IT 2073

Prejudiciële vragen aan HvJ EU: Maakt het openen van Facebook fanpage je verantwoordelijk voor de gegevensverwerking?

Hof van Jusitie EU 25 feb 2016, IT 2073; (Wirtschaftsakademie Schleswig-Holstein), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-aan-hvj-eu-maakt-het-openen-van-facebook-fanpage-je-verantwoordelijk-voor-de-geg

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 25 februari 2016, IEFbe 1807; IT 2073; C-210/16 (Wirtschaftsakademie Schleswig-Holstein)
Gegevensbescherming. Privacy. Via Minbuza: Verzoekster, een privaatrechtelijk georganiseerde onderwijsinstelling, heeft van het ‘Onafhankelijk centrum voor gegevensbescherming van de deelstaat’ (verweerder) op 03-11-2011 opdracht gekregen haar Facebookpagina te deactiveren. Verzoekster maakt via haar ‘fanpage’ bij Facebook Ireland onder meer reclame voor haar onderwijsinstelling. Het aanhouden van ‘fanpages’ geeft de maker onder meer mogelijkheid (via ‘facebook-insights’) geanonimiseerde statistische informatie over gebruikers, bij wie cookies worden geplaatst, te ontvangen. Verzoekster maakt bezwaar maar verweerder bevestigt het besluit, waarna de zaak aan de rechter wordt voorgelegd. Het Verwaltungsgericht vernietigt de beslissing omdat verzoekster geen ‘verantwoordelijk lichaam’ is in de zin van de DUI wet en dan ook geen adressaat van een bevel kan zijn. Verweerders hoger beroep sneuvelt. De zaak ligt nu voor in Revision bij de verwijzende rechter. Verzoekster, ondersteund door medegedaagde Facebook, meent dat zij niet verantwoordelijk is voor gegevensverwerking door Facebook en evenmin voor de geïnstalleerde cookies. Zij heeft daartoe geen opdracht gegeven. Verweerder stelt dat verzoekster door het openen van een ‘fanpage’ wel verantwoordelijk is.

IT 2072

Wijziging spamboete Daisycon

Rechtbank 19 mei 2016, IT 2072; ECLI:NL:RBROT:2016:3582 (Daisycon tegen ACM), http://www.itenrecht.nl/artikelen/wijziging-spamboete-daisycon

Rechtbank Rotterdam 19 mei 2016, IT 2072; ECLI:NL:RBROT:2016:3582 (Daisycon tegen ACM)
ACM heeft bestuurlijke boetes opgelegd aan een onderneming en twee van haar bestuurders wegens overtreding van het spamverbod. Volgens ACM heeft de onderneming in diverse rollen, te weten die van adverteerder, publisher en affiliate netwerk, artikel 11.7 lid 1 en lid 4 Telecommunicatiewet overtreden. Diverse onderwerpen komen aan de orde waaronder gebrekkige cautie en bewijsuitsluiting, onderzoek naar klachten van abonnees en het verdedigingsbeginsel in dat verband, de beoordeling of sprake is van gevraagde communicatie, of voorafgaande toestemming is verleend en of de afmeldlink voldeed. Verder oordeel over samenloop en toetsing hoogte boetes. Ten slotte volgt ambtshalve matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn. Primaire besluit voor wat betreft de hoogte van de boetes wordt herroepen.

IT 2071

Minister: zowel makers als ISPs hebben belang bij omvangrijk legaal aanbod

Brief Auteursrechtbeleid, Kamerstukken II 2015-2016, 29 838, nr. 85.
Ik meen dat zowel de makers als de betrokken internet service providers belang hebben bij een omvangrijk legaal aanbod van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Ik hoop daarom dat deze partijen bereid en in staat zullen zijn om in dat verband wezenlijke afspraken te maken. Ik schat in dat op afzienbare termijn met name afspraken over vergroting van legaal aanbod en voorlichting over het gebruik van aangeboden (il)legaal materiaal tot de mogelijkheden zouden kunnen behoren. Afspraken over handhavingsaspecten zijn daarentegen wellicht mede afhankelijk van de uitkomst van nog lopende procedures. Zo loopt er onder andere nog een procedure tussen Stichting Brein en UPC over het al dan niet moeten blokkeren van content die inbreuk maakt op het auteursrecht en de naburige rechten. Daarnaast zal er rekening moeten worden gehouden met de aankondiging van de Europese Commissie dat zij zal komen met maatregelen om de (grensoverschrijdende) handhaving van auteursrechten te ondersteunen. De beoogde afspraken van partijen terzake handhavingsaspecten zullen daarmee in lijn moeten zijn.

IT 2069

Wetsvoorstel pseudonimiseren van leerlinggegevens voor toegang en gebruik digitale leermiddelen

Internetconsultatie 18 mei tot 15 jun 2016 (wet Pseudonimiseren leerlinggegevens)
Als leerlingen digitale leermiddelen gebruiken, worden er persoonsgegevens uitgewisseld tussen de onderwijsinstelling en de leverancier van leermiddelen. Deze consultatie gaat over het voorstel om voortaan gebruik te maken van een pseudoniem voor leerlingen bij deze uitwisseling. Gebruik van een pseudoniem beschermt de privacy van leerlingen en versimpelt de toegang tot en het gebruik van digitale leermiddelen.

IT 2068

Zwarte lijst tuchtrechtelijk Register bankmedewerkers bevat voldoende privacywaarborgen

Overige instanties 13 apr 2016, IT 2068; z2015-00894 (Stichting Tuchtrecht Banken), http://www.itenrecht.nl/artikelen/zwarte-lijst-tuchtrechtelijk-register-bankmedewerkers-bevat-voldoende-privacywaarborgen

Autoriteit Persoonsgegevens 13 april 2016, IT 2068; z2015-00894 (Stichting Tuchtrecht Banken)
De Autoriteit Persoonsgegevens heeft het Tuchtrechtelijk Register van Stichting Tuchtrecht Banken rechtmatig verklaard. De Autoriteit Persoonsgegevens concludeert dat deze zwarte lijst van bankmedewerkers voldoende privacywaarborgen bevat. Banken zijn wettelijke verplicht om een tuchtrechtelijke regeling te hebben. Een externe, onafhankelijke organisatie moet deze regeling uitvoeren. Deze organisatie is de Stichting Tuchtrecht Banken. De Stichting Tuchtrecht Banken heeft een zwarte lijst opgesteld (het Tuchtrechtelijk Register). Op deze lijst registreert de stichting voortaan bankmedewerkers die een tuchtrechtelijke maatregel opgelegd hebben gekregen, zoals een tijdelijk beroepsverbod. Het feit dat iemand geregistreerd staat, wordt gedeeld met de deelnemende banken. Het doel hiervan is recidive te helpen voorkomen en bij te dragen aan de integriteit van bankmedewerkers.

 

IT 2067

Parfumwebwinkel vordert met succes beheerdersgegevens van Facebookpagina

Rechtbank 11 mei 2016, IT 2067; (Parfumwebshop tegen Facebook), http://www.itenrecht.nl/artikelen/parfumwebwinkel-vordert-met-succes-beheerdersgegevens-van-facebookpagina

Vzr. Rechbank Den Haag 11 mei 2016, IEF 15962; IT 2067 (Parfumwebshop tegen Facebook)
Onrechtmatige publicatie. Opvraging gegevens. X heeft een parfumwebwinkel. Op een Facebookgroep konden ontevreden klanten hun mening delen, waarop persoonlijke gegevens van de webshopeigenaar werden gezet en verwijten van malafide praktijken en gebruik van stromannen. Na verwijdering van de gegevens wordt gedreigd met "binnen enkele dagen zullen wij wederom foto en persoonlijke gegevens van de eigenaar plaatsen, zodat u hem kunt vinden".  Na sluiting werd een tweede en een derde Facebookgroep opgericht. X vordert met succes de verstrekking gegevens van de beheerders van de Facebookgroepen. Een krantenartikel, waaraan X zelf heeft meegewerkt, is op zichzelf niet onrechtmatig en de verwijdering hiervan wordt afgewezen.

 

IT 2066

15 juni - Jurisprudentielunch merken-, modellen-, auteursrecht

Op woensdag 15 juni 2016 organiseert eduLex, onderdeel van deLex, wederom een intensieve jurisprudentielunch. Tijdens deze bijeenkomst bespreken Tobias Cohen Jehoram, Charles Gielen en Joris van Manen met u de belangrijkste uitspraken op het gebied van het merken-, modellen- en auteursrecht. Van iedere uitspraak wordt de essentie en het belang voor de praktijk besproken. In slechts drie uur tijd bent u volledig op de hoogte van de ontwikkelingen in de meest recente rechtspraak van het afgelopen half jaar. BESTELLEN

IT 2065

Internetconsultatie Wet aanpassing innovatiebox

Internetconsultatie Wet aanpassing innovatiebox 19 mei tot 16 juni 2016.
De innovatiebox is een regeling in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969) als gevolg waarvan materieel een lager belastingtarief geldt voor winsten die toerekenbaar zijn aan bepaalde innovaties. Deze regeling wordt aangepast vanwege in OESO-verband gemaakte afspraken over patentboxen. Met de consultatie wordt beoogd een reactie te krijgen op:
1) de bruikbaarheid van de systematiek zoals neergelegd in het ontwerp van het wetsvoorstel en
2) de signalering van mogelijke aanvullingen op en/of onjuistheden in het ontwerp van het wetsvoorstel.

 

IT 2064

Clouds boven Washington DC; Vijf jaar recht en beleid voor overheidsautomatisering

Alles moet voortdurend anders, aldus luidt de beklijvende grondhouding van de Amerikaanse regering en het congres over federale automatisering van de gegevensverwerking. Weg met de verspilling, leve de doelmatigheid en innovatie. Cloud computing fungeert als Haarlemmerolie, maar de praktijk manifesteert zich op diverse gronden ronduit weerbarstig. De Amerikaanse regering ploegt dan ook moeizaam voort, steeds nadrukkelijker in technische en personele concurrentie met Silicon Valley, de bakermat van de geautomatiseerde gegevensverwerking waar state-of-the-art informatietechnieken volop beschikbaar zijn en geld geen drempel opwerpt om getalenteerde IT professionals te werven en te behouden. Samen, zo klink telkens luider het devies van het Witte Huis, bijvoorbeeld om informatie in het kader van nationale veiligheid te delen, maar vooral om IT aan de sector uit te besteden.

IT 2063

Ex parte beslag software, ook op externe server

Rechtbank 11 mrt 2016, IT 2063; ECLI:NL:RBDHA:2016:5257 (ex parte beslag software), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ex-parte-beslag-software-ook-op-externe-server
externe server

Vzr. Rechtbank Den Haag 11 maart 2016, IEF 15952; IT 2063; ECLI:NL:RBDHA:2016:5257 (ex parte beslag software)
Ex parte. Auteursrecht (28 Aw). Merkenrecht (2.22 BVIE). Rechtbank is bevoegd voor de vorderingen op basis van internationale, Gemeenschaps- en Beneluxmerken en modellen en relatief bevoegd tot verlofverlening tot beslaglegging. De noodzaak van de in bewijsbeslag en afgiftebeslag genomen zaken is aannemelijk voor de computer en gegegevensdragers. Het ex parte stakingsverbod wordt afgewezen. Het gegeven beslagverlof geldt ook voor digitale bestanden op een externe server, waar toegang dient te worden verstrekt middels wachtwoorden en inlogcodes voor de deurwaarder. Gerekwestreerde verbeurt een dwangsom indien zij niet voldoet aan de medewerkingsplicht en er zijn twee uur verstreken.

 

IT 2062

Artikel 843a Rv niet te gebruiken in procedure over voorlopig getuigenverhoor

Rechtbank 12 mei 2016, IT 2062; ECLI:NL:RBAMS:2016:2759 (843a Rv en voorlopig getuigenverhoor), http://www.itenrecht.nl/artikelen/artikel-843a-rv-niet-te-gebruiken-in-procedure-over-voorlopig-getuigenverhoor

Rechtbank Amsterdam 12 mei 2016, IEF 15951, IT 2062, RB 2715; LS&R 1318; ECLI:NL:RBAMS:2016:2759 (843a Rv en voorlopig getuigenverhoor)
Procesrecht. Geen IE-zaak. Een vordering ex art. 843a Rv kan niet worden ingediend in een verzoekschriftprocedure tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt niet aangemerkt als een lopend geding: dit verzoek wordt immers juist ingediend om te bewerkstelligen dat getuigen worden gehoord voordat een geding aanhangig is of wordt gemaakt. De verwijzing van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2000:AA4877) in r.o. 4.1.3 naar “eiser of verzoeker” ziet kennelijk op verzoekers in (andere) verzoekschriftprocedures die als “een lopend geding” kunnen worden aangemerkt en die in dat kader een verzoek op de voet van artikel 843a Rv hebben gedaan. Toepassing wisselbepaling van art. 69 Rv. Voorlopig getuigenverhoor toegewezen.

IT 2061

Wbp-verzoek niet-ontvankelijk nu SNS Reaal niet meer bestaat

Rechtbank 16 feb 2016, IT 2061; ECLI:NL:RBOBR:2016:2529 (Beukenlaan Facility Manager tegen SNS), http://www.itenrecht.nl/artikelen/wbp-verzoek-niet-ontvankelijk-nu-sns-reaal-niet-meer-bestaat

Rechtbank Oost-Brabant 16 februari 2016, IT 2061; ECLI:NL:RBOBR:2016:2529 (Beukenlaan Facility Manager tegen SNS)
Wbp. BFM vordert ex 35, 36 en 46 Wbp verwijdering uit het Intern Incidentenregister (IR) en Extern verwijzingsregister (EVR). SHR N.V. is ecther niet de verantwoordelijke in de zin van de Wbp en daarom zijn verzoekers niet ontvankelijk. Dat BFM het verzoek (mede) tegen SNS Reaal hebben gericht is begrijpelijk nu de brieven, waarin aan hen gemeld werd dat zij in het IR en het EVR waren opgenomen van SNS Reaal afkomstig waren en niet blijkt dat duidelijk is gecommuniceerd dat SNS Reaal niet meer als zodanig bestaat. Er wordt vanwege voorstaande geen kostenveroordeling aan verbonden.

IT 2060

Misleidende informatie over financieel product op door derden beheerd vergelijkingssite

Overige instanties 29 apr 2016, IT 2060; ECLI:NL:CBB:2016:115 (NV tegen AFM), http://www.itenrecht.nl/artikelen/misleidende-informatie-over-financieel-product-op-door-derden-beheerd-vergelijkingssite

CBb 29 april 2016, RB 2714; IT 2060; ECLI:NL:CBB:2016:115 (NV tegen AFM)
Hoger beroep gegrond. Herroeping van aanwijzingsbeschikking. Artikel 1:75 van de Wft. Misleidende informatie over een financieel product van appellante verstrekt via de vergelijkingswebsite van een derde. Niet aannemelijk dat appellante opdracht heeft gegeven voor de opname van haar financieel product in een vergelijking op de vergelijkingswebsite. Gelet op het beperkte toepassingsbereik van artikel 4:19, tweede lid, van de Wft kunnen gedragingen van derde niet aan appellante worden toegerekend

IT 2057

Prejudicieel gestelde vragen over informatie over een handelaar die uitsluitend online verkoopt, terwijl ook op de site informatie staat

Hof van Jusitie EU 28 jan 2016, IT 2057; (Verband Sozialer Wettbewerb tegen DHL), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-over-informatie-over-een-handelaar-die-uitsluitend-online-verkoopt-terw

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 28 januari 2016, IEFbe 1800; IT 2057; RB 2712; C-146/16 (Verband Sozialer Wettbewerb tegen DHL)
Minbuza: Verzoekster, een bond van onder meer electro(nica)artikelen en postorderbedrijven die allerlei soorten goederen aanbieden, heeft verweerster DHL gedaagd wegens een advertentie in de ‘Bild am Sonntag’ van 2 december 2012. Verzoekster meent dat verweerster haar verplichting niet nakomt de identiteit en het geografische adres te vermelden ten behoeve van bezoekers aan het in de advertentie genoemde platform. De rechter wijst de vordering toe, maar in hoger beroep wordt die alsnog afgewezen omdat de rechter oordeelt dat de op de website gehanteerde methode met links in de rubriek ‘informatie over de aanbieder’ voor de consument voldoende herkenbaar is. Hij oordeelt ook dat het in alle rust van achter de computer aankopen doen niet is te vergelijken met kopen in een winkel, gadegeslagen door verkooppersoneel. Verzoekster vraagt en krijgt Revision.

IT 2059

Complexiteit en omvang door beide partijen is enorm onderschat, geen tekortkoming IT-leverancier

Rechtbank 12 mei 2016, IT 2059; ECLI:NL:RBOVE:2016:1682 (ENO zorgverzekeraar tegen VCD), http://www.itenrecht.nl/artikelen/complexiteit-en-omvang-door-beide-partijen-is-enorm-onderschat-geen-tekortkoming-it-leverancier

Vzr. Rechtbank Overijssel 12 mei 2016, IT 2059; ECLI:NL:RBOVE:2016:1682 (ENO zorgverzekeraar tegen VCD)
Contractenrecht. Partijen hebben een mantelovereenkomst 'Cloudias' voor levering IT-platform met bijbehorende diensten. Gedaagde is niet toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen door zich niet te houden aan de overeengekomen (fatale) termijnen voor de oplevering van verschillende fasen en onderdelen van een IT-platform. Het project dat partijen zijn aangegaan met als doel de livegang van het platform per 1 januari 2016 is,  gelet op de complexiteit en omvang van de benodigde functionaliteit, door beide partijen enorm onderschat c.q. niet goed aangevlogen. VCD maakt voldoende aannemelijk gemaakt dat en waarom oplevering van het IT-platform op basis van de herziene mijlpalenplanning medio 2016 niet haalbaar is, dat dit ook geldt voor een opleverdatum van 1 mei 2017 en voorts dat VCD dit – overeenkomstig het bepaalde in artikel 18.5 van de Overeenkomst – terstond aan Eno heeft meegedeeld. Van VCD wordt niet het onmogelijke gevergd om voor 1 mei 2017 te leveren.

IT 2058

Boete inzake geen definitieve prijzen vliegtickets en Engelstalige klantenservice houdt stand

Overige instanties 10 mei 2016, IT 2058; ECLI:NL:CBB:2016:103 (Ierse luchtvaartmaatschappij), http://www.itenrecht.nl/artikelen/boete-inzake-geen-definitieve-prijzen-vliegtickets-en-engelstalige-klantenservice-houdt-stand

CBb 10 mei 2016, RB 2713; IT 2058; ECLI:NL:CBB:2016:103 (Luchtvaartmaatschappij)
Misleidend. Ierse luchtvaartmaatschappij biedt vliegtickets aan via haar website en verleent een dienst van de informatiemaatschappij. Daar worden niet definitieve prijzen vermeld van vaste en onvermijdbare kosten. Als last onder dwangsom opgelegd dat steeds de definitieve vluchtprijs worden vermeld inclusief de administratiekosten die feitelijk voorzienbaar en onvermijdbaar zijn en dat zij deze administratiekosten dient op te nemen in de specificatie van de vluchtprijs. De transacties worden in het Nederlands gesloten, maar de aftersales zijn enkel Engelstalig (6:193g onder h BW). Het College oordeelt dat de aanpassingen aan het contactformulier onvoldoende zijn om van het contactformulier een aan het elektronisch postadres gelijkwaardig alternatief te maken, zodat nog steeds sprake was van een overtreding. ACM was bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen. Het CBb bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam.

 

IT 2056

IE-Forum.be-lunch: privacy, ecommerce en trade secrets

deLex IEFbe 2016

Sponsors 50% reductie! Op woensdag 18 mei 2016 van 12u00 - 15u15 organiseert deLex, de uitgever van IE-Forum.be, een intensieve actualiteitenlunch. Tijdens deze IE-Forum.be-lunchbijeenkomst bespreken Jos Dumortier, Bart Van den Brande en Gunther Meyer met u de belangrijkste Belgische en Europese ontwikkelingen op het gebied van het privacyrecht, e-commerce en trade secrets. De essentie en het belang voor de praktijk wordt besproken. In slechts drie uur tijd bent u volledig op de hoogte van de ontwikkelingen in de meest recente ontwikkelingen van het afgelopen (half) jaar. Aanmelden hier

IT 2055

Conclusie AG: Dynamisch IP-adres is ook persoonsgegeven als ISP over aanvullende gegevens beschikt die identificatie mogelijk maakt

Hof van Jusitie EU 12 mei 2016, IT 2055; ECLI:EU:C:2016:339 (Breyer), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-dynamisch-ip-adres-is-ook-persoonsgegeven-als-isp-over-aanvullende-gegevens-beschikt-di

Conclusie AG HvJ EU 12 mei 2016, IT 2055; IEFbe 1796; C-582/14; ECLI:EU:C:2016:339 (Breyer)
Zie eerder IT 1698; IEFbe 1206. Begrip ‚persoonsgegevens’ – IP-adressen – Bewaring door een aanbieder van elektronische mediadiensten. Nationale regeling volgens welke geen rekening kan worden gehouden met het legitieme belang van de voor de verwerking verantwoordelijke.

1)      Overeenkomstig artikel 2, onder a), [richtlijn gegevensbescherming], vormt een dynamisch IP‑adres waarmee een gebruiker toegang heeft gekregen tot de website van een aanbieder van elektronische mediadiensten voor deze laatste een ‚persoonsgegeven’, wanneer een internetprovider beschikt over de aanvullende gegevens die het, samen met het dynamische IP‑adres, mogelijk maken de gebruiker te identificeren.

IT 2054

GDPR Transponeringstabel: What's old?

Sinds vorige maand staat de tekst van de EU Privacy Verordening ('GDPR') vast en weten we hoe de regels eruitzien die in 2018 in werking treden. Veel daarvan is echter gelijk aan de nu geldende EU Privacy Richtlijn ('95/46'), waarop ook de huidige Nederlandse Privacy wet ('Wbp') is gebaseerd. Als gevolg daarvan blijft veel van de tot nu toe gevormde juridische theorie en praktijk ook straks relevant. Wij merken in de praktijk dat het handig is om snel te kunnen schakelen tussen de vindplaatsen in GDPR, Richtlijn 95/46 en de Wbp. CMS stelt daarom graag de GDPR Transponeringstabel beschikbaar voor geïnteresseerden.

De Nederlandstalige versie (GDPR/Richtlijn/Wbp) kan [hier] direct worden gedownload.
De Engelstalige versie (GDPR/Richtlijn) kan [hier] direct worden gedownload.