IT 2564

Bitcoinhandelaren hebben welbewust risico's genomen dat bitcoins van misdrijven afkomstig waren

Rechtbank 3 apr 2018, IT 2564; ECLI:NL:RBMNE:2018:1180 (Bitcoinhandel), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bitcoinhandelaren-hebben-welbewust-risico-s-genomen-dat-bitcoins-van-misdrijven-afkomstig-waren

Rechtbank Midden-Nederland, 3 april 2018, IT&R 2564; ECLI:NL:RBMNE:2018:1180 (Bitcoinhandel) Zes mannen zijn veroordeeld voor het witwassen van bitcoins met een waarde variërend van 1 ton tot 10 miljoen euro. De verdachten in het NOCIS-onderzoek zijn onder te verdelen in twee groepen: de bitcoinhandelaren, tevens de hoofdverdachten, en hun klanten. De hoofdverdachten namen bitcoins aan van hun klanten en zetten deze via een netwerk van rechtspersonen om in grote contante geldbedragen. De contante bedragen werden in openbare gelegenheden aan de klanten overhandigd. Hiervoor werd een ongebruikelijk hoge commissie in rekening gebracht. De hoofdverdachten controleerden niet waar de bitcoins vandaan kwamen en kunnen daarover ook geen uitleg geven. Hoewel de hoofdverdachten de bitcoinhandel niet zijn begonnen met een crimineel oogmerk, hebben zij welbewust risico’s genomen waarbij zij zich moesten realiseren dat het ging om bitcoins die van misdrijf afkomstig waren en dat zij hiermee de onderliggende criminaliteit faciliteerden.

IT 2563

7 juni 2018 - SGOA Academy - Blockchain & GDPR

Tijdens deze SGOA Academy krijgt u antwoord op de volgende vragen: Wat zijn blockchain en smart contracts? Hoe verhouden die zich tot het recht? Is het mogelijk om persoonsgegevens te verwerken binnen een blockchain? Zijn smart contracts ook juridische overeenkomsten?

Sprekers: Quinten Kroes (Brinkhof) en Sandra van Heukelom en Jeroen Naves (Pels Rijkcken). Titel: Wat zijn de drie grootste valkuilen met het oog op IT geschillen en ADR? Tijd: 15.00 – 17.00 uur met aansluitend een borrel Prijs: € 250,00 (excl. BTW) Waar: Amsterdams Proeflokaal.

Meer informatie volgt. Schrijf u in voor 22 mei en ontvang 10% korting.

IT 2562

22 mei - Jurisprudentielunch privacy en persoonsgegevens

, IT 2562; http://www.itenrecht.nl/artikelen/22-mei-jurisprudentielunch-privacy-en-persoonsgegevens-1

Wanneer heeft een gegeven betrekking op een persoon? En wanneer niet? Hoe stelt het Hof van Justitie dat eigenlijk vast? Prof. mr. Peter Blok neemt u - onder genot van een lekker broodje en drankje - mee in de belangrijkste ontwikkelingen in de rechtspraak over privacyrecht. De GDPR treedt deze maand in werking, dus dit is de perfecte gelegenheid voor een update en schets over wat er na 25 mei a.s. kan gebeuren. Schrijf u meteen in voor de Jurisprudentielunch privacy en gegevensbescherming op dinsdag 22 mei 2018.

IT 2559

Persoonlijke levenssfeer (ex-)echtgenoot gaat voor op het uitgeven van boek over hem

Rechtbank 3 mei 2018, IT 2559; ECLI:NL:RBDHA:2018:5237 ((Boek over (ex-)echtgenoot)), http://www.itenrecht.nl/artikelen/persoonlijke-levenssfeer-ex-echtgenoot-gaat-voor-op-het-uitgeven-van-boek-over-hem

Vzr. Rechtbank Den Haag 3 mei 2018, IT&R 2559; ECLI:NL:RBDHA:2018:5237 (Boek over (ex-)echtgenoot) De auteur en de uitgever van een boek over – kort gezegd – het huwelijk en de echtscheiding van de auteur veroordeeld om (o.a.) de verdere verspreiding van het boek te staken, voorraden te vernietigen en iedere promotie te staken. De auteur wordt bovendien tot rectificatie veroordeeld. Weliswaar wil zij met het boek maatschappelijke misstanden aan de orde stellen, maar zij heeft daarbij bepaalde grenzen overschreden, door i) de wijze waarop zij het boek presenteert, te weten als persoonlijk en waargebeurd verhaal, waarbij duidelijk kenbaar is dat de (ex-)echtgenoot in het boek eiser is en dat het tevens gaat over hun twee kinderen, ii) in het boek vele ernstige beschuldigingen te uiten aan het adres van eiser, die geen steun vinden in feitenmateriaal en iii) zeer persoonlijke en intieme zaken aangaande eiser en zeer privacygevoelige zaken over de kinderen te delen, zonder dat zij hierin vooraf zijn betrokken. Het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer/bescherming van de eer en goede naam van eiser gaat hier voor op het recht op vrijheid van meningsuiting.

IT 2556

Nieuwe 'aftapwet' tijdelijk ongewijzigd van kracht

De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) is zonder de beloofde wijzigingen ingevoerd. De wet zal op een later moment worden aangepast. De Wiv, die ook wel de 'aftapwet' en 'sleepwet' wordt genoemd, geeft inlichtingendiensten bevoegdheid om op grotere schaal af te luisteren en te hacken. Nu.nl

IT 2558

Beunhazen in de IT-wereld moeten worden aangepakt en overeenkomst ontbonden

Rechtbank 11 apr 2018, IT 2558; ECLI:NL:RBMNE:2018:1340 (Webapplicatie overeenkomst), http://www.itenrecht.nl/artikelen/beunhazen-in-de-it-wereld-moeten-worden-aangepakt-en-overeenkomst-ontbonden

Rechtbank Midden-Nederland 11 april 2018, IT&R 2558; ECLI:NL:RBMNE:2018:1340 (Webapplicatie overeenkomst) Partijen hebben een overeenkomst gesloten voor de realisatie van een webapplicatie waarbij gebruikers veilig en vertrouwd met elkaar kunnen communiceren. Eiseres is opdrachtgever en verwijt Gedaagde dat hij toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming. Eiseres wenst de ontbinding van de gehele overeenkomst en Gedaagde is het alleen eens met een gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, namelijk ten aanzien van de laatste twee fases: de opleveringsfase en de nazorgfase. Geen van de overgelegde e-mailberichten van Eiseres kan als een deugdelijke ingebrekestelling worden aangemerkt. Er was geen verzuim aan de zijde van Gedaagde en dus geen grond voor ontbinding van de gehele overeenkomst. Eiseres was echter wel in verzuim met de betaling van de facturen voor de reeds uitgevoerde werkzaamheden. Gedaagde vordert verder om Eiseres te veroordelen zich te weerhouden van enige laster jegens haar. Gemachtigde van Eiseres is van mening dat beunhazen in de IT-wereld moeten worden aangepakt. Als Eiseres in het algemeen belang een misstand aan de kaak zou willen stellen, moet zij daarbij grenzen in acht nemen. In dit geval heeft zij die overschreden.

In conventie

4.2. Geen van de door [eiseres] overgelegde e-mailberichten die zij aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, kan als een deugdelijke ingebrekestelling van [gedaagde] , zoals hiervoor bedoeld, worden aangemerkt. [eiseres] heeft de prestatie die zij concreet van [gedaagde] verlangde, niet omschreven, behalve dat zij zou presteren, en heeft ook niet vermeld wat de gevolgen bij niet-nakoming zouden zijn. Uit het procesdossier valt geen steun te putten voor haar stelling dat [gedaagde] niet presteerde. De kantonrechter verwijst bijvoorbeeld naar het e-mailbericht van [gedaagde] aan [eiseres] van 14 juni 2017, waaruit blijkt in hoeverre [eiseres] met haar werkzaamheden was gevorderd. Dat betekent dat er geen sprake is van verzuim aan de zijde van [gedaagde] en dus geen grond voor ontbinding van de gehele overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] . Omdat partijen het wel eens zijn over de gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, te weten ten aanzien van de opleveringsfase en de nazorgfase, zal de ontbinding van de overeenkomst in zoverre worden toegewezen.

4.3. Nu de overeenkomst in stand is gebleven voor de werkzaamheden die reeds zijn verricht, bestaat er geen grondslag voor de terugbetaling van het bedrag van € 1.210,00, dat [eiseres] voor die werkzaamheden heeft betaald. In zoverre zal de vordering worden afgewezen.

In reconventie

4.5. Uit het voorgaande vloeit voort dat [eiseres] in verzuim is met de betaling van de facturen voor de reeds uitgevoerde werkzaamheden. Ten aanzien van de meerwerkfactuur heeft [eiseres] weliswaar gesteld dat [gedaagde] in strijd met het ontwerp een eigen interpretatie was gaan bouwen, maar [gedaagde] heeft dat gemotiveerd betwist: zij is gaan bouwen wat partijen bij de overeenkomst hebben afgesproken. [eiseres] heeft ter zitting bevestigd dat zij pas na het sluiten van de overeenkomst een gedetailleerde projectbeschrijving bij [gedaagde] heeft aangeleverd. Daarmee is ook de verschuldigdheid van de kosten van dit meerwerk door [eiseres] voldoende komen vast te staan. Het gevorderde bedrag van € 1.902,72 zal daarom worden toegewezen.

4.8. Ter zitting heeft [gemachtigde 1] ontkend dat de website die hij in zijn e-mailbericht aan [gedaagde] van 15 oktober 2017 had aangekondigd (zie hiervoor onder 2.16), online is of is geweest. Wel heeft hij verklaard dat hij contact heeft gehad met de HR manager van het bedrijf waar [A] , de partner van [gemachtigde 2] , werkt en dat hij ook de Kamer van Koophandel heeft benaderd. Hij is van mening dat beunhazen in de IT-wereld moeten worden aangepakt. De mail van 18 juli 2017 (hiervoor vermeld onder 2.15) had hij gestuurd omdat hij heel kwaad was. Hij had daar verder geen werk van gemaakt en hij zou zich daarvan voortaan onthouden.

4.9. De kantonrechter merkt op dat ook als [eiseres] zou menen dat zij in het algemeen belang een misstand aan de kaak zou willen stellen, zij daarbij grenzen in acht moet nemen. In dit geval heeft zij die overschreden. In de eerste plaats vinden de beschuldigingen van [eiseres] over de door haar gestelde onbekwaamheid van [gedaagde] onvoldoende steun in het procesdossier en in de tweede plaats heeft zij grenzen overschreden door de partner van [gemachtigde 2] en haar werkgever te benaderen. Dit deel van de vordering zal daarom als hierna vermeld worden toegewezen. Ook de gevorderde dwangsom is, als prikkel tot nakoming, toewijsbaar, zij het gemaximeerd.

IT 2560

22 mei - Jurisprudentielunch privacy en persoonsgegevens

Inschrijven. Op dinsdag 22 mei 2018, drie dagen voor de inwerkingtreding van de GDPR, organiseert deLex de Jurisprudentielunch privacy en gegevensbescherming. Tijdens de lunch praat prof. mr. Peter Blok u bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de rechtspraak op het gebied van het recht op privacy en de bescherming van persoonsgegevens.
 

IT 2555

Deskundigenbericht nodig voor beoordeling complex van automatiseringsovereenkomsten

Hof 3 apr 2018, IT 2555; ECLI:NL:GHARL:2018:3118 (Partners Network c.s. tegen Ctac), http://www.itenrecht.nl/artikelen/deskundigenbericht-nodig-voor-beoordeling-complex-van-automatiseringsovereenkomsten

Hof Arnhem-Leeuwarden Overijssel 3 april 2018, IT&R 2555; ECLI:NL:GHARL:2018:3118 (Partners Network c.s. tegen Ctac) Complex van automatiseringsovereenkomsten waarvan partijen de implementatie-overeenkomst na uitgebreide onderhandelingen uiteindelijk zijn aangegaan op regiebasis. Partners Network c.s. stelt dat Ctac in meerdere opzichten toerekenbaar is tekortgeschoten in de uitvoeringen van met name de implementatie-overeenkomst. Ctac zou onder andere de fatale oplevertermijn niet hebben gehaald, het budget hebben overschreden en onterecht de betaling van facturen hebben opgeschort. Ter beoordeling van een en ander oordeelt het hof een deskundigenbericht nodig ter beantwoording van de vragen. Verder wil het hof van de te benoemen deskundige een gemotiveerde opvatting vernemen over de vraag of de facturen in overeenstemming waren met de voortgang en kwaliteit van diverse tussenstanden van het werk.

IT 2557

Privacy mask op camerabeelden beschermt tegen privacyinbreuk

Rechtbank 25 apr 2018, IT 2557; ECLI:NL:RBOVE:2018:1513 (Privacyschending door bewakingscamera), http://www.itenrecht.nl/artikelen/privacy-mask-op-camerabeelden-beschermt-tegen-privacyinbreuk

Rechtbank Overijssel 25 april 2018, IT&R 2557; ECLI:NL:RBOVE:2018:1513 (Privacyschending door bewakingscamera) Eiser en gedaagde zijn buren. Gedaagde heeft een bewakingscamera geïnstalleerd gericht op zijn oprit en op een strook van de openbare weg vóór de woning met een parkeerhaven in verband met de vele inbraken in hun woonwijk. Eiser stelt dat zijn privacy wordt geschonden. Het zicht op de oprit van Eiser is in de camerabeelden afgeschermd met zwarte pixels, een zogenoemde ‘privacy mask’. Volgens Eiser kan een privacy mask betrekkelijk eenvoudig worden verwijderd en kunnen de stand en plaats van de camera worden gewijzigd, waardoor hun perceel alsnog in beeld komt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit ook zal gebeuren. Voorshands geoordeeld bestaat voor het gedeelte van de openbare weg dat op de camerabeelden is te zien voldoende rechtvaardigingsgrond. Tegenover het veiligheidsbelang leidt de camera tot een te geringe inbreuk op de privacy van Eiser. Vordering tot het verwijderen van een camera aan de voorzijde van een woning wordt afgewezen.

IT 2554

Oplevering bèta versie extensie hoefde niet klaar te zijn om bij klanten ingezet te worden

Rechtbank 18 apr 2018, IT 2554; (Total Internet Group tegen Shop2Market), http://www.itenrecht.nl/artikelen/oplevering-b-ta-versie-extensie-hoefde-niet-klaar-te-zijn-om-bij-klanten-ingezet-te-worden

Rechtbank Amsterdam 18 april 2018, IT 2554 (Total Internet Group tegen Shop2Market) Contractenrecht. Bèta. Scrum/Agile. TIG ontwikkelt softwarematige extensies. S2M assisteert in het optimaliseren van winst uit online advertentiecampagnes. Met derden heeft ze een softwareproduct ontwikkeld Adcurve om inzicht te krijgen in winstgevendheid van online advertenties. S2M heeft TIG benaderd om een extensie te ontwikkelen voor de koppeling Adcurve met systemen van de webwinkels, volgens Agile project methodiek op basis van scrum. Er is een SLA afgesproken. De API-extensie met afgesproken functionaliteiten is aan S2M opgeleverd. S2M betaalt de facturen niet. S2M voert verweer en betwist dat op haar ter zake (nog) een betalingsverplichting rust, omdat TIG volgens haar geen werkende extensie heeft opgeleverd en dat daarom ook aan de SLA geen uitvoering is gegeven. Uit het Requirements document blijkt, zoals TIG terecht heeft aangevoerd, dat de extensie niet klaar hoefde te zijn om ingezet te kunnen worden bij de klanten van S2M, maar dat het een "bèta versie" zou zijn, die opgeleverd zou worden in een testomgeving. In afwijking an 6:92 BW is bij verzuim direct wettelijke handelsrente alsmede een dadelijk opeisbare boete verschuldigd.  S2M moet aan TIG ruim 22.000 betalen.

IT 2553

Burgers onvoldoende beschermd tegen computerbesluiten overheid

B.M.A. van Eck, Geautomiseerde ketenbesluiten & rechtsbescherming. Een onderzoek naar de praktijk van geautomatiseerde ketenbesluiten over een financieel belang in relatie tot rechtsbescherming, Tilburg 2018. Uit het persbericht: De overheid gebruikt computers voor het nemen van besluiten. Vaak gaat het daarbij om geld, zoals het verlenen van kinderbijslag, de AOW, toeslagen, het opleggen van motorrijtuigenbelasting of de aanslag inkomstenbelasting. Maar hoe die besluiten precies genomen worden, is niet duidelijk. Bovendien leunen overheden ook op elkaars computerbesluiten. De burger is daardoor onvoldoende juridisch beschermd, blijkt uit promotie-onderzoek van Marlies van Eck. Proefschrift aanvragen

IT 2552

Persoonlijke omstandigheden onvoldoende om ING tot ongedaanmaking van registraties te verplichten

Rechtbank 26 apr 2018, IT 2552; ECLI:NL:RBAMS:2018:2718 (Eiser tegen ING Bank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/persoonlijke-omstandigheden-onvoldoende-om-ing-tot-ongedaanmaking-van-registraties-te-verplichten

Rechtbank Amsterdam 26 april 2018, IT 2552; ECLI:NL:RBAMS:2018:2718 (Eiser tegen ING Bank) Kort geding. Het gaat in deze zaak om vorderingen tot verwijdering van de door ING geplaatste coderingen ten laste van Eiser in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het Bureau Krediet Registratie (BKR), en tot verstrekking van een schriftelijke rectificatie daarvan door ING aan Eiser. De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorzieningen. Het belang van [eiser] bij verwijdering van de registraties is met name gelegen in het kunnen verkrijgen van een hypothecaire geldlening voor de financiering van een recent door hem aangekochte woning, zodat hij samen met zijn nieuwe partner zijn leven (verder) op orde kan krijgen, dichter bij de kinderen uit zijn vorige huwelijk kan gaan wonen zodat de reisafstanden worden verkleind, en een passende werkkamer kan inrichten voor het bestuur van zijn groeiende bedrijf. De persoonsgegevens van een man blijven voorlopig in het informatiesysteem van het BKR staan.

IT 2551

Siemens wordt toegelaten te bewijzen dat illegaal gedownloade software is gebruikt voor opdrachten

Hof 24 apr 2018, IT 2551; ECLI:NL:GHARL:2018:3901 (Siemens tegen Almteq c.s.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/siemens-wordt-toegelaten-te-bewijzen-dat-illegaal-gedownloade-software-is-gebruikt-voor-opdrachten

Hof Arnhem-Leeuwarden 24 april 2018, IEF 17659; IT 2551; ECLI:NL:GHARL:2018:3901 (Siemens tegen Almteq) Zie eerder IEF 14089. Auteursrechtinbreuk op software. Twee vennoten hebben illegaal software van Siemens gedownload. Deze onrechtmatige daad kan aan de vennootschappen worden toegerekend, als de gedragingen in het maatschappelijk verkeer hebben te gelden als gedragingen van de vennootschappen. Daarvan is sprake als de illegaal gedownloade software is gebruikt bij de uitvoering van opdrachten voor deze vennootschappen. Siemens wordt toegelaten tot bewijs van die stelling. Voor de berekening van de forfaitaire vergoeding is niet de licentie voor het volledige pakket bepalend, maar voor die modules die de vennoten daadwerkelijk hebben gebruikt. Daarover wordt Siemens ook toegelaten tot bewijs. Bij de berekening van de opslag op de licentievergoeding wordt niet alleen rekening gehouden met de kosten van onderzoek en opsporing, maar mogelijk ook met de kosten van uitholling van het auteursrecht door de grote schaal waarop inbreuk zou worden gepleegd. Siemens wordt uitgenodigd die stelling verder uit te werken.

IT 2550

Vanuit een persoonlijk belang en daarmee wederrechtelijk begonnen met heimelijk opnemen telefoongesprek met raadslid

Rechtbank , IT 2550; ECLI:NL:RBMNE:2018:1723 (IJsselsteinse journaliste), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vanuit-een-persoonlijk-belang-en-daarmee-wederrechtelijk-begonnen-met-heimelijk-opnemen-telefoongesp

Rechtbank Midden-Nederland 25 april 2018, IT 2550; ECLI:NL:RBMNE:2018:1723 (IJsselsteinse journaliste) Privacy. Strafrecht. Een 59-jarige journalist uit IJsselstein die in 2014 opnames maakte van een telefoongesprek tussen twee personen had dit niet mogen doen. De vrouw heeft zich schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, maar de rechtbank Midden-Nederland legt haar geen straf op.

IT 2549

Conclusie AG: Foto in werkstuk met bronvermelding op schoolwebsite geen mededeling aan het publiek

Hof van Jusitie EU 25 apr 2018, IT 2549; ECLI:EU:C:2018:279 (Land Nordrhein-Westfalen tegen Dirk Renckhoff), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-foto-in-werkstuk-met-bronvermelding-op-schoolwebsite-geen-mededeling-aan-het-publiek

Conclusie AG HvJ EU 25 april 2018, IEF 17655; IEFbe 2559; IT 2549; C‑161/17 ; ECLI:EU:C:2018:279 (Land Nordrhein-Westfalen tegen Dirk Renckhoff) Auteursrecht en naburige rechten in de informatiemaatschappij – Begrip ‚mededeling aan het publiek’ – Beschikbaarstelling op een website van een voor alle internetgebruikers op een andere website toegankelijk beschermd werk, foto van de stad Cordoba – Geval waarin het werk zonder toestemming van de houder van het auteursrecht op een server is gekopieerd. Conclusie:

Het plaatsen op de website van een school, zonder winstoogmerk en met bronvermelding, van een werkstuk dat een voor alle internetgebruikers vrij en kosteloos toegankelijke foto bevat, vormt, wanneer die foto zich reeds zonder waarschuwing betreffende beperkingen op het gebruik ervan op de website van een reismagazine bevond, geen beschikbaarstelling voor het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van [InfoSocRichtlijn].

IT 2548

AP presenteert jaarverslag 2017: meer aandacht voor privacy

Autoriteit persoonsgegevens

Het jaar 2017 stond voor de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) in het teken van de aankomende nieuwe privacywetgeving. De AP investeerde in voorlichting aan organisaties en nadere Europese uitleg van de nieuwe regels. Daarnaast hield de AP toezicht op de naleving van de huidige Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) met onderzoeken naar bijvoorbeeld Facebook, Microsoft en de registratie van prostituees. Lees de samenvatting, Lees verder

IT 2547

Opdrachtnemer heeft geheimhoudingsplicht, maar hoeft geen verantwoording af te leggen over vernietigde bedrijfsvertrouwelijke gegevens

Hof 20 feb 2018, IT 2547; ECLI:NL:GHARL:2018:1712 (Ylvas tegen Transvision), http://www.itenrecht.nl/artikelen/opdrachtnemer-heeft-geheimhoudingsplicht-maar-hoeft-geen-verantwoording-af-te-leggen-over-vernietigd

Hof Arnhem-Leeuwarden 20 februari 2018, IEF 17649; IT 2547; ECLI:NL:GHARL:2018:1712 (Ylvas tegen Transvision c..) Geheimhoudingsbeding. Opdrachtnemer heeft geen verplichting om verantwoording af te leggen over wijze van vernietiging van bedrijfsvertrouwelijke informatie van opdrachtgever. Transvision c.s. sommeren de opdrachtnemer om binnen 24 uur de schriftelijke informatie op hun kantoor af te geven en de digitale informatie te vernietigen en daarvan proces-verbaal op te maken. De opdrachtnemer heeft aangevoerd dat hij als reactie op de brief de schriftelijke informatie heeft vernietigd en de digitale informatie heeft verwijderd van zijn gegevensdrager en cloud-opslag. Transvision c.s. stellen dat de opdrachtnemer daardoor de verdenking op zich heeft geladen dat hij bedrijfsvertrouwelijke informatie heeft achtergehouden. De voorzieningenrechter gaat hierin voor een groot deel mee en legt de opdrachtnemer een aantal bevelen op tot afstaan van gegevens en het afleggen van verantwoording daarover, naast een gebod tot naleving van het geheimhoudingsbeding en een verbod om zich in te laten met de Valys-aanbesteding [ECLI:NL:RBGEL:2018:380; ECLI:NL:RBGEL:2017:6488]. Hof: In beginsel is de geheimhouder vrij te bepalen op welke manier hij zijn geheimhoudingsverplichting uitvoert en rust op hem niet een verantwoordingsplicht als door de voorzieningenrechter aangenomen. Het voorgaande wordt niet anders, doordat geheimhouding urgenter werd door de indiensttreding van de opdrachtnemer bij een concurrent. Het is niet zodanig ongebruikelijk dat een opdrachtnemer na beëindiging van de opdracht werkzaamheden gaat verrichten voor een concurrent dat daardoor een verantwoordingsplicht gaat gelden als door Transvision c.s. verdedigd en door de voorzieningenrechter aangenomen. Het Hof gebiedt geheimhoudingsverplichting van de opdrachtnemer.

IT 2541

Vragen aan HvJ EU over jaarlijkse financiële bijdrage om bij te dragen tot financiering rekening houdend met positieve effect van nieuwe regelgeving

Hof van Jusitie EU , IT 2541; (Telefónica Móviles España e.a.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-jaarlijkse-financi-le-bijdrage-om-bij-te-dragen-tot-financiering-rekening-hou

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 14 en 20 december 2017, IT 2541; IEFbe 2547; C-119/18 – C-121/18 (Telefónica Móviles España e.a.) Telecom. Gevoegde zaken C-119/18, C-120/18 en C-121/18. De feiten en rechtsoverwegingen van zaken C-120/18 en C-121/18 komen in wezen overeen met, en de prejudiciële vragen zijn dezelfde als die van het verzoek om een prejudiciële beslissing in zaak C-119/18. Zaak C-119/18 kent de volgende feiten. Telefónica Móviles España is een onderneming die actief is in de telecommunicatiesector. RTVE, de publieke omroep van Spanje, wordt op grond van artikel 5 van wet nr. 8/2009 (onder meer) gefinancierd door een jaarlijkse financiële bijdrage verschuldigd door de exploitanten van telecommunicatiediensten die op het hele Spaanse grondgebied of in meer dan één autonome regio werkzaam zijn. Deze bijdrage wordt berekend op basis van het totale gefactureerde volume en moet volgens artikel 5 worden geleverd gelet op het positieve effect op de telecommunicatiesector van de nieuwe regelgeving voor de televisie- en audiovisuele sector en, meer in het bijzonder, gelet op de uitbreiding van de vaste en mobiele breedbanddiensten en op het feit dat RTVE niet langer reclame uitzendt en afziet van betaalde content en voorwaardelijke toegang.

IT 2540

Vragen aan HvJ EU over plaats van herstel van een op afstand gekocht consumptiegoed

Hof van Jusitie EU 27 dec 2017, IT 2540; (Toolport), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-plaats-van-herstel-van-een-op-afstand-gekocht-consumptiegoed
Toolport

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 27 december 2017, IT 2540; RB 3121; IEFbe 2546; C-52/18 (Toolport) Consumentenbescherming. Koop op afstand. Verzoeker heeft op 08.07.2015 telefonisch een partytent van verweerster gekocht. De tent is geleverd op het woonadres van verzoeker. Verzoeker beriep zich in de precontentieuze fase op gebreken die aan de tent zouden kleven. Verweerster wees alle klachten af. Verzoeker heeft enkel opheffing van de wanprestatie ter plaatse gevorderd, zonder de litigieuze waar terug te zenden naar verweerster of dit aan te bieden. Tussen partijen is niet gesproken over de plaats waar nakoming alsnog diende te geschieden. De tussen partijen gesloten overeenkomst bevat hierover geen informatie.