IT 2350

Antwoord Minister van Economische Zaken over betalen door data te delen en de verkoop van consumentendate aan bedrijven en de overheid

Vragen van het lid Hijink (SP) aan de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over betalen door data te delen en de verkoop van consumentendata aan bedrijven en de overheid (ingezonden 27 juli 2017). Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 7 september 2017). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 2603.

IT 2349

SBS onrechtmatig gehandeld wegens uitzenden verborgen camera-beelden in Stegeman op de bres

Rechtbank 15 sep 2017, IT 2349; ECLI:NL:RBNNE:2017:3539 (Eiser tegen SBS Broadcasting), http://www.itenrecht.nl/artikelen/sbs-onrechtmatig-gehandeld-wegens-uitzenden-verborgen-camera-beelden-in-stegeman-op-de-bres

Rechtbank Noord-Nederland 15 september 2017, IT 2349; ECLI:NL:RBNNE:2017:3539 (Eiser tegen SBS Broadcasting) Art. 8 en 10 EVRM, eerbiediging van persoonlijke levenssfeer. In de uitzending van Stegeman op de Bres van 4 juni 2017 is aandacht besteed aan overboekingen van grote bedragen vanaf de bankrekening van de ouders naar de bankrekening van eiser. De moeder van eiser heeft aangifte gedaan van verduistering van de geldbedragen. Tijdens twee bezoeken in de woning van eiser zijn met gebruikmaking van een verborgen camera beeld- en geluidsopnames gemaakt en gebruikt voor de uitzending. Eiser vordert dat SBS de aflevering verwijdert. De voorzieningenrechter oordeelt dat de opnames zonder toestemming van eiser zijn gemaakt en gebruikt. Ondanks dat hij niet herkenbaar in beeld is gebracht is op eenvoudige wijze te herleiden dat het om eiser en zijn echtgenote gaat en waar zij wonen. Er is een inbreuk gemaakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Niet is gebleken van een misstand die een rechtvaardiging vormde voor deze inbreuk. De inbreuk heeft geleid tot aantasting van de eer en goede naam van eiser alsook tot nodeloos kwetsende reacties in de richting van eiser en zijn echtgenote zowel op internet als in hun directe omgeving. SBS heeft onrechtmatig gehandeld jegens eiser en moet binnen 5 werkdagen de aflevering van alle media verwijderden en een rectificatie plaatsen.

IT 2348

Ex parte tegen Usenet- en BitTorrent-uploader van films & series

Rechtbank 31 aug 2017, IT 2348; (Stichting Brein tegen grootschalige usenet uploader), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ex-parte-tegen-usenet-en-bittorrent-uploader-van-films-series

Rechtbank Rotterdam 31 augustus 2017, IEF 17101; IT&R 2348 (Stichting Brein tegen grootschalige usenet uploader) Auteursrechtinbreuk. Stichting BREIN heeft een ex parte-beschikking ex art. 1019e Rv behaald tegen een uploader van filmwerken. De uploader gebruikte op grote schaal auteurs- en natuurrechtelijk bescherme werken - populaire (bioscoop)films en tv-series - en heeft deze onder een alias openbaar gemaakt en ter beschikking gestelt aan het publiek via BitTorrent en usenet. De uploader vervulde een sleutelrol in het 'Libra Release Team', een team dat zich erop richt om film en tv-series gratis voor het publiek beschikbaar te stallen zonder dat de rechthebbenden daarvoor toestemming hebben gegeven of een vergoeding ontvangen. De voorzieningenrechter gebiedt de inbreuk op auteursrechten te staken en gestaakt te houden onder last van een dwangsom van €2.000,- per dag.

IT 2347

Onrechtmatige daad jegens Zorgvervoercentrale Nederland voor publiceren bedrijfsinformatie

Rechtbank 6 sep 2017, IT 2347; (Zorgvervoercentrale Nederland tegen Gemeente Alkmaar), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onrechtmatige-daad-jegens-zorgvervoercentrale-nederland-voor-publiceren-bedrijfsinformatie

Rechtbank Noord-Holland 6 september 2017, IEF 17096; IT&R 2347 (Zorgvervoercentrale Nederland tegen Gemeente Alkmaar) Publicatie bedrijfsgeheimen. De gemeenten Alkmaar, Bergen e.a. hebben een Europese aanbesteding georganiseerd voor het uitvoeren van vraagafhankelijk vervoer voor geïndiceerde reizigers. ZCN was de dienstverlener voor dit vervoer. Gemeenten hebben een Excel-bestand met gegevens over gefactureerde ritten in december 2014 gepubliceerd als bijlage bij de Nota van Inlichten 2. ZCN vordert dat gemeenten door publicatie van het bestand in strijd hebben gehandeld met de op gemeenten rustende contractuele geheimhoudingsplicht en onrechtmatig hebben gehandeld. Het betreft hier geheime bedrijfsinformatie met handelswaarde, het openbaren en verspreiden van deze bedrijfsgeheimen door online publicatie van het bestand levert daarmee een onrechtmatige daad jegens ZCN op. De rechter oordeelt dat gemeentes aansprakelijk zijn voor de schade die door ZCN is geleden als gevolg van het onrechtmatig publiceren van het bestand.

IT 2344

Verzoek advies aan EFTA over dominante machtpositie Telecomprovider en schuld aan onrechtmatige 'margin squeeze'

Hof van Jusitie EU 30 jun 2017, IT 2344; (Fjarskipti v Síminn), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-advies-aan-efta-over-dominante-machtpositie-telecomprovider-en-schuld-aan-onrechtmatige-marg

Verzoek advies HvJ EU 30 juni 2017, IT 2344; IEFbe 2333; E-6/17 (Fjarskipti tegen Síminn) Via Minbuza: Partijen zijn telecombedrijven die in IJsland algemene telecomdiensten aanbieden, inclusief mobiele telefoondiensten. Verzoeker levert diensten onder het merk Vodafone. Al decennia hebben ze een monopolie gehad op het bezitten en exploiteren van algemene telecommunicatienetwerken in IJsland. Dit staatsmonopolie werd op 01.01.1998 bij wet afgeschaft. De verweerder begon zijn telecomoperatie in 1994. Fjarskipti is nu de moeder-maatschappij van verzoeker. De voorgangers van verzoeker, Tal en Íslandssími, klaagden bij de mededingingsautoriteiten over het gedrag van verweerder op de mobiele telefoonmarkt. De mededingingsautoriteit kwam in zijn beslissing tot de conclusie dat verweerder zijn machtspositie heeft misbruikt door een 'grote gebruikerskorting' op de mobiele telefoonmarkt te geven. In zijn arrest van 08.11.2011 verwierp het Hooggerechtshof de eis van verzoeker om deze beschikking nietig te verklaren. De mededingingsautoriteit heeft in zijn beslissing verklaard dat de prijsverlagingen door de tegenpartij een mededingingsmaatregel vormen in reactie op de invoering van Tal op de mobiele telefoonmarkt. In zijn beslissing kwam de mededingingsautoriteit tot de conclusie dat verweerder de artikelen 11 en 19 van de mededingingswet en artikel 54 EER schendt. Deze schendingen door verweerder werden gezien als het bestaan van een onrechtmatige ‘margin squeeze’ tegen de concurrenten, met inbegrip van verzoeker, van 2001 tot eind 2007, bij de vaststelling van de termijnen.

IT 2346

12 september - ADR middag SGOA

De SGOA organiseert morgen een kosteloze ADR middag van 15:00 tot 17:00. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. Meedoen? Meld je dan aan door een mailtje te sturen naar info@sgoa.eu. De bijeenkomst zal plaatsvinden bij Spaces ZuidAs in Amsterdam. Kijk voor meer informatie op de website: www.sgoa.eu

IT 2345

Onderzoek AP naar voordeelurenabonnement in combinatie met persoonlijke OV-chipkaart te weinig acht geslagen op subsidiariteitsbeginsel

16 aug 2016, IT 2345; ECLI:NL:RBGEL:2016:4553 (eiser tegen Autoriteit Persoonsgegevens), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onderzoek-ap-naar-voordeelurenabonnement-in-combinatie-met-persoonlijke-ov-chipkaart-te-weinig-acht

Rechtbank Gelderland 16 augustus 2016, IT 2345; ECLI:NL:RBGEL:2016:4553 (eiser tegen Autoriteit Persoonsgegevens) Wet bescherming persoonsgegevens; Eiser heeft bij verweerder een verzoek om handhaving ingediend vanwege het feit dat voordeelurenabonnement alleen te combineren is met een persoonlijke OV-chipkaart, waardoor zijn reisgegevens verwerkt worden indien hij wil reizen met een voordeelurenabonnement. Eiser acht dit in strijd met onder andere artikel 8 van de Wbp, nu het voor het uitvoeren van de overeenkomst niet noodzakelijk is dat zijn reisgegevens worden geregistreerd.

IT 2343

Vragen aan HvJ EU over beroep op de minder strenge informatievereisten bij beperkte weergavemogelijkheid

Hof van Jusitie EU 14 jun 2017, IT 2343; (Walbusch tegen Zentrale zur Bekämpfung umlauteren Wettbewerbs), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-beroep-op-de-minder-strenge-informatievereisten-bij-beperkte-weergavemogelijk

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 14 juni 2017, IEFbe 2331; IT 2343; C-430/17 (Walbusch tegen Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs) Via Minbuza: Consumentenbescherming. Verweerder (Walbusch Walter Busch GmbH & Co) verspreidde in 2014 als bijlage bij verschillende tijdschriften en kranten een uitvouwbare reclamefolder inclusief bestelformulier. Op de voor- en achterkant van de bestelkaart werd gewezen op het wettelijke herroepingsrecht. Het internetadres van verweerder was tevens aangegeven. Op de website van de verweerder kon men via de link “Algemene voorwaarden” de instructies voor herroeping alsmede het modelformulier voor herroeping raadplegen. Verzoeker (Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs) voert aan dat de reclamefolder van verweerder oneerlijk is omdat de instructies voor herroeping in de voorgeschreven vorm ontbraken en het modelformulier voor herroeping niet was bijgevoegd. Na een vergeefse aanmaning heeft verzoekster een vordering tot staking en tot vergoeding van precontentieuze aanmaningskosten ten bedrage van €246,10 vermeerderd met rente ingesteld. Het Landgericht heeft de vordering toegewezen. De appelrechter heeft deze beslissing deels gewijzigd (de veroordeling van verweerder tot vergoeding van de aanmaningskosten werd bevestigd). Met beroep in “Revision” verzoekt verweerder om afwijzing van de vordering in haar geheel, verzoeker verzoekt om afwijzing van het beroep in “Revision”. 

Hier is van belang of verweerder zich met succes kan beroepen op de minder strenge informatievereisten bij beperkte weergavemogelijkheid overeenkomstig de BGB (Duits Burgerlijk Wetboek), EGBGB (Duitse wet tot invoering van het Burgerlijk Wetboek) en richtlijn 2011/83. Het antwoord op de vraag of de minder strenge informatievereisten hier gelden, hangt af van de uitlegging van artikel 8 lid 4 eerste zin, en artikel 6 lid 1 (h) van richtlijn 2011/83/EU. De vraag rijst evenwel of een zo uitgebreide informatieplicht over het herroepingsrecht verenigbaar is met de doelen van richtlijn 2011/83/EU. Het zou een onevenredige beperking van de vrije reclamevoering kunnen blijken de handelaar ongeacht beperkingen in ruimte en tijd van het door hem voor de reclame gebruikte middel voor communicatie op afstand steeds te verplichten de omvangrijke de instructies voor herroeping meteen en rechtstreeks in dit middel voor communicatie op afstand mee te delen en het modelformulier voor herroeping daar dadelijk bij te voegen. Gestelde vragen:

 

IT 2342

HvJ EU: Regeling die leidt tot relatief grotere afname digitale netwerken ten opzicht van geëxploiteerde analoge kanalen, is discriminerend en onevenredig

Hof van Jusitie EU 26 jul 2017, IT 2342; ECLI:EU:C:2017:597 (Persidera SpA), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-regeling-die-leidt-tot-relatief-grotere-afname-digitale-netwerken-ten-opzicht-van-ge-xploitee

HvJ EU 26 juli 2017, IT 2342; IEFbe 2324; ECLI:EU:C:2017:597; zaak C‑112/16 (Persidera SpA) Elektronische communicatie. Telecommunicatiediensten. Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/77/EG. Gelijke behandeling. Via Minbuza: Verzoekster Persidera (v/h Telecom Italia Media Broadcasting = TIMB) vraagt nietigverklaring van besluiten (van respectievelijk ITA MinEZ en de ‘NMa’ tot toewijzing van gebruiksrechten van frequenties voor digitale terrestrische radio- en tv-uitzendingen omdat zij minder frequenties heeft gekregen dan zij voorafgaand aan de overschakelijk feitelijk al gebruikte. De besluiten zijn in strijd met het beginsel van de één-op-één-omzetting op grond van eerder beheer; verzoekster stelt ongelijke behandeling daar zij als enige nationale marktdeelnemer niet alle rechtmatig door haar beheerde zenders heeft kunnen omzetten. De frequenties zijn bovendien technisch onder de maat. Tegen het NMa-besluit voert zij aan dat dit in strijd is met EUrecht en ook de ITA Gw. De rechter in eerste aanleg verwerpt verzoeksters beroep en de zaak ligt nu voor bij de ITA RvS. Verzoekster dringt aan op het stellen van vragen aan het HvJEU. Zij bestrijdt het vonnis omdat, gezien arrest HvJEU C-380/05, de rechter miskent dat zij concurrentienadeel ondervindt door niet toepassen van het beginsel één-op-één omzetting. Interveniënten (telecombedrijven) zijn het niet met verzoekster eens: na omzetting van TIMB in Persidera (door overname van Rete A) is verzoekster eigenaar geworden van in totaal vijf multiplexen in digitale terrestre technologie, hetgeen het maximumaantal is dat voor elke marktdeelnemer is toegestaan.

De verwijzende ITA rechter (Raad van State) kan de zaak pas beslissen als duidelijk is dat de door verweerster gehanteerde toewijzingscriteria rechtmatig zijn. Antwoord HvJ EU:

IT 2341

Vragen aan HvJ EU: Zijn gedragingen als het maken en plaatsen op Youtube van videobeelden van politieagenten te beschouwen als een verwerking van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden?

Hof van Jusitie EU 1 jun 2017, IT 2341; (Datu valsts inspekcija), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-zijn-gedragingen-als-het-maken-en-plaatsen-op-youtube-van-videobeelden-van-politie

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 1 juni 2017, IEFbe 2321; IT 2341; C-345/17 (Datu valsts inspekcija) Via Minbuza: Verzoeker tot cassatie maakte een video-opname van het moment waarop hij een verklaring aflegde bij de Letse nationale politie en heeft deze vervolgens op wwww.youtube.com geplaatst. De dienst gegevensbescherming stelde zich in zijn besluit nr. 2-1/6417 van 30 augustus 2013 op het standpunt dat verzoeker inbreuk had gemaakt op artikel 8, lid 1 wet op de bescherming van persoonsgegevens, aangezien hij de politieagenten, als betrokkenen, in strijd met die bepaling niet had geïnformeerd over het doel van de verwerking van hun persoonsgegevens. Verzoeker wendde zich daarop tot de rechter met het verzoek het besluit van de dienst gegevensbescherming onrechtmatig te verklaren en hem een schadevergoeding toe te kennen. Tot staving van zijn vordering voerde hij aan dat hij met die video een praktijk van de politie onder de aandacht wilde brengen die volgens hem onrechtmatig was. De Administratīvā rajona tiesa (lagere bestuursrechter) verwierp dat beroep en ook de Administratīvā apgabaltiesa (regionale bestuursrechter) wees verzoekers vorderingen af. Verzoeker heeft cassatieberoep ingesteld.

IT 2339

Jaarverslag Bits of Freedom 2016 gepubliceerd

Bits of Freedom bestempelt 2016 als het jaar waarin privacy mainstream ging. In het jaarverslag wordt aandacht besteedt aan verscheidene onderwerpen, waaronder massasurveillance, het hackvoorstel en de big brother awards. Bekijk het complete jaarverslag hier

IT 2340

Computerrecht 2017-4; themanummer Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

, IT 2340; http://www.itenrecht.nl/artikelen/computerrecht-2017-4-themanummer-algemene-verordening-gegevensbescherming-avg

150         De AVG komt eraan: D-Day May Day? / p. 201; Wilfred Steenbruggen & Frederik Zuiderveen Borgesius

ARTIKELEN
151         Van meldplicht naar registerplicht: de registratie van verwerkingen onder de AVG / p. 203 Een van de belangrijkste uitgangspunten van het gegevensbeschermingsrecht is de eis dat de verwerking van persoonsgegevens transparant is. In de Nederlandse Wet bescherming persoonsgegevens wordt deze transparantie-eis onder andere ingevuld door de meldplicht: verwerkingen moeten in beginsel aan de toezichthouder gemeld worden. Met de nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) komt de meldplicht echter vanaf 25 mei 2018 te vervallen. In plaats daarvan komt de verplichting om een intern register van verwerkingsactiviteiten bij te houden.

B.W. Schermer

IT 2337

AP legt gemeente Arnhem last onder dwangsom op voor gebruik afvalpas

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft een last onder dwangsom opgelegd aan de gemeente Arnhem. Deze sanctie volgt op de constatering van de AP dat de gemeente Arnhem via de afvalpas persoonsgegevens van inwoners verwerkt op de ondergrondse afvalcontainers zonder dat dit op dit moment noodzakelijk is voor haar publiekrechtelijke taak.

IT 2336

Digitaal procederen: dagvaarding wordt oproepingsbericht

Via Rechtspraak.nl: De dagvaarding, de oproep om bij de rechter te verschijnen, bestaat per ingang van 1 september bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland niet meer bij civiele vorderingszaken met een belang vanaf 25.000 euro. Vanaf die datum is het bij die 2 rechtbanken in deze zaken verplicht digitaal een rechtszaak te starten en te voeren. Bij civiele vorderingszaken vanaf 25.000 euro is het verplicht een advocaat in te schakelen. De dagvaarding wordt in deze zaken vervangen door het ‘oproepingsbericht’.

IT 2335

Matchingbonus van 70 uur aan oud-bestuurder verschuldigd, geen acquisitiebonus

Rechtbank 19 okt 2016, IT 2335; ECLI:NL:RBMNE:2016:5573 (Bonusregeling IT-dienstverleningsbedrijf), http://www.itenrecht.nl/artikelen/matchingbonus-van-70-uur-aan-oud-bestuurder-verschuldigd-geen-acquisitiebonus

Rechtbank Midden-Nederland 19 oktober 2016, IT 2335; ECLI:NL:RBMNE:2016:5573 (Bonusregeling IT-dienstverleningsbedrijf) Geschil toepassing bonusregelingen. [eiseres] was één van de besturende vennootschappen van [gedaagde], een IT-dienstverleningsbedrijf. Binnen [gedaagde] gold een bonusregeling, "De persoon die de opdracht aanbrengt en binnen sleept heeft recht op 5% van de omzet voor de duur van de desbetreffende opdracht. Nieuwe opdrachten bij dezelfde klant vallen buiten de regeling.". [gedaagde] heeft aan [eiseres] bonussen uitbetaald die zijn berekend over de uren die medewerkers hebben gewerkt voor het project Phoenix. Partijen zijn het erover eens dat [eiseres] recht heeft op een matchingbonus over de uren die [F] toen voor het project Phoenix bij BAM heeft gewerkt, uitgaande van een uurtarief van € 115,-. Wat partijen hier verdeeld houdt is het aantal uren op basis waarvan de matchingbonus moet worden berekend. [eiseres] vordert, na vermeerdering van eis, samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 59.651,72, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en beslagkosten en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] op grond van de afgesproken bonusregeling diverse acquisitie- en matchingbonussen aan [eiseres] verschuldigd is en dat zij facturen die daarop zien ten onrechte onbetaald heeft gelaten. De rechtbank veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van €2.292,42, bestaande uit openstaande facturen en een matchingbonus over 70 uur vermeerderd met de wettelijke rente. 

De beoordeling:

4.1. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] op grond van de afgesproken bonusregeling diverse acquisitie- en matchingbonussen aan [eiseres] verschuldigd is en dat zij facturen die daarop zien ten onrechte onbetaald heeft gelaten. De rechtbank zal deze facturen hierna bespreken, in het licht van wat partijen daarover over en weer steeds hebben aangevoerd. In het algemeen stelt de rechtbank voorop dat tussen partijen niet in geschil is hoe de in overweging 2.2. weergegeven bonusregeling moet worden uitgelegd. Dit komt er enerzijds op neer dat degene die voor [gedaagde] een opdracht c.q. een klant ‘binnen sleept’ een bonus krijgt van 5% van de omzet van de voor die klant voor die opdracht gewerkte uren: dit is wat partijen de acquisitiebonus noemen. Daarnaast krijgt degene die iemand die geschikt is om op een bepaalde opdracht te worden ingezet, koppelt aan die opdracht, eveneens 5% van de omzet van de die persoon op die opdracht: dit is wat partijen de matchingbonus noemen. De rechtbank zal hierna deze termen ook gebruiken.

Facturen [factuurnummer] en [factuurnummer] 
4.2. [gedaagde] heeft op de comparitie de verschuldigdheid erkend van de onderste drie posten op de factuur met het nummer [factuurnummer] . Dit gaat om een bedrag van € 1.725,39 inclusief btw. De rechtbank zal de vordering van [eiseres] daarom in ieder geval tot dit bedrag toewijzen. [gedaagde] had dit bedrag immers al moeten betalen: daarvoor was geen nadere factuur nodig.

4.3.  Deze twee facturen zien voor de rest op werkzaamheden van [F] voor het project Phoenix bij BAM, in de maanden juli en augustus 2015. Partijen zijn het erover eens dat [eiseres] recht heeft op een matchingbonus over de uren die [F] toen voor dit project heeft gewerkt, uitgaande van een uurtarief van € 115,-. Wat partijen hier verdeeld houdt is het aantal uren op basis waarvan de matchingbonus moet worden berekend. [eiseres] is bij het opstellen van de facturen uitgegaan van de urenstaten die haar aanvankelijk door [gedaagde] verstrekt waren. Die zagen op 128 uur in juli en 106 uur in augustus. [gedaagde] heeft daarna echter gecorrigeerde urenstaten gestuurd, die zagen op 99 uur in juli en 26 uur in augustus. Volgens [gedaagde] waren er namelijk ten onrechte uren op het project Phoenix geboekt: [F] zou deze uren wel voor BAM hebben gewerkt, maar dat was voor een ander project. Op de comparitie heeft [gedaagde] vervolgens naar voren gebracht dat is gebleken dat ook in juni 2015 teveel uren aan dit project zijn toegeschreven. De matchingbonus over deze uren is echter al betaald aan [eiseres] , zodat op deze twee facturen nog een nadere correctie van 55 uur moet plaatsvinden. [eiseres] heeft steeds aangegeven dat zij eerst een onderbouwing wil zien van de aantallen uren die [F] voor de verschillende projecten bij BAM heeft gewerkt. [gedaagde] heeft op haar beurt steeds gezegd dat zij het door haar erkende deel van de vordering op dit punt pas wil betalen als [eiseres] gecorrigeerde facturen maakt. Daar is de discussie gestrand.

4.4. [gedaagde] erkent dus dat [eiseres] hier recht heeft op een matchingbonus over (99 + 26 - 55 =) 70 uur. Omdat [eiseres] zich beroept op het rechtsgevolg van haar stelling dat die bonus over meer uren moet worden berekend, is het aan haar om in dat kader voldoende te stellen. Daar is zij niet in geslaagd. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat namens [eiseres] tijdens de comparitie is gezegd dat het best zou kunnen dat deze door haar opgestelde facturen niet kloppen en dat de daarin opgenomen uren deels op een ander project dan het project Phoenix zien. In het licht daarvan is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] niet voldoende heeft onderbouwd dat [F] meer uren voor het project Phoenix heeft gewerkt dan door [gedaagde] wordt erkend. De rechtbank zal de vordering van [eiseres] verder toewijzen, uitgaande van 70 uur. Dit gaat om een bedrag van (70 uur x € 115,- x 5% + btw =) € 487,03. [gedaagde] vindt zelf immers ook dat zij dit verschuldigd is en had dit bedrag al lang kunnen voldoen. Daarvoor is het ontvangen van een correcte factuur geen voorwaarde. De vordering van [eiseres] op dit punt zal voor het overige worden afgewezen.

4.12. Uit het voorgaande volgt dat de vordering van [eiseres] wat de hoofdsom betreft zal worden toegewezen tot (€ 1.725,39 + € 487,03 =) € 2.212,42. De wettelijke handelsrente zal worden toegewezen vanaf de vervaldatum de factuur met het nummer [factuurnummer] , omdat voor [gedaagde] toen zij die factuur ontving duidelijk moet zijn geweest welk bedrag zij [eiseres] verschuldigd was, ook voor wat betreft de eerdere facturen waarvan [gedaagde] later gecorrigeerde urenstaten heeft gestuurd.

IT 2331

Hof: ING mocht strafrechtelijke gegevens in registers verwerken

Hof 18 okt 2016, IT 2331; ECLI:NL:GHAMS:2016:4191 (Shortstay Booking en Shortstay Today tegen ING), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hof-ing-mocht-strafrechtelijke-gegevens-in-registers-verwerken

Hof Amsterdam 18 oktober 2016, IT 2331; ECLI:NL:GHAMS:2016:4191 (Shortstay Booking en Shortstay Today tegen ING) Privacy. ING heeft persoonsgegevens van appellant gebruikt in het Incidentenregister en Extern Verwijzingsregister. De voorzieningenrechter heeft de vordering van appellanten met betrekking tot verwijdering van deze gegevens afgewezen. Opname in het Incidentenregister en het EVR geschiedt slechts in overeenstemming met de Wbp en het Protocol. Bij opname van strafrechtelijke gegevens moeten de concrete feiten en omstandigheden zodanig vaststaan, dat daarmee een bewezenverklaring gedragen kan worden. De bestaande verdenking jegens appellanten, te weten het feitelijk leiding geven aan het opzettelijk onttrekken van goederen aan een pandrecht door Plant Hosting, kan een bewezenverklaring dragen. Feiten zijn van voldoende ernst voor opname in registers.  Belangen en/of fundamentele rechten en vrijheden van appellant staan niet in de weg aan opname van zijn persoonsgegevens in de registers. Hof bekrachtigt vonnis.

IT 2334

Hof bevestigt inbreuk op privacy door Schipholfoto op voorpagina Volkskrant

Hof 15 aug 2017, IT 2334; ECLI:NL:GHAMS:2017:3247 (Volkskrant tegen X), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hof-bevestigt-inbreuk-op-privacy-door-schipholfoto-op-voorpagina-volkskrant

Hof Amsterdam 15 augustus 2017, IEF 17035; IT 2334; ECLI:NL:GHAMS:2017:3247 (Volkskrant tegen X) Portretrecht. Privacy. Zie eerder: IEF 16246. Met de voorpaginafoto waar geïntimeerde herkenbaar is afgebeeld in combinatie met de tekst “Is Schiphol nog veilig?”, heeft de Volkskrant de privacy van geïntimeerde geschonden. De Volkskrant gaat in verzet tegen betaling van een voorschot op (immateriële) schadevergoeding. Voorzieningenrechter heeft terecht geoordeeld dat inbreuk op portretrecht en persoonlijke levenssfeer gemaakt wordt en een voldoende mate van ernst bestaat. Voldoende aannemelijk dat rechter in bodemprodure het toegekende bedrag van € 1.500,- zal toewijzen: bekrachtiging vonnis voorzieningenrechter.

IT 2333

Software levering aan Hogeschool blijft uit: Avetica verbeurd dwangsom

Rechtbank 14 aug 2017, IT 2333; ECLI:NL:RBROT:2017:6180 (ITV Hogeschool tegen Avetica), http://www.itenrecht.nl/artikelen/software-levering-aan-hogeschool-blijft-uit-avetica-verbeurd-dwangsom

Vzr. Rechtbank Rotterdam 14 augustus 2017, IT 2333; ECLI:NL:RBROT:2017:6180 (ITV Hogeschool tegen Avetica) Contractenrecht. ITV Hogeschool en Avetica hebben in 2015 een overeenkomst gesloten met betrekking tot het ontwikkelen en implementeren van het DOP2-systeem, in combinatie met Moodle. Nu na ingebrekestelling van Avetica oplevering achterwege blijft, vordert ITV Hogeschool nakoming van de overeenkomst op straffe van een dwangsom. Avetica is in verzuim nu de gestelde termijn voor nakoming is verstreken. Overeenkomst dient uiterlijk op 15 november 2017 nagekomen te worden. Avetica verbeurd een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat het bedrijf in gebreke blijft, tot een maximum van € 50.000,-. ITV Hogeschool dient als voorwaarde medewerking te verlenen aan het oplossen van de bugs. Vraag of dwangsom uiteindelijk opgelegd wordt blijft bewijskwestie.

IT 2332

Vragen aan HvJ EU: Is live-streaming van tv-programma's aanbod in de zin van Universeledienstrichtlijn?

Hof van Jusitie EU 10 mei 2017, IT 2332; (France Télévisions tegen Playmédia), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-is-live-streaming-van-tv-programma-s-aanbod-in-de-zin-van-universeledienstrichtlij

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 10 mei 2017, IEF 17029; IT 2332; IEFbe 2306; C-298-17-verwijzingsbeschikking (France Télévisions tegen Playmédia) Via Minbuza: Verzoekster vraagt de verwijzende rechter om nietigverklaring van een besluit van de France omroepraad (CSA, verweerder) waarmee verzoekster opdracht heeft gekregen om toe te laten dat de onderneming Playmédia (medeverweerster) op haar website ‘playtv.fr’ diensten beschikbaar stelt die verzoekster produceert. Verzoekster stelt bevoegdheidsoverschrijding en onrechtmatigheid van het besluit omdat de plicht tot beschikbaarstelling van programma’s daarmee boven het eigendomsrecht komt te staan, een mogelijke rechtvaardigingsgrond voor afwijking van de vrijheid van communicatie. CSA heeft de reikwijdte van artikel 31 van RL 2002/22 onjuist uitgelegd. Playmédia beroept zich op de verplichte beschikbaarstelling terwijl haar website niet aan de criteria van de RL voldoet.