome II (onderstreping Fulco Blokhuis):

"Inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten

1. De niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht, wordt beheerst door het recht van het land waarvoor de bescherming wordt gevorderd.

2. De niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit een inbreuk op een unitair communautair intellectueleeigendomsrecht, wordt, voor alle aangelegenheden die niet door het desbetreffende communautaire instrument zijn geregeld, beheerst door het recht van het land waar de inbreuk is gepleegd.

3. Van het recht dat krachtens dit artikel van toepassing is, kan niet bij overeenkomst op grond van artikel 14 worden afgeweken."

IT 161

Gerichtheid website naar Engels recht - plaats server

The High Court of Justice 17 november 2010 (Football Dataco/Sportradar), [2010] EWHC 2911 (Ch). Het Engelse High Court heeft bepaald dat een website wordt aangeboden in het land waar de server staat. In Nederland passen rechters doorgaans een ander criterium toe, namelijk of een website op Nederland is gericht. In gokzaken is bijvoorbeeld uitgemaakt dat een website op Nederland is gericht en dus onderworpen is aan Nederlands recht, als Nederlanders op de site kunnen gokken. Ook in IE-zaken wordt toepasselijkheid van Nederlands recht doorgaans beoordeeld aan de hand van de vraag op welk land de website zich richt. Met dank aan Polo van der Putt, Vondst Advocaten. Zie IT 162 voor de reactie van Fulco Blokhuis.

Lees de uitspraak van het High Court hier. De kernoverweging:

"74. I have come to the conclusion that the better view is that the act of making available to the public by online transmission is committed and committed only where the transmission takes place. It is true that the placing of data on a server in one state can make the data available to the public of another state but that does not mean that the party who has made the data available has committed the act of making available by transmission in the State of reception. I consider that the better construction of the provisions is that the act only occurs in the state of transmission."

Het land waar de server staat is dus doorslaggevend voor de Engelse rechter.

Vergelijk in Nederlandse gokzaken HR 18 februari 2005 (Ladbrokes/Lotto) (bevestigd in HR 13 juni 2008):

"3.3.3. [...] Gelet op dit een en ander moet worden aanvaard dat van hier te lande gelegenheid geven in evenbedoelde zin sprake is wanneer via internet door middel van een mede op Nederland gerichte website de toegang tot kansspelen wordt geboden aan potentiële deelnemers in Nederland en dezen via hun computer rechtstreeks aan het spel kunnen deelnemen, dat wil zeggen zonder dat andere handelingen zijn vereist dan die op de computer kunnen worden verricht. In dit verband is voldoende dat de website waarop de gelegenheid tot deelneming wordt geboden niet met gebruikmaking van de hiervóór bedoelde software de deelneming aan kansspelen onmogelijk maakt en blijkens haar inrichting mede is gericht op potentiële deelnemers in Nederland, hetgeen reeds het geval is indien Nederland is vermeld in een op de website voorkomende lijst van landen van waaruit aan de aangeboden kansspelen kan worden deelgenomen. De rechter behoeft zich dan derhalve niet te verdiepen in de vraag of de aangeboden kansspelen zelf een aanwijzing vormen van het mede op Nederland gericht zijn van de website. Bij het voorgaande is zonder belang vanuit welk land de kansspelen worden georganiseerd, waar de kansspelovereenkomst totstandkomt en welk recht op de kansspelovereenkomst van toepassing is."

Voor IE-zaken vergelijk bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam, 14 juli 2010, HA ZA 09-3194, Cassina S.P.A. c.s. tegen Dimensione Direct Sales SRL:

"4.5. Van openbaarmaking in Nederland is sprake indien de openbaarmakingen van de afbeeldingen van de (inbreukmakende) meubelen en het te koop aanbieden daarvan via de website, catalogus en de mailing op Nederland zijn gericht."

Om te bepalen welk recht een website beheerst kijken Nederlandes rechtersdoorgaans dus naar de gerichtheid van een website, en niet naar de plaats waar de server staat.

Vergelijk echter ook het country of origin principe uit artikel 3 van de E-commerce Richtlijn:

"1. Iedere lidstaat zorgt ervoor dat de diensten van de informatiemaatschappij die worden verleend door een op zijn grondgebied gevestigde dienstverlener voldoen aan de in die lidstaat geldende nationale bepalingen die binnen het gecoördineerde gebied vallen.

2. De lidstaten mogen het vrije verkeer van diensten van de informatiemaatschappij die vanuit een andere lidstaat worden geleverd, niet beperken om redenen die vallen binnen het gecoördineerde gebied."

Het land van vestiging van de dienstverlener is dus doorslaggevend.

Wie lijmt deze scherven tot een mooi geheel?

IT 45

Internetkansspelen - alweer een nieuwe ronde

Het Hof van Justitie heeft op 8 en 9 september 2010 vier nieuwe, baanbrekende uitspraken gedaan over internetkansspelen. Kansspelen via het internet vormen al jaren het speelveld voor talloze procedures. Kort gezegd gaat het om het volgende. Kansspelen vallen onder het vrije verkeer van diensten en mogen dus over de grens worden aangeboden, bijvoorbeeld via het internet. In uitzondering hierop mag een lidstaat het aanbod van kansspelen echter beperken wegens gewichtige redenen van sociaal belang, zoals het tegengaan van gokverslaving. Maar als een lidstaat feitelijk geen werk maakt van nastreving van dit doel, bijvoorbeeld door de eigen monopolies de facto de vrije hand te geven, herleeft de vrijheid van diensten en mag buitenlands (internet)aanbod niet worden tegengehouden. De vraag is dus of doel en praktijk overeenstemmen (de zogenaamde hypocresie-test). Met dank aan Polo van der Putt, Vondst Advocaten.

Met de uitspraken van het Hof van Justitie van 3 juni 2010 inzake Ladbrokes en Betfair heeft het Hof van Justitie de bal weer teruggeven aan de Nederlandse rechter (zie ook het artikel Nederlandse kansspelregulering aan de Europese Maat, NJB 3 september 2010, nr 29, p. 1900, mr P.C. Adriaanse, prof mr T. Bakhuysen en prof mr S.C.G. Van den Bogaert). Lees hun artikel hier.

In de uitspraken van 8 en 9 september geeft het Hof van Justitie echter belangrijke nadere aanwijzingen.

In het arrest van 8 september 2010 in de zaak C-46/08 (Carmen Media Group) oordeelt het Hof dat het beleid voor lotto's en sportweddenschappen strijdig kan zijn met Europees recht als andere, gevaarlijkere kansspelen (zoals casinospelen) de vrije hand wordt gegeven:

"Artikel 49 EG moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een regionaal publiek monopolie inzake sportweddenschappen en loterijen is ingevoerd om te voorkomen dat personen tot geldverkwisting door gokken worden aangespoord en om gokverslaving te bestrijden, en een nationale rechterlijke instantie tegelijkertijd vaststelt:
– dat andere soorten kansspelen mogen worden geëxploiteerd door particuliere marktdeelnemers die over een vergunning beschikken, en
– dat de bevoegde autoriteiten op het gebied van andere soorten kansspelen, waarvoor dit monopolie niet geldt en die bovendien een groter verslavingsrisico inhouden dan de spelen waarvoor dit monopolie geldt, een beleid voeren dat gericht is op een uitbreiding van het aanbod, waardoor de spelactiviteiten zich verder ontwikkelen en worden gestimuleerd, met name om de inkomsten daaruit te maximaliseren,
deze nationale rechterlijke instantie op wettige gronden tot de conclusie kan komen dat een dergelijk monopolie niet geschikt is om het doel waarvoor het is ingevoerd te verwezenlijken door ertoe bij te dragen dat de gelegenheden tot spelen worden verminderd en de activiteiten op dit gebied op samenhangende en stelselmatige wijze worden beperkt."

In het arrest van 8 september in de gevoegde zaken C-316/07, C-358/07–C-360/07, C-409/07 en C-410/07 (Markus Stoβ) overweegt het Hof bovendien dat indien de reclame van een nationale vergunninghouder

"niet beperkt blijft tot wat nodig is om de consument in de richting van het aanbod van deze monopoliehouder te sturen door hem van niet toegestane circuits van kansspelen weg te leiden, maar beoogt de goklust van de consument aan te moedigen en hem ertoe aan te zetten actief aan kansspelen deel te nemen",

dat mede reden kan zijn om te concluderen dat de kansspelregulering inconsistent is en het vrije verkeer van diensten dus moet prevaleren (zie antwoord 1 (d) van het Hof). Dit plaatst de nodige vraagtekens bij de al jaren door Holland Casino gevoerde campagne voor "een gewoon avondje uit", met gratis speluitleg ("Weet u niet precies hoe een spel werkt? Dan geven wij u graag uitleg".

Waar het Hof in de Betfair-zaak nog oordeelde dat kansspelvergunningen niet hoeven te worden aanbesteed "voor zover het niet gaat om een openbare exploitant wiens beheer onder rechtstreeks toezicht staat van de Staat of om een particuliere exploitant op wiens activiteiten de overheid een strenge controle kan uitoefenen", scherpt het Hof dit nu aan in het arrest van 9 september 2010 in zaak C-64/08 (Engelmann):

"De uit de artikelen 43 EG en 49 EG, het beginsel van gelijke behandeling en het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit voortvloeiende transparantieverplichting staat eraan in de weg dat alle concessies voor de exploitatie van casino’s op het grondgebied van een lidstaat zonder aanbesteding worden verleend."

Kortom, (verlengingen van) kansspelvergunningen moeten altijd worden aanbesteed.

In het arrest van 8 september 2010 in de zaak C-409/06 (Winner Wetten), maakt het Hof van Justitie duidelijk dat de rechter moet oordelen op het heden en een overgangsperiode hangende mogelijke wijzigingen van het systeem niet is toegestaan:

"Een nationale regeling inzake een publiek monopolie op sportweddenschappen die volgens de vaststellingen van een nationale rechterlijke instantie beperkingen bevat die onverenigbaar zijn met de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting omdat zij niet ertoe bijdragen dat weddenschappen op samenhangende en stelselmatige wijze worden beperkt, mag wegens de voorrang van het rechtstreeks toepasselijke recht van de Unie niet gedurende een overgangsperiode verder worden toegepast."

In het hierboven genoemde arrest inzake Carmen Media Group oordeelt het Hof tot slot dat ook aanbieders die enkel beschikken over een zogenaamde "offshore"-vergunning een beroep kunnen doen op de vrijheid van diensten. "Offshore'-vergunningen zijn vergunningen die het recht geven om kansspelen via het internet in het buitenland aan te bieden, maar niet in het vergunning verlenende land:

"Artikel 49 EG moet aldus worden uitgelegd dat een marktdeelnemer die via internet sportweddenschappen wenst aan te bieden in een andere lidstaat dan die waar hij is gevestigd, niet aan de werkingssfeer van deze bepaling wordt onttrokken door het loutere feit dat hij niet beschikt over een vergunning om dergelijke weddenschappen aan te bieden aan personen die zich bevinden op het grondgebied van de lidstaat waar hij is gevestigd, maar enkel over een vergunning om deze diensten aan te bieden aan personen buiten dat grondgebied."