IT 2675

Stichting Museumkaart moet gegevens museumkaarthouder verstrekken i.v.m. algemeen belang correcte belastingheffing

Rechtbank 15 nov 2018, IT 2675; ECLI:NL:RBAMS:2018:8138 (Staat tegen Stichting Museumkaart), http://www.itenrecht.nl/artikelen/stichting-museumkaart-moet-gegevens-museumkaarthouder-verstrekken-i-v-m-algemeen-belang-correcte-bel

Rechtbank Amsterdam 15 november 2018, IT 2675; ECLI:NL:RBAMS:2018:8138 (Staat tegen Stichting Museumkaart) Privacy. Aan de museumkaart is een account gekoppeld waarop persoonsgegevens over de houder worden geregistreerd en waarop bezoekgegevens worden bijgehouden. Uit hoofde van haar bedrijfsactiviteiten beschikt de Stichting hierover. De Staat heeft gegevens gevraagd in het kader van woonplaatsonderzoek o.g.v. art. 4 AWR. De Stichting heeft de gegevens niet verstrekt. De Belastingdienst heeft terecht gesteld dat het bepaalde in art. 6 AVG voldoende grond biedt voor het opvragen en verwerken van de gevraagde informatie. Het belang van betrokkene bij het privé houden van gegevens omtrent zijn/haar museumbezoek dient te wijken voor het algemeen belang van correcte belastingheffing. Vorderingen toegewezen.

IT 2673

Facebookbericht oplichterij liefdadigheidsbingo voor crowdfundingsactie rolstoelbus onrechtmatig verklaard, veroordeling in proceskosten

Rechtbank 17 okt 2018, IT 2673; ECLI:NL:RBZWB:2018:6321 (Crowdfundingsactie rolstoelbus), http://www.itenrecht.nl/artikelen/facebookbericht-oplichterij-liefdadigheidsbingo-voor-crowdfundingsactie-rolstoelbus-onrechtmatig-ver

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 oktober 2018, IEF 18101; IT 2673; ECLI:NL:RBZWB:2018:6321 (Crowdfundingsactie rolstoelbus) Mediarecht. Privacy. Gedaagde is op Facebook een crowdfundingsactie gestart voor de aanschaf van een rolstoelbus voor zijn gehandicapte zoon X. De vrouw van eiser heeft hem via Facebook aangeboden een liefdadigheidsbingo te organiseren, maar deze heeft niet plaatsgevonden. Gedaagde heeft vervolgens op 5 juli 2017 op zijn Facebookpagina een bericht met foto van eiser en zijn vrouw geplaatst waarin hij vermeldt dat ze oplichters zijn. Hij heeft het bericht verwijderd. De voorzieningenrechter oordeelde dat er minstens 30 dagen een rectificatie op zijn Facebookpagina moest staan. Op 6 september 2017 heeft gedaagde nog een bericht geplaatst waarin hij vermeldt dat er ten ronde gaat dat zijn familie oplichters zijn en dit niet zo is. Over dit geschil is ook een televisie-uitzending geweest van SBS "Stegeman op de Bres". Omdat het bericht van 5 juli 2017 niet steunt op de feiten, heeft gedaagde onrechtmatig gehandeld. Omdat in het bericht van 6 september 2017 de naam van eiser niet is genoemd en het bericht van 5 juli 2017 al twee maanden was verwijderd en mensen het bericht waarschijnlijk niet koppelen aan eiser, is het bericht niet onrechtmatig. De televisie-uitzending was eveneens niet onrechtmatig, eiser, zijn vrouw en zijn woning zijn niet in beeld verschenen. Vordering gedeeltelijk toegewezen. 

IT 2672

Vrij verkeer van gegevens: EU neemt nieuwe regels aan

Persbericht: De Raad gaf vandaag zijn goedkeuring voor de hervorming die belemmeringen voor het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens in de EU zal wegnemen. De nieuwe regels moeten de data-economie en de ontwikkeling van nieuwe technologieën, zoals grensoverschrijdende autonome systemen en artificiële intelligentie, stimuleren. Op 19 juni 2018 werd een voorlopig akkoord met het Europees Parlement bereikt.

IT 2671

Geen opname van telefonisch verkoop domeinnaam voorafgaand aan de bevestiging is voor eigen risico

Rechtbank 25 okt 2018, IT 2671; ECLI:NL:RBNHO:2018:9588 (Trademark Office tegen Hout DieZijn Meubelmakerij), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-opname-van-telefonisch-verkoop-domeinnaam-voorafgaand-aan-de-bevestiging-is-voor-eigen-risico
Hout DieZijn

Ktr. Rechtbank Noord-Holland 25 oktober 2018, IT 2671; RB 3240; ECLI:NL:RBNHO:2018:9588 (Trademark Office tegen Hout DieZijn Meubelmakerij) Telemarketing. Trademark heeft gedaagde benaderd over het registreren van www.houtdiezijn.nl tegen betaling, met instemming is een opname gemaakt van een deel van het telefoongesprek waarin gedaagde akkoord is gegaan. De overeenkomst is vernietigd vanwege dwaling/bedrog. Gedaagde voert aan dat de door Trademark in geding gebrachte transcriptie van de voice log een te summiere weergave is van de telefoongesprekken tussen hen. Van de bevestiging van de overeenkomst was een beperkte geluidsopname en transcriptie. Van de daaraan voorafgegane telefonische gesprekken waren geen geluidsopnames gemaakt (ook geen aantekeningen); vordering tot betaling wordt dan ook afgewezen.

IT 2670

Privacygerelateerde overlast door boten in jachthaven onvoldoende gesteld

Overige instanties 7 sep 2018, IT 2670; ECLI:NL:OGHACMB:2018:169 (Porto Cupecoy tegen geïntimeerde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/privacygerelateerde-overlast-door-boten-in-jachthaven-onvoldoende-gesteld

Gem. Hof 7 september 2018, IT 2670; ECLI:NL:OGHACMB:2018:169 (Porto Cupecoy tegen geïntimeerde) Privacy. Geïntimeerde heeft een appartementsrecht gekocht in Porto Cupecoy. Porto Cupecoy is een resort op Sint Maarten, bestaande uit een jachthaven (hierna: de marina), appartementengebouwen en allerhande voorzieningen ten behoeve van bewoners, booteigenaren, huurders en bezoekers. De marina wordt gebruikt door appartementseigenaren maar ook door eigenaren en gebruikers van de waterpercelen en jachten om aan te meren. Het appartement is gelegen op de begane grond en aan de voorzijde liggen twee kadastrale waterpercelen. De vorderingen van geïntimeerde strekken ertoe dat PCOA dient te bewerkstellingen dat er geen jachten parallel aan de kademuur voor zijn appartement worden afgemeerd. Het parallel laten aanmeren is niet onrechtmatig. De verwachting dat de boten alleen haaks op de kademuren zouden worden aangemeerd is niet gerechtvaardigd. Geïntimeerde heeft geluidsoverlast door golfslag en pratende opvarenden, minder uitzicht, meer inkijk en minder lichtinval. Er is onvoldoende gesteld over de periodes waarin zich overlast zouden hebben voorgedaan om daarin verandering te brengen. Stellingen over schade die geïntimeerde zou hebben geleden zijn onvoldoende concreet. Het Hof wijst de vorderingen van geïntimeerde af.

IT 2669

AP legt UWV last onder dwangsom op voor niet voldoen beveiligingsniveau werknemersportaal

Autoriteit Persoonsgegevens 31 jul 2018, IT 2669; (Sanctie UWV), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ap-legt-uwv-last-onder-dwangsom-op-voor-niet-voldoen-beveiligingsniveau-werknemersportaal

AP 31 juli 2018, IT 2669; (Sanctie UWV). Via AP. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) legt het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) een last onder dwangsom op van 150.000 euro per maand met een maximum van 900.000 euro omdat het beveiligingsniveau van het werkgeversportaal niet voldoet. Op uiterlijk 31 oktober 2019 moet het UWV het beveiligingsniveau van dit portaal op orde hebben. Als het UWV dit dan niet op orde heeft, moet zij de dwangsom betalen. Omdat het UWV geen meerfactorauthenticatie toepast bij de toegangsverlening tot het online werkgeversportaal is de beveiliging onvoldoende. Werkgevers en arbodiensten kunnen hier in een verzuimsysteem ziekteverzuimgegevens van werknemers invoeren en bekijken. Het UWV is daarom als aanbieder én beheerder van dit verzuimsysteem verplicht om de toegang tot dit portaal voldoende te beveiligen door minimaal meerfactorauthenticatie toe te passen.

IT 2668

Boetes overtreding spamverbod vervallen door formeel gebrek ACM

Overige instanties 11 sep 2018, IT 2668; (Bob spamverbod), http://www.itenrecht.nl/artikelen/boetes-overtreding-spamverbod-vervallen-door-formeel-gebrek-acm

ACM 11 september 2018, IT 2668 (Bob spamverbod). Via ACM. In het gepubliceerde besluit op bezwaar herroept de ACM een eerder genomen boetebesluit. Tijdens de heroverweging in de bezwaarprocedure constateert de ACM dat zij niet kan vaststellen dat tijdens het onderzoek naar de overtreding haar digitale werkwijze correct is nageleefd. De gemaakte verslaglegging bood hiervoor onvoldoende basis. Omdat partijen van de ACM volledige naleving van de digitale werkwijze mogen verwachten, verklaart de ACM het bezwaar gegrond. Dit betekent dat de boetes van in totaal 600.000 euro die de ACM eerder had opgelegd voor overtreding van het spamverbod en oneerlijke handelspraktijken komen te vervallen.

IT 2667

ACM neemt codevoorstel dataveiligheid NEDU en Netbeheer Nederland over

Via ACM. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft een besluit genomen over het codevoorstel van NEDU en Netbeheer Nederland over dataveiligheid. Het codebesluit wijzigt de Informatiecode elektriciteit en gas, de Begrippencode elektriciteit en de Begrippencode gas. De ACM neemt het codevoorstel van de indieners over. Netbeheerders, leveranciers en programmaverantwoordelijken moeten onderling gegevens uitwisselen. Het codebesluit legt vast hoe deze (persoons)gegevens beter moeten worden beschermd tegen onbevoegde toegang.

IT 2666

In gebreke blijven Gorspaviljoen contract pinautomaten niet gerechtvaardigd door ondernemersrisico

Rechtbank 9 mrt 2018, IT 2666; ECLI:NL:RBROT:2018:8282 (CCV tegen Gorspaviljoen), http://www.itenrecht.nl/artikelen/in-gebreke-blijven-gorspaviljoen-contract-pinautomaten-niet-gerechtvaardigd-door-ondernemersrisico

Rechtbank Rotterdam 9 maart 2018, IT 2666; ECLI:NL:RBROT:2018:8282 (CCV tegen Gorspaviljoen) Contractrecht. CCV is leverancier en verhuurder van mobiele pinautomaten. Zij heeft met Gorspaviljoen een huurovereenkomst gesloten ter zake twee pinautomaten. Gorspaviljoen is in gebreke gebleven, ondanks een aanmaning. Zij stelt dat ze slechts drie weken gebruik heeft gemaakt van de automaten omdat haar restaurant niet goed liep. Dit hoort echter bij het ondernemersrisico. Het verweer van Gorspaviljoen wordt verworpen. 

IT 2665

Metro-columniste wederom onrechtmatig over seksueel wangedrag

Rechtbank 14 mrt 2018, IT 2665; ECLI:NL:RBAMS:2018:1555 (Eiser tegen TMG), http://www.itenrecht.nl/artikelen/metro-columniste-wederom-onrechtmatig-over-seksueel-wangedrag

Rechtbank Amsterdam 14 maart 2018, IEF 18072; IT 2665; ECLI:NL:RBAMS:2018:1555 (Eiser tegen TMG) Mediarecht. Privacy. Metro-columniste schreef meerdere columns over eiser, die haar aangerand zou hebben. Eiser treedt regelmatig op in de televisieprogramma's "Dit was het nieuws" en "De wereld draait door". De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de geuite beschuldigingen onvoldoende steun vinden in het thans beschikbare feitenmateriaal en gebood TMG de columns en reacties daarop te verwijderen. TMG heeft daaraan voldaan, maar later schreef de Metro-columniste weer een column over seksueel wangedrag door een man. Deze is herleidbaar tot eiser en om deze reden had TMG redactioneel moeten ingrijpen om te voorkomen dat de columniste wederom, en in versterkte mate, op onrechtmatige wijze eiser in slecht daglicht zou plaatsen. De media-uitingen zijn onrechtmatig tegenover eiser zodat het grondrecht van TMG op vrijheid van meningsuiting minder zwaar weegt dan het belang van eiser bij bescherming van zijn eer, goede naam en reputatie. Vorderingen toegewezen.

IT 2664

Artikel Parool over sluiting gokhallen van "stroman topcrimineel" rechtmatig: zocht zelf de media op

Hof 30 okt 2018, IT 2664; ECLI:NL:GHAMS:2018:3951 (Appellant tegen Het Parool c.s.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/artikel-parool-over-sluiting-gokhallen-van-stroman-topcrimineel-rechtmatig-zocht-zelf-de-media-op

Hof Amsterdam 30 oktober 2018, IEF 18066; IT 2664; ECLI:NL:GHAMS:2018:3951 (Appellant tegen Het Parool c.s.) Mediarecht. Privacy. Appellant is verdachte in het strafproces tegen A en is eerder vrijgesproken van medeplegen van witwassen. Gemeente Amsterdam heeft een Bibob-besluit genomen waarbij de vergunningen voor de speelautomatenhallen van appellant zijn ingetrokken. Het Parool heeft hierover een artikel uitgegeven, mede inhoudende dat de overheid appellant als stroman van topcrimineel A ziet. Appellant acht deze berichtgeving onrechtmatig. De rechtbank heeft overwogen dat appellant zelf aandacht van de media heeft gezocht en mede daardoor een publiek figuur is geworden. De door Het Parool gehanteerde kwalificatie van appellant als stroman van A vindt voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal. Het recht op vrijheid van meningsuiting van Het Parool c.s. prevaleert. Het hof voegt daar aan toe dat witwassen van crimineel geld op de Wallen een maatschappelijke misstand betreft die onderdeel is van het publieke debat. Het hof bekrachtigt het vonnis.

IT 2663

Uitzending Top 40 door Radio 538 via DAB+ niet toegestaan vanwege afhakende luisteraars

Rechtbank 26 okt 2018, IT 2663; ECLI:NL:RBAMS:2018:7644 (Top 40 tegen Radio 538), http://www.itenrecht.nl/artikelen/uitzending-top-40-door-radio-538-via-dab-niet-toegestaan-vanwege-afhakende-luisteraars

Vzr. Rechtbank Amsterdam, 26 oktober 2018, IEF 18064; IT 2663; ECLI:NL:RBAMS:2018:7644 (Top 40 tegen Radio 538) Contractenrecht. Mediarecht. Stichting de Nederlandse Top 40 (‘de Stichting’) en Radio 538 werken al meer dan 25 jaar samen ten behoeve van het radioprogramma Top 40. In dit verband zijn steeds licentieovereenkomsten gesloten. De laatste overeenkomst loopt af op 31 december 2018. Uitzending van de Top 40 vindt al gedurende 25 jaar plaats middels het landelijke FM zendernetwerk van Radio 538. Na diverse onderhandelingen tussen partijen over een mogelijke voortzetting van de licentieovereenkomst, publiceert Radio 538 op maandag 24 september 2018 een persbericht. Hierin kondigt zij aan met een eigen, vernieuwde hitlijst (de 538TOP50) te zullen komen, die vanaf november 2018 op het vertrouwde tijdstip van 14.00 tot 18.00 te horen zal zijn. Radio 538 kondigt aan de Top 40 te verplaatsen naar het DAB+ kanaal en het online kanaal van Radio 538. Daarnaast speelt ook de samenstelling van de Top 40 mee bij deze beslissing, zo stelt Radio 538 in het persbericht: “Door de veranderingen in de markt en de wijze waarop muziek wordt geconsumeerd, wil de zender de samenstelling van de lijst veranderen. De recente gesprekken met de Stichting Nederlandse Top 40 leidden niet tot een akkoord. De vernieuwing is nodig omdat streamingcijfers onnauwkeurig zijn als het gaat om de waardering”.

IT 2662

Jacqueline Seignette - Duitse BGH stelt prejudiciële vragen over auteursrechtelijke verantwoordelijkheid YouTube

Hof van Jusitie EU 13 sep 2018, IT 2662; ECLI:DE:BGH:2018:130918BIZR140.15.0 (YouTube), http://www.itenrecht.nl/artikelen/jacqueline-seignette-duitse-bgh-stelt-prejudici-le-vragen-over-auteursrechtelijke-verantwoordelijkhe

BGH 13 september 2018, ECLI:DE:BGH:2018:130918BIZR140.15.0 (YouTube) Op 12 september stemde het Europese Parlement in met een geamendeerd voorstel voor een richtlijn over auteursrecht in de digitale eengemaakte markt  (DSM richtlijn). Onderdeel van dit voorstel is een bepaling over de auteursrechtelijke verantwoordelijkheid van internet platforms als YouTube en Facebook. Deze platforms moeten ofwel licenties voor de content regelen, ofwel in samenspraak met de rechthebbenden maatregelen nemen om inbreukmakende content te weren. De Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europese Parlement zijn intussen in overleg getreden om op basis van de besluitvorming in het Europese Parlement tot een definitieve tekst te komen.

Eén dag (!) na de stemming in het Europese Parlement stelde het Duitse hoogste gerechtshof prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie over de auteursrechtelijke verantwoordelijkheid van YouTube. Het Bundesgerichtshof (BGH) vraagt of een video content platform een mededeling aan het publiek verricht en zo niet, wat dan de verantwoordelijkheid van het platform is in het licht van artikel 14 E-commerce richtlijn, artikel 8 lid 3 Auteursrechtrichtlijn en artikel 11 en 13 Handhavingsrichtlijn. Al deze bepalingen zeggen iets over de (grens aan de) maatregelen die rechthebbenden van Internet dienstverleners kunnen verlangen. Het toepassingsgebied en de reikwijdte van deze bepalingen en hun onderlinge verhouding zijn echter allesbehalve duidelijk. Een samenhangend regime voor indirecte aansprakelijkheid ontbreekt. Aan de rechter de taak om deze Europese regels te duiden en in te passen in de nationale regels over indirecte aansprakelijkheid.

IT 2660

Due diligence onderzoek – claims, overeenkomsten en compliance – bent u er klaar voor?

Download Whitepaper, A Beginner's Guide to Due Diligence Preparedness, Wolters Kluwer. Of u nou bij een startup werkt of een multinational, er kan aan u gevraagd worden om een due diligence rapport vast te leggen voor een potentiele koper of investeerder. In elk geval moet u voorbereid zijn. Mocht de CEO, CFO of bedrijfsjurist verantwoordelijk zijn voor de voorbereidingen, is het handig om een lijst te hebben met de belangrijkste zaken die aan de orde komen. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste zaken om u op weg te helpen:

IT 2661

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU over opslag van verkeers- en locatiegegevens voor meer dan enkel onderzoeken, opsporen en vervolgen van feiten van zware criminaliteit

Hof van Jusitie EU 19 jul 2018, IT 2661; (Ordre des barreaux francophones et germanophone e.a.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-over-opslag-van-verkeers-en-locatiegegevens-voor-meer-dan-en

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 19 juli 2018, IT 2661; IEFbe 2775; C-520/18 (Ordre des barreaux francophones et germanophone e.a.) Privacy. Beroepsgeheim advocaten. Locatiegegevens. Opsporing. Strafrecht. Via Minbuza: Verweerders hebben een beroep tot vernietiging van de wet van 29 mei 2016 betreffende het verzamelen en bewaren van gegevens in de sector van de elektronische communicatie (de bestreden wet) ingesteld. Deze wet wijzigt verschillende bepalingen van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, welke verschillende richtlijnen, waaronder richtlijn 2005/58 in Belgisch recht zijn omgezet. Bij wet van 30 juli 2013 welke een aantal bepalingen van de wet van 13 juni 2005 wijzigt, werd richtlijn 2006/24/EG gedeeltelijk in Belgisch recht omgezet, alsook artikel 15, lid 1, van richtlijn 2002/58/EG. Nadat richtlijn 2006/24 door het Hof ongeldig werd verklaard, heeft de verwijzende rechter artikel 126 van de wet van 13 juni 2005, zoals gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, vernietigd. Met de bestreden wet heeft de wetgever willen tegemoetkomen aan die vernietiging. De bestreden wet legt de operatoren van elektronische communicatiediensten een veralgemeende verplichting op om de verkeers- en locatiegegevens van gebruikers gedurende bepaalde periode te bewaren en regelt de toegang van de gerechtelijke autoriteiten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten tot deze gegevens. De verzoekende partijen beroepen zich onder andere op schending van verschillende artikelen van de grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met verschillende artikelen van het VEU en het Handvest. Ten aanzien van de verplichting tot het verzamelen en bewaren van gegevens voeren zij aan dat de bestreden wet in strijd is met het beroepsgeheim waar bepaalde personen aan onderworpen zijn. Daarnaast stellen de zij dat de veralgemeende bewaring van gegevens een schending van het evenredigheidsbeginsel inhoudt en het een ernstige aantasting van het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens uitmaakt. Daarnaast wordt de duur van de bewaring, namelijk 12 maanden, buitensporig geacht. Ook wordt het feit dat er geen nauwkeurige beschrijving van de omstandigheden en voorwaarden inzake het verlenen van toegang tot de bevoegde autoriteiten bekritiseerd. De Belgische Staat daarentegen voert aan dat het beroepsgeheim niet absoluut is en dat de bestreden wet in voldoende grenzen voorziet wat betreft de toegang tot de gegevens. Verder wordt gesteld dat de termijn van twaalf maanden noodzakelijk is om terroristische misdrijven te bestrijden.

IT 2659

De EU herziet haar regels voor de governance van het .eu-TLD

Ontwerpverordening voor .eu-TLD naam, 2018/0110 (COD) De EU herziet haar regels voor de governance van het topniveaudomein .eu, de internet­domeinnaam voor de Europese Unie en haar burgers. De ambassadeurs van de lidstaten zijn het vandaag in het Comité van permanente vertegenwoordigers eens geworden over het standpunt van de Raad over de voorgestelde herziening, die rekening houdt met de aanzienlijke veranderingen in de internet­omgeving sinds de aanneming van de eerste .eu-verordening 16 jaar geleden, zoals de hardere concurrentie voor domeinnamen en de grotere rol voor de multistakeholder­gemeenschap bij internet­governance. De overeengekomen tekst maakt de governance van het .eu-domein transparanter door een multistakeholder­groep in te stellen die de Commissie moet adviseren over de toepassing van de regels. Ook wordt het recht om een .eu-domein te registreren uitgebreid naar EU-burgers met een verblijfplaats buiten de EU. Daarnaast heeft de Raad de tekst afgestemd op de bepalingen van de algemene verordening gegevens­bescherming.

IT 2658

Tuchtrechter: Dreiging met aangifte van laster door advocaat niet onbegrijpelijk na "onnozele onzin"

Overige instanties 3 okt 2018, IT 2658; (Beloning juridisch medewerker), http://www.itenrecht.nl/artikelen/tuchtrechter-dreiging-met-aangifte-van-laster-door-advocaat-niet-onbegrijpelijk-na-onnozele-onzin

Vz. Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 3 oktober 2018, IEF 18042; IT 2658; zaak 18-577 (Beloning juridisch medewerker) Tuchtrecht. Mediarecht. Na enkele weken werken als juridisch medewerker bij verweerder, heeft klager van hem te horen gekregen dat hij niet meer op het kantoor van verweerder hoefde te komen. Klager heeft voor de door hem verrichte werkzaamheden geen beloning ontvangen. Verweerder heeft in kort geding over een negatieve uitlating op social media door klager aangegeven bereid te zijn alsnog een vergoeding te geven aan klager. Dit staat niet in het dictum en dit is hij niet nagekomen. Klager heeft meerdere malen per e-mail verzocht dit alsnog te doen, maar verweerder heeft gedreigd aangifte te doen van laster indien klager hem alsnog met  "deze onnozele onzin" benadert. De klacht houdt in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in art. 46 Advocatenwet door het niet nakomen van de rechterlijke uitspraak en het op onnodig grievende wijze dreigen met het doen van aangifte tot laster. Of er sprake is van een onvoorwaardelijke toezegging van de verweerder, is een vraag waarover de civiele rechter oordeelt. Het is niet onbegrijpelijk dat verweerder na het zoveelste verzoek op voornoemde wijze reageert. Het verwijt dat verweerder in zijn e-mail heeft gedreigd met het doen van aangifte is evenmin (onnodig) grievend. Klager heeft zich in de tussentijd kennelijk niet willen wenden tot de civiele rechter voor nakoming. De klachten zijn ongegrond.

IT 2657

HvJ EU: Houder van internetaansluiting kan zich niet aan filesharing auteursrechtinbreuk onttrekken door gewoon een gezinslid aan te wijzen dat toegang kon hebben

Hof van Jusitie EU 18 okt 2018, IT 2657; ECLI:EU:C:2018:841 (Audioboek Dan Brown; Lübbe tegen Strotzer), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-houder-van-internetaansluiting-kan-zich-niet-aan-filesharing-auteursrechtinbreuk-onttrekken-d

HvJ EU 18 oktober 2018, IEF 18043; IEFbe 2767; IT 2657; ECLI:EU:C:2018:841; C-149/17 (Audioboek Dan Brown; Lübbe tegen Strotzer)
Uit het persbericht: De houder van een internetaansluiting waarmee inbreuken op het auteursrecht zijn gemaakt door filesharing, kan zich niet onttrekken aan zijn aansprakelijkheid door gewoon een gezinslid aan te wijzen dat toegang kon hebben tot die aansluiting.  De rechthebbenden moeten beschikken over een doeltreffende voorziening in rechte of over middelen op grond waarvan de bevoegde rechterlijke instanties kunnen gelasten dat de noodzakelijke informatie wordt verstrekt. HvJ EU:

Artikel 8, leden 1 en 2, [InfoSoc-Richtlijn], gelezen in samenhang met artikel 3, lid 1, van deze richtlijn, enerzijds, en artikel 3, lid 2,[Handhavingsrichtlijn], anderzijds, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling als in het hoofdgeding, zoals uitgelegd door de bevoegde nationale rechterlijke instantie, krachtens welke de houder van een internetaansluiting waarmee inbreuken op het auteursrecht zijn gemaakt door filesharing, daarvoor niet aansprakelijk kan worden gesteld, wanneer hij minstens één gezinslid aanwijst dat toegang had tot deze aansluiting, zonder dat hij meer preciseringen verstrekt over het tijdstip waarop deze aansluiting is gebruikt door dat gezinslid en over de aard van het gebruik ervan door dat gezinslid.

IT 2656

Prejudicieel gestelde vragen over locatiegegevens in geval van oproepen toestellen zonder simkaart

Hof van Jusitie EU 21 jun 2018, IT 2656; (Locatiegegevens toestellen zonder simkaart), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-over-locatiegegevens-in-geval-van-oproepen-toestellen-zonder-simkaart

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 21 juni 2018, IT 2656; C-417/18 (Locatiegegevens toestellen zonder simkaart) Telecom. Via Minbuza. Verzoekers vorderen bij de verwijzende rechter de veroordeling van de Litouwse Staat tot betaling van o.a. €4.000.000,- aan de erfgenamen van slachtoffer ES. Toen het slachtoffer “112” belde vanuit haar mobiele telefoon, gaven de exploitanten geen precieze informatie over haar locatie door aan het BPC (centrum voor respons in noodsituaties), omdat het onmogelijk was het telefoonnummer van het slachtoffer te identificeren. Verzoekers voeren in hun vordering aan dat Litouwen, vertegenwoordigd door het Ministerie (Binnenlandse Zaken), het BPC en de RRT (controleautoriteit voor communicatie), niet heeft gezorgd voor de uitvoering van artikel 26(5) van de richtlijn op grond waarvan exploitanten van communicatiediensten locatiegegevens moeten doorgeven aan noodhulpdiensten met betrekking tot personen die “112” bellen en daarmee haar verplichtingen krachtens de richtlijn en tegelijkertijd krachtens artikel 288(3) VWEU schendt. De verwijzende rechter concludeert dat het Hof om richtsnoeren moet worden gevraagd over de uitlegging van verplichte verstrekking van locatiegegevens in het geval van oproepen vanuit toestellen zonder simkaart.

IT 2655

Handhaving BKR-registratie na ineens afbetalen schuld proportioneel door langdurige betalingsachterstand

Rechtbank 3 okt 2018, IT 2655; ECLI:NL:RBMNE:2018:5020 (Eiser tegen de Volksbank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/handhaving-bkr-registratie-na-ineens-afbetalen-schuld-proportioneel-door-langdurige-betalingsachters

Rechtbank Midden-Nederland 3 oktober 2018, IT 2655; ECLI:NL:RBMNE:2018:5020 (Eiser tegen de Volksbank) AVG. Eiser heeft een betaalrekening geopend met de mogelijkheid om rood te staan. De Volksbank heeft achterstand in de betaling van de vordering op eiser gemeld bij het CKI van het BKR. Achterstandcodering A en bijzonderheidscode 2 zijn opgenomen. Uiteindelijk heeft eiser de vordering in één keer voldaan. Bij het BKR is een herstelmelding gedaan. De Volksbank heeft bijzonderheidscode 2 verwijderd. Eiser vordert verwijdering van de achterstandsmelding en de herstelmelding uit het CKI. Hij stelt dat het belang bij het verwijderen van de meldingen zwaarder weegt dan het belang van de Volksbank bij instandhouding van de meldingen. Hij kan hierdoor geen hypotheek krijgen en tegelijkertijd is zijn financiele situatie stabiel. Omdat er gedurende een lange periode sprake is geweest van een betalingsachterstand en er wellicht toch mogelijkheden zijn voor eiser om financiering te krijgen, is niet voldoende aannemelijk dat handhaving van de BKR-registratie niet proportioneel is. De vordering is afgewezen.