Internet

IT 2169

Verbod negatief uitlaten over niet voldoen aan Gedragscode Mobiele Diensten, afgewezen

Rechtbank 15 sep 2016, IT 2169; (EDF Communications en X tegen Stichting Gedragscodes Mobiele Diensten), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verbod-negatief-uitlaten-over-niet-voldoen-aan-gedragscode-mobiele-diensten-afgewezen
Stichting Gedragscodes Mobiele Diensten

Vzr. Rechtbank Amsterdam 15 september 2016, IEF 16368; RB2793; IT 2169 (EDF tegen Stichting Gedragscodes Mobiele Diensten) Mobiele dienst. EDF richt zich op de ontwikkeling en het wereldwijd op de markt brengen van applicaties voor mobiele telefoons. Na onderzoek blijkt dat EDF het in de Gedragscode (waar zij staan geregistreerd) voorgeschreven scherm dat aanbieders van mobiele internetdiensten, wanneer bij hen een bestelling wordt geplaatst, aan de consument moeten tonen om duidelijk te maken dat deze door het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting op zich neemt, niet toont. EDF vordert nu dat de Stichting verboden wordt uitspraken te doen of anderszins negatief uit te laten, totdat vaststaat dat EDF aan de gedragscode gebonden is en deze niet in strijd is met de wet. EDF is ook via haar contract met Dimico aan de Gedragscode gebonden is, omdat zij als de klant zich verplicht tot naleving van de Country Specific Regulations, waaronder de Gedragscode. Dat een Roemeense medewerker die het formulier van de Gedragscode invulde niet bevoegd zou zijn en het Engels niet voldoende beheerst, is onaannemelijk. Het is niet aannemelijk dat de gevorderde verboden in een bodemprocedure worden toegewezen, en wordt in kort geding afgewezen.

IT 2165

Vodafone handelt onrechtmatig door de weigering om NAW-gegevens van abonnee bekend te maken

Rechtbank 24 okt 2016, IT 2165; ECLI:NL:RBLIM:2016:9210 (X tegen VODAFONE LIBERTEL B.V.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vodafone-handelt-onrechtmatig-door-de-weigering-om-naw-gegevens-van-abonnee-bekend-te-maken
vodafone

Vzr. Rechtbank Limburg 24 oktober 2016, IT 2165; ECLI:NL:RBLIM:2016:9210 (X tegen VODAFONE LIBERTEL B.V.) Onrechtmatig handelen. NAW-gegevens. Eiser verlangt dat Vodafone de NAW-gegevens verstrekt van de abonnee aan wie het IP-adres toebehoort, omdat er een Facebookpagina was aangemaakt waarin mensen stelden gedupeerd te zijn door de winkel van eiser. Eiser vordert bij Vodafone alle bij haar bekende gebruikers/contactgegevens, waaronder de naam, woonplaats en behorende bij het IP-adres. Vodafone weigert. Het gaat nu om de vraag of de weigering van Vodafone om de NAW-gegevens van haar abonnee aan eiser bekend te maken in strijd met de zorgvuldigheid die zij jegens eiser in acht dient te nemen. Na toetsing aan deze criteria uit het Lyco/Pessers arrest komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat Vodafone onrechtmatig handelt jegens eiser. Het is volgens de rechtbank voldoende aannemelijk dat dergelijke beschuldiging op Facebook, indien vast zou komen te staan dat deze niet op een feitelijke grondslag berust, onrechtmatig is jegens de eiser. In dat geval is het niet ondenkbaar dat eiser ten gevolge van deze mogelijk onrechtmatige uitlatingen schade, zoals bijvoorbeeld reputatieschade, heeft geleden.

IT 2166

Rectificatie als proportioneel middel nu beschuldigingen over (mede-eigenaar van) Sint Martinus University ongefundeerd zijn

Overige instanties 19 okt 2016, IT 2166; ECLI:NL:OGEAC:2016:107 en ECLI:NL:OGEAC:2016:108 (mede-eigenaar van Sint Martinus University tegen gedaagde en Sint Martinus University N.V. tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/rectificatie-als-proportioneel-middel-nu-beschuldigingen-over-mede-eigenaar-van-sint-martinus-univer
Sint Martinus University

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19 oktober 2016, IT 2166; ECLI:NL:OGEAC:2016:107 en ECLI:NL:OGEAC:2016:108 (mede-eigenaar van Sint Martinus University tegen gedaagde en Sint Martinus University N.V. tegen gedaagde). Rectificatie. Ongefundeerde beschuldigingen. Eisers in deze zaken zijn de Sint Martinus University en een mede-eigenaar van Sint Martinus University (SMU), een medische school op Curaçao. Beschuldigingen van gedaagde aan het adres van eiseres houden in dat eiseres het systeem bedriegt door illegale medewerkers aan te stellen en documenten van studenten uit India vervalst, om meer studenten te werven en dus meer geld te verdienen. Sint Martinus University stelt dat de school schade lijdt, zowel financieel als wat betreft de eer en goede naam. Ook wat betreft de mede-eigenaar gaat het om zware beschuldigingen die een ernstige inbreuk vormen op de goede naam van eiseres, maar waarmee - indien ze juist zijn - ook een ernstige misstand aan de kaak zou worden gesteld. Eisers vorderen rectificatie van deze beschuldigingen. Het gerecht stelt dat het uiten van deze ongefundeerde beschuldigingen onrechtmatig is. Het is in het belang van eisers noodzakelijk dat een en ander wordt rechtgezet. Rectificatie is daartoe een adequaat middel en ook proportioneel, voor zover de rectificatie wordt beperkt tot de digitale krant waarin gedaagde de beschuldigingen heeft geuit.

IT 2163

Vragen aan HvJ over de hoedanigheid als 'consument' bij zakelijke gebruik privé-Facebookaccount

Hof van Jusitie EU 3 nov 2016, IT 2163; C-498/16 (X tegen Facebook Ireland), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-over-de-hoedanigheid-als-consument-bij-zakelijke-gebruik-priv-facebookaccount
Facebook

HvJ EU, 3 november 2016, IEFBE 1987; IT 2163; C-498/16 (X tegen Facebook Ireland) Social media. Consumenten. Ten behoeve van die voorgenomen procedures, voorlichting en bewustmaking heeft verzoeker een vereniging (zonder personeel en zonder winstoogmerk) opgezet. Zijn klacht luidt dat verweerster talrijke inbreuken pleegt op gegevensbeschermings-rechtelijke regelingen die in de OOS (en andere) databeschermingswetten zijn verankerd. De internationale bevoegdheid van de rechter ontleent verzoeker aan het forum consumentis (verzoeker is OOS staatsburger). Maar verweerster stelt dat verzoeker zich wegens zijn commerciële activiteiten daarop niet kan beroepen en wegens de on-overdraagbaarheid van forum consumentis kan verzoeker geen gebruik maken van de aan hem gecedeerde rechten. De rechter in eerste aanleg wijst de vordering af op grond van het beroepsmatige gebruik van Facebook door verzoeker. Het oordeel na beroep is voor beide partijen aanleiding beroep in Revision aan te vragen. Partijen zijn het niet eens dat verzoeker een consument is. Verzoeker baseert zich daarbij op de overeenkomst met verweerster inzake zijn particuliere facebookaccount, en die tussen de cedenten en verweerster. Op grond van de huidige stand van de jurisprudentie kan de rechter geen zekerheid geven over in hoeverre een consument die door andere consumenten rechten aan hem laat cederen om deze gezamenlijk geldend te maken zich op ‘ forum consumentis’ kan beroepen. Hij legt de volgende vragen voor aan het HvJEU:

IT 2162

Europese Hof van Justitie: Dynamisch IP-adres is persoonsgegeven

Op 19 oktober 2016 oordeelde het Europese Hof van Justitie (HvJ EU) in het Breyer/ Duitsland arrest (IT 2155, red.) dat dynamische IP-adressen persoonsgegevens kunnen zijn in de zin van de Privacyrichtlijn 95/46. Deze richtlijn is geïmplementeerd in onze Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). 
Hieronder zal kort uiteengezet worden hoe het HvJ EU tot haar oordeel is gekomen en wat dit voor de praktijk betekent ('lees meer', red.)

IT 2156

Software gebruik na het beëindigen van de samenwerking

Rechtbank 24 aug 2016, IT 2156; ECLI:NL:RBGEL:2016:5198 (DEVINE SOFTWARE DEVELOPMENT B.V. tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/software-gebruik-na-het-be-indigen-van-de-samenwerking
devine software

Rechtbank Gelderland 24 augustus 2016, IEF 2156; ECLI:NL:RBGEL:2016:5198 (DEVINE SOFTWARE DEVELOPMENT B.V. tegen gedaagde) Het gaat in deze zaak onder andere om de vraag of het gebruik van software na het beëindiging de samenwerking in het kader van onderneming studie- en huiswerkbegeleiding onrechtmatig is. Daarnaast is de vraag aan de orde of het achterhouden van de boekhouding onrechtmatig is. Van onrechtmatig gebruik van de software door ondernemingen van gedaagde is sprake als het gebruik van de software is verkregen van een partij die daar niet toe gerechtigd is, in casu anderen dan DSD. De enkele ontkenning van gedaagde dat het pakket nog door zijn ondernemingen of door derden met zijn toestemming gebruikt wordt is niet voldoende om de vordering van DSD in zoverre af te wijzen. DSD zal in de gelegenheid gesteld worden haar vordering nader te onderbouwen en te specificeren en bij volgehouden betwisting bewijs bij te brengen.

IT 2154

HvJ EU: Verkrijger van kopie computerprogramma mag kopie tweedehands doorverkopen aan nieuwe verkrijger

Hof van Jusitie EU 12 okt 2016, IT 2154; C‑166/15 (Aleksandrs Ranks - Jurijs Vasiļevičs), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-verkrijger-van-kopie-computerprogramma-mag-kopie-tweedehands-doorverkopen-aan-nieuwe-verkrijg
microsoft

HvJ EU 12 oktober 2016, IEF 16310; IEFBE 1959; Zaak C‑166/15 (Aleksandrs Ranks - Jurijs Vasiļevičs) Gebruikslicentie. Kopie computerprogramma. De eerste verkrijger van een kopie van een computerprogramma met een onbeperkte gebruikslicentie mag die kopie en de bijbehorende licentie tweedehands doorverkopen aan een nieuwe verkrijger. Als de originele fysieke drager van de oorspronkelijk geleverde kopie echter beschadigd raakt, wordt vernietigd of verloren gaat, mag die verkrijger zijn reservekopie van het programma niet aan de nieuwe verkrijger verschaffen zonder toestemming van de auteursrechthebbende. HvJ EU: In zijn arrest van heden oordeelt het Hof dat uit de regel inzake uitputting van het distributierecht volgt dat degene die het auteursrecht op een computerprogramma heeft (in dit geval Microsoft) en in de Unie een kopie van dat programma op een fysieke drager (zoals een cd-rom of dvd-rom) met een onbeperkte gebruikslicentie heeft verkocht, zich niet meer tegen de latere wederverkoop van die kopie door de eerste verkrijger of latere verkrijgers kan verzetten, ongeacht of contractuele bedingen latere overdracht verbieden. 

IT 2151

Verlenging publicatieverbod toegewezen: voldoende gronden voor verbod op het openbaar maken van vertrouwelijke informatie

Rechtbank 6 okt 2016, IT 2151; ECLI:NL:RBGEL:2016:5286 (OM tegen X), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verlenging-publicatieverbod-toegewezen-voldoende-gronden-voor-verbod-op-het-openbaar-maken-van-vertr
OM

Rechtbank Gelderland 6 oktober 2016, IEF 16306; IT 2151; ECLI:NL:RBGEL:2016:5286 (OM tegen X) Privacy. Mediarecht. Het kort geding tussen partijen strekt tot het verkrijgen van een veroordeling van gedaagde om gedurende zes maanden de verklaringen van zijn website te verwijderen en verwijderd te houden. De Staat heeft in dit kort geding een verlenging van het op opgelegde verbod gevorderd. Gedaagde heeft benadrukt dat zijn vrijheid van meningsuiting in het geding is door het verbod en dat de vertrouwelijke documenten op dit moment niet op zijn website gepubliceerd staan. Daarom bestaat volgens hem geen aanleiding voor een verlenging van het verbod. Hij heeft zich er voorts op beroepen dat de Staat geen belang heeft bij een verlenging van het verbod, omdat de vertrouwelijke informatie ook op andere websites staat gepubliceerd. Dit argument wordt verworpen. Het staat vast dat de Staat een algemeen belang heeft om zoveel als mogelijk te proberen om vertrouwelijke informatie uit de beide strafzaken uit de openbaarheid te krijgen en te houden. Dit betekent dat voldoende gronden aanwezig zijn om een nader verbod op het openbaar maken van de vertrouwelijke informatie toe te wijzen. De Staat heeft ter zitting aangevoerd dat alle stukken die zich in een strafdossier bevinden naar hun aard vertrouwelijke stukken zijn. Ten aanzien van het verbod wordt gesteld dat zolang de verhoren nog niet zijn afgerond, een verbod op openbaarmaking van die vertrouwelijke informatie niet op zijn plaats is. Geen verstoring van de waarheidsvinding en de veiligheid van de betrokken getuigen wegen in dit geval zwaarder dan het grondrecht van vrijheid van meningsuiting.