IT 2358

Inbreuk auteurs- en naburige rechten door grootschalig uploaden films op Usenet

Rechtbank 8 sep 2017, IT 2358; (Stichting BREIN tegen Usenet-uploader), http://www.itenrecht.nl/artikelen/inbreuk-auteurs-en-naburige-rechten-door-grootschalig-uploaden-films-op-usenet

Vzr. Rechtbank Limburg 8 september 2017, IEF 17146; IT 2358 (Stichting BREIN tegen Usenet-uploader) Ex parte beschikking. Gerekwestreerde heeft op grote schaal auteurs- en nabuurrechtelijk beschermde werken wekelijks geüpload naar het Usenet en openbaar gemaakt door links te publiceren via het forum waarvan hij de administrator is die toegang verschaffen tot de geüploade content. Hierdoor maakt de uploader inbreuk op de auteurs- en naburige rechten van de rechthebbenden wier belangen door BREIN worden behartigd. De voorzieningenrechter gebiedt de inbreuk op auteursrechten te staken en gestaakt te houden onder last van een dwangsom van €2.000,- per dag met een maximum van €50.000. Inmiddels is er een schikking getroffen met de uploader van €5.000,-.  

IT 2357

Raad van State: Onderzoek AP naar persoonlijke OV-chipkaartabonnement voldoet niet

Overige instanties 20 sep 2017, IT 2357; ECLI:NL:RVS:2017:2555 (NS-reiziger tegen Autoriteit Persoonsgegevens), http://www.itenrecht.nl/artikelen/raad-van-state-onderzoek-ap-naar-persoonlijke-ov-chipkaartabonnement-voldoet-niet

ABRvS 20 september 2017, IT 2357; ECLI:NL:RVS:2017:2555 (NS-reiziger tegen Autoriteit Persoonsgegevens) Wet bescherming persoonsgegevens. Eiser heeft bij de AP een verzoek om handhaving ingediend wegens het feit dat het voordeelurenabonnement alleen te combineren is met een persoonlijke OV-chipkaart, waardoor zijn reisgegevens verwerkt worden als hij wil reizen met een voordeelurenabonnement. Eiser acht dit in strijd met artikel 8 Wbp, nu het voor het uitvoeren van de overeenkomst niet noodzakelijk is dat zijn reisgegevens worden geregistreerd. Rechtbank Gelderland [IT 2345] heeft geoordeeld dat de AP onvoldoende heeft onderzocht of de gegevensverwerking voldoet aan het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel. De vraag is of het voor de uitvoering van de overeenkomst noodzakelijk is dat de reisgegevens worden verwerkt door het verplicht stellen van een persoonlijke OV-chipkaart. De AP had op grond van art. 60 Wbp moeten onderzoeken of een systeem mogelijk is dat aan de bezwaren van eiser tegemoet kan komen, met inachtneming van de belangen van de derde-partijen. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het opgedragen onderzoek als bedoeld in art. 60 Wbp. Het fase I-onderzoek van de AP, waarin wordt getoetst of het verzoek aan de formele eisen uit de Awb voldoet, heeft uitgewezen dat overtredingen van art. 8 Wbp niet aan de orde zijn.
 

IT 2356

Conclusie AG: Via cloud computing aanbieden tv-programma's niet verenigbaar met InfoSocRl

Hof van Jusitie EU 7 sep 2017, IT 2356; ECLI:EU:C:2017:649 (VCAST tegen RTI), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-via-cloud-computing-aanbieden-tv-programma-s-niet-verenigbaar-met-infosocrl

Conclusie AG HvJ EU 7 september 2017, IEF 17142; IEFbe 2356; IT 2356; ECLI:EU:C:2017:649; C‑265/16 (VCAST Limited tegen R.T.I. SpA) Privékopie-exceptie. Richtlijn 2000/31/EG. Richtlijn 2001/29/EG. VCAST biedt via internet een systeem aan waarmee alle tv-programma’s van belangrijke Italiaanse zenders als video kunnen worden opgeslagen (‘cloud computing’). RTI stelt onrechtmatigheid van de activiteiten van VCAST. Zij wijst op haar zowel Italiaans- als EU-wettelijk geregelde exclusieve recht op het economisch gebruik van de werken die zij via haar netwerken uitzendt (en de daaruit voortvloeiende rechten). VCAST stelt dat haar activiteiten overeenkomen met het verhuren van een video-opnamesysteem op afstand. Dit is volgens de Italiaanse wet tegen billijke vergoeding toegestaan. Ook het Unierecht zou hieraan niet in de weg staan zolang sprake is van een forfaitaire vergoeding aan de rechthebbenden. RTI stelt dat lidstaten is toegestaan het maken van een privékopie mogelijk te maken onder de voorwaarde van een billijke compensatie en alleen in het geval dat de reproductie door een natuurlijk persoon voor eigen gebruik en zonder commercieel oogmerk wordt verricht. Het gaat om een uitzondering die dan ook strikt moet worden uitgelegd. Het toestaan van reproduceren met commercieel oogmerk zou dan ook in strijd zijn met EU-recht. Conclusie AG:

Artikel 5, lid 2, onder b), van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling in de weg staat aan een nationale regeling op grond waarvan het is toegestaan om zonder toestemming van de rechthebbenden van de auteursrechten een online opnamedienst aan te bieden voor op het grondgebied van die lidstaat vrij beschikbare, langs terrestrische weg uitgezonden televisie-uitzendingen, wanneer de aanbieder van die dienst, en niet de gebruiker ervan, het terrestrisch uitgezonden signaal ontvangt aan de hand waarvan de opname wordt gemaakt.

IT 2355

ACM gaat telecomaanbieders streng controleren op stilzwijgende contractswijzigingen

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) gaat telecomaanbieders streng controleren op contractswijzigingen in zakelijke contracten waarmee abonnees niet expliciet hebben ingestemd. De ACM houdt zelf actief toezicht, maar is ook geïnteresseerd in signalen over stilzwijgende wijzigingen in zakelijke telecomcontracten. Is uw zakelijk telecomcontract bijvoorbeeld stilzwijgend verlengd? Meld uw signaal dan bij het bedrijvenloket van de ACM.
Lees verder

IT 2354

De Brauw verliest laatste ICT-partner aan Van Doorne

De Brauw Blackstone Westbroek raakt zijn laatste ICT-partner kwijt. Bart van Reeken verlaat het kantoor na ruim dertig jaar om per 1 november partner te worden bij Van Doorne. Zaken op het vlak van IT contracting en outsourcing hebben niet langer de prioriteit binnen de strategie van De Brauw. “Ik was een beetje de geweldige hockeyer in een voetbalteam geworden. Dan kun je beter naar een goed hockeyteam gaan.” Advocatie

IT 2353

HvJ EU: Persoonsgegevens mogen zonder instemming worden verwerkt en geplaatst op zwarte lijst ten behoeve van bestrijding belastingfraude

Hof van Jusitie EU 27 sep 2017, IT 2353; ECLI:EU:C:2017:725 (Peter Puskar tegen Slowakije), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-persoonsgegevens-mogen-zonder-instemming-worden-verwerkt-en-geplaatst-op-zwarte-lijst-ten-beh

HvJ EU 27 september 2017, IEF 17135; IEFbe 2353; IT 2353; ECLI:EU:C:2017:725; C-73/16 (Peter Puskar tegen Slowakije) Verwerking van persoonsgegevens, bescherming van de grondrechten. Peter Puskar verzoekt om alle SLW belastingautoriteiten te verbieden zijn naam en identificatiegegevens te plaatsen op een (‘zwarte’) lijst van natuurlijke personen die volgens het openbaar bestuur zijn te beschouwen als ‘stromannen’. Verzoeker stelt dat vermelding op de lijst inbreuk maakt op zijn recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van de goede naam. HvJ EU antwoordt dat: 

IT 2352

HvJ EU: Afbeelden van game console bij het aanbieden van accessoires is toegestaan

Hof van Jusitie EU 27 sep 2017, IT 2352; ECLI:EU:C:2017:724 (Nintendo-afstandbediening), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-afbeelden-van-game-console-bij-het-aanbieden-van-accessoires-is-toegestaan

HvJ EU 27 september 2017, C-24/16 en C-25/16, ECLI:EU:C:2017:724; IEF 17133; IEFbe 2351; IT 2352 (Nintendo tegen BigBen) Jurisdictie. Modelrecht. Via een website worden afstandsbedieningen voor game consoles aangeboden met daarbij een afbeelding van een game console waarop modelrechten gelden. HvJ EU antwoordt (FR/DUI), kort gezegd, dat artikel 20 lid 1 onder c GemModVo zo moet worden uitgelegd dat een derde die zonder toestemming van de Gemeenschapsmodelgerechtigde bij rechtmatig voeren van een bedrijf in accessoires die toebehoren aan waren van de modelrechthouder om de toepassing van die waren toe te lichten middel het plaatsen van een afbeelding op de website of daartoe te citeren dat dat toelaatbaar is.

1)      Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen, gelezen in samenhang met artikel 6, punt 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat in omstandigheden als die van de hoofdgedingen, waarin de internationale bevoegdheid van een rechtbank voor het gemeenschapsmodel waarbij een vordering wegens inbreuk aanhangig is gemaakt, ten aanzien van een eerste verweerder is gebaseerd op artikel 82, lid 1, van verordening nr. 6/2002 en ten aanzien van een in een andere lidstaat gevestigde tweede verweerder op dat artikel 6, punt 1, gelezen in samenhang met artikel 79, lid 1, van verordening nr. 6/2002, omdat deze tweede verweerder producten vervaardigt en levert aan de eerste verweerder die deze verkoopt, deze rechtbank op verzoek van de verzoekende partij ten aanzien van de tweede verweerder maatregelen overeenkomstig artikel 89, lid 1, en artikel 88, lid 2, van verordening nr. 6/2002 kan gelasten die ook betrekking hebben op gedragingen van deze tweede verweerder die geen verband houden met bovengenoemde toeleveringsketen en die gelden voor de gehele Europese Unie.

2)      Artikel 20, lid 1, onder c), van verordening nr. 6/2002 moet aldus worden uitgelegd dat een derde die, zonder toestemming van de houder van de aan een gemeenschapsmodel verbonden rechten, onder meer via zijn website gebruikmaakt van afbeeldingen van producten die overeenstemmen met dergelijke modellen in het kader van de rechtmatige verkoop van producten die bestemd zijn voor gebruik als accessoires voor specifieke producten van de houder van de aan deze modellen verbonden rechten, teneinde het gezamenlijke gebruik van de aldus verkochte producten en de specifieke producten van de houder van die rechten uit te leggen en te tonen, een handeling bestaande in de reproductie ter „illustratie” in de zin van dat artikel 20, lid 1, onder c), verricht, zodat een dergelijke handeling krachtens deze bepaling toegestaan is voor zover is voldaan aan de daarin gestelde cumulatieve voorwaarden, hetgeen de nationale rechter dient na te gaan.

3)      Artikel 8, lid 2, van verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen („Rome II”) moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „land waar de inbreuk is gepleegd” in de zin van die bepaling ziet op het land van de plaats waar de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan. In omstandigheden waarin eenzelfde verweerder verschillende inbreukmakende handelingen worden verweten die in verschillende lidstaten zijn verricht, dient voor de vaststelling van de schadeveroorzakende gebeurtenis niet te worden gerefereerd aan elke verweten inbreukmakende handeling, maar dient het gedrag van die verweerder in zijn totaliteit te worden beoordeeld teneinde de plaats vast te stellen waar de oorspronkelijke inbreukmakende handeling die ten grondslag ligt aan het verweten gedrag, door die verweerder is verricht of dreigt te worden verricht.

IT 2351

Voorlopige blokkade The PirateBay voor abonnees Ziggo en XS4ALL

Rechtbank 22 sep 2017, IT 2351; ECLI:NL:RBDHA:2017:10789 (The PirateBay), http://www.itenrecht.nl/artikelen/voorlopige-blokkade-the-piratebay-voor-abonnees-ziggo-en-xs4all

Vzr. Rechtbank Den Haag 22 september 2017, IEF 17123; IT 2351; ECLI:NL:RBDHA:2017:10789 (Stichting Brein tegen Ziggo en XS4ALL) Auteursrecht. Peer-to-peer. Stichting Brein vordert een blokkade van de website The PirateBay voor abonnees van Ziggo en XS4ALL. Op 14 juni 2017 [IEF 16859] heeft het HvJ EU geoordeeld dat het beschikbaar stellen en het beheer, op internet, van een platform voor de uitwisseling van bestanden dat, door een index van meta-informatie inzake beschermde werken en de verstrekking van een zoekmotor, die gebruikers van dit platform in staat stelt deze werken te vinden en deze te delen onder het begrip "mededeling aan het publiek" valt. Deze uitspraak laat een ander licht op de zaak schijnen en de rechtbank beschouwd de uitspraak van het Hof Den Haag [IEF 13467] als achterhaald. De handelwijze van The PirateBay kan aangemerkt worden als een mededeling aan het publiek. De proportionaliteitsafweging van het Hof is onjuist geweest: onvoldoende gewicht is aan de belangen van Brein gegeven. De voorzieningenrechter beveelt Ziggo en XS4ALL om binnen tien werkdagen de toegang tot de website The PirateBay te blokkeren totdat in de bodemzaak, aanhangig bij de Hoge Raad, is beslist.  

IT 2350

Antwoord Minister van Economische Zaken over betalen door data te delen en de verkoop van consumentendate aan bedrijven en de overheid

Vragen van het lid Hijink (SP) aan de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over betalen door data te delen en de verkoop van consumentendata aan bedrijven en de overheid (ingezonden 27 juli 2017). Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 7 september 2017). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 2603.

IT 2349

SBS onrechtmatig gehandeld wegens uitzenden verborgen camera-beelden in Stegeman op de bres

Rechtbank 15 sep 2017, IT 2349; ECLI:NL:RBNNE:2017:3539 (Eiser tegen SBS Broadcasting), http://www.itenrecht.nl/artikelen/sbs-onrechtmatig-gehandeld-wegens-uitzenden-verborgen-camera-beelden-in-stegeman-op-de-bres

Rechtbank Noord-Nederland 15 september 2017, IT 2349; ECLI:NL:RBNNE:2017:3539 (Eiser tegen SBS Broadcasting) Art. 8 en 10 EVRM, eerbiediging van persoonlijke levenssfeer. In de uitzending van Stegeman op de Bres van 4 juni 2017 is aandacht besteed aan overboekingen van grote bedragen vanaf de bankrekening van de ouders naar de bankrekening van eiser. De moeder van eiser heeft aangifte gedaan van verduistering van de geldbedragen. Tijdens twee bezoeken in de woning van eiser zijn met gebruikmaking van een verborgen camera beeld- en geluidsopnames gemaakt en gebruikt voor de uitzending. Eiser vordert dat SBS de aflevering verwijdert. De voorzieningenrechter oordeelt dat de opnames zonder toestemming van eiser zijn gemaakt en gebruikt. Ondanks dat hij niet herkenbaar in beeld is gebracht is op eenvoudige wijze te herleiden dat het om eiser en zijn echtgenote gaat en waar zij wonen. Er is een inbreuk gemaakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Niet is gebleken van een misstand die een rechtvaardiging vormde voor deze inbreuk. De inbreuk heeft geleid tot aantasting van de eer en goede naam van eiser alsook tot nodeloos kwetsende reacties in de richting van eiser en zijn echtgenote zowel op internet als in hun directe omgeving. SBS heeft onrechtmatig gehandeld jegens eiser en moet binnen 5 werkdagen de aflevering van alle media verwijderden en een rectificatie plaatsen.

IT 2348

Ex parte tegen Usenet- en BitTorrent-uploader van films & series

Rechtbank 31 aug 2017, IT 2348; (Stichting Brein tegen grootschalige usenet uploader), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ex-parte-tegen-usenet-en-bittorrent-uploader-van-films-series

Rechtbank Rotterdam 31 augustus 2017, IEF 17101; IT&R 2348 (Stichting Brein tegen grootschalige usenet uploader) Auteursrechtinbreuk. Stichting BREIN heeft een ex parte-beschikking ex art. 1019e Rv behaald tegen een uploader van filmwerken. De uploader gebruikte op grote schaal auteurs- en natuurrechtelijk bescherme werken - populaire (bioscoop)films en tv-series - en heeft deze onder een alias openbaar gemaakt en ter beschikking gestelt aan het publiek via BitTorrent en usenet. De uploader vervulde een sleutelrol in het 'Libra Release Team', een team dat zich erop richt om film en tv-series gratis voor het publiek beschikbaar te stallen zonder dat de rechthebbenden daarvoor toestemming hebben gegeven of een vergoeding ontvangen. De voorzieningenrechter gebiedt de inbreuk op auteursrechten te staken en gestaakt te houden onder last van een dwangsom van €2.000,- per dag.

IT 2347

Onrechtmatige daad jegens Zorgvervoercentrale Nederland voor publiceren bedrijfsinformatie

Rechtbank 6 sep 2017, IT 2347; (Zorgvervoercentrale Nederland tegen Gemeente Alkmaar), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onrechtmatige-daad-jegens-zorgvervoercentrale-nederland-voor-publiceren-bedrijfsinformatie

Rechtbank Noord-Holland 6 september 2017, IEF 17096; IT&R 2347 (Zorgvervoercentrale Nederland tegen Gemeente Alkmaar) Publicatie bedrijfsgeheimen. De gemeenten Alkmaar, Bergen e.a. hebben een Europese aanbesteding georganiseerd voor het uitvoeren van vraagafhankelijk vervoer voor geïndiceerde reizigers. ZCN was de dienstverlener voor dit vervoer. Gemeenten hebben een Excel-bestand met gegevens over gefactureerde ritten in december 2014 gepubliceerd als bijlage bij de Nota van Inlichten 2. ZCN vordert dat gemeenten door publicatie van het bestand in strijd hebben gehandeld met de op gemeenten rustende contractuele geheimhoudingsplicht en onrechtmatig hebben gehandeld. Het betreft hier geheime bedrijfsinformatie met handelswaarde, het openbaren en verspreiden van deze bedrijfsgeheimen door online publicatie van het bestand levert daarmee een onrechtmatige daad jegens ZCN op. De rechter oordeelt dat gemeentes aansprakelijk zijn voor de schade die door ZCN is geleden als gevolg van het onrechtmatig publiceren van het bestand.

IT 2344

Verzoek advies aan EFTA over dominante machtpositie Telecomprovider en schuld aan onrechtmatige 'margin squeeze'

Hof van Jusitie EU 30 jun 2017, IT 2344; (Fjarskipti v Síminn), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-advies-aan-efta-over-dominante-machtpositie-telecomprovider-en-schuld-aan-onrechtmatige-marg

Verzoek advies HvJ EU 30 juni 2017, IT 2344; IEFbe 2333; E-6/17 (Fjarskipti tegen Síminn) Via Minbuza: Partijen zijn telecombedrijven die in IJsland algemene telecomdiensten aanbieden, inclusief mobiele telefoondiensten. Verzoeker levert diensten onder het merk Vodafone. Al decennia hebben ze een monopolie gehad op het bezitten en exploiteren van algemene telecommunicatienetwerken in IJsland. Dit staatsmonopolie werd op 01.01.1998 bij wet afgeschaft. De verweerder begon zijn telecomoperatie in 1994. Fjarskipti is nu de moeder-maatschappij van verzoeker. De voorgangers van verzoeker, Tal en Íslandssími, klaagden bij de mededingingsautoriteiten over het gedrag van verweerder op de mobiele telefoonmarkt. De mededingingsautoriteit kwam in zijn beslissing tot de conclusie dat verweerder zijn machtspositie heeft misbruikt door een 'grote gebruikerskorting' op de mobiele telefoonmarkt te geven. In zijn arrest van 08.11.2011 verwierp het Hooggerechtshof de eis van verzoeker om deze beschikking nietig te verklaren. De mededingingsautoriteit heeft in zijn beslissing verklaard dat de prijsverlagingen door de tegenpartij een mededingingsmaatregel vormen in reactie op de invoering van Tal op de mobiele telefoonmarkt. In zijn beslissing kwam de mededingingsautoriteit tot de conclusie dat verweerder de artikelen 11 en 19 van de mededingingswet en artikel 54 EER schendt. Deze schendingen door verweerder werden gezien als het bestaan van een onrechtmatige ‘margin squeeze’ tegen de concurrenten, met inbegrip van verzoeker, van 2001 tot eind 2007, bij de vaststelling van de termijnen.

IT 2346

12 september - ADR middag SGOA

De SGOA organiseert morgen een kosteloze ADR middag van 15:00 tot 17:00. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. Meedoen? Meld je dan aan door een mailtje te sturen naar info@sgoa.eu. De bijeenkomst zal plaatsvinden bij Spaces ZuidAs in Amsterdam. Kijk voor meer informatie op de website: www.sgoa.eu

IT 2345

Onderzoek AP naar voordeelurenabonnement in combinatie met persoonlijke OV-chipkaart te weinig acht geslagen op subsidiariteitsbeginsel

16 aug 2016, IT 2345; ECLI:NL:RBGEL:2016:4553 (eiser tegen Autoriteit Persoonsgegevens), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onderzoek-ap-naar-voordeelurenabonnement-in-combinatie-met-persoonlijke-ov-chipkaart-te-weinig-acht

Rechtbank Gelderland 16 augustus 2016, IT 2345; ECLI:NL:RBGEL:2016:4553 (eiser tegen Autoriteit Persoonsgegevens) Wet bescherming persoonsgegevens; Eiser heeft bij verweerder een verzoek om handhaving ingediend vanwege het feit dat voordeelurenabonnement alleen te combineren is met een persoonlijke OV-chipkaart, waardoor zijn reisgegevens verwerkt worden indien hij wil reizen met een voordeelurenabonnement. Eiser acht dit in strijd met onder andere artikel 8 van de Wbp, nu het voor het uitvoeren van de overeenkomst niet noodzakelijk is dat zijn reisgegevens worden geregistreerd.

IT 2343

Vragen aan HvJ EU over beroep op de minder strenge informatievereisten bij beperkte weergavemogelijkheid

Hof van Jusitie EU 14 jun 2017, IT 2343; (Walbusch tegen Zentrale zur Bekämpfung umlauteren Wettbewerbs), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-beroep-op-de-minder-strenge-informatievereisten-bij-beperkte-weergavemogelijk

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 14 juni 2017, IEFbe 2331; IT 2343; C-430/17 (Walbusch tegen Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs) Via Minbuza: Consumentenbescherming. Verweerder (Walbusch Walter Busch GmbH & Co) verspreidde in 2014 als bijlage bij verschillende tijdschriften en kranten een uitvouwbare reclamefolder inclusief bestelformulier. Op de voor- en achterkant van de bestelkaart werd gewezen op het wettelijke herroepingsrecht. Het internetadres van verweerder was tevens aangegeven. Op de website van de verweerder kon men via de link “Algemene voorwaarden” de instructies voor herroeping alsmede het modelformulier voor herroeping raadplegen. Verzoeker (Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs) voert aan dat de reclamefolder van verweerder oneerlijk is omdat de instructies voor herroeping in de voorgeschreven vorm ontbraken en het modelformulier voor herroeping niet was bijgevoegd. Na een vergeefse aanmaning heeft verzoekster een vordering tot staking en tot vergoeding van precontentieuze aanmaningskosten ten bedrage van €246,10 vermeerderd met rente ingesteld. Het Landgericht heeft de vordering toegewezen. De appelrechter heeft deze beslissing deels gewijzigd (de veroordeling van verweerder tot vergoeding van de aanmaningskosten werd bevestigd). Met beroep in “Revision” verzoekt verweerder om afwijzing van de vordering in haar geheel, verzoeker verzoekt om afwijzing van het beroep in “Revision”. 

Hier is van belang of verweerder zich met succes kan beroepen op de minder strenge informatievereisten bij beperkte weergavemogelijkheid overeenkomstig de BGB (Duits Burgerlijk Wetboek), EGBGB (Duitse wet tot invoering van het Burgerlijk Wetboek) en richtlijn 2011/83. Het antwoord op de vraag of de minder strenge informatievereisten hier gelden, hangt af van de uitlegging van artikel 8 lid 4 eerste zin, en artikel 6 lid 1 (h) van richtlijn 2011/83/EU. De vraag rijst evenwel of een zo uitgebreide informatieplicht over het herroepingsrecht verenigbaar is met de doelen van richtlijn 2011/83/EU. Het zou een onevenredige beperking van de vrije reclamevoering kunnen blijken de handelaar ongeacht beperkingen in ruimte en tijd van het door hem voor de reclame gebruikte middel voor communicatie op afstand steeds te verplichten de omvangrijke de instructies voor herroeping meteen en rechtstreeks in dit middel voor communicatie op afstand mee te delen en het modelformulier voor herroeping daar dadelijk bij te voegen. Gestelde vragen:

 

IT 2342

HvJ EU: Regeling die leidt tot relatief grotere afname digitale netwerken ten opzicht van geëxploiteerde analoge kanalen, is discriminerend en onevenredig

Hof van Jusitie EU 26 jul 2017, IT 2342; ECLI:EU:C:2017:597 (Persidera SpA), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-regeling-die-leidt-tot-relatief-grotere-afname-digitale-netwerken-ten-opzicht-van-ge-xploitee

HvJ EU 26 juli 2017, IT 2342; IEFbe 2324; ECLI:EU:C:2017:597; zaak C‑112/16 (Persidera SpA) Elektronische communicatie. Telecommunicatiediensten. Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/77/EG. Gelijke behandeling. Via Minbuza: Verzoekster Persidera (v/h Telecom Italia Media Broadcasting = TIMB) vraagt nietigverklaring van besluiten (van respectievelijk ITA MinEZ en de ‘NMa’ tot toewijzing van gebruiksrechten van frequenties voor digitale terrestrische radio- en tv-uitzendingen omdat zij minder frequenties heeft gekregen dan zij voorafgaand aan de overschakelijk feitelijk al gebruikte. De besluiten zijn in strijd met het beginsel van de één-op-één-omzetting op grond van eerder beheer; verzoekster stelt ongelijke behandeling daar zij als enige nationale marktdeelnemer niet alle rechtmatig door haar beheerde zenders heeft kunnen omzetten. De frequenties zijn bovendien technisch onder de maat. Tegen het NMa-besluit voert zij aan dat dit in strijd is met EUrecht en ook de ITA Gw. De rechter in eerste aanleg verwerpt verzoeksters beroep en de zaak ligt nu voor bij de ITA RvS. Verzoekster dringt aan op het stellen van vragen aan het HvJEU. Zij bestrijdt het vonnis omdat, gezien arrest HvJEU C-380/05, de rechter miskent dat zij concurrentienadeel ondervindt door niet toepassen van het beginsel één-op-één omzetting. Interveniënten (telecombedrijven) zijn het niet met verzoekster eens: na omzetting van TIMB in Persidera (door overname van Rete A) is verzoekster eigenaar geworden van in totaal vijf multiplexen in digitale terrestre technologie, hetgeen het maximumaantal is dat voor elke marktdeelnemer is toegestaan.

De verwijzende ITA rechter (Raad van State) kan de zaak pas beslissen als duidelijk is dat de door verweerster gehanteerde toewijzingscriteria rechtmatig zijn. Antwoord HvJ EU:

IT 2341

Vragen aan HvJ EU: Zijn gedragingen als het maken en plaatsen op Youtube van videobeelden van politieagenten te beschouwen als een verwerking van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden?

Hof van Jusitie EU 1 jun 2017, IT 2341; (Datu valsts inspekcija), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-zijn-gedragingen-als-het-maken-en-plaatsen-op-youtube-van-videobeelden-van-politie

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 1 juni 2017, IEFbe 2321; IT 2341; C-345/17 (Datu valsts inspekcija) Via Minbuza: Verzoeker tot cassatie maakte een video-opname van het moment waarop hij een verklaring aflegde bij de Letse nationale politie en heeft deze vervolgens op wwww.youtube.com geplaatst. De dienst gegevensbescherming stelde zich in zijn besluit nr. 2-1/6417 van 30 augustus 2013 op het standpunt dat verzoeker inbreuk had gemaakt op artikel 8, lid 1 wet op de bescherming van persoonsgegevens, aangezien hij de politieagenten, als betrokkenen, in strijd met die bepaling niet had geïnformeerd over het doel van de verwerking van hun persoonsgegevens. Verzoeker wendde zich daarop tot de rechter met het verzoek het besluit van de dienst gegevensbescherming onrechtmatig te verklaren en hem een schadevergoeding toe te kennen. Tot staving van zijn vordering voerde hij aan dat hij met die video een praktijk van de politie onder de aandacht wilde brengen die volgens hem onrechtmatig was. De Administratīvā rajona tiesa (lagere bestuursrechter) verwierp dat beroep en ook de Administratīvā apgabaltiesa (regionale bestuursrechter) wees verzoekers vorderingen af. Verzoeker heeft cassatieberoep ingesteld.

IT 2339

Jaarverslag Bits of Freedom 2016 gepubliceerd

Bits of Freedom bestempelt 2016 als het jaar waarin privacy mainstream ging. In het jaarverslag wordt aandacht besteedt aan verscheidene onderwerpen, waaronder massasurveillance, het hackvoorstel en de big brother awards. Bekijk het complete jaarverslag hier