Internet

IT 342

Gemeenten en gebruik van Google Maps

Privacybezwaren en gebruikersvoorwaarden van Google Maps zijn dusdanig eenzijdg dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken gemeenten waarschuwt voor het gebruik op hun sites. Dat volgt uit een onderzoek van adviesbureau Geon.

Privacybezwaren De zoekmachine van Google registreert het zoekgedrag van gebruikers om dit commercieel te kunnen inzetten. Ook voor Google Maps kan dit een rol spelen. Het is een wezenlijk businessmodel van Google. In de communicatie tussen overheid en burger is dit een onwenselijke situatie.

Data uitbuiten Overheidsgegevens kunnen door Google in andere vorm of in delen worden hergebruikt voor commerciële doeleinden (...) Hoewel Google aangeeft dat zij geen belang heeft bij persoonegegevens, wil dat nog niet zeggen dat de privacy is gewaarborgd. 

Ontraden worden het gebruik niet, omdat er geen evenwaardig alternatief is. Een licentie kopen moet echter wel. Op dit moment wordt vooral gebruik gemaakt van de gratis variant onder het mom: 'we zien wel waar het schip strandt' of 'we merken wel wanneer we door een juridisch bestuurlijke beslissing worden teruggefloten'. Ook op lokaal bestuurlijk niveau (colleges, gemeenteraden) heerst meer het beeld van trots dat de gemeente met haar dienstverlening mee kan gaan in de populariteit van Google dan dat men terughoudend en kritisch is.

Een mogelijk aankomend alternatief met overheidsdata gemaakt is Het project “Geografische zoek- en toondienst”, afgekort GEOZET. Naar verwachting is dit voor de zomer afgerond.

Lees het onderzoek hier.

IT 340

Journalistieke keuzevrijheid belangrijker dan discriminatie op politieke voorkeur

Met dank aan Jens van den Brink, Kennedy van der Laan

CGB 28 april 2011, Dossiernr. 2009-0185, oordeel 2011-69 (X tegen Reed Business B.V. h.o.d.n. Elsevier)

Verbannen van reageerder van haar internetforum vanwege politieke kleur van reacties. Hoewel dat volgens de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) een verboden vorm van discriminatie is, gaat het belang van de vrijheid van meningsuiting en een pluriforme pers hier voor op het discriminatieverbod, aldus de CGB.

De zitting vond al plaats op 15 april 2010 en in december organiseerde de CGB een expert meeting over de zaak. Het CGB is geen rechter en de vraag of zij de AWGB moet toetsen aan art. 10 EVRM was een lastig punt. CGB is van oordeel dat verweerster keuze mag maken hoe haar journalistieke product eruitziet, weigeren van reactie behoort hiertoe. De omstandigheid dat verzoeker juist op het internetforum van verweerster “een ander geluid wil laten horen” doet hieraan niet af (r.o. 3.35. Zoals hiervoor onder 3.31 is overwogen bestaat er, behoudens bijzondere omstandigheden, niet zoiets als een keuzevrijheid van het podium (r.o. 3.36)

3.35 De Commissie is van oordeel dat het in beginsel aan verweerster is om als persorgaan de keuzes te maken hoe haar journalistieke product eruit ziet. Het weigeren van bepaalde reacties behoort tot deze keuzevrijheid. Vergelijk in deze zin Partij voor de dieren vs Nederlandse Omroep Stichting (NOS), Rechtbank Amsterdam, 28 februari 2011, LJN: BP6121, waarin de rechter overwoog dat het op grond van haar journalistieke vrijheid in beginsel aan NOS is te bepalen op welke manier en met deelname van wie zij het politieke debat wenst te organiseren. Tijd, plaats en thema van het debat eisen begrenzing van het aantal deelnemers daaraan. Het is niet aan de rechter in de plaats te treden van de programmamaker en deze voor te schrijven hoe hij het voorgenomen journalistieke product (beter) dient uit te voeren.

3.36 Hier tegenover staat het belang van verzoeker om niet te worden gediscrimineerd op grond van zijn politieke gezindheid. De Commissie overweegt ten aanzien van dit belang dat verzoeker door het onderscheid dat verweerster maakt, niet in zijn menselijke waardigheid wordt aangetast. Als verzoeker daarin wel zou zijn aangetast, kan niet snel worden aangenomen dat zijn belang moet wijken voor dat van verweerster. Voorts overweegt de Commissie dat de benadeling van verzoeker die voortvloeit uit het door verweerster gemaakte onderscheid, eruit bestaat dat hij op het internetforum van verweerster geen reacties meer kan plaatsen die blijk geven van zijn politiek gezindheid. Ten aanzien hiervan overweegt de Commissie dat verzoeker dergelijke reacties op vele manieren en op vele andere podia kan uitdragen. Er zijn internetfora waar hij wel zijn reacties kan geven. De omstandigheid dat verzoeker juist op het internetforum van verweerster “een ander geluid wil laten horen” doet hieraan niet af. Zoals hiervoor onder 3.31 is overwogen bestaat er, behoudens bijzondere omstandigheden, niet zoiets als een keuzevrijheid van het podium (vergelijk: EHRM, 6 mei 2003, Appleby vs Verenigd Koninkrijk, r.o. 47, LJN: AP0909, met noot van J.G. Brouwer en A.E. Schilder).

Lees het oordeel hier (link en pdf)
Zie ook Mediareport en ICTRecht

IT 339

Chr.A. Alberdingk Thijm, 'Downloadverbod: back to the future', NJB 2011/17 (forthcoming)

Met dank aan Christiaan Alberdhingk Thijm, SOLV.

Op 11 april 2011 heeft staatssecretaris van Justitie Fred Teeven zijn langverwachte speerpuntenbrief over het auteursrecht naar de Tweede Kamer gestuurd. Kern van het beleid van Teeven is dat het auteursrecht innovatie moet stimuleren, niet belemmeren. Van de vier speerpunten heeft er één voor de nodige beroering gezorgd: het voornemen om het downloaden uit ‘evident illegale bron’ te verbieden.

Door de komst van het internet en de ontwikkeling van allerhande computerprogramma’s kunnen consumenten thuis muziek, films en ander auteursrechtelijk beschermd materiaal vanaf hun eigen computer via internet aanbieden (‘uploaden’) of ophalen (‘downloaden’). Op dit moment worden deze handelingen auteursrechtelijk verschillend beoordeeld. Het uploaden wordt gekwalificeerd als een openbaarmaking die onder het exclusieve verbodsrecht valt. Dit is dus zonder toestemming van de rechthebbende niet toegestaan. Ten aanzien van het downloaden bestaat echter een uitzondering op het verveelvoudigingsrecht, het andere auteursrechtelijke verbodsrecht. Op grond van artikel 16c van de Auteurswet (Aw) is dit onder voorwaarden geoorloofd. Deze uitzondering geldt ook, zo heeft de minister van Justitie bij herhaling gezegd, als het downloaden uit illegale bron geschiedt, dat wil zeggen, wanneer voor de aan het downloaden voorafgaande openbaarmaking via het internet geen toestemming van de rechthebbende is verkregen.

Voor wie de achtergrond van artikel 16c Aw niet kent, moet het onderscheid tussen het uploaden en het downloaden door consumenten gekunsteld overkomen. De thuiskopie-exceptie, zoals de uitzondering wel wordt genoemd, vindt zijn oorsprong in technologische ontwikkelingen medio vorige eeuw. Toen deed de magnetofoon zijn intrede, het apparaat dat wij later een cassetterecorder zijn gaan noemen. De consument kon daarmee vanuit de beslotenheid van zijn woning auteursrechtelijk beschermde handelingen verrichten. Eerder beschikte de consument niet over de middelen om dit te doen en speelde hij dus geen rol van betekenis bij de exploitatie van beschermd materiaal.

Toen in Duitsland auteursrechtenorganisatie GEMA het verbodsrecht bij consumenten wilde gaan handhaven, oordeelde het Bundesgerichtshof dat de daarvoor noodzakelijke huiselijke controle van eigenaren van de magnetofoon in strijd zou zijn met, kort gezegd, hun persoonlijke levenssfeer. Een oplossing werd gevonden in thuiskopieregelingen: consumenten mogen thuiskopiëren, mits een vergoeding daarvoor wordt betaald. Die vergoeding wordt doorgaans geïnd door middel van een toeslag op blanco dragers waarop wordt gekopieerd. Vroeger waren dat cassette- en videobanden; tegenwoordig lege cd’s en dvd’s.

Met de introductie van het verbod op downloaden uit ‘evident illegale bron’ wil Teeven ook een einde maken aan het vergoedingenregime. De opslag die nog van toepassing is op een aantal blanco dragers komt dus te vervallen. Tegelijkertijd spreekt de staatssecretaris de wens uit dat rechthebbenden geen gebruik zullen maken van het verbodsrecht door consumenten die ‘op beperkte schaal bestanden up- en downloaden’ aan te spreken. De handhaving bij consumenten is volgens Teeven niet effectief en creëert rechtsongelijkheid ‘nu niet iedereen kan worden aangesproken’.

De staatssecretaris wil dus een verbodsrecht introduceren waarvan hij hoopt dat geen gebruik wordt gemaakt. De staatssecretaris verwacht dat rechthebbenden hun pijlen met name richten op partijen die het up- en downloaden faciliteren en bevorderen. Teeven beoogt de jurisprudentie die op dit terrein bestaat, gebaseerd op het leerstuk van onrechtmatige daad, te codificeren. Daarnaast moet de mogelijkheid worden geïntroduceerd de toegang van Nederlandse consumenten tot ‘illegale websites’ in het buitenland te blokkeren. Dergelijke blokkades zullen moeten worden uitgevoerd door internetproviders.

In vergelijking met de situatie medio vorige eeuw, kiest de staatssecretaris er dus voor om de producenten van de magnetofoon en de verkopers van het apparaat aansprakelijk te maken. Gelet op de historie van de thuiskopieregeling is de wens van Teeven dat geen gebruik wordt gemaakt van het verbodsrecht geen vreemde. Ook bij het controleren van de activiteiten van internetgebruikers komt het recht op eerbieding van de persoonlijke levenssfeer snel in het gedrang.

Een andere keuze was ook mogelijk geweest. In plaats van de regeling af te schaffen, had Teeven ervoor kunnen kiezen de regeling uit te breiden. Hij had kunnen pleiten voor een vergoedingsrecht voor consumenten die ‘op beperkte schaal bestanden uploaden’. Het gevolg zou zijn dat rechthebbenden ook betaling zouden ontvangen voor handelingen die op dit moment niet effectief te bestrijden zijn. Daar zouden zowel consumenten als rechthebbenden profijt van hebben. Eén ding is zeker: het model van Teeven bevordert niet de innovatie. Het verleggen van de aansprakelijkheid van consumenten naar partijen die betrokken zijn bij de illegale handelingen, zal een verstikkende werking hebben.

Lees ook hier (SOLV en NJBlog)

IT 333

Algemene voorwaarden vaak ten nadele van de consument

Het tijdschrift Bright publiceerde afgelopen vrijdag een onderzoek naar de gebruikersvoorwaarden van enkele bedrijven zoals o.a. Apple, eBay, Facebook, Flickr, Google, Marktplaats en Skype. Hieruit blijkt dat de voorwaarden regelmatig herschreven worden, vaak ten nadele van de consument. Bright stelt dat de voorwaarden in moeilijke juridische taal worden opgeschreven en dat daarom niet duidelijk is wat ze precies inhouden. Bright concludeert kortweg dat door ondertekening van de voorwaarden, de gebruiker afstand doet van al zijn rechten en veel verplichtingen krijgt.

Hierbij de voornaamste conclusies uit het rapport.

1. De voorwaarden worden regelmatig aangepast zonder de gebruiker hierover in te lichten.
2. De aansprakelijkheid van de diensten zelf wordt zoveel mogelijk beperkt.
3. Gekochte applicaties zijn geen eigendom van de gebruiker, deze koopt alleen een licentie voor gebruik, welke kan worden ingetrokken en niet kan worden overgedragen.
4. Garantiemogelijkheden zijn zeer beperkt en er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van het koppelen en dataminen van persoonlijke gegevens.
5. Ook wordt privé informatie van gebruikers wordt zonder expliciete toestemming van de gebruiker gebruikt voor financieel gewin en doorgespeeld naar derde partijen waardoor het niet meer controleerbaar is voor de gebruiker.
6. Verder worden vaak de (intellectuele) eigendomsrechten van foto's en video's die de gebruiker uploadt naar de diensten overgeheveld.

Lees het gehele rapport hier (link en pdf).

IT 335

Update Inbeslagname servers bij BREIN: schikking

In navolging van IT 240.

De betrokken partijen hebben een regeling getroffen die het conflict over de Swan servers beëindigt. Het laatste aanbod van BREIN is geaccepteerd door de eigenaar van de servers waarop Swan draaide. In het kader daarvan wordt alle illegale content van de servers gewist. De schone servers worden weer ter beschikking gesteld aan de eigenaar die een onthoudingsverklaring met dwangsom ondertekent. Tevens geeft de eigenaar alle hem beschikbare gegevens omtrent Swan aan BREIN af. Hij onderneemt geen actie tegen BREIN of Worldstream. BREIN betaalt de kosten van de actie en ziet af van schadevergoeding. Er wordt over en weer geen aangifte gedaan. Momenteel ligt er enkel nog beslag van BREIN op de servers. Dat beslag werd onlangs verlengd.

Zie ook hier (website van BREIN)

IT 332

Cloudhosting en escrow regelingen

Met dank aan Sander Remans, Escrow Alliance B.V. Sinds donderdag verschenen berichten in diverse media over de storing bij de Cloudhosting dienst van Amazon (o.a. tweakers en webwereld). In een webwereld opinie wordt door Andreas Udo de Haes zelfs gesproken over "cloudklunzen". Door de storing in een aantal van Amazon's hosting-centra zijn data en bijbehorende applicatie niet beschikbaar. Er is een angst ontstaan dat bij de uitval van de Cloudhosting leverancier er een totaal verlies van data en applicatie ontstaat. Een bedrijf kan zich beschermen tegen uitval van ICT infrastructuur, ook van cloud-omgevingen.

Een escrowregeling, met name een die specifieke eigenschappen van Cloudhosting in overweging neemt, voorkomt de paniek die bij een aantal bedrijven is opgetreden. In de escrowregeling worden vanuit historisch perspectief de broncode en de objectcode, en nu ook de onlosmakelijk verbonden database, de infrastructuur, het ecosysteem van relaties rondom de applicatie, de onderliggende contracten en de SLA’s.

Ook Wanda van Kerkvoorden heeft al eerder hier (IT 289) betoogd:

Als het internet “eruit ligt”, dan ligt het bedrijf stil en een back-up kan bijvoorbeeld het bedrijf een stap terug moeten laten zetten. Het is dus goed om hierover heldere afspraken te maken met de aanbieder, of juist situaties goed af te dekken als aanbieder van zulke diensten.

Door de juiste inzet van een escrowregeling worden bedrijfskritische applicaties en datasets beschermd.

IT 330

EDRi

IT 328

Duitse hyperlinks maken onderdeel uit van berichten

BGH I. Zivilsenat 14 oktober 2010 I ZR 191/08; 'AnyDVD' (music companies tegen Heise Verlag).

Muziekproducten hebben Heise Verlag, een online uitgever gespecialiseerd in IT en computer nieuws, gedagvaard omdat er artikelen op de website stonden met hyperliunks naar SlySoft die software aanbod om DVD kopiebescherming technisch te omzeilen.

Landsgericht en OBL München bepaalde dat de artikelen een auteursrechtschending opleverden. BGH corrigeert dit door te oordelen dat het plaatsen van links behoorde tot constitutionele persvrijheid en vrijheid van meningsuiting (art. 5(1)Grundgesetz). De teksten zelf zijn beschermd door vrijheid van meningsuiting en persvrijheid en de links krijgen dezelfde bescherming toebedeeld. Rechters benadrukten dat de hyperlinks in artikelen niet slechts een technische faciliteit omvatten om toegang te krijgen tot SlySofts website, maar onderdeel van artikel zijn geworden om het bericht aan te vullen en "ondersteunen". Wetenschap van auteursrechtschending doet hier niet aan af, de informatie voor het algemene publiek toegankelijk maken heeft een hoger doel.

r.o. 17 Im Rahmen der Abwägung sei zu beachten, dass das Wesentliche eines Links nicht die Mitteilung einer Information sei - etwa der Adresse des Internetauftritts, auf den verwiesen werde -, sondern der davon zu  unterscheidende zusätzliche Service, den Nutzer unmittelbar mit dieser Website zu verbinden. Dies eröffne eine neue Dimension, die über die eigentliche redaktionelle Berichterstattung hinausgehe und im Offline-Bereich kein Äquivalent habe. Die mit dem Verbot des streitgegenständlichen Links verbundene Einschränkung der Pressefreiheit betreffe nur den Aspekt, die Verbindung zur fraglichen Website zu ermöglichen. Insoweit gehe es nicht um die Mitteilung von Meinungen oder Tatsachen zur Meinungsbildung, die in den Schutzbereich der Meinungsfreiheit falle und deren Rahmenbedingungen dem Kernbereich der Medienfreiheit zuzuordnen seien, sondern um die weniger zentrale Frage, welchen Service ein Medienunternehmen über die Informationsverschaffung hinaus erbringen dürfe. Der Link diene lediglich der Ergänzung der redaktionellen Berichterstattung.

Artikelen 95a Duitse Auteurswet, art. 6 Copyright Directive 2001/29/EG, 11(1) EVRM
Ook wordt er verwezen naar HvJ EG 6 maart 2001 C-274/99 P (Connolly/Commission)

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf)