IT 2106

Bewijsopdracht van de beweerdelijk gegeven garantie van 'clicks'

Hof 5 jul 2016, IT 2106; ECLI:NL:GHARL:2016:5457 (Eiser tegen BeUp), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bewijsopdracht-van-de-beweerdelijk-gegeven-garantie-van-clicks

Hof Arnhem-Leeuwarden 5 juli 2016, IT 2106; ECLI:NL:GHARL:2016:5457 (Eiser tegen BeUp) Colportagepraktijken van BeUp (Proximedia) bij kleine onderneming. Vraag of sprake is van wilsovereenstemming en zo ja, of mondelinge garanties zijn gegeven. Gelet op de omstandigheden van het geval faalt het beroep op het ontbreken van wilsovereenstemming. Bewijsopdracht ten aanzien van de beweerdelijk gegeven garantie, inhoudende – kort gezegd – dat de hoge maandelijkse kosten van het afgesloten contract opwegen tegen de verhoogde omzet als gevolg van toegenomen ‘clicks’ op internet.

 

IT 2105

Conclusie AG: Binnen EU-recht kunnen lidstaten dataretentieplichten opleggen, maar onder strikte voorwaarden

Hof van Jusitie EU 19 jul 2016, IT 2105; ECLI:EU:C:2016:572 (Tele2 e.a.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-binnen-eu-recht-kunnen-lidstaten-dataretentieplichten-opleggen-maar-onder-strikte-voorw

Conclusie AG HvJ EU 19 juli  2016, IT 2105; IEFbe 1875; ECLI:EU:C:2016:572; C‑203/15 en C‑698/15 (Tele2 Sverige tegen Post- och telestyrelsen)
Persbericht - Verwerking van persoonsgegevens en bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie – Nationale wetgeving die voorziet in een algemene verplichting om gegevens over elektronische communicaties te bewaren – Artikel 15, lid 1 ‒ Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Artikel 7 ‒ Recht op eerbiediging van het privéleven – Artikel 8 – Recht op bescherming van persoonsgegevens – Ernstige inmenging – Rechtvaardiging – Artikel 52, lid 1 – Voorwaarden – Legitieme doelstelling van bestrijding van ernstige criminaliteit – Vereiste van een wettelijke grondslag in het nationale recht – Vereiste van strikte noodzakelijkheid – Vereiste van evenredigheid in een democratische samenleving. Conclusie AG:

Artikel 15, lid 1, van richtlijn 2002/58/CE van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn ‚privacy en elektronische communicatie’), zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009, en de artikelen 7, 8 en 52, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet ertegen verzetten dat een lidstaat aanbieders van elektronischecommunicatiediensten verplicht om alle gegevens betreffende de door de gebruikers van hun diensten gevoerde communicaties te bewaren indien is voldaan aan alle hiernavolgende vereisten, hetgeen door de verwijzende rechters moet worden getoetst in het licht van alle relevante kenmerken van de in de hoofdgedingen betrokken nationale regelingen:

IT 2104

Bewijsopdracht dat de Metaalunievoorwaarden gedownload konden worden

Rechtbank 29 jun 2016, IT 2104; ECLI:NL:RBROT:2016:4913 (Dibalex tegen Delta Shelving), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bewijsopdracht-dat-de-metaalunievoorwaarden-gedownload-konden-worden

Rechtbank Rotterdam 29 juni 2016, IT 2041; ECLI:NL:RBROT:2016:4913 (Dibalex tegen Delta Shelving)
Algemene voorwaarden. Internationale aanneming en handelskoop. Toepasselijkheid algemene voorwaarden (Metaalunievoorwaarden). Weens Koopverdrag (CISG). “Opinion No. 13 Inclusion of Standard Terms under the CISG” van de CISG Advisory Council. Bewijsopdracht aan de gebruiker van de Metaalunievoorwaarden dat voorafgaande aan en ten tijde van de contractsluiting de Metaalunievoorwaarden konden worden ingezien en gedownload op haar website. Art. 6:247 lid 2 BW.

IT 2103

Vragen HvJ over via cloud computing aanbieden van tv-programma’s uit andere lidstaten

Hof van Jusitie EU 4 mei 2016, IT 2103; (http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-265/16), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-hvj-over-via-cloud-computing-aanbieden-van-tv-programma-s-uit-andere-lidstaten
vcast videocloudrecorder

Prejudiciële vraag HvJ EU 4 mei 2016; IEF 16101; IEFbe 1863; IT 2103; C-265/16 (VCAST)
Privékopie-exceptie. Richtlijn 2000/31/EG. Richtlijn 2001/29/EG. Verzoekster biedt via internet een systeem aan waarmee alle tv-programma’s van belangrijke Italiaanse zenders als video kunnen worden opgeslagen (‘cloud computing’). Gebruikers dienen daarvoor (bij een derde partij) een drager en ruimte aan te schaffen. Verzoekster heeft de belangrijkste Italiaanse zender RTI gedaagd om een verklaring voor recht te verkrijgen dat deze praktijk rechtmatig is. Tussen genoemde activiteiten en de verhuur van apparatuur voor het maken van video-opnamen (waarmee VCAST haar activiteiten gelijk wil stellen) bestaat er een onderscheidende factor, namelijk de tussenkomst en de operationele inbreng van de leverancier die op verzoek van de gebruiker de kopie maakt, ook al is dat in immateriële vorm. Verweerster RTI stelt onrechtmatigheid van verzoeksters activiteiten. Zij wijst op haar zowel Italiaans- als EU-wettelijk geregelde exclusieve recht op het economisch gebruik van de werken die zij via haar netwerken uitzendt (en de daaruit voortvloeiende rechten). Het maken van privékopieën is een uitzondering op de hoofdregel die strikt moet worden uitgelegd en verzoeksters uitleg is in strijd met de auteursrechtenrichtlijn. Daarnaast is het oneerlijke concurrentie en een inbreuk op de handelsmerken van RTI. Zij eist dan ook een verbod en schadevergoeding.

IT 2102

Belgische Privacycommissie kan Facebook niet dagvaarden voor Belgische rechtbank

Overige instanties 29 jun 2016, IT 2102; (Facebook tegen Privacycommisse), http://www.itenrecht.nl/artikelen/belgische-privacycommissie-kan-facebook-niet-dagvaarden-voor-belgische-rechtbank

Hof van Beroep Brussel 29 juni 2016, IEfbe 1857; IT 2102 (Facebook tegen Privacycommissie)
De beschikking van de Voorzitter van de Nederlandstalige Rechtbank van Eerste Aanleg Brussel [IEFbe 1569] is ongedaan gemaakt. In die zaak vorderde de Privacycommissie dat Facebook veroordeeld zou worden om te stoppen met het registreren via cookies en social plug-ins van het surfgedrag van internetgebruikers uit België die geen Facebook-account hebben. In eerste aanleg was de vordering van de Privacycommissie ingewilligd geweest.

1. Belgische rechtbanken hebben geen internationale rechtsmacht
Het Hof van Beroep oordeelt dat de Belgische rechtbanken geen internationale rechtsmacht hebben voor een procedure ingesteld door de Belgische Privacycommissie tegen Facebook Inc. en Facebook Ireland Limited, omdat er geen enkele wettelijke bepaling is die hen internationale rechtsmacht verleent:

IT 2101

HvJ EU: Exploitant van fysieke marktplaats kan worden verplicht merkinbreuk van marktkramer te doen staken

Hof van Jusitie EU 7 jul 2016, IT 2101; IEF 16085; IEFbe 1855; IT 2101; C-494/15 (Tommy Hilfiger Licensing e.a.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-exploitant-van-fysieke-marktplaats-kan-worden-verplicht-merkinbreuk-van-marktkramer-te-doen-s

HvJ EU 7 juli 2016, IEF 16085; IEFbe 1855; IT 2101; C-494/15 (Tommy Hilfiger Licensing e.a.)
Persbericht: De exploitant van een fysieke marktplaats kan worden verplicht de door de marktkramers gemaakte merkinbreuken te doen staken. Voor de daartoe uitgevaardigde rechterlijke bevelen gelden dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die gelden voor de beheerder van een elektronische marktplaats. De vennootschap Delta Center is huurder van de Praagse markthallen. Zij onderverhuurt de verschillende verkoopstands op deze marktplaats aan marktkramers. Producenten en distributeurs van merkproducten hebben vastgesteld dat in de markthallen van Praag namaak van hun producten werd verkocht. Zij hebben vervolgens de Tsjechische rechterlijke instanties verzocht Delta Center te gelasten de verhuur van verkoopstands in deze hallen aan dergelijke inbreukmakers te staken. De richtlijn inzake intellectuele eigendom staat merkhouders toe in rechte te ageren tegen de tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk te maken op hun merken.

IT 2100

Conclusie AG: InfoSoc verzet zich tegen belasten van erkende auteursrechtenorganisaties met reproductie en weergave in digitale vorm van 'niet meer verkrijgbare boeken'

Hof van Jusitie EU 7 jul 2016, IT 2100; IEF 16084; IEFbe 1854; IT 2100; C-301/15; ECLI:EU:C:2016:536 (Soulier en Doke), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-infosoc-verzet-zich-tegen-belasten-van-erkende-auteursrechtenorganisaties-met-reproduct

Conclusie AG HvJ EU 7 juli 2016, IEF 16084; IEFbe 1854; IT 2100; C-301/15; ECLI:EU:C:2016:536 (Soulier en Doke)
Prejudiciële gestelde vragen [IEF 15148; IEFbe 1449]. Auteursrecht en naburige rechten. Exclusief reproductierecht. Over wettelijke collectieve vertegenwoordiging voor out-of-print books. Nationale regeling waarbij de uitoefening van de exploitatierechten van niet meer in de handel verkrijgbare boeken wordt toegekend aan een incasso-organisatie. Recht van verzet van de auteurs of de rechthebbenden.

Artikel 2, onder a), en artikel 3, lid 1, [InfoSoc], verzetten zich ertegen dat een regeling, als die welke bij de artikelen L. 134‑1 tot en met L. 134‑9 van de code de la propriété intellectuelle is ingesteld, erkende auteursrechtenorganisaties belast met de uitoefening van het recht om de reproductie en de weergave in digitale vorm van „niet meer verkrijgbare boeken” toe te staan, ook al biedt zij de auteurs of de rechthebbenden van deze boeken de mogelijkheid die uitoefening te beletten of te beëindigen, onder bepaalde door haar vastgestelde voorwaarden.

IT 2098

Hyperlinken, tussenpersonen & the value gap: presentatie en stellingen

, IT 2098; http://www.itenrecht.nl/artikelen/hyperlinken-tussenpersonen-the-value-gap-presentatie-en-stellingen

Hyperlinken, tussenpersonen & the value gap: praat mee op donderdag 7 juli a.s. tijdens het IE Zomer Forum Congres.
U kunt zich hier opgeven.

Download hier de presentatie (incl. stellingen) alvast.

 

Onderwerpen:
• Hyperlinken

  •    Wat is de juridische status van verschillende vormen?
  •    Onder het auteursrecht / de naburige rechten / de onrechtmatige daad?

• Tussenpersonen

  •     Wie is het?  
  •     Wanneer is hij aansprakelijk?
  •     Wat moet hij doen?

• The value gap

  •     Wat is het?
  •     Moet er iets aan gebeuren?
  •     Wat moet er aan gebeuren?
IT 2097

Victor de Pous: Privacytoezichthouder krijgt vierde voorzitter: een retrospectief

Man, blank, tenminste van middelbare leeftijd en jurist. Ook de vierde preses van het bestuursorgaan privacytoezichthouder voldoet aan deze kenmerken. Na Klaas de Vries (oud-rechter), Peter Hustinx (oud-ambtenaar ministerie van Justitie), Jacob Kohnstamm (oud-politicus) is het nu de beurt aan Aleid Wolfsen (oud-rechter, oud-politicus en oud- burgemeester). De wisseling van wacht komt op indringend moment. Niet eerder staat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zo in de belangstelling en — afhankelijk welke positie je kiest — onder druk als in deze periode, waar allerlei maatschappelijke en informatietechnologische ontwikkelingen zich met spoed, parallel en deels onverwachts blijven voltrekken. De geest is definitief uit de fles.

IT 2096

Kennisnemingsverzoek is te weinig concreet dat het een ontoelaatbare fishing expedition is

11 dec 2014, IT 2096; ECLI:NL:GHSHE:2014:5221 (appellanten tegen Rabobank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/kennisnemingsverzoek-is-te-weinig-concreet-dat-het-een-ontoelaatbare-fishing-expedition-is

Hof 's-Hertogenbosch 11 december 2014, IT 2096; ECLI:NL:GHSHE:2014:5221 (Appellanten tegen Rabobank)
Persoonsgegevens. Het HvJ EU heeft antwoord gegeven op prejudicieelgestelde vragen [IT 1557], waarbij de aanvrager van een verblijfstitel inzagerecht heeft. Volgens het Hof van Justitie zijn de gegevens over de aanvrager van een verblijfstitel die in de ‘minuut’ zijn weergegeven, en in voorkomend geval die welke in de juridische analyse in die minuut zijn weergegeven, “persoonsgegevens” in de zin van artikel 2, sub a, van de Richtlijn, maar kan die analyse als zodanig niet aldus worden gekwalificeerd.

Het inzagerecht heeft uitsluitend betrekking op de persoonsgegevens die in de betrokken stukken zijn weergegeven. Het kennisnemingsverzoek is zo weinig concreet dat gesproken moet worden van een ontoelaatbare ‘fishing expedition’. Het Hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep; ECLI:NL:RBLIM:2013:5018.

IT 2095

Ontbinding raamovereenkomst ziekenhuis- en apotheeksoftware en EPD

Rechtbank 29 jun 2016, IT 2095; ECLI:NL:RBOBR:2016:3387 (Alert tegen de ziekenhuizen), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ontbinding-raamovereenkomst-ziekenhuis-en-apotheeksoftware-en-epd

Rechtbank Oost-Brabant 29 juni 2016, IT 2095; ECLI:NL:RBOBR:2016:3387 (Alert tegen de ziekenhuizen)
Ontbinding. Opzegging. IT-zaak over software voor een ZIS en EPD voor vier ziekenhuizen en een apotheekorganisatie. Alert PT houdt zich bezig met het ontwikkelen, leveren en onderhouden van software ten behoeve van de gezondheidszorg. Voor ziekenhuizen biedt zij onder de naam “Alert® PFH” een integraal ICT-systeem bestaande uit een ziekenhuisinformatiesysteem (ZIS) en een elektronisch patiëntendossier van de derde generatie (EPD) aan. Alert sloot raamovereenkomsten met JBZ, Bernhoven, Atrium, ZANOB en TSZ. Bij deze Nederlandse klanten zette Alert “on site” teams in, die in de ziekenhuizen aanwezig waren voor de implementatie en ook ondersteuning konden bieden aan de medewerkers van de ziekenhuizen bij de werkzaamheden die door de ziekenhuizen zelf moesten worden verricht, zoals het testen van de software. Individuele beoordeling aan de hand van elke overeenkomst en de omstandigheden van het geval. Zaak wordt op de rol gezet voor nemen van nadere conclusie.

IT 2094

Geen verwijdering persoonsgegevens uit procesdossiers vanwege publieke taak

Rechtbank 25 apr 2016, IT 2094; ECLI:NL:RBGEL:2016:3350 (Verzoekster tegen Gerechtsbestuur Hof 's-Hertogenbosch), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-verwijdering-persoonsgegevens-uit-procesdossiers-vanwege-publieke-taak

Rechtbank Gelderland 25 april 2016, IT 2094; ECLI:NL:RBGEL:2016:3350 (verzoekster tegen Gerechtsbestuur Hof 's-Hertogenbosch)
Verzoekster heeft de Rechtbank Limburg en Hof 's-Hertogebosch alle dossiers rond haar gezin uit het archief te verwijderen. Op basis van de Archiefwet is een wettelijke plicht die niet door Wbp wordt opgegeven. Artikel 8e Wbp spreekt over noodzakelijke gegevensverwerking voor de uitoefening van de publieke taak. Het aanpassingsrecht uit artikel 36 Wbp beoogt niet om persoonsgegevens bestaande uit indrukken, meningen en conclusies te verwijderen. Verzoek wordt geweigerd.

IT 2093

IE Zomer Forum Congres - 'Hyperlinken, tussenpersonen en the value gap' - donderdag 7 juli

Volkshotel, Amsterdam, donderdag 7 juli 2016, 13.00 - 17.30 uur (inschrijven) Met onder meer Christiaan Alberdingk Thijm, Thijs van Aerde, Jens van den Brink, Remy Chavannes, Arnout Groen, Bernt Hugenholtz, Paul Keller, Sikke Kingma, Anja Kroeze, Joris van Manen, Antoon Quaedvlieg, Rita Zipora. De discussie staat onder leiding van en wordt opgestookt door Dirk Visser.

Als de conclusie van de Advocaat-Generaal [IEF 15842] in de Geen Stijl-Britt Dekker-zaak door het HvJ EU wordt gevolgd, is met winstoogmerk opzettelijk hyperlinken naar evident illegale bronnen straks geen auteursrechtinbreuk. Vermoedelijk is het naar Nederlands recht wel onrechtmatig. Maar wanneer precies? Hoe moet het verder met het auteursrecht als verveelvoudigingen overal en altijd plaatsvinden en het openbaarmakingsrecht (ook) te kort schiet? Loopt alles straks via de onrechtmatige daad en de aansprakelijkheid en de wettelijke verplichtingen van allerlei soort tussenpersonen die moeten helpen bij de bestrijding van illegaal aanbod? Hoe ver gaat die verantwoordelijkheid van tussenpersonen dan? Wie zijn allemaal tussenpersoon? En wat moet een tussenpersoon precies doen?

De lachende derden zijn momenteel platforms als YouTube en Facebook die veel geld verdienen, maar nauwelijks verantwoordelijkheid dragen voor inbreuken. Is er sprake van een lacune waardoor de waarde van het gebruik van beschermd werk weglekt en artiesten en auteurs te weinig verdienen?

Discussieer mee met de belanghebbenden, de deskundigen en alle anderen die er een mening over hebben.

Inschrijven

IT 2092

Ingehuurde IT-specialist Drechtsteden heeft niet bij de aanbesteding behorende mededingingsregels nageleefd

Rechtbank 8 jun 2016, IT 2092; ECLI:NL:RBROT:2016:4318 (Drechtsteden tegen IT-specialist), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ingehuurde-it-specialist-drechtsteden-heeft-niet-bij-de-aanbesteding-behorende-mededingingsregels-na

Rechtbank Rotterdam 8 juni 2016, IT 2092; ECLI:NL:RBROT:2016:4318 (Drechtsteden tegen IT-specialist)
Drechtsteden, een openbaar samenwerkingsverband van de gemeenten Dordrecht, Zwijndrecht, Sliedrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Alblasserdam en Papendrecht, huurt een IT-specialist in. Vervolgens wordt door Drechtsteden een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de aanschaf van nieuwe servers. In deze aanbestedingsprocedure heeft de IT-specialist een adviserende rol. Hij beveelt Drechtsteden aan om servers van fabrikant Nutanix aan te schaffen en doet in dat verband het voorstel een proof of concept te houden om na te gaan of deze servers ook binnen de specifieke omvang van Drechtsteden goed functioneren. Ook stelt de IT-specialist voor om deze proof of concept te laten houden door Benelux Soft, een van de drie Nutanix-resellers in Nederland. Van de IT-specialist mocht verwacht worden dat hij in het belang van Drechtsteden zou toezien op de correcte naleving van de bij de aanbesteding behorende mededingingsregels en dat hij zélf geen inbreuk zou maken op deze regels en het belang van Drechtsteden. Dat heeft hij echter wél gedaan en derhalve heeft hij onrechtmatig gehandeld. Door uitsluitend Benelux Soft te benaderen voor het houden van een proof of concept en niet tevens (een van) de andere twee Nederlandse Nutanix-resellers, waarvoor een afdoende verklaring ontbreekt, heeft de IT-specialist immers in strijd gehandeld met (het door hem in acht te nemen zorgvuldigheidsbeginsel dat voortvloeit uit) de mededingingsregels die behoren bij een aanbestedingsprocedure.

Bewijsvermoeden dat dit onrechtmatig handelen van de IT-specialist tot schade heeft geleid voor Drechtsteden (vestiging van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad). De IT-specialist is bij tussenvonnis van 11 maart 2015 (ECLI:NL:RBROT:201:1798) toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen dit bewijsvermoeden. In het thans gewezen eindvonnis wordt het door de IT-specialist geleverde bewijs beoordeeld.

IT 2091

Prejudiciële vragen over vordering tot rectificatie en materiële schade als gevolg van internetpublicatie: in elke lidstaat of land met centrum van belangen?

Hof van Jusitie EU 23 mrt 2016, IT 2091; (Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-vordering-tot-rectificatie-en-materi-le-schade-als-gevolg-van-internetpubli

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 23 maart 2016, IEF 16046; IEFbe 1838; IT 2091; C-194/16 (Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel)
Minbuza: Verzoeksters hebben een vordering ingesteld tegen de Zweedse firma Svensk Handel (verweerster). Zij eisen rectificatie van onjuiste informatie die verweerster over verzoekster I heeft gepubliceerd alsmede een schadevergoeding, en voor verzoekster II vergoeding van immateriële schade. Verweerster heeft verzoeksters op een ‘zwarte lijst’ op haar website geplaatst wegens vermeend bedrog en oplichterij. Gevolg is dat verzoeksters bedreigd zijn (oproep tot geweld, een poederbrief) en dat hun activiteiten in Zweden nu nagenoeg stilliggen. Verweerster heeft geweigerd de informatie te verwijderen. Zij stelt dat er geen nauwe band is tussen het geding en de Estse rechter en er dan ook geen reden is af te wijken van artikel 4 van Vo. 1215/2012 en artikel 7, pt 2 toe te passen.

De rechter in eerste aanleg oordeelt zich onbevoegd omdat volgens de op de zaak toepasselijke Vo. 1215/2012 geen beroep kan worden gedaan op artikel 7, pt 2: de schade is niet in Estland ingetreden. De ‘onjuiste informatie’ is in het Zweeds gesteld en derhalve in Estland niet begrijpelijk. Schade in Estland is niet aangetoond. Verzoeksters gaan in beroep waarin de uitspraak in eerste aanleg wordt bevestigd. Zij stellen dan hoger beroep in bij de verwijzende rechter.

IT 2090

IE Zomer Forum Congres - 7 juli

Volkshotel, Amsterdam, donderdag 7 juli 2016, 13.00 - 17.30 uur (inschrijven)
Als de conclusie van de Advocaat-Generaal [IEF 15842] in de Geen Stijl-Britt Dekker-zaak door het HvJ EU wordt gevolgd, is met winstoogmerk opzettelijk hyperlinken naar evident illegale bronnen straks geen auteursrechtinbreuk. Vermoedelijk is het naar Nederlands recht wel onrechtmatig. Maar wanneer precies? Hoe moet het verder met het auteursrecht als verveelvoudigingen overal en altijd plaatsvinden en het openbaarmakingsrecht (ook) te kort schiet? Loopt alles straks via de onrechtmatige daad en de aansprakelijkheid en de wettelijke verplichtingen van allerlei soort tussenpersonen die moeten helpen bij de bestrijding van illegaal aanbod? Hoe ver gaat die verantwoordelijkheid van tussenpersonen dan? Wie zijn allemaal tussenpersoon? En wat moet een tussenpersoon precies doen?

IT 2089

Meewerken aan contractueel overeengekomen goedkeuringsprocedure voor software

Rechtbank 4 mei 2016, IT 2089; ECLI:NL:RBMNE:2016:2195 (Centrix tegen Gemeente Amersfoort), http://www.itenrecht.nl/artikelen/meewerken-aan-contractueel-overeengekomen-goedkeuringsprocedure-voor-software

Rechtbank Midden-Nederland 4 mei 2016, IT 2089; ECLI:NL:RBMNE:2016:2195 (Centric tegen Gemeente Amersfoort)
Tussenvonnis. Opdrachtgever (gemeente) heeft niet meegewerkt aan contractueel overeengekomen goedkeuringsprocedure voor software. Rechtbank toetst of sprake is van dermate ernstige gebreken dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat opdrachtnemer zich beroept op die contactuele verplichting van de gemeente.

IT 2088

Cloudrecht in ontwikkeling: wetgever, toezichthouder en rechter

Evenals computernetwerken heeft cloud computing zich nooit in een juridisch vacuüm bevonden; ICT-diensten maken deel van onze samenleving uit. Bovendien gaat het om bij cloud computing om een samenloop van reeds bestaande technieken. Dat laat rijzende vragen en bezorgdheid bij gebruikersorganisaties onverlet. Inmiddels zet spoedeisendheid de legislatieve toon, in hoofdzaak gedreven door economische belang en nationale veiligheid. Verder laten toezichthouders van zich horen. Van Autoriteit Persoonsgegevens tot De Nederlandse Bank. Onderbelicht is echter de jurisprudentie. De vooralsnog schaarse rechtspraak over clouddiensten biedt een interessante kijk op feitelijk gedrag met juridische consequenties.

IT 2087

Conclusie AG: Onder het uitleenrecht valt ook het uitlenen van e-books door bibliotheken

Hof van Jusitie EU 16 jun 2016, IT 2087; ECLI:EU:C:2016:459 (VOB tegen Stichting Leenrecht), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-onder-het-uitleenrecht-valt-ook-het-uitlenen-van-e-books-door-bibliotheken

Conclusie AG 16 juni 2016, IEF ; IEFbe; C-174/15; ECLI:EU:C:2016:459 (VOB tegen Stichting Leenrecht)
Zie eerder IEF 14164 en IEF 14829. Auteursrecht en naburige rechten. Verhuur- en uitleenrecht voor beschermde werken. E-Books. Openbare bibliotheken. Conclusie AG:

1) Artikel 1, lid 1, van [richtlijn 2006/115/EG], gelezen in samenhang met artikel 2, lid 1, onder b), van die richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat onder het uitleenrecht in de zin van dit artikel mede wordt verstaan het voor beperkte tijd aan het publiek ter beschikking stellen van e‑books door bibliotheken. Lidstaten die de uitleenexceptie van artikel 6 van deze richtlijn willen invoeren voor de uitlening van e‑books dienen zich ervan te vergewissen dat de voorwaarden van die uitlening geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het werk en niet op ongerechtvaardigde wijze schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de auteurs.

IT 2086

EC publieke consultatie over de veiligheid van apps en niet-ge-embedde software

EC stakeholders publieke consultatie over de veiligheid van apps en niet-ge-embedde software, 9 juni - 15 september 2016.
Deze consultatie betreft software en apps die noch ge-embed zijn, noch op een tastbaar medium te verkrijgen zijn op het tijdstip van het in de markt zetten ervan, de verstrekking aan consumenten of wanneer ze op een andere manier beschikbaar gemaakt worden aan consumenten (niet-ge-embedde software). Voorbeelden omvatten gezondheidsapps die kunnen worden gebruik op een mobiel toestel, digitale modellen voor 3D-printen of apps die andere apparaten beheren (zoals electronische toepassingen).