Internationaal Privaatrecht

IT 1841

Rechtbank Amsterdam onbevoegd door uitleg forumkeuzebeding

Hof Amsterdam 17 maart 2015, IT 1841; ECLI:NL:GHAMS:2015:3046 (2Provide B.V. tegen Netsize s.a.)

Hoger beroep. Verzending sms-berichten. Telecom. Netsize beroept zich op de onbevoegdheid van de rechtbank Amsterdam. Deze klacht moet worden beoordeeld aan de hand van de algemene voorwaarden van 2004 en het forumkeuzebeding. Uit het beding volgt dat niet de Amsterdamse vestiging van Netsize, maar Netsize zelf moet worden aangemerkt als "The Netsize signatory entity". Het centrum van de bedrijfsactiviteiten van Netsize is daarom bepalend en niet dat van haar Amsterdamse vestiging. De rechtbank Amsterdam is dus onbevoegd.
3. Beoordeling
3.13. Uit het bovenstaande volgt dat niet de Amsterdamse vestiging van Netsize, maar Netsize zelf moet worden aangemerkt als ‘the Netsize signatory entity’ in de zin van het onder 3.5 aangehaalde beding. Voor de uitleg van ‘the principal place of business of the Netsize signatory entity’ is daarom het centrum van de bedrijfsactiviteiten van Netsize bepalend en niet dat van haar Amsterdamse vestiging. Dat Netsize in Nederland activiteiten uitoefent vanuit Amsterdam, maakt dit niet anders. Niet in geschil is dat Netsize in Amsterdam uitsluitend een vestiging heeft waar ten tijde van de overeenkomst tussen partijen zes personen werkzaam waren, op een totaal aantal werknemers van Netsize van ongeveer 250, dat het hoofdkantoor van Netsize is gelegen in Boulogne-Billancourt en dat daar meer personen werkzaam zijn dan bij de Amsterdamse vestiging. 2Provide stelt voorts onweersproken dat dat hoofdkantoor ‘wellicht (…) de meest prominente plek inneemt’ binnen de Netsize groep. Bij gebreke van aanwijzingen voor een andere plaats moet daarom Boulogne-Billancourt worden aangemerkt als het centrum van de bedrijfsactiviteiten van Netsize en, daarmee, als ‘the principal place of business of the Netsize signatory entity’ in de zin van het onder 3.5 aangehaalde beding. Hieruit volgt dat toepassing van dat beding meebrengt dat ‘[t]he commercial court with jurisdiction’ in Boulogne-Billancourt bij uitsluiting bevoegd is tot kennisneming van de vorderingen van 2Provide. De rechtbank Amsterdam is daartoe dus onbevoegd.
IT 1745

Unibet hoeft gokverlies niet terug te betalen

Rechtbank Amsterdam 18 maart 2015, IT 1745; ECLI:NL:RBAMS:2015:1452  (X tegen Unibet)
Uitspraak ingezonden door Quirijn Meijnen, Leopold Meijnen Oosterbaan.Gokker vordert verlies (ad EUR 178.088,50) terug van Unibet op grond van nietigheid dan wel vernietigbaarheid van de kansspelovereenkomst met Unibet die zonder vergunning online kansspelen aanbiedt. De rechtbank wijst de vordering af. Hoewel Unibet in strijd met de wet heeft gehandeld leidt dit niet tot nietigheid of vernietigbaarheid van de kansspelovereenkomst op grond van artikel 3:40 BW. De rechtbank is namelijk van oordeel dat gelegenheid geven tot gokken via internet op de manier zoals Unibet heeft gedaan niet meer als maatschappelijk onwenselijk, illegaal of strafwaardig wordt ervaren. Op een aanbieder van kansspelen rust verder een zorgplicht jegens spelers die mede ziet op het voorkomen van gokverslaving of problematisch gokken. Of aan die zorgplicht is voldaan moet van geval tot geval worden beoordeeld.

Toepasselijk recht

4.3 [eiser] en Unibet zijn in hun overeenkomst de toepasselijkheid van Maltees recht overeengekomen (artikel 2.11 van de algemene voorwaarden). De geldigheid en reikwijdte van deze rechtskeuze moeten worden beoordeeld aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomsten (Rome I). Artikel 6 lid 2 van Rome I bepaalt – kort gezegd – dat bij een overeenkomst tussen een beroepsmatig handelende partij en een in Nederland wonende consument het gevolg van de rechtskeuze niet mag zijn dat de consument de bescherming verliest die de consument geniet op grond van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken volgens het Nederlands recht. Dit geldt alleen als de verkoper zijn commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in Nederland of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op verscheidene landen met inbegrip van Nederland en de overeenkomst onder die activiteiten valt.

4.5. Voorts wordt geoordeeld dat zowel de wettelijke regels omtrent nietigheid van een overeenkomst als naar Nederlands recht bestaande zorgplichten vallen onder het begrip “bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken” in artikel 6 lid 2 Rome I. Dat leidt ertoe dat zowel de vraag of de overeenkomst nietig is als de vraag of Unibet jegens [eiser] haar zorgplicht heeft geschonden naar Nederlands recht moet worden beoordeeld. Op bescherming op grond van bepalingen van het Maltees recht is door [eiser] geen beroep gedaan.


Nietigheid overeenkomst

4.10. De vergunningsplicht van de WoK dient ter bescherming van consumenten en het ontbreken van de vereiste vergunning leidt derhalve in beginsel naar Nederlands recht tot de vernietigbaarheid van de overeenkomst, wegens strijd met een dwingende wetsbepaling.

4.11. Door De Hoge Raad is aanvaard dat, als maatschappelijke ontwikkelingen (in dit geval) in Nederland ertoe hebben geleid dat een bepaalde gedraging - hoewel bij wet verboden - in brede lagen van de samenleving niet meer als maatschappelijk onwenselijk, illegaal of strafwaardig wordt ervaren en dan ook door de overheid wordt gedoogd, niet kan worden gezegd dat het enkele feit dat de gedraging zonder vergunning bij de wet is verboden, ook nu nog leidt tot vernietigbaarheid van de overeenkomst tussen aanbieder en consument (NJ 1991, 266: Ruiz/Gomez (Catoochi)). Unibet heeft een beroep gedaan op deze rechtspraak.

4.13. Vooropgesteld moet worden dat er in Nederland een grote en snel groeiende markt is voor kansspelen op afstand. [...] Onder deze omstandigheden kan niet worden volgehouden dat volgens de huidige maatschappelijke opvatting het gelegenheid bieden tot deelname aan kansspelen op afstand zonder vergunning, als maatschappelijk onwenselijk of illegaal of strafwaardig wordt gezien.[...]


Zorgplicht

4.15. Op Unibet rust naar ongeschreven recht een algemene zorgplicht jegens haar wederpartijen. Die ongeschreven, open norm moet worden geduid en concreet gemaakt voor dit geval. Gelet op het product dat zij aanbiedt – kansspelen – ziet de zorgplicht van Unibet in dit geval ook op het voorkomen van gokverslaving c.q. problematisch gokken. [...]

4.18. Blijft dus staan aan de ene kant dat [eiser] gedurende ruim anderhalf jaar zeer frequent speelde op de websites van Unibet en dat hij in die periode per saldo € 178.088,50 heeft verloren. Aan de andere kant staat vast dat [eiser] wist of moet hebben geweten van de risico’s van gokken, dat hij mede om die reden een eigen verantwoordelijkheid voor zijn speelgedrag had en dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheden om zichzelf in dat gedrag te beperken. Verder staat vast dat er een aantal contra-indicaties voor problematisch speelgedrag was. Naar het oordeel van de rechtbank kan onder deze omstandigheden niet worden gezegd dat op Unibet de plicht rustte om in te grijpen in het speelgedrag van [eiser] door hem de toegang tot de websites te ontzeggen dan wel door hem aan te spreken op zijn speelgedrag.

4.19. De rechtbank komt zodoende tot het oordeel dat er onvoldoende grond is om aan te nemen dat Unibet haar zorgplicht jegens [eiser] heeft geschonden.

Op andere blogs:
Quirijn Meijnen.

IT 31

Wet- en regelgeving internationaal privaatrecht

1.  Bevoegde rechter/arbiter, erkenning en tenuitvoerlegging

Brussel I Verordening
Verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
(verordening; Uitvoeringswet)

EEX
Verdrag van Brussel van 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, zoals gewijzigd door de Toetredingsverdragen van 9 oktober 1978, 25 oktober 1982 en 29 november 1996 (geconsolideerde versie). Eerste Protocol betreffende de uitlegging van het Verdrag van 1968 door het Hof van Justitie (geconsolideerde versie)
(Engelse tekst, Nederlandse tekst; Verdragssluitende staten; Uitvoeringswet)

EVEX
Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, gedaan te Lugano op 16 september 1988
(Engelse tekst; Nederlandse tekst; Verdragssluitende staten; Uitvoeringswet)

Arbitrageverdrag van New York
Verdrag van New York van 10 juni 1958 over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken
(Engelse tekst; Verdragssluitende staten)

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

2.  Toepasselijk recht

Rome I Verordening
Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de  Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I)
(verordening)

Rome II Verordening
Verordening (EG) Nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II)
(verordening)

EVO
Verdrag van Rome van 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst
(geconsolideerde versie)
(Engelse tekst; Nederlandse tekst)

Haags vertegenwoordigingsverdrag
Verdrag betreffende het toepasselijk recht op vertegenwoordiging, 's Gravenhage, 14-3-1978
(Engelse tekst; Nederlandse tekst; Verdragssluitende staten)

Boek 10 BW (KS 32137)

N.B. Links verwijzen vaak naar de originele versie van de betreffende regelgeving. Om de meest recente versie te raadplegen, maak gebruik van de wijzigingsgegevens in de bibliografische gegevens in EUR-Lex en de wetstechnische info bij de wet in overheid.nl. Met dank aan Tycho de Graaf, NautaDutilh