IT 2426

ACM kopieert bestanden van mobiele telefoons, maar biedt voldoende waarborgen

Rechtbank 22 nov 2017, IT 2426; ECLI:NL:RBDHA:2017:14150 (X tegen Staat der Nederlanden), http://www.itenrecht.nl/artikelen/acm-kopieert-bestanden-van-mobiele-telefoons-maar-biedt-voldoende-waarborgen

Vzr. Rechtbank Den Haag 22 november 2017, IT 2426; ECLI:NL:RBDHA:2017:14150 (X tegen Staat der Nederlanden). Privacy. ACM kopieert bestanden van mobiele telefoons van werknemers in kader onderzoek. Voldoende waarborgen ter voorkoming inzage in gegevens waarop het onderzoek geen betrekking heeft. De ACM heeft tijdens het bedrijfsbezoek onder meer inzage gevorderd in de mobiele telefoons (c.q. smartphones) van zes bij [X] betrokken personen, waarbij de ACM ter plaatse een integrale kopie van de op die telefoon aanwezige gegevens heeft gemaakt (met uitzondering van gegevens betreffende video, audio en ringtones). [X] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Gelet op die bezwaren heeft de ACM toegezegd dat zij de digitale gegevensdrager waarop zich de gekopieerde bestanden bevinden in een kluis zal bewaren en de gegevens pas zal ontsluiten (volgens een vaste procedure, zie hierna) nadat de voorzieningenrechter in een door [X] te entameren kort geding uitspraak heeft gedaan. Digitale werkwijze

IT 2425

HR: Systeem elektronische uitwisseling patiëntengegevens nu aanvaardbaar

Hoge Raad 1 dec 2017, IT 2425; ECLI:NL:HR:2017:3053 (Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen tegen Vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hr-systeem-elektronische-uitwisseling-pati-ntengegevens-nu-aanvaardbaar
vzvz vph

HR 1 december 2017, IT 2425; ECLI:NL:HR:2017:3053 (Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen tegen Vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie) Uit het persbericht:  Het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat elektronische uitwisseling van patiëntengegevens in de zorg, de zogeheten zorginfrastructuur, op dit moment aanvaardbaar is, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald. De zorginfrastructuur is een systeem waarmee de waarnemer van een huisarts inzage kan krijgen in bepaalde gegevens die de huisarts over die patiënt heeft vastgelegd. Sommige andere zorgverleners kunnen gegevens over intoleranties, contra-indicaties en allergieën in het huisartsendossier van de patiënt inzien. De zorginfrastructuur is de ‘doorstart’ van het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD), nadat de Eerste Kamer de voorgestelde wettelijke grondslag voor het EPD in 2011 had verworpen. Het gebruik van de zorginfrastructuur is alleen mogelijk als de patiënt daarvoor vooraf toestemming geeft. De patiënt kan daarbij bepaalde gegevens afschermen.

IT 2424

Nieuwe verordening consumentenbescherming en conceptverordening geo-blockingverbod moeten meer (vertrouwen in) e-handel creëeren

De Europese Raad heeft wetgeving (2016/0148 (COD)) goedgekeurd voor versterking van de samenwerking tussen nationale instanties die op consumentenbescherming toezien. De verordening moet de schadelijke gevolgen van grensoverschrijdende inbreuken op het EU-consumenten verder beperken, waardoor consumenten o.a. meer vertrouwen krijgen in e-handel. Doeltreffende consumentenbescherming moet onder andere uitdagingen aangaande bijvoorbeeld grensoverschrijdend winkelen ondervangen.

Met betrekking tot grensoverschrijdend winkelen is een akkoord tussen de EU-voorzitter en het Parlement bevestigd dat ongerechtvaardigde geo-blocking op de interne markt zal verbieden. Het verbieden van geo-blocking zal het online aanbod voor consumenten sterk vergroten en zo e-commerce een impuls geven. De ontwerpverordening moet een einde maken aan discriminatie op basis van: de nationaliteit van de klanten, de verblijfplaats en de vestigingsplaats. De ontwerpverordening (2016/0152 (COD)) moet nog goedgekeurd worden door Parlement en Raad.

IT 2423

Aard van verzonden berichten maakt dat kans aanwezig was dat derden er kennis van zouden nemen

Hof 21 okt 2014, IT 2423; ECLI:NL:GHDHA:2014:4734 (Stichting Polikliniek de Blaak tegen geïntimeerde c.s.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/aard-van-verzonden-berichten-maakt-dat-kans-aanwezig-was-dat-derden-er-kennis-van-zouden-nemen

Hof Den Haag 21 oktober 2014, IEF ; IT&R 2423; ECLI:NL:GHDHA:2014:4734 (Stichting Polikliniek de Blaak tegen geïntimeerde c.s.). Botsing grondrechten. Facebook. De Blaak is een in dermatologie en flebologie gespecialiseerde kliniek. Geïntimeerde heeft werkzaamheden voor De Blaak verricht. In 2013 heeft geïntimeerde via Facebook mededelingen gedaan aan lid van het personeel van De Blaak met negatieve strekking over De Blaak. Beslissend is niet of de verzonden berichten zichtbaar of toegankelijk waren voor derden, maar of de verzonden berichten van een zodanige aard waren dat hier rekening mee gehouden had moeten worden. Geïntimeerde heeft (ongevraagd) het initiatief tot de berichten genomen. Met de berichten had geïntimeerde voor ogen, of althans waren de berichten geschikt om, het beeld van De Blaak negatief te beïnvloeden. Geïntimeerde heeft geen belang toegelicht waarmee zij zich kan beroepen op haar vrijheid van meningsuiting tegenover de eer en goede naam van De Blaak. Hiermee handelt geïntimeerde onrechtmatig jegens De Blaak en wordt een verbod opgelegd om zich negatief over De Blaak uit te laten.

IT 2422

ACM publiceert beleidsregel over het kenbaar maken van internetsnelheden

Autoriteit Consument & Markt, Beleidsregel Kenbaarheid van Internetsnelheden, Staatscourant 2017, 68591. Via ACM: Volgens de netneutraliteitsverordening moeten internetaanbieders precies omschrijven welke internetsnelheden consumenten mogen verwachten van de internetdienst die ze afnemen. Zo moet bijvoorbeeld duidelijk zijn welke maximumsnelheid een aanbieder kan leveren en welke snelheid een consument normaal gesproken kan verwachten.  De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft een beleidsregel gemaakt waarin de verschillende internetsnelheden die worden genoemd in de netneutraliteitsverordening nader worden ingevuld. Op die manier wordt duidelijk welke verschillende snelheden internetaanbieders kenbaar moeten maken. De beleidsregel treedt in werking per 1 januari 2018 voor nieuwe contracten en per 1 maart 2018 voor bestaande contracten van zowel consumenten als zakelijke eindgebruikers.

IT 2419

Belastingkamer: Integraal schrappen van de aftrek van softwarelicentiebetalingen door de inspecteur onredelijk

Hof 24 nov 2016, IT 2419; ECLI:NL:GHSHE:2016:5276 (Belastingdienst), http://www.itenrecht.nl/artikelen/belastingkamer-integraal-schrappen-van-de-aftrek-van-softwarelicentiebetalingen-door-de-inspecteur-o

Hof 's-Hertogenbosch 24 november 2016, IT 2419; ECLI:NL:GHSHE:2016:5276 (Belastingdienst) Geschil over aftrek licentiebedragen wegens beweerdelijk gebruik softwareprogramma. Licenties betaald aan in het buitenland gevestigde stichting. Nieuw feit. Omkering bewijslast. Hof acht overtuigend bewezen dat verplichting tot betaling licenties reëel is, maar acht de zakelijkheid van de hoogte van de licentiebedragen niet overtuigend bewezen. Omdat de verplichting tot licentiebetaling reëel is, acht het Hof het integraal schrappen van de aftrek van licentiebetalingen door de inspecteur onredelijk. Het Hof stelt een redelijke schatting van de aftrek vast. Voorts oordeelt het Hof dat de inspecteur met toepassing van de foutenleer de in het verleden ten onrechte afgetrokken licentiebedragen mag corrigeren.

 

IT 2418

Het ligt voor de hand dat met verzoek tot portering tevens de opzegging van de overeenkomst wordt bedoeld

Rechtbank 6 nov 2017, IT 2418; ECLI:NL:RBAMS:2017:8567 (Eisers tegen Zakelijke Telefonie), http://www.itenrecht.nl/artikelen/het-ligt-voor-de-hand-dat-met-verzoek-tot-portering-tevens-de-opzegging-van-de-overeenkomst-wordt-be

Rechtbank Amsterdam 6 november 2017, IT&R 2418; ECLI:NL:RBAMS:2017:8567 (Eisers tegen Zakelijke Telefonie). Telecom. Eisers hebben (gezamenlijk) meerdere zakelijke telefoonaansluitingen bij Zakelijke Telefonie.nl. In 2016 heeft zij een verzoek ingediend om de aansluiting met nummerbehoud naar een telecombedrijf over te laten gaan. Dit verzoek is afgewezen omdat er geen rechtsgeldige opzegging van de overeenkomst zou zijn. Het ligt echter voor de hand dat een afnemer die – direct of via de opvolgende provider – verzoekt om portering ook bedoelt om de overeenkomst per datum portering op te zeggen. Bij twijfel over deze vraag ligt het op de weg van de provider om nadere inlichtingen te vragen. Een boete en betaling van de facturen sinds de portering zijn onverschuldigd gedaan en dienen terugbetaald te worden.

IT 2420

Bewijsopdracht koppeling licentie aan onderhoudscontract

Rechtbank 4 jan 2017, IT 2420; ECLI:NL:RBMNE:2017:2 (Achmea tegen X-Y), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bewijsopdracht-koppeling-licentie-aan-onderhoudscontract

Rechtbank Midden-Nederland 4 januari 2017, IT 2420;  ECLI:NL:RBMNE:2017:2 (Achmea tegen X-Y) Achmea is een verzekeraar. [gedaagde X] is een IT-dienstverlener en aanbieder van het [gedaagde X] Payment Platform (hierna: het Platform). [gedaagde Y] is een aan [gedaagde X] gelieerde vennootschap. Het concern waartoe Achmea behoort (hierna: de Achmea Groep) maakt voor het voeren van haar financiële administratie gebruik van het Platform. In dat verband hebben partijen een “overeenkomst inzake licentie en onderhoud [gedaagde X] Payment Platform” gesloten op 29 juni 2012 (hierna: de overeenkomst). Uitleg overeenkomst payment platform. Koppeling licentie en onderhoudsverplichting. De rechtbank draagt X op om te bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat, als de overeenkomst eindigt, Achmea de licentie voor het Platform alleen mag blijven gebruiken als er een onderhoudsovereenkomst is afgesloten.

IT 2415

De juistheid van een uitlating kan ook blijken uit onderbouwing van ná de uitlating

Rechtbank 15 nov 2017, IT 2415; ECLI:NL:RBROT:2017:8878 (Uitlatingen over vermeend afperser), http://www.itenrecht.nl/artikelen/de-juistheid-van-een-uitlating-kan-ook-blijken-uit-onderbouwing-van-n-de-uitlating

Rechtbank Rotterdam 15 november 2017, IEF 17295; IT&R 2415; ECLI:NL:RBROT:2017:8878 (Uitlatingen over vermeend afperser). Laster. Media. Eiser stelt dat gedaagde diffamerende en onware uitlatingen heeft gedaan via het VPRO radioprogramma Argos en via de websites van BN de Stem, Breda Vandaag en Omroep Brabant. Gedaagde heeft de naam van eiser niet genoemd, of de beschuldigingen aan eiser geadresseerd, maar de beschuldigingen zijn wel, zonder de naam van eiser te noemen, door journalisten gepubliceerd. Gedaagde voert aan dat de beschuldigingen dat eiser gefraudeerd en afgeperst heeft gegrond zijn. Eiser onderbouwt zijn stelling dat er sprake is van onware uitlatingen niet met stukken of concrete feiten. Het feit dat de uitlatingen mede gebaseerd zijn op verklaringen van recenter datum dan de uitlatingen zelf ontneemt niet de kracht van die onderbouwingen. De juistheid van een uitlating kan ook blijken uit onderbouwing van ná de uitlating. Gedaagde heeft de grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet overschreden.

IT 2417

Feitelijk gebruik Politie van de Microsoft licenties is niet relevant

Rechtbank 15 mrt 2017, IT 2417; ECLI:NL:RBDHA:2017:2615 (De Politie tegen Microsoft), http://www.itenrecht.nl/artikelen/feitelijk-gebruik-politie-van-de-microsoft-licenties-is-niet-relevant

Rechtbank Den Haag 15 maart 2017, IT 2417; ECLI:NL:RBDHA:2017:2615 (De Politie tegen Microsoft) Politie doet foute opgave licentie, betaalt vergoeding daarvoor, komt er na enige tijd achter dat de opgave op een vergissing berust en vordert betaalde licentievergoeding terug. Vordering wordt afgewezen. Geen onverschuldigde betaling dan wel ongerechtvaardigde verrijking. Geen grond voor billijkheidscorrectie. Opgave, waarvan Microsoft kon aannemen dat dit de uiting was van de wil van de politie, gold krachtens de overeenkomst tussen partijen als bestelling voor licenties. De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking dat de politie een grote professionele wederpartij is, waarbij het besteltraject van de licenties naar buiten kenbaar over verschillende ‘schijven’ liep. Iedere opgave werd dus door verschillende functionarissen binnen de politie gezien voordat deze werd gedaan. Voorts wordt de door de politie gestelde evidentie van de vergissing gerelativeerd door het feit dat de politie er zelf geruime tijd over heeft gedaan om deze te ontdekken. Ook het volgens de politie in het oog springende hoge bedrag van de factuur is destijds bij de politie zelf niet opgevallen in het interne controleproces dat aan betaling van facturen voorafgaat; naar eigen zeggen van de politie omdat de interne controle tekortgeschoten is. Feitelijk gebruik van de licenties is niet relevant, aangezien de betaalde licentievergoeding die ziet op het recht van gebruik, niet op het feitelijk gebruik, en dus ook verschuldigd is als software feitelijk niet wordt gebruikt.

 

IT 2416

Door zichzelf op te geven voor TV-programma is inbreuk op privacy niet onevenredig

Hof 21 nov 2017, IT 2416; (Appellant tegen SBS c.s.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/door-zichzelf-op-te-geven-voor-tv-programma-is-inbreuk-op-privacy-niet-onevenredig

Hof Amsterdam 21 november 2017, IEF 17296; IT&R 2416; (Appellant tegen SBS c.s.). Privacy. Mediarecht. Appellant heeft een langlopend conflict met zijn buren, welk conflict is behandeld in het SBS-programma "Mr. Visser doet uitspraak". In eerste aanleg werd een uitzendverbod afgewezen [ECLI:NL:RBAMS:2016:7288]. In hoger beroep heeft appellant nog steeds belang bij het uitzendverbod, omdat er een heruitzending van de aflevering kan plaatsvinden. Dat SBS c.s. na het vonnis in eerste aanleg de datum van uitzending heeft vervroegd maakt niet dat zij onjuist gehandeld heeft. Appellant heeft zelf contact gezocht met de makers van het programma. Uit niets blijkt dat hij een cognitieve beperking heeft, ook al stelt hij zelf dat door het jarenlange conflict met de buren hij psychisch en fysiek 'geknakt' is. Aan SBS c.s. komt het recht op vrijheid van meningsuiting toe. Het privacyrecht van appellant wordt medebepaald door het Reglement Bindend Advies, waaraan partijen zich hebben onderworpen, waarin onder meer is opgenomen dat partijen toestemming geven voor de uitzending van de opnames. Voorts heeft appellant zichzelf aangemeld voor het programma en was hij bekend met het programma, dus wist hij zijn toestemming betekende. Er zijn aldus geen omstandigheden die inbreuk op het recht op vrijheid van meningsuiting rechtvaardigen.

IT 2414

Aanklikken link in e-mail om opzegging te bevestigen is onredelijk bezwarend

Rechtbank 10 nov 2017, IT 2414; ECLI:NL:RBAMS:2017:8331 (mijndomein.nl tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/aanklikken-link-in-e-mail-om-opzegging-te-bevestigen-is-onredelijk-bezwarend

Ktr. Rechtbank Amsterdam 10 november 2017, IT&R 2414; RB 3036; ECLI:NL:RBAMS:2017:8331 (mijndomein.nl tegen gedaagde). Algemene voorwaarden. Contracten. Gedaagde heeft in 2016 de overeenkomst met betrekking tot de domeinnaam willen opzeggen. Deze opzegging had bevestigd moeten worden door middel van het klikken op een link in een bevestigingsmail. Zolang niet op de link geklikt wordt, wordt de opzegging niet definitief en zal de overeenkomst weer met een jaar worden verlengd, aldus mijndomein.nl. Mijndomein.nl dat zij met de bevestigingsmail zeker wil stellen dat de opzegging niet per ongeluk heeft plaatsgevonden. Hoe zij hiermee zekerheid verkrijgt over de identiteit van degene die heeft opgezegd en/of degene die de link heeft aangeklikt, is op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt. Tevens bestaan er minder bezwarende wijzen waarmee een vergissing voorkomen kan worden.

IT 2413

Reëel risico dat contante gelden die bitcoinmakelaar ontvangt uit misdrijf afkomstig zijn

Rechtbank 16 nov 2017, IT 2413; ECLI:NL:RBAMS:2017:8376 (Bitcoinmakelaar tegen ING), http://www.itenrecht.nl/artikelen/re-el-risico-dat-contante-gelden-die-bitcoinmakelaar-ontvangt-uit-misdrijf-afkomstig-zijn

Vzr. Rechtbank Amsterdam 16 november 2017, IT&R 2413; ECLI:NL:RBAMS:2017:8376 (Bitcoinmakelaar tegen ING). Bitcoins. Contractenrecht. Eén van de eisers houdt zich bezig met het in- en verkopen van bitcoins in opdracht van haar klanten. Zij heeft een zakelijk betaalpakket afgenomen bij ING. Aanvankelijk werden de bitcoins gekocht met contact geld, maar na een sommatie van ING wordt het contante geld opgehaald door een waardetransportbedrijf en gestort op de zakelijke rekening van de makelaar. In 2017 heeft ING gevraagd naar de herkomst van het gestorte geld om zo te voorkomen dat zij bij witwassen betrokken raakt. Uiteindelijk deelt ING aan de makelaar mee dat zij onvoldoende heeft aangetoond dat de gestorte contacten een legitieme herkomst hebben en dat zij de zakelijke rekening beëindigt. Vooropgesteld staat dat transacties in bitcoins een hoog risicoprofiel hebben. Het is voldoende aannemelijk dat de makelaar niet tijdig heeft voldaan aan de opdracht van ING om geen bitcoins met contant geld meer aan te kopen en om te stoppen met het storten van contante gelden op haar ING rekening. Het risico dat de contante gelden die de makelaar ontvangt uit misdrijf afkomstig zijn is reëel. Het was voor de makelaar mogelijk geweest om eerder de handel en wandel van haar grote klanten te onderzoeken. De overeenkomst is door ING met een gerechtvaardigd belang beëindigd.

IT 2412

Vragen aan HvJEU over het verbod om in een lidstaat kansspelen via internet aan te bieden

Hof van Jusitie EU 16 mrt 2017, IT 2412; C-166/17 (Sportingbet), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-aan-hvjeu-over-het-verbod-om-in-een-lidstaat-kansspelen-via-internet-aan-te-bieden

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 16 maart 2017, IT&R 2412; RB 3035; IEFbe 2406; C-166/17 (Sportingbet). Kansspelen. Internet. Via MinBuZa: In het aangehaalde arrest in zaak C-42/07 heeft het Hof geoordeeld dat artikel 49 EG niet in de weg staat aan een regeling van een lidstaat als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die marktdeelnemers als Bwin International Ltd die in andere lidstaten zijn gevestigd, waar zij rechtmatig soortgelijke diensten verrichten, verbiedt om via het internet kansspelen aan te bieden op het grondgebied van deze lidstaat. Dat arrest is gewezen op een verzoek om een prejudiciële beslissing betreffende de uitlegging van de artikelen 43, 49 en 56 EG. In casu betoogt een van de verwerende partijen echter dat de onderhavige zaak niet alleen die verdragsbepalingen betreft, maar ook de artikelen 2, 3, 23, 30, 31, 46, 55, 59, 66, 86, 106 en 107. Aangezien de Supremo Tribunal de Justiça in laatste aanleg uitspraak moet doen en bij twijfel verplicht is een verzoek om een prejudiciële beslissing te doen, opdat aldus een duidelijk oordeel kan worden gevormd aan de hand van de benodigde toelichting, verzoekt deze rechterlijke instantie het Hof om een beslissing over de hierboven weergegeven prejudiciële vragen, zoals toegelicht in het verzoek van de verwerende partijen. 

IT 2411

Abusievelijke publicatie ritgegevens zorgvervoerder door gemeenten is openbaring bedrijfsgeheimen

Rechtbank 6 sep 2017, IT 2411; ECLI:NL:RBNHO:2017:7337 (Zorgvervoercentrale Nederland c.s. tegen Gemeenten), http://www.itenrecht.nl/artikelen/abusievelijke-publicatie-ritgegevens-zorgvervoerder-door-gemeenten-is-openbaring-bedrijfsgeheimen

Rechtbank Noord-Holland 6 september 2017, IEF 17278; IT&R 2411; ECLI:NL:RBNHO:2017:7337 (Zorgvervoercentrale Nederland c.s. tegen Gemeenten). Databankenrecht, geen inbreuk. Privacy. Onrechtmatige daad. Verschillende gemeenten hebben in 2015 via TenderNed een openbare aanbesteding georganiseerd voor zorgvervoer. Zorgvervoercentrale Nederland (ZCN) was de huidige vervoerder. Gemeenten hebben een van ZCN ontvangen Excel-bestand met gegevens over gefactureerde ritten gepubliceerd als bijlage bij de aanbesteding. Vanwege geheime informatie in het bestand heeft ZCN verzocht tot verwijdering, wat 5 dagen na publicatie is gebeurd. Als gevolg van het gebeurde is de aanbesteding ingetrokken. Hoewel de gegevens in het bestand afkomstig zijn uit een databank van ZCN, is er geen sprake is van het opvragen of hergebruiken van een in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van de inhoud van de databank van ZCN. De gemeenten hebben wel de zorgvuldigheidsnorm overschreden, nu door de publicatie van het bestand geheime bedrijfsinformatie verspreidt is. Het publiceren van de persoonsgegevens zoals die in het bestand stonden, is niet onrechtmatig jegens ZCN. Het is niet ondenkbaar dat ZCN schade heeft geleden, welke bepaald zal worden in een schadestaatprocedure.

IT 2409

Totdat derde als getuige is gehoord mag beslag op haar telefoon voortduren

Overige instanties 6 nov 2017, IT 2409; ECLI:NL:OGHACMB:2017:128 (Strafrechtelijk beslag telefoon), http://www.itenrecht.nl/artikelen/totdat-derde-als-getuige-is-gehoord-mag-beslag-op-haar-telefoon-voortduren

Gem. Hof van Justitie 6 november 2017, IT&R 2409; ECLI:NL:OGHACMB:2017:128 (Strafrechtelijk beslag telefoon). De telefoon van de vriendin van een verdachte in een strafrechtelijk proces is in beslag genomen. Deze telefoon kan veel informatie bevatten. Niet valt in te zien waarom de vriendin in haar bewegingsvrijheid wordt beperkt nu zij geen telefoon heeft. De vriendin zal na een verhoor als getuige haar in beslag genomen telefoon terugkrijgen. Het is voor het belang van de waarheidsvinding belangrijk dat de vriendin de informatie op de telefoon niet terug kan lezen. Nu de informatie op de telefoon en de telefoon zelf (het toestel) onlosmakelijk met elkaar verbonden, staat dat dus aan teruggave van het telefoontoestel in de weg.

IT 2408

Juwelier had bedacht moeten zijn op fraude via internetbankieren

Rechtbank 1 nov 2017, IT 2408; ECLI:NL:RBNNE:2017:4160 (ING tegen De Gouden Eeuw), http://www.itenrecht.nl/artikelen/juwelier-had-bedacht-moeten-zijn-op-fraude-via-internetbankieren

Rechtbank Noord-Nederland 1 november 2017, IT&R 2408; ECLI:NL:RBNNE:2017:4160 (ING tegen De Gouden Eeuw). Fraude. Internetbankieren. In 2016 heeft is een significante order geplaatst bij juweliersbedrijf De Gouden Eeuw. De overboeking van deze order kwam ten laste van X. Na aangifte van X en een onderzoek van ING blijkt dat X slachtoffer is geworden van "phishing fraude", waarop ING X schadeloos heeft gesteld. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten dat De Gouden Eeuw actief betrokken is geweest bij de fraude. Er is geen wanprestatie op basis van de Voorwaarden die ING hanteert bij haar rekeningen. Van een onrechtmatige daad is evenmin sprake nu ING geen feiten of omstandigheden heeft gesteld die staven dat gedaagden zich schuldig hebben gemaakt aan (schuld)heling en/of (schuld)witwassen. Er is evenwel voldoende vast komen te staan dat er sprake is van fraude. De Gouden Eeuw had kunnen weten dat bij een transactie als de onderhavige mogelijk sprake is van fraude. De betaling van het bedrag aan De Gouden Eeuw heeft plaatsgevonden zonder rechtsgrond, zodat dit bedrag teruggevorderd kan worden.

IT 2407

Opleiding van 'maar' 15 minuten is geen grond voor ontbinding overeenkomst

Rechtbank 13 jul 2017, IT 2407; ECLI:NL:RBROT:2017:5589 (Proximedia tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/opleiding-van-maar-15-minuten-is-geen-grond-voor-ontbinding-overeenkomst

Rechtbank Rotterdam 13 juli 2017, IT&R 2407; ECLI:NL:RBROT:2017:5589 (Proximedia tegen gedaagde). Contractenrecht. Gedaagde stelt dat Proximedia tekort is geschoten door o.a. het niet tijdig gereed zijn/online gaan van landingspagina's; het niet leveren van call tracking en search engine advertising en het niet geven van een opleiding tot het gebruik van een applicatie. Proximedia heeft bewijs aangedragen dat de internetdiensten geleverd zijn. Ten aanzien van de tijdige levering staat vast dat gedaagde Proximedia niet in gebreke heeft gesteld, waardoor Proximedia niet in verzuim kan zijn. De uitleg van een applicatie hoeft niet veel tijd in beslag te nemen, dus dat de opleiding maar 15 minuten duurde is geen contra-indicatie. Proximedia is hier dus eveneens niet tekort geschoten. 

IT 2410

Conclusie AG: Een consument verliest niet zijn hoedanigheid na langdurig gebruik van een particulier Facebookaccount om activiteiten te ontplooien

Hof van Jusitie EU 14 nov 2017, IT 2410; ECLI:EU:C:2017:863 (Schrems tegen Facebook), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-een-consument-verliest-niet-zijn-hoedanigheid-na-langdurig-gebruik-van-een-particulier

Conclusie AG HvJ EU 14 november 2017, IEF 17276; IEFbe 2403; IT 2410; RB 3032; ECLI:EU:C:2017:863 (Schrems tegen Facebook) vgl. IT 1878 . Voor „socinfluencers”, „prosumers” (professionele consumenten) zijn hun persoonlijke accounts op sociale netwerken een onmisbaar instrument voor hun werk. Een consument verliest niet zijn hoedanigheid indien hij – na langdurig gebruik van een particuliere Facebookaccount om zijn rechten uit te oefenen – boeken publiceert, lezingen houdt (soms ook tegen betaling), websites exploiteert, giften inzamelt om de rechten te kunnen uitoefenen. Bevoegdheid in zaken betreffende consumentenovereenkomsten – Begrip ,consument’ – Sociale media –Facebookaccounts en Facebookpagina’s – Cessie van vorderingen door consumenten die woonplaats hebben in dezelfde lidstaat, in een andere lidstaat en in een derde land – Collectief verhaal.

IT 2404

Omstandigheden beëindiging kunnen niet aan principaal worden toegerekend

Rechtbank 7 nov 2017, IT 2404; ECLI:NL:RBAMS:2017:8153 (Apply tegen Vodafone), http://www.itenrecht.nl/artikelen/omstandigheden-be-indiging-kunnen-niet-aan-principaal-worden-toegerekend

Rechtbank Amsterdam 7 november 2017, IT&R 2404; ECLI:NL:RBAMS:2017:8153 (Apply tegen Vodafone). Telecom. Contractenrecht. Apply is een dienstverlenende organisatie op het gebied van ICT, meer in het bijzonder in spraak- en dataoplossingen. Vodafone is een Nederlandse telecomprovider. Partijen zijn in 2010 meerdere overeenkomsten aangegaan. In 2016 zijn partijen uit elkaar gegaan. De overeenkomsten zijn aan te merken als agentuurovereenkomsten. Agentuurovereenkomst die na het verstrijken van de termijn waarvoor zij is aangegaan door beide partijen wordt voortgezet, bindt partijen voor onbepaalde tijd op dezelfde voorwaarden. Van een dergelijke voortzetting is hier sprake. Uiteindelijk is het Apply geweest die de overeenkomst feitelijk heeft beëindigd. De enkele omstandigheid dat partijen nog geen overeenstemming hadden over de daarna gelegen periode of dat Apply Vodafone arrogant vond en geen vertrouwen meer had in een verdere vruchtbare samenwerking, zoals door haar gesteld, is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat de beëindiging gerechtvaardigd was door omstandigheden die de principaal kunnen worden toegerekend. Apply heeft aldus geen recht op een klantenvergoeding.