IT 3184

Consumentenbond: Facebook moet gebruikers compenseren

De Consumentenbond en Data Privacy Stichting (DPS) beginnen een massaclaim tegen Facebook voor een financiële compensatie voor het jarenlang schenden van de privacy van Nederlandse gebruikers. Zij roepen consumenten op zich aan te sluiten bij deze actie. Facebook verzamelde jarenlang privégegevens van gebruikers en verkocht deze zonder toestemming aan adverteerders en appmakers. Hiermee heeft Facebook haar gebruikers misleid: het bedrijf stelde dat gebruik van het platform gratis zou zijn, maar feitelijk gezien betaalden gebruikers met hun gegevens. Op deze manier heeft Facebook zich ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van haar gebruikers.

Lees verder op Consumentenbond.nl.

IT 3182

Recht op privacy wijkt voor recht op informatievrijheid

Hof 23 jun 2020, IT 3182; ECLI:NL:GHAMS:2020:1802 (Google tegen Geïntimeerde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/recht-op-privacy-wijkt-voor-recht-op-informatievrijheid

Hof Amsterdam 23 juni 2020 IT 3182; ECLI:NL:GHAMS:2020:1802 (Google tegen Geïntimeerde) Privacyrecht. Bij het googelen van de naam van geïntimeerde (plastisch chirurg), verschenen tussen de zoekresultaten koppelingen naar onder meer www.zwartelijstartsen.nl en www.drimble.nl met vermelding van de naam van geïntimeerde, haar BIG-nummer, haar specialisme en de uitspraak van het Tuchtcollege. Geïntimeerde verzocht Google de koppelingen te verwijderen. Google wees dit verzoek af en stelde dat de URL’s in de zoekresultaten gerechtvaardigd worden door het wezenlijk belang van het grote publiek hier toegang tot te hebben. Het Hof oordeelt - in tegenstelling tot de rechtbank - dat het recht op informatievrijheid van Google en derden hier zwaarder weegt dan het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens van geïntimeerde. Hoewel uit vaste rechtspraak (HR X/Google en HvJEU Costeja) volgt dat in beginsel het recht op informatievrijheid van het publiek moet wijken voor het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens, zijn er volgens het Hof in deze zaak bijzondere omstandigheden die ervoor zorgen dat in dit geval het recht op informatievoorziening wint. Allereerst omdat de arts een kwetsbare groep patiënten behandelt met weinig behandelopties, die eenvoudig en online toegang moeten hebben tot informatie over de voor- en nadelen van hun arts. Ten tweede wordt het BIG-register, met daarin aantekening van aan een arts opgelegde maatregelen, in de praktijk nauwelijks door patiënten geraadpleegd. Daarnaast behelst de Wet BIG geen regels over wat derden mogen publiceren of vindbaar maken over tuchtrechtelijke maatregelen. Tot slot is de vermelding van de arts op de ‘zwarte lijst’ van SIN-NL, waarnaar de zoekresultaten verwijzen, volgens het Hof recent, relevant, feitelijk, niet onnodig grievend en actueel. Derhalve hoeft Google de zoekresultaten niet te verwijderen.

IT 3183

Uitzending 'Undercover in Nederland' niet onrechtmatig jegens imam

Hof 9 jun 2020, IT 3183; (Imam tegen SBS), http://www.itenrecht.nl/artikelen/uitzending-undercover-in-nederland-niet-onrechtmatig-jegens-imam

Hof Amsterdam 9 juni 2020, IEF 19309, C/13/635267 (Imam tegen SBS) SBS is een omroeporganisatie. Op haar televisiezender SBS6 zendt zij het programma 'Undercover in Nederland' uit. Op 9 oktober 2016 zond SBS6 een aflevering uit die aan illegale polygamehuwelijken was gewijd. Insteek was de aanname dat imams in Nederland dergelijke huwelijken ondanks het verbod toch inzegenen. Centrale vraag in dit geding is of de uitzending waarin appellant met gebruikmaking van met een verborgen camera gemaakte opname herkenbaar in beeld is gebracht als een imam die zijn medewerking verleende aan het sluiten van illegale polygame huwelijken, onrechtmatig is jegens hem. De vorderingen van appellant zijn ook in hoger beroep niet toewijsbaar. De uitzending is niet onrechtmatig jegens appellant. Het belang van SBS bij uitoefening van haar recht op vrijheid van meningsuiting dient in dit geval te prevaleren boven het belang van appellant bij bescherming van zijn recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Niet alleen is sprake van een maatschappelijke misstand die SBS terecht aan de orde stelt, maar ook vindt de beschuldiging voldoende steun in het feitenmateriaal.      
      ·

 

IT 3180

Verzoek tot verwijderen BKR-registratie niet toewijsbaar

Hof 7 jul 2020, IT 3180; ECLI:NL:GHAMS:2018:3453 (Appellant tegen ABN AMRO ), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-tot-verwijderen-bkr-registratie-niet-toewijsbaar

Hof Amsterdam 11 september 2018, IT 3180, ECLI:NL:GHAMS:2018:3453 (Appellant tegen ABN AMRO) Beschikking. Appellant is zijn betalingsverplichtingen uit hoofde van een kredietovereenkomst met ABN AMRO niet nagekomen. ABN AMRO laat de kredietovereenkomst in het Centraal Krediet Informatiesysteem van het BKR registreren met de code ‘A’ van achterstand. Later wordt aan de registratie bijzonderheidscode 2 - (restant)vordering geheel opeisbaar - en bijzonderheidscode 3 toegevoegd - een bedrag van 250 euro of meer is afgeboekt. Appellant wijst er onder meer op dat het geregistreerde bedrag van € 31.500,- te hoog is. Hij voert aan dat hij vier termijnen heeft afbetaald zodat zijn schuld op de datum van registratie, maximaal € 25.500,- bedroeg. De BKR-registratie is niet onjuist of disproportioneel. Het verzoek tot verwijderen van de BKR-registratie is ook in hoger beroep niet toewijsbaar. Het gaat niet om de omvang van de achterstand, zoals appellant veronderstelt, maar om de omvang van de kredietovereenkomst die met rente en kosten dient te worden opgegeven.

IT 3181

Autoriteit Persoonsgegevens legt boete van 830.000 euro op aan Stichting BKR

Autoriteit persoonsgegevens

'Stichting Bureau Krediet Registratie (BKR) mag geen geld vragen aan mensen die digitaal hun persoonsgegevens willen inzien. En wanneer mensen per post inzage in hun persoonsgegevens bij BKR willen, moet dat eenvoudig en met redelijke tussenpozen mogelijk zijn. BKR wierp te hoge drempels op voor inzage. Dat mag niet volgens de privacywetgeving. Daarom heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) BKR een boete opgelegd van 830.000 euro.'
Lees verder op Autoriteitpersoonsgegevens.nl. Zie ook de reactie van de Stichting BKR.

IT 3179

Computerrecht 2020-03

Computerrecht 2020, afl. 3 - Inhoudsopgave

EDITORIAL
41    Ai, ai, ai, de EU wil weer eens overhaast reguleren! / p. 71
P. Van Eecke

ARTIKELEN
42    Doeltreffende voorziening in rechte onder de AVG: de eerste arresten van het Marktenhof / p. 73
Deze bijdrage bespreekt de uitvoering van de AVG vereiste van doeltreffende voorziening onder artikel 108 van de Belgische wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit van 3 december 2017. Ze ontleedt eerst de werking van artikel 108 en besluit vervolgens met een bespreking van de belangrijkste punten in de eerste arresten van het Marktenhof inzake beroepen tegen beslissingen van de geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
G. Vandendriessche

43    Betekenisvolle transparantie voor algoritmische besluitvorming / p. 83
Algoritmes in het bestuursrecht zijn hot. Het gebruik van geavanceerde algoritmes in de bestuurlijke besluitvorming is het afgelopen jaar steeds vaker onderwerp van discussie. Transparantie is het toverwoord als het gaat om maatregelen die ‘black box’-besluiten moeten openen. Verder dan de vaststelling van die noodzakelijkheid komt men evenwel vaak niet. Waar vindt de noodzaak tot transparantie haar grondslag? En hoe ziet betekenisvolle transparantie eruit?
C. Adriaansz

44    Berichtenbox van MijnOverheid: burger voldoende bereikbaar voor bekendmaking besluiten via de elektronische weg? / p. 92
Communicatie met de overheid is aan verandering onderhevig. Twee bewegingen vallen daarbij op: enerzijds de wens van burgers en overheid om meer digitaal met elkaar te kunnen communiceren en anderzijds de roep om aandacht te blijven houden voor digitaal minder vaardige burgers en burgers die niet digitaal wensen te communiceren. Zowel jurisprudentie over de elektronische bekendmaking van besluiten via de Berichtenbox, als de nieuwe afdeling 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer) weerspiegelt deze bewegingen.
S. van Kaam

IT 3178

Advertentie via Google AdWords niet misleidend

Rechtbank 10 jun 2020, IT 3178; ECLI:NL:RBLIM:2020:4150 (Eiser tegen Hesi), http://www.itenrecht.nl/artikelen/advertentie-via-google-adwords-niet-misleidend

Vzr. Rechtbank Limburg 10 juni 2020, IEF 19305, IT 3178; ECLI:NL:RBLIM:2020:4150 (Eiser tegen Hesi) Kort geding. Eiser heeft een eenmanszaak in technische installaties, waaronder luchtbehandelingsapparatuur. De onderneming draagt de handelsnaam [handelsnaam]. Hesi heeft een installatiebedrijf op het gebied van verwarming en luchtbehandeling. Zij voert de handelsnamen Hesi B.V. en Hesi Verhuur Limburg. Eiser stelt dat Hesi via Google AdWords adverteert op internet en daarbij gebruik maakt van de naam en vestigingsplaats van haar onderneming. Indien men in Google deze zoektermen intypt, verschijnt volgens eiser bovenaan de pagina de advertentie van Hesi. Volgens eiser klikken klanten door de misleidende advertentie van Hesi onbewust op deze advertentie.

IT 3177

Wetsvoorstel: consumenten moeten recht krijgen op software- en beveiligingsupdates

rijksover

In het wetsvoorstel van minister Dekker en staatssecretaris Keijzer staat dat consumenten bij de aankoop van slimme apparaten zoals smart tv’s, printers, camera’s, babyfoons en digitale horloges recht moeten krijgen op software- en beveiligingsupdates. Dit geldt ook voor games, applicaties en streamingsdiensten. De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State te zenden. Met de verplichting voor verkopers om deze updates te leveren, moet worden voorkomen dat apparaten of diensten na verloop van tijd minder goed werken, omdat er dan geen nieuwe updates meer komen. Zo blijft de consument langer verzekerd van de juiste ondersteuning. Het wetsvoorstel is een implementatie van de Europese richtlijnen over de verkoop van goederen en levering van digitale inhoud en diensten.

Lees verder op Rijksoverheid.nl.

IT 3175

Vacature: docent recht, innovatie en technologie (Universiteit Utrecht)

Het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht zoekt een docent recht, innovatie en technologie.

Functiebeschrijving
U draagt bij aan het voorbereiden en verzorgen van onderwijs op het terrein van recht, innovatie en technologie in de door het departement en de faculteit aangeboden bachelor-opleiding Rechtsgeleerdheid. U draagt zorg voor kwalitatief goed onderwijs conform de daarvoor geldende universitaire en departementale richtlijnen. Daarnaast verwachten wij van u dat u afstudeerwerk van studenten begeleidt.
Lees verder.

IT 3174

Vernietiging conclusies octrooi wegens ontbreken inventiviteit

Rechtbank 27 mei 2020, IT 3174; ECLI:NL:RBDHA:2020:4632 (Sisvel tegen Oppo c.s. en Wiko c.s.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vernietiging-conclusies-octrooi-wegens-ontbreken-inventiviteit

Rechtbank Den Haag 27 mei 2020, IEF 19293, IT 3174; ECLI:NL:RBDHA:2020:4632 (Sisvel tegen Oppo c.s. en Wiko c.s.) Octrooirecht. Sisvel beheert wereldwijd geldende intellectuele eigendomsrechten op onder meer draadloze communicatie. Sisvel stelt dat Oppo c.s. en Wiko c.s. met verschillende typen mobiele telefoons (direct of indirect) inbreuk maken of dreigen te maken op de conclusies 4 en 8 van haar octrooi EP 536. Oppo c.s. en Wiko c.s. verweren zich door te stellen dat het octrooi van Sisvel nietig is, omdat niet aan de vereisten nieuwheid en inventiviteit wordt voldaan. De rechtbank gaat hierin mee. Conclusies 4 en 8 van het octrooi zijn niet inventief, omdat het inventiviteit ontbeert ten opzichte van Eriksson.

IT 3173

Verzoek verwijdering registraties IR en EVR afgewezen

Rechtbank 24 jun 2020, IT 3173; ECLI:NL:RBGEL:2020:2971 (Verzoeker tegen ABN AMRO), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-verwijdering-registraties-ir-en-evr-afgewezen-1

Rechtbank Gelderland 24 juni 2020, IT 3173, ECLI:NL:RBGEL:2020:2971 (Verzoeker tegen ABN AMRO) Verzoek verwijdering persoonsgegevens. Artikel 21 AVG. Verzoekster, met als beroep accountant, heeft een vervalst fiscaal overzicht opgestuurd naar ABN AMRO in het kader van een aanvraag voor een hypothecaire financiering. Haar persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4 onder 1) AVG zijn hierna opgenomen in het IR en EVR. Het verzoek tot verwijdering van de IR- en EVR-registraties worden afgewezen. Het subsidiaire verzoek tot beperking van de duur van de registraties wordt ook afgewezen. De gestelde belangen van de verzoekster bij verwijdering van haar persoonsgegevens wegen niet zwaarder dan de rechtvaardigde belangen van verweerster bij handhaving daarvan.

IT 3171

Inzage e-mails met persoonsgegevens onterecht geweigerd


Rechtbank 15 jun 2020, IT 3171; ECLI:NL:RBMNE:2020:2222 (Onterechte weigering inzage persoonsgegevens), http://www.itenrecht.nl/artikelen/inzage-e-mails-met-persoonsgegevens-onterecht-geweigerd

Rechtbank Midden-Nederland 15 juni 2020, IEF 19290, IT 3171; ECLI:NL:RBMNE:2020:2222 (Onterechte weigering inzage persoonsgegevens) Privacy. Verweerder heeft inzage in een aantal e-mails geweigerd, omdat het gaat om interne notities die persoonlijke gedachten van medewerkers bevatten en uitsluitend voor intern overleg en beraad zijn bedoeld. De rechtbank stelt vast dat de niet verstrekte e-mails wel persoonsgegevens van eiser bevatten en ook feitelijkheden en waarderingen van die medewerkers over persoonsgegevens van eiser. De rechtbank oordeelt dat verweerder op grond van artikel 23 lid 1 sub i van de AVG geen persoonsgegevens hoeft te verstrekken voor zover dat noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van de rechten en vrijheden van anderen. Bij een recht of vrijheid van een ander gaat het om gewichtige belangen op grond waarvan het noodzakelijk is een uitzondering te maken op het recht van de betrokkene op kennisneming. De motivering die verweerder op dit punt in het bestreden besluit heeft gegeven, maakt echter niet duidelijk welk gewichtig belang aan de orde is op grond waarvan het noodzakelijk zou zijn om een uitzondering te maken op het recht van eiser op kennisneming van aan hem toebehorende persoonsgegevens. De conclusie is dat verweerder eiser ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, inzage heeft geweigerd. Eiser is daarmee niet in staat gesteld kennis te nemen van al zijn persoonsgegevens en te controleren of zij juist zijn en zijn verwerkt in overeenstemming met de AVG. Het beroep is daarom gegrond. Verweerder moet een nieuw besluit op het bezwaar nemen.

IT 3170

Menno Weij: hoge schadevergoeding is nog geen gelopen race

Automatiseerders mogen hun borst natmaken, las ik vorige week in een artikel in het FD. Want, zo stond in de titel, automatiseerders wacht een stortvloed aan claims om schade door hackers. Het zat mij eerlijk gezegd meteen al niet lekker. Mijn voorspelling: één zwaluw maakt nog geen zomer. Aanleiding voor het artikel is een vonnis uit 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:10124, welke recent pas is gepubliceerd, waarin een eenmans-IT bedrijf aansprakelijk wordt gehouden voor schade veroorzaakt door een geslaagde ransomware-aanval bij een administratiekantoor.

IT 3164

VMC webinar Corona apps - how-to (not) make one

Sinds de uitbraak van het nieuwe coronavirus is het maatschappelijk en economisch leven op zijn kop gezet. Om een te snelle verspreiding van het virus te remmen zijn er ongeëvenaarde vrijheidsbeperkingen opgelegd. Totdat er een vaccin of behandeling is lijkt het onwaarschijnlijk dat het leven snel weer wordt ‘zoals het was’.

Om in de tussentijd de verdere verspreiding van het virus zo goed als mogelijk te beheersen, zo veel mogelijk vrijheid terug te geven aan mensen, en nieuwe grootschalige uitbraken te voorkomen, worden wereldwijd tal van maatregelen getroffen of overwogen. Eén daarvan is de inzet van één of meerdere apps. Ter ondersteuning van (zelf)diagnoses, ter ondersteuning van contactonderzoek door GGD’s, of in de meer extreme gevallen ter handhaving van vrijheidsbeperkende maatregelen.

IT 3169

Perspublicatie politie geen schending onschuldpresumptie

5 jun 2020, IT 3169; ECLI:NL:HR:2020:1010 (Perspublicatie politie), http://www.itenrecht.nl/artikelen/perspublicatie-politie-geen-schending-onschuldpresumptie

HR 5 juni 2020, IEF 19267; IT 3169; ECLI:NL:HR:2020:1010 (Perspublicatie politie) Mediarecht. Privacy. De Hoge Raad heeft het oordeel van het Hof van 15 januari 2019 [IEF 18201] bekrachtigd. Publicatie van een persbericht door de politie betekende in dit geval geen schending van de onschuldpresumptie. Voorlichting over de huiszoeking en aanhouding, was gelet op de onrust in de gemeente voor de hand liggend, terwijl transparantie over de aard van de (voor de directe omgeving kenbare) huiszoeking mede in het belang was van geïntimeerde.

IT 3168

HR: beschuldigen oud-rechter niet onrechtmatig

Hoge Raad 12 jun 2020, IT 3168; ECLI:NL:HR:2020:1046 (Medewerkster tegen oud-rechter), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hr-beschuldigen-oud-rechter-niet-onrechtmatig

HR 12 juni 2020, IEF 19263, IT 3168; ECLI:NL:HR:2020:1046 (Medewerkster tegen oud-rechter) In cassatie op ECLI:NL:GHSHE:2018:4499, (gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen, conclusie [IEF 19051]. In deze zaak vordert een voormalig rechter schadevergoeding van een voormalig medewerkster. Zij zou hem in een anonieme brief aan een journalist en later in getuigenverklaringen hebben beschuldigd van onvoldoende onpartijdigheid als rechter. Het gerechtshof besliste dat de medewerkster onrechtmatig heeft gehandeld jegens de oud-rechter.
Het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 oktober 2018 wordt vernietigd maar uitsluitend voor zover daarin voor recht is verklaard dat de medewerkster jegens de oud-rechter en de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld door het (onder ede) herhalen van de in de anonieme brief geuite beschuldigingen. Het hof heeft weliswaar geoordeeld dat de herinneringen van de medewerkster zoals die uit haar stellingen en getuigenissen vallen af te leiden, de nodige vragen oproepen, maar (ook) dat is onvoldoende om te oordelen dat het in haar getuigenverklaringen herhalen van de in de anonieme brief geuite beschuldigingen onrechtmatig is.

IT 3167

Inzet surveillance-software is geen inbreuk op privacy

Rechtbank 11 jun 2020, IT 3167; ECLI:NL:RBAMS:2020:2917 (Studentenraden tegen UvA), http://www.itenrecht.nl/artikelen/inzet-surveillance-software-is-geen-inbreuk-op-privacy

Vzr. Rechtbank Amsterdam 11 juni 2020, IT 3167; ECLI:NL:RBAMS:2020:2917 (Studentenraden tegen UvA) Kort geding. De UvA mag online surveillance-software (proctoring) inzetten bij het afnemen van tentamens. Studentenraden hadden een verbod daarop gevorderd. De studentenraden en een student zijn ontvankelijk in hun vorderingen, omdat voor hen geen met voldoende waarborgen omklede andere rechtsgang open staat, waarmee een met het kort geding vergelijkbaar resultaat kan worden verkregen. Verder is er geen instemmingsrecht op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) voor het door de UvA genomen besluit, nu de daarop gebaseerde ‘Regels en Richtlijnen van de examencommissie’ waarin de wijze van surveillance is geregeld, dat expliciet bepaalt.
De UvA heeft voldaan aan alle regels en beginselen van de AVG. De grondslag voor de gegevensverweking ligt in artikel 6 lid 1 sub e AVG. De UvA heeft een in de wet geregelde publieke taak en in verband met Covid-19 is er noodzaak om online proctoring in te zetten bij het afnemen van tentamens die vanuit huis worden gemaakt. Van een onrechtmatige inbreuk op de privacy is dan ook geen sprake.