IT 3204

Geen rectificatie gepubliceerd onderzoeksrapport seksueel misbruik Jehova's Getuigen

Hof 4 aug 2020, IT 3204; ECLI:NL:GHARL:2020:6085 (Jehova’s Getuigen tegen Universiteit Utrecht en de Nederlandse Staat), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-rectificatie-gepubliceerd-onderzoeksrapport-seksueel-misbruik-jehova-s-getuigen

Hof Arnhem-Leeuwarden 4 augustus 2020, IEF 19357, IT 3204; ECLI:NL:GHARL:2020:6085 (Jehova’s Getuigen tegen Universiteit Utrecht en de Nederlandse Staat) Publicatieverbod. Rectificatie. De Universiteit heeft op verzoek van de Minister en het WODC een onderzoeksrapport opgesteld met als titel “Seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen de gemeenschap van de Jehova’s Getuigen”. De Jehovah’s Getuigen hebben een publicatieverbod gevorderd van de Universiteit en de Staat. De vorderingen werden afgewezen door de kortgedingrechter. De Minister heeft het onderzoeksrapport daarna aan de Tweede Kamer gestuurd en het rapport is gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl en op www.wodc.nl. In hoger beroep vorderen de Jehovah’s Getuigen, na vernietiging van de uitspraak van de kortgedingrechter, van de Staat en de Universiteit verwijdering van het rapport van deze websites en van de Staat het plaatsen van een rectificatie op deze sites. Daarnaast wordt gevorderd de Minister te gelasten een brief te sturen aan de Tweede Kamer met rectificerende mededelingen over het onderzoeksrapport. De vorderingen worden door het hof afgewezen.

IT 3203

Journalist krijgt geen inzage in gegevens politie

Rechtbank 8 jul 2020, IT 3203; ECLI:NL:RBMNE:2020:2646 (Journalist tegen korpschef politie), http://www.itenrecht.nl/artikelen/journalist-krijgt-geen-inzage-in-gegevens-politie

Rechtbank Midden-Nederland 8 juli 2020, IT 3203, ECLI:NL:RBMNE:2020:2646 (Journalist tegen korpschef politie) Inzage gegevens. Eiser is journalist en heeft verweerder gevraagd om het verstrekken van inzage in gegevens over een aanhouding. Verweerder heeft eisers aanvraag afgewezen. Volgens verweerder is eiser niet één van de categorieën personen die volgens de Wet politiegegevens (Wpg) dan wel het Besluit politiegegevens (Bpg) recht heeft op inzage of verstrekking van de gevraagde gegevens. Eiser is het niet eens met het besluit van verweerder. Eiser voert onder andere aan dat hij in het kader van vrije nieuwsgaring, het recht op inlichtingen en de mogelijkheid van het adequaat besturen op informatie waar inwoners recht op hebben zonder inmenging van enig openbaar gezag, als journalist ten onrechte geen inzage heeft gekregen in gegevens over de aanhouding. Eiser had de gevraagde gegevens over de aanhouding nodig om onderzoek te doen voor een artikel dat hij aan het schrijven is en ter lering, bewustwording en verbetering van de wereld. Bij de rechtbank stelt eiser dat de inzage, dan wel verstrekking van de gegevens als politiegegeven onterecht is geweigerd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

IT 3202

Hoger beroep: ING had goede gronden tot registratie persoonsgegevens

Hof 7 jul 2020, IT 3202; ECLI:NL:GHAMS:2020:1984 (Appellant tegen ING Bank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hoger-beroep-ing-had-goede-gronden-tot-registratie-persoonsgegevens

Hof Amsterdam 7 juli 2020, IT 3202, ECLI:NL:GHAMS:2020:1984 (Appellant tegen ING Bank) Verwerking persoonsgegevens. Appellant is sinds langere tijd in privé klant bij ING en heeft veel zakelijke rekeningen geopend. In 2013 zijn de persoonsgegevens van appellant voor een aantal jaren opgenomen in her IVR-register van ING. Toen appellant een creditcard wilde aanvragen is deze door ING geweigerd, omdat hij in het IVR geregistreerd staat. Appellant ging in eerste aanleg in tegen de IVR-registratie en stelde dat ING hier geen voldoende grond voor had. De vordering werd afgewezen. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt appellant op. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. ING had voldoende gronden om over te gaan tot registratie.

IT 3201

ACM: providers verplicht locatiedata mee te zenden bij 112


Vanaf 1 juli 2021 zijn providers verplicht om locatiedata mee te zenden als iemand het alarmnummer belt. Dit heeft de Autoriteit Consument & Markt besloten in de Beleidsregel mobiele aankiesbaarheid 112. Waar thans gebruikelijk is dat providers locatiedata meezenden over de zendmast van de beller, is het vanaf 1 juli 2021 verplicht voor providers om locatiedata vanuit de telefoon van de beller zelf te verstrekken. Deze data geeft vaak nauwkeuriger de locatie van de beller weer.

IT 3200

Per 1 juli wel elektronische inzage in patiëntendossier

Op 1 juli 2020 traden de eerst door minister Schippers uitgestelde regels uit de Wet cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens gedeeltelijk in werking. Deze wet is onderdeel van een andere wet: de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz). De Wabvpz regelt onder meer de randvoorwaarden voor elektronische gegevensuitwisseling in de zorg. Vanaf 1 juli 2020 zijn er nieuwe rechten en verplichtingen met betrekking tot het elektronisch patiëntendossier. Zo geldt per 1 juli de eis van elektronische inzage en afschrift. Dit houdt in dat zorgaanbieders op aanvraag elektronische inzage of afschrift moeten verschaffen aan cliënten.

IT 3199

Perspublicatie NRC niet onrechtmatig


Rechtbank 22 jul 2020, IT 3199; ECLI:NL:RBAMS:2020:3557 (Eiser tegen NRC), http://www.itenrecht.nl/artikelen/perspublicatie-nrc-niet-onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 22 juli 2020, IEF 19350, IT 3199; ECLI:NL:RBAMS:2020:3557 (Eiser tegen NRC) Mediarecht. Eiser vordert schadevergoeding van NRC wegens onrechtmatige perspublicatie. Eiser stelt dat er inbreuk is gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer. Toewijzing van de vorderingen van eiser zouden een beperking vormen op het grondrecht van NRC op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijke beperking is alleen indien de perspublicatie onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW. De rechtbank weegt alle wederzijdse belangen af, waarbij alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen en oordeelt dat de perspublicatie niet onrechtmatig is. Dat de naam van de bestuurder van de rechtspersoon vaak wordt genoemd, dat er geen wederhoor is toegepast en dat de gevolgen van publicatie ernstig voor die voormalige bestuurder, doen hier niet aan af.

IT 3198

Vacature: advocaat-medewerker IT & Privacy bij Dirkzwager

Wat ga je doen?
Je adviseert over – veelal complexe en strategische – kwesties op het gebied van IT- en privacyrecht, en in mindere mate over intellectueel eigendomsrecht. Je stelt contracten op, voert onderhandelingen en  waar nodig procedeer je ook. In eerste instantie werk je samen met de partners of neem je hen werkzaamheden uit handen. Na verloop van tijd bouw je je eigen relaties op met bestaande of nieuwe cliënten. Verder heb je een grote ondersteunende rol in de dagelijkse begeleiding van onze advocaat-stagiaires en junior-medewerkers, samen met de partners van de sectie. Je draait volop mee in de vele acquisitieve activiteiten van de afdeling IE-IT en Privacy, en je hebt alle ruimte om daarin een eigen profiel te kiezen.  

Waar ga je werken?
Wij zijn een hecht team, bestaande uit 10 advocaten, twee juridisch medewerkers en het secretariaat, met passie voor het vak. De advocaten hebben verschillende aandachtsgebieden, mét overlap maar zonder dat verkokering optreedt. Samenwerken is voor ons van groot belang, zo willen we verder groeien. 

We hebben veel aandacht voor kennisontwikkeling en verdieping. Ons team volgt de laatste ontwikkelingen op de voet, onder andere door wekelijkse gezamenlijke jurisprudentie-, modellen- en themalunches (soms met externe sprekers) te houden, blogs te publiceren en wetenschappelijke artikelen te schrijven. 

Onze cliëntenkring is zeer divers, uiteenlopend van het MKB tot beursgenoteerde ondernemingen uit verschillende branches. In het bijzonder werken wij ook veel voor zorg- en onderwijsinstellingen, overheden, IT- en internetbedrijven. 

Wie ben jij?
Je bent een ervaren advocaat op het gebied van IT/privacy/IE (ca. 6-8 jaar ervaring) die in staat is complexe dossiers zelfstandig te behandelen. Je bent juridisch-dogmatisch sterk, zonder de praktische of commerciële kant van een kwestie uit het oog te verliezen. Verder zie je jezelf junior advocaten begeleiden. Je bent nuchter en je beschikt over het nodige relativeringsvermogen, maar weet waar nodig krachtig op te treden. Je bent ambitieus en wilt meebouwen aan de volgende stap van de sectie.  

Interesse?
Wil je meer weten over deze vacature? Bel dan met Ernst-Jan van de PasJoost Becker of Mark Jansen. Je bereikt hen op telefoonnummer 088 – 242 41 00.

Klik hier voor de arbeidsvoorwaarden en de sollicitatieprocedure.

Wil je solliciteren? Richt je motivatiebrief aan Melanie Kraan (HR adviseur). Wij zien je sollicitatie graag tegemoet! 

Zie hier de vacature.

IT 3197

Vacature: advocaat-stagiair(e) IE, IT en Privacy bij Dirkzwager

Wat ga je doen?
We vinden het belangrijk dat je gedurende je advocaat-stage kennismaakt met alle pijlers van de sectie IE/IT/Privacy en in brede zin ervaring opdoet. Je gaat dus werken met veel verschillende collega’s. Jouw patroon wordt Christel Jeunink, die veel ervaring heeft op IE-recht.
 
Voor het IE-recht geldt meer specifiek dat onze praktijk bestaat uit:

  • het procederen en adviseren over IE-rechten zoals merken, handelsnamen, domeinnamen, auteursrechten, databankrechten, modelrechten en onrechtmatige (slaafse) nabootsingen;
  • het procederen en adviseren over reclamerecht, misleidende en vergelijkende reclame en internetmarketing;
  • het opstellen en toetsen van allerhande licentie- en exploitatieovereenkomsten, samenwerkingsovereenkomsten, aktes van overdracht en geheimhoudingsverklaringen.

Enerzijds word je betrokken in de procespraktijk, waaronder het voeren van kort gedingen, en bodemprocedures, anderzijds neem je deel aan adviestrajecten en advisering over overeenkomsten op IE-vlak.
 
Voor IT en Privacy geldt dat je voornamelijk de volgende werkzaamheden verricht:

  • het beoordelen en opstellen van IT-contracten, zoals leverings- en implementatiecontracten van hardware en software, ASP en SaaS contracten;
  • de begeleiding van cliënten in (procedures over) IT-geschillen, bijvoorbeeld mislukte automatiseringsprojecten;
  • het adviseren over privacywetgeving , bijvoorbeeld over big data projecten en datalekken, bijstand bij handhavingstrajecten van de Autoriteit Persoonsgegevens en het opstellen en beoordelen van verwerkersovereenkomsten.

Je draait verder volwaardig mee in onze acquisitieactiviteiten. Wij vragen, ook hier, een commerciële en proactieve houding.
 
Het startsalaris bedraagt € 3.282,- bruto per maand bij een fulltime dienstverband (excl. 8% vakantietoeslag). Klik hier voor de overige arbeidsvoorwaarden en de sollicitatieprocedure.

Wat kenmerkt ons?
Wij zijn een hecht team, bestaande uit 10 advocaten, twee juridisch medewerkers en het secretariaat, met passie voor het vak. De advocaten hebben verschillende aandachtsgebieden, mét overlap maar zonder dat verkokering optreedt. Samenwerken is voor ons van groot belang, zo willen we verder groeien.
 
We hebben veel aandacht voor kennisontwikkeling en verdieping. Ons team volgt de laatste ontwikkelingen op de voet, onder andere door wekelijkse gezamenlijke jurisprudentie-, modellen- en themalunches (soms met externe sprekers) te houden, blogs te publiceren en wetenschappelijke artikelen te schrijven. 
 
Onze cliëntenkring is zeer divers, uiteenlopend van het MKB tot beursgenoteerde ondernemingen uit verschillende branches, alsook zorg- en onderwijsinstellingen, overheden, IT- en internetbedrijven.

Wie ben jij?
Jij hebt een passie voor IE, IT & Privacyrecht en werkt graag in een hecht team. Jij bent gedreven, zelfstandig en analytisch sterk en dit blijkt uit je studieresultaten. Daarnaast wil jij met ons bouwen aan onze groeiende sectie en de praktijk. We maken graag kennis met jou!

Interesse?
Wil je meer weten over deze vacature, dan kun je contact opnemen met je beoogd patroon Christel Jeunink of met sectiehoofd Joost Becker. Wil je liever eerst met een junior advocaat van gedachten wisselen, bel of mail dan gerust eens met Sven Wakker of Jeroen Lubbers. Je kunt ons allemaal bereiken op 088-24 24 100.

Wil je solliciteren? Klik dan op de button ‘online solliciteren’ hieronder. Je motivatiebrief mag je richten aan Petra Kiphardt (HR adviseur).

Zie hier de vacature.

IT 3196

Vernieuwde Wet Bibob treedt in werking

rijksover

De wijziging van de Wet Bibob die op 1 augustus 2020 in werking treedt, versterkt de aanpak van ondermijning. De ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Dekker (voor Rechtsbescherming) willen ermee voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Op dezelfde datum treedt ook een wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke (Bjsg) gegevens in werking.

Beide regelingen zorgen ervoor dat gemeenten, provincies en het Rijk nog beter hun eigen Bibob-onderzoek kunnen doen. Zij kunnen voortaan de justitiële antecedenten nagaan van de personen die achter de schermen feitelijke zeggenschap hebben over degene die de vergunning heeft aangevraagd. Zo kan makkelijker worden voorkomen dat naast criminelen, hun stromannen misbruik maken van dienstverlening door de overheid. De maatregel geldt ook voor de zakelijke relaties van de wederpartij van de overheid bij een vastgoedtransactie of overheidsopdracht. Tot nu toe konden alleen justitiële gegevens worden verstrekt over de wederpartij van de overheid – meestal de aanvrager van een vergunning – maar niet over zijn zakelijke relaties.

Lees verder op Rijksoverheid.nl.

IT 3194


Rectificatie afgewezen bij onrechtmatige uitlatingen

Rechtbank 17 jul 2020, IT 3194; ECLI:NL:RBMNE:2020:2625 (Onrechtmatige uitlatingen), http://www.itenrecht.nl/artikelen/rectificatie-afgewezen-bij-onrechtmatige-uitlatingen

Rechtbank Midden-Nederland 17 juli 2020, IEF 19335, IT 3194; ECLI:NL:RBMNE:2020:2625 (Onrechtmatige uitlatingen) Mediarecht. Gedaagde wordt aangesproken door eiser omdat hij uitlatingen zou hebben gedaan in een televisieprogramma die eiser onrechtmatig vindt. Eiser vordert een verklaring voor recht, schadevergoeding en een rectificatie op Twitter en in de Telegraaf. Gedaagde verweert zich met een beroep op vrijheid van meningsuiting. Er zijn hier dus twee grondrechten aan de orde: het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van de eer en goede naam. Per geval moet dan aan de omstandigheden van het geval worden beoordeeld welk grondrecht zwaarder moet wegen. In dit geval zijn de meeste uitlatingen gepresenteerd als feiten, dus er moet getoetst worden of de uitingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal om te oordelen welk grondrecht zwaarder weegt. De volgende omstandigheden zijn relevant bij deze toets: de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben, de ernst - bezien vanuit het algemeen belang - van de misstand die aan de kaak wordt gesteld, de mate waarin de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal ten tijde van de publicatie, de totstandkoming en inkleding van de uitlatingen, het gezag dat het medium waarop de uitlatingen zijn gepubliceerd geniet en de maatschappelijke positie van de betrokken persoon. Afweging van deze omstandigheden leidt tot de conclusie dat de geuite feitelijke beweringen van gedaagde onrechtmatig zijn. De verklaring voor recht en de schadevergoeding worden toegewezen. De vordering tot rectificatie wordt afgewezen, omdat de uitingen meer dan vijf jaar geleden plaatsvonden en daarnaast minder dan een minuut in beslag namen. Rectificatie zal de kwestie juist opnieuw voor het voetlicht brengen, terwijl het publiek op dit moment geen actieve herinnering heeft aan het voorval.

IT 3193

Conclusie A-G: YouTube niet aansprakelijk voor illegaal uploaden

HvJ EU 16 jul 2020, IT 3193; ECLI:EU:C:2020:586 (Frank Peterson tegen Google en YouTube), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-youtube-niet-aansprakelijk-voor-illegaal-uploaden

HvJ EU conclusie A-G 16 juli 2020, IEF 19333, IT 3193, IEFbe 3109; ECLI:EU:C:2020:586 (Frank Peterson tegen Google en YouTube) Frank Peterson, een muziekproducent, heeft een procedure aangespannen tegen YouTube en moederbedrijf Google voor de Duitse rechtbanken met betrekking tot het uploaden naar YouTube van muziek van zangeres Sarah Brightmann, waarop hij beweert verschillende rechten te hebben. Het materiaal is geüpload door gebruikers van dat platform zonder zijn toestemming. Volgens de advocaat-generaal zijn online platforms zoals YouTube, niet direct aansprakelijk voor het illegaal uploaden van beschermde werken door de gebruikers van die platforms.

IT 3192

What does the new Google decision by the Belgian DPA mean for other organisations?

 On 14 July 2020, the Belgian DPA fined Google 600.000 EUR, by far the highest fine handed out to date in Belgium. The decision is interesting not just for Google (and Google users) but also for other organisations, due to the lessons it holds regarding international jurisdiction, special categories of personal data and the conditions for the right to erasure or "right to be forgotten".

The facts are fairly simple: 12 results of a Google search for X, the CEO of an undertaking ("dirigeant" in French), appeared to suggest ties between X and a specific political party or referred to an old harassment complaint that was set aside already in 2010. X, as data subject, requested the delisting of such results by Google; Google refused for various reasons (pages that did not appear to exist, pages that were inaccessible, pages which did not meet Google's criteria for removal).

1. Jurisdiction of the Belgian DPA over Google
The issue of international jurisdiction in data protection matters has been given much attention over the past few years as a result of the combination of case law of the Court of Justice of the European Union (CJEU), the GDPR's provisions on territorial scope (Art. 3 GDPR) and the "one-stop shop" mechanism in the GDPR, which provides for specific jurisdictional rules regarding the relationship between a "lead supervisory authority" and other supervisory authorities. 

Lees hier het gehele artikel.

Auteurs: Peter Craddock en Vincent Wellens, NautaDutilh.

IT 3191

HvJ EU heeft geoordeeld in Schrems tegen Facebook

HvJ EU 16 jul 2020, IT 3191; (Schrems tegen Facebook), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-heeft-geoordeeld-in-schrems-tegen-facebook


HvJ EU 16 juli 2020, IT 3191, IEF 19327, IEFbe 3106; C-311/18 (Schrems tegen Facebook) Privacyrecht. Vandaag heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld in een van de meest verwachte zaken over privacy en gegevensbescherming sinds tijden. Schrems heeft als Facebookgebruiker Facebook Ierland aangesproken voor het doorgeven van persoonsgegevens aan Facebook Verenigde Staten. Hij heeft de Ierse toezichthouder verzocht om deze doorgiften te verbieden. Hiertoe voerde hij aan dat het recht van de Verenigde Staten en de gangbare praktijk geen waarborgen bieden voor voldoende bescherming tegen de toegang door de overheid tot de naar dit land doorgestuurde gegevens. Deze klacht werd afgewezen, omdat de Commissie in een beschikking had vastgesteld dat de Verenigde Staten wel een passend beschermingsniveau waarborgden. In 2015 heeft het Europees Hof van Justitie deze beschikking ongeldig verklaard, waardoor de Ierse rechter de afwijzing van de klacht van Schrems nietig verklaarde. De Ierse toezichthouder verzocht Schrems zijn klacht te herformuleren. In de hergeformuleerde klacht verzoekt Schrems de doorgifte van zijn persoonsgegevens vanuit de Unie naar de Verenigde Staten - die Facebook ondertussen uitvoert op grond van bepalingen uit de bijlage bij besluit 2020/87 - op te schorten of voor de toekomst te verbieden. De Ierse rechter vraagt aan het Europees Hof van Justitie of besluit 2010/87 en 2016/1250 geldig zijn. Vandaag heeft het Hof van Justitie in zijn arrest gesteld dat bij de toetsing van besluit 2010/87 aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van dat besluit kunnen aantasten. Besluit 2016/1250 wordt daarentegen ongeldig verklaard. Daarnaast wijst het Hof erop dat een doorgifte van persoonsgegevens voor commerciële doeleinden door een in een lidstaat gevestigde onderneming naar een andere in een derde land gevestigde onderneming, niet kan worden uitgesloten van de werkingssfeer van de verordening. Bij een dergelijke doorgifte moet een beschermingsniveau worden geboden dat in grote lijnen overeenkomt met het beschermingsniveau dat binnen de Unie wordt gewaarborgd door die verordening, gelezen in het licht van het Handvest. Toezichthoudende autoriteiten zijn, tenzij de Commissie op geldige wijze een adequaatheidsbesluit heeft vastgesteld, verplicht om een doorgifte naar een derde land op te schorten of te verbieden wanneer zij - gelet op alle omstandigheden - van oordeel zijn dat de standaardbepalingen inzake gegevensbescherming in dat derde land niet worden of niet kunnen worden nageleefd en dat de door het Unierecht vereiste bescherming van de doorgegeven gegevens niet kan worden gewaarborgd met andere middelen, indien de in de Unie gevestigde exporteur de doorgifte niet zelf heeft opgeschort of beëindigd.

IT 3189

Overdracht sociale media-accounts Siamese tweeling

Rechtbank 1 jul 2020, IT 3189; ECLI:NL:RBMNE:2020:2451 (Siamese tweeling), http://www.itenrecht.nl/artikelen/overdracht-sociale-media-accounts-siamese-tweeling

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 1 juli 2020, IEF 19320, IT 3189; ECLI:NL:RBMNE:2020:2451 (Siamese tweeling) Kort geding. Eisers zijn de mentor en bewindvoerder van een Siamese tweeling, geboren in 2001. Gedaagde is de zus van de tweeling die een Facebook en YouTube kanaal bestiert waarin zij uit naam van de tweeling bericht met foto's en video's. Eisers stellen dat gedaagde onrechtmatig, dan wel in strijd met de AVG, de Auteurswet, het EVRM en het EU Handvest handelt, door sociale media accounts aan te maken en te beheren en foto’s en video’s van de tweeling zonder hun toestemming, althans inmiddels door hun mentor en bewindvoerder ingetrokken toestemming, op sociale media en op de website van haar eenmanszaak te plaatsen. Vanwege de privacy van de tweeling en om hen te beschermen willen eisers de accounts zelf in beheer nemen. Gedaagde voert geen verweer tegen de vorderingen. Gedaagde wordt veroordeeld tot onder meer het overdragen van het beheer en de inlog- en toegangscodes van alle sociale media-accounts die op naam van de tweeling zijn aangemaakt, en de verspreiding en/of openbaarmaking van foto’s en video’s waarin de tweeling herkenbaar is afgebeeld en de verwerkingen van persoonsgegevens van de tweeling te staken en gestaakt te houden.

IT 3186

deLex najaarsagenda 2020

Na dit uitzonderlijke voorjaar nemen we bij deLex even een pauze deze zomer. Maar op de achtergrond werken we door aan de voorbereidingen voor het nieuwe najaarsprogramma!
Ook dan kunt u weer actualiteitenlunches, webinars en congressen van ons verwachten.

Met actuele, interactieve programma’s en volop gelegenheid tot netwerken. Waar mogelijk organiseren we bijeenkomsten op locatie, waar nodig gaan we online.

De agenda voor nu:

  • Dinsdag 8 september: Nederlands Octrooicongres deel 2, Rosarium Amsterdam
  • Dinsdag 16 september: de nieuwe Franchisewet; een overzicht van de gevolgen
  • Dinsdag 6 oktober: Benelux Merkencongres deel 2, locatie in Amsterdam
  • Woensdag 18 november: Jurisprudentielunch Merken- Modellen- en Auteursrecht
  • Woensdag 2 december: Jurisprudentielunch Octrooirecht
  • Donderdag 10 december: Nationaal Reclamerechtcongres 2020, Hotel Jakarta Amsterdam

Het najaarsprogramma belooft nog meer, met het Nationaal Mediarechtcongres, een Kunst & IE maand, meer actualiteitenlunches, een Retailmiddag, en - in herhaling - een actualiteitenmiddag Entertainment & Muziek. Kijk voor meer informatie op onze www.delex.nl/shop/opleidingen of mail naar info@delex.nl

We treffen u graag weer in het najaar. Voor nu een fijne zomer toegewenst!


Met vriendelijke groet,

Het team van deLex Media

IT 3187

HvJ EU: Constantin Film Verleih tegen YouTube en Google

HvJ EU 9 jul 2020, IT 3187; ECLI:EU:C:2020:542 (Constantin Film Verleih), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-constantin-film-verleih-tegen-youtube-en-google

HvJ EU 9 juli 2020, IEF 19318, IEFbe 3102, IT 3187; ECLI:EU:C:2020:542 (Constantin Film Verleih) Verzoek om een prejudiciële beslissing in het kader van een geding tussen Constantin Film Verleih GmbH, een in Duitsland gevestigde distributeur van films, enerzijds, en YouTube LLC en Google Inc., die zijn gevestigd in de Verenigde Staten, anderzijds, over de door Constantin Film Verleih van deze twee vennootschappen geëiste gegevens met betrekking tot de e-mailadressen, de IP-adressen en de mobiele telefoonnummers van gebruikers die inbreuk hebben gemaakt op haar intellectuele-eigendomsrechten. Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 8, lid 2, onder a), van richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB 2004, L 157, blz. 45, met rectificatie in PB 2004, L 195, blz. 16), zie ook [IEF 18550] en [IEF 19173]
Er wordt geoordeeld dat wanneer een film illegaal is geüpload op een onlineplatform zoals YouTube, de rechthebbende krachtens de richtlijn betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten bij de exploitant uitsluitend het postadres van de betrokken gebruiker kan opvragen, maar niet zijn e-mailadres, IP-adres of telefoonnummer.
Zie ook het perscommuniqué van het HvJ EU.

IT 3185

Afwijzing verzoek om verwijdering bijzonderhedencodering CKI


Hof 16 jun 2020, IT 3185; ECLI:NL:GHDHA:2020:1180 (Appellant tegen ING Bank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/afwijzing-verzoek-om-verwijdering-bijzonderhedencodering-cki

Hof Den Haag 16 juni 2020, IT 3185; ECLI:NL:GHDHA:2020:1180 (Appellant tegen ING Bank) Privacyrecht. Appellant verzocht om verwijdering van een bijzonderhedencodering in het Centraal Kredietinformatiesyseem (CKI) van het Bureau Kredietregistratie (BKR), maar de rechtbank wees dit bij beschikking af. Appellant gaat in hoger beroep tegen deze afwijzing. De registratie van een bijzonderhedencode in het CKI vormt een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de AVG. Ingevolge artikel 21 lid 1 AVG dient de verwerkingsverantwoordelijke bij bezwaar van de betrokkene de verwerking van de persoonsgegevens te staken, tenzij de verwerkingsverantwoordelijke dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking aanvoert die zwaarder wegen dan de belangen van de betrokkene. Hierbij moet worden voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De grieven van appellant dat de noodstand uitsluitend moet worden toegeschreven aan een door ING gemaakte fout, dat ING niet tot bijzonderhedencodering over mocht gaan omdat appellant geen vooraankondiging had ontvangen en dat de codering niet proportioneel en evenredig is, falen. Derhalve wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.