IT 3754

Verzoek tot verwijdering persoonsgegevens afgewezen.

Rechtbank Amsterdam 2 apr 2021, IT 3754; ECLI:NL:RBAMS:2020:2183 (Verzoeker tegen NIHS), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-tot-verwijdering-persoonsgegevens-afgewezen

Rechtbank Amsterdam 2 april 2021, IT 3754; ECLI:NL:RBAMS:2020:2183 (Verzoeker tegen NIHS) Verzoeker verzoekt o.a. de NIHS te bevelen de persoonsgegevens van verzoeker, zijn echtgenote en zijn kinderen, te vernietigen, vernietigd te houden en daarvan bewijs te overhandigen. Ter zitting heeft de Nederlands Israëlitische hoofdsynagoge (hierna: NIHS) een brief van de NIHS overgelegd met de verklaring dat: de persoonsgegevens van de familie per 12 januari 2020 zijn verwijderd uit haar systemen en dat zij binnen twee weken na heden, voor zover van toepassing, aan eventuele derden mededeling doen van de wissing van deze persoonsgegevens en hen verzoeken dienovereenkomstig te handelen. Ook verklaart verweerster dat zij de persoonsgegevens verwijderd zal houden. Verzoeker verklaart hiermee akkoord te gaan. Vanwege deze verklaringen heeft verzoeker geen belang meer bij zijn verzoek om de NIHS te bevelen om de persoonsgegevens te verwijderen en verwijderd te houden. Als gevolg daarvan wijst de rechtbank dit verzoek af.

IT 3752

Vacature: (ervaren) paralegal privacy & cybersecurity bij Hogan Lovells

Voor haar Amsterdamse Privacy & Cybersecurity praktijk zoekt Hogan Lovells een (ervaren) Paralegal.
Wij werken voor grote, internationale bedrijven in verschillende sectoren, maar begeleiden ook Nederlandse ondernemingen en start-ups. De lijnen met ons internationale team van 120 personen en onze cliënten zijn kort. We werken zowel in Nederland als internationaal persoonlijk en intensief samen in een goede, informele sfeer aan baanbrekende zaken en complexe strategieën, op het hoogste niveau.
Lees verder >>

IT 3751

Website ‘op zichzelf’ geen geautomatiseerd werk

Hoge Raad 9 nov 2021, IT 3751; ECLI:NL:PHR:2021:1050 (DDoS-aanvallen), http://www.itenrecht.nl/artikelen/website-op-zichzelf-geen-geautomatiseerd-werk

HR Conclusie A-G 9 november 2021, IEF 20403, IT 3751; ECLI:NL:PHR:2021:1050 ( DDoS-aanvallen) Strafrecht. De verdachte is bij arrest van 22 juli 2020 door het gerechtshof Amsterdam wegens het “opzettelijk en wederrechtelijk de toegang tot en/of het gebruik van een geautomatiseerd werk belemmeren door daaraan gegevens toe te zenden” − DDoS-aanvallen −, veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren, met een proeftijd van één jaar. Daarnaast heeft het hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van een computer en de teruggave gelast van een gsm, een en ander als nader in het arrest bepaald. Bij herstelarrest van 23 juli 2020 is het dictum aangevuld met een vervangende hechtenis van 20 dagen hechtenis voor het geval de taakstraf niet naar behoren zal worden verricht. De A-G concludeert tot verwerping van het beroep. De klacht in het middel dat het hof onder een geautomatiseerd werk ook een website heeft verstaan berust op een onjuiste lezing van de tenlastelegging en bewezenverklaring.

IT 3749

Koedooder: Web 3.0, een nieuwe kijk op eigendom en auteursrecht (deel 2)

Web 3.0 komt eraan. Web 3.0 gaat over een nieuwe trend waarbij internettoepassingen veel meer op elkaar zijn afgestemd, kunnen samengaan of geïntegreerd kunnen worden. Web 3.0 wordt beschouwd als de derde fase in de ontwikkeling van het internet en is daarmee een vervolg op web 1.0 en web 2.0. Web 3.0 wordt ook wel het semantische web genoemd of de Metaverse. Web 1.0 wordt beschouwd als het web van de documenten, gericht op passieve gebruikers. Web 2.0 is meer het internet van de interactie. Zoekmachines en social media platforms die worden gevuld met door de gebruikers gerealiseerde ‘user-generated-content’ hebben geleid tot disruptie in – met name – de media, reclame en retail. Verschillende grote bedrijven die niet snel genoeg wisten te veranderen legden daardoor het loodje en hele grote nieuwe mediabedrijven als Facebook en Google werden daardoor miljarden waard.
Lees verder >>, en zie ook aflevering 1 van de artikelenserie van Koedooder over Web 3.0.

IT 3748

Vennootschap schuldig aan oneerlijke handelspraktijken

Rechtbank Midden-Nederland 24 nov 2021, IT 3748; ECLI:NL:RBMNE:2021:5725 (Eiseres tegen Hoch Capital LTD), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vennootschap-schuldig-aan-oneerlijke-handelspraktijken

Rechtbank Midden-Nederland 24 november 2021, IEF 20397, IT 3748, RB 3576; ECLI:NL:RBMNE:2021:5725 (Eiseres tegen Hoch Capital LTD) Hoch Capital is een Cypriotische vennootschap, dat in Nederland Contracts for Difference (CFD’s) aanbiedt. Hoch Capital heeft zich naar het oordeel van de rechtbank schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken. Zij heeft op een misleidende manier geadverteerd over haar product door te doen alsof het ging om bitcoins. Daarnaast heeft zij in strijd met consumentenbeschermende maatregelen van de Europese toezichthouder op de financiële markten (ESMA) gehandeld door eiseres met onware mededelingen over te halen om een professionele cliënt te worden, waardoor het financiële risico voor eiseres verder toenam. Dit betekent dat eiseres alle CFD-transacties terecht heeft vernietigd op grond van artikel 6:193j lid 3 BW. De vennootschap wordt veroordeeld om alle bedragen die eiseres heeft ingelegd terug te betalen. 

IT 3747

Microsoft moet erfgenamen toegang tot accounts verlenen

Rechtbank Amsterdam 1 dec 2021, IT 3747; ECLI:NL:RBAMS:2021:7090 (Erfgenamen tegen Microsoft), http://www.itenrecht.nl/artikelen/microsoft-moet-erfgenamen-toegang-tot-accounts-verlenen

Vrz. Rechtbank Amsterdam 1 december 2021, IT 3747; ECLI:NL:RBAMS:2021:7090 (Erfgenamen tegen Microsoft) Kort geding. Op 17 juli 2021 overleed de erflater. Zijn erfgenamen eisen dat Microsoft hun toegang verstrekt tot de erflaters Hotmailaccount en Ondrive-account. Op grond van artikel 4:182 BW volgen de erfgenamen met het overlijden van de erflater hem van rechtswege op in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap. Zij zijn verkrijgers onder algemene titel in de zin van artikel 3:80 BW en zetten de rechtspositie van de erflater voort. Een overeenkomst is een voor overgang vatbaar recht in, tenzij de wet anders bepaalt of uit de overeenkomst zelf anders voortvloeit. De voorzieningenrechter stelt dat beide uitzonderingen in casus niet van toepassing zijn en oordeelt dat Microsoft de erven toegang tot de account van de erflater dient te verlenen door het wachtwoord te resetten en de erfgenamen een nieuw wachtwoord in te laten stellen.

IT 3744

Douwe Linders: WGS gaat verder dan fraudedetectiesysteem SyRI

De Eerste Kamer moet het Wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) niet aannemen. Dat adviseert althans de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De WGS zou overheid en private organisaties ‘zeer ruime’ bevoegdheden geven om persoonsgegevens uit te wisselen. Daarbij zou het voorstel zelfs verder gaan dan het door de rechtbank verboden fraudedetectiesysteem SyRI. In een persbericht laat de AP dan ook weten dat zij de Eerste Kamer oproept de WGS in zijn huidige vorm niet aan te nemen. De AP adviseerde ook over twee eerdere conceptwetsvoorstellen. Dit derde advies ziet op de beoogde eindtekst, die in december 2020 al wel werd aangenomen door de Tweede Kamer.

IT 3738

Telefonisch gesloten overeenkomst is nietig

Rechtbank Midden-Nederland 2 nov 2021, IT 3738; ECLI:NL:RBNNE:2021:5103 (DGB Energie tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/telefonisch-gesloten-overeenkomst-is-nietig

Rechtbank Noord-Nederland 2 november 2021, IEF 20375, IT 3738; ECLI:NL:RBNNE:2021:5103 (DGB Energie tegen gedaagde) Verstek. DGB Energie heeft bij dagvaarding gevorderd dat gedaagde wordt veroordeeld om aan DGB Energie een bedrag van € 489,29 te betalen, vermeerderd met rente en kosten. De kantonrechter maakt uit de akte op dat DGB Energie het initiatief heeft genomen om de overeenkomst telefonisch aan te gaan. Dit betekent dat aan het schriftelijkheidsvereiste uit artikel 6:230v lid 6 BW moet worden voldaan. DGB Energie heeft gesteld dat gedaagde het aanbod tot het aangaan van de overeenkomst schriftelijk heeft aanvaard en zij verwijst hierbij onder andere naar productie 2. De kantonrechter overweegt dat productie 2 is ingevuld met gegevens van gedaagde, maar op basis van deze gegevens kan de kantonrechter niet vaststellen dat gedaagde het aanbod ook daadwerkelijk schriftelijk heeft aanvaard. De kantonrechter oordeelt op grond van het voorgaande dat niet is voldaan aan het vormvereiste van artikel 6:230v lid 6 BW, de overeenkomst is om die reden nietig. De vordering wordt afgewezen.

IT 3742

Verwerking persoonsgegevens Treiteraanpak is rechtmatig

Rechtbank Amsterdam 15 nov 2021, IT 3742; ECLI:NL:RBAMS:2021:6825 (Eiseres tegen Burgemeester), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verwerking-persoonsgegevens-treiteraanpak-is-rechtmatig

Rechtbank Amsterdam 15 November 2021, IT 3742 ; ECLI:NL:RBAMS:2021:6825 (Eiseres tegen Burgemeester) Amsterdam is in 2013 gestart met de Treiteraanpak om intimidatie in de woon- en werkomgeving tegen te gaan. Eiseres is in augustus 2015 opgenomen in de Treiteraanpak. De burgemeester heeft het verzoek van eiseres om verwijdering van haar persoonsgegevens op grond van artikel 17 lid 1 sub d AVG afgewezen. In het bestreden besluit heeft de burgemeester, het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Voor de vraag of de persoonsgegevens van eiseres rechtmatig zijn verwerkt dient de rechtbank te beoordelen of eiseres voldoet aan de vijf criteria die zijn opgenomen in het Convenant voor opname in de Treiteraanpak. De criteria zijn: herhaaldelijk wangedrag en/of intimidatie, (bewust) gericht tegen specifieke personen of huishoudens, speelt zich af in directe woon- of werkomgeving slachtoffer(s), vermoedelijke veroorzaker is een direct omwonende of persoon uit de buurt en het slachtofferschap is onbetwist. Geoordeeld wordt dat de burgemeester voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres voldoet aan deze criteria. Er zijn dwingende, prevalerende gerechtvaardigde gronden voor verwerking van haar persoonsgegevens, als bedoeld in artikel 17 AVG. De rechtbank verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.

IT 3741

Geen auteursrechtinbreuk op software

Overige instanties 26 sep 2021, IT 3741; (Afnemer tegen Leverancier), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-auteursrechtinbreuk-op-software
SGOA

SGOA Haarlem 26 september 2019, IT 3741 (Leverancier tegen Afnemer) Arbitraal kort geding. Leverancier is gespecialiseerd in het verhandelen, ontwikkelen en produceren van softwaresystemen. Afnemer is een onderneming die zich onder meer toelegt op recycling en recovery binnen het kader van afvalverwerking. In 2004 is Telecombedrijf een project gestart bij afnemer voor het gebruik van mobiele boardcomputers in afnemers vrachtwagens ten behoeve van haar afvalverwerkingsprocessen. Leverancier leverde toen al de bijbehorende software. In 2008 trok Telecombedrijf zich terug als hoofdaannemer. Leverancier is vanaf dat moment de boardcomputers gaan leveren aan afnemer. Op voorspraak van afnemer is leverancier in 2009 in Nederland ook leverancier van de zogenaamde BC’s van producent geworden. Afnemer heeft buiten leverancier om BC’s gekocht en deze zonder toestemming geïnstalleerd en gebruikt. Leverancier stelt nu dat sprake is van inbreuk op haar auteursrecht op de door haar vervaardigde software, die afnemer op BC’s heeft geïnstalleerd die zij van een andere partij dan leverancier heeft gekocht. In de prijs van de door afnemer van leverancier in de loop der jaren gekochte boardcomputers en BC’s was echter steeds de licentievergoeding voor het gebruik van de software inbegrepen. Ook waren de licenties niet systeemgebonden. Er is geen sprake van auteursrechtinbreuk, omdat afnemer niet méér BC’s met software heeft dan het aantal licenties dat zij van leverancier heeft afgenomen. Nergens uit blijkt dat afnemer de aldus verkregen rechten niet zou kunnen gebruiken op BC’s die zij niet via leverancier heeft gekocht. Het Scheidsgerecht wijst de vorderingen van leverancier af.

IT 3740

Vordering Privacy First afgewezen

Rechtbank Den Haag 1 dec 2021, IT 3740; ECLI:NL:RBDHA:2021:13165 (Privacy First tegen de Staat), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vordering-privacy-first-afgewezen

Vrz. Rechtbank Den Haag 1 december 2021, IT 3740 ; ECLI:NL:RBDHA:2021:13165 (Privacy First tegen de Staat) Kort geding. Deze zaak gaat over de regelgeving die het vastleggen en bewaren van kentekengegevens door middel van Automatic Number Plate Recognition (ANPR) mogelijk maakt. Privacy First eiste dat de 'Wet ANPR' en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving buiten werking worden gesteld. Volgens Privacy First is deze regelgeving in strijd met Europese regelgeving. De voorzieningenrechter heeft de vordering van Privacy First wegens gebrek aan spoedeisend belang afgewezen. Om een vordering in kort geding te kunnen instellen is vereist dat er een spoedeisend belang bestaat bij het treffen van een voorziening zoals Privacy First die vraagt. De ANPR-regelgeving is al op 1 januari 2019 in werking getreden. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die ondanks het tijdsverloop van ruim tweeënhalf jaar niettemin een spoedeisend belang opleveren. Daarom komt de voorzieningenrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering van Privacy First.

IT 3736

Conclusie A-G: consumentenorganisatie mag vorderingen instellen

HvJ EU 2 dec 2021, IT 3736; (Facebook Ireland tegen Verbraucherzentrale Bundesverband), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-consumentenorganisatie-mag-vorderingen-instellen

HvJ EU Conclusie A-G 2 december 2021, IEF 20372, IT 3736, IEFbe 3332; C-319/20 (Facebook Ireland tegen Verbraucherzentrale Bundesverband) In Duitsland klaagt de Federatie van Duitse consumentenorganisaties (de Federatie) dat Facebook Ierland inbreuk maakt op regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, de bestrijding van oneerlijke concurrentie en de consumentenbescherming, door in het App Centrum van het platform door derden geleverde spellen gratis beschikbaar te maken. In dat kader heeft de Federatie bij de Duitse rechter een vordering tot verbod ingesteld tegen Facebook Ireland. Het Bundesgerichtshof betwijfelt echter of het beroep van de Federatie ontvankelijk was. Zij vraagt zich af of een consumentenbeschermingsvereniging sinds de inwerkingtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming nog steeds bevoegd is om op te treden tegen inbreuken op die verordening. Daarom heeft het Bundesgerichtshof het Hof gevraagd om uitleg van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Volgens de Advocaat-Generaal past de behartiging van de collectieve belangen van consumenten door verenigingen bij uitstek bij de doelstelling van de Algemene Verordening Gegevensbescherming om een ​​hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens tot stand te brengen.

IT 3735

Plaatsing nieuwe camera's niet in strijd met AVG

9 nov 2021, IT 3735; ECLI:NL:RBAMS:2021:6379 (Eiseres tegen Autoriteit Persoonsgegevens), http://www.itenrecht.nl/artikelen/plaatsing-nieuwe-camera-s-niet-in-strijd-met-avg

Rechtbank Amsterdam 9 november 2021, IT 3735; ECLI:NL:RBAMS:2021:6379 (Eiseres tegen Autoriteit Persoonsgegevens) Met haar besluit van 26 november 2019 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) het verzoek van eiseres om handhavend op te treden in verband met de aanwezigheid van beveiligingscamera’s in het flatgebouw waarin zij woont afgewezen. In geding is of aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit is voldaan en of het belang van de VvE zwaarder moet wegen dan het privacybelang van eiseres. De rechtbank oordeelt dat aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit is voldaan gezien het gaat om reguliere beveiligingscamera’s die scherpere beelden geven dan de camera’s die zijn vervangen. Het besluit tot vernieuwing is genomen om de eigendommen van bewoners te beveiligen en het zo nodig onderbouwd aangifte kunnen doen van beveiligingsincidenten, de rechtbank is niet gebleken dat al deze doelstellingen op een andere, minder ingrijpende manier kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de AP het belang van de VvE om de gemeenschappelijke eigendommen en die van de bewoners te beveiligen en zo nodig onderbouwd aangifte te kunnen doen, zwaarder wegen dan het belang van eiseres op bescherming van haar privacy. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

IT 3734

Wetvoorstel maakt controleren coronatoegangsbewijs op werkvloer mogelijk

Op 22 november is het wetsvoorstel ‘Tijdelijke wet verbreding inzet coronatoegangsbewijzen’ ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel maakt het door een wijziging van de Wet publieke gezondheid mogelijk om het coronatoegangsbewijs in sommige gevallen ook op de werkvloer en bij het bezoeken van bepaalde plaatsen in te zetten.
Lees verder >>
Bron: Eerstekamer.nl

IT 3733

Kamervragen over bericht ‘Sociale media niet geschikt voor kinderen’

Tweede Kamerlid Ceder (ChristenUnie) stelt staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de ministers voor Rechtsbescherming en van Economische Zaken en Klimaat kamervragen over het bericht ‘Sociale media niet geschikt voor kinderen’.
 1.    Bent u bekend met het bericht ‘Sociale media niet geschikt voor kinderen, concludeert Consumenenbond’?
 2.    Wat is uw reactie op het feit dat geen enkel onderzocht sociaal medium serieus rekening houdt met de kinderen en dat hun privacyrechten worden geschonden?
Lees verder >>
Bron: Tweedekamer.nl

IT 3731

Verzoek tot inzage is niet ontvankelijk

Rechtbank Midden-Nederland 27 okt 2021, IT 3731; ECLI:NL:RBMNE:2021:4874 (verzoeker tegen HODN), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-tot-inzage-is-niet-ontvankelijk

Rechtbank Midden-Nederland 27 oktober 2021, IT 3731; ECLI:NL:RBMNE:2021:4874 (Verzoeker tegen HODN) Verzoeker heeft een verzoek tot inzage gedaan gericht aan verweerder. Verzoeker wil dat verweerder hem informatie over zijn persoonsgegevens verstrekt, met name alle relevante gegevens die verweerder kreeg van RNHB over de opdracht tot het taxeren van verzoekers vastgoedportefeuille. Verweerder heeft aangegeven dit niet te doen omdat hij wil voorkomen dat hij zonder rechtvaardigingsgrond informatie verstrekt en daarmee ongerechtvaardigd de rechten en belangen van derden schendt of frustreert. Aan zijn verzoek tot inzage heeft verzoeker artikel 15 AVG ten grondslag gelegd. De rechtbank oordeelt dat niet verweerder maar RNHB de verwerkingsverantwoordelijke is in de zin van artikel 4 lid 7 AVG. Daarnaast heeft verzoeker op grond van artikel 15 AVG enkel recht op persoonsgegevens, zakelijke gegevens betreffende het taxeren van verzoekers vastgoedportefeuille hoeven op grond van artikel 15 AVG niet te worden verstrekt.

IT 3732

Inhoudsopgave Computerrecht

Inhoudsopgave van Computerrecht 6-2021.
EDITORIAL
247 Een kijk op het strijdtoneel van de Verordening inzake Artificiële Intelligentie / p. 493 S. De Schrijver

IT 3729

Vacature: advocaat-medewerker IT & Privacyrecht bij Dirkzwager

Dirkzwager is op zoek naar een advocaat-medewerker IT & Privacyrecht.
Je adviseert over – veelal complexe en strategische – kwesties op het gebied van IT- en privacyrecht, en in mindere mate over intellectueel eigendomsrecht. Je stelt contracten op, voert onderhandelingen en  waar nodig procedeer je ook. In eerste instantie werk je samen met de partners of neem je hen werkzaamheden uit handen. Na verloop van tijd bouw je je eigen relaties op met bestaande of nieuwe cliënten. Verder heb je een grote ondersteunende rol in de dagelijkse begeleiding van onze advocaat-stagiaires en junior-medewerkers, samen met de partners van de sectie. Je draait volop mee in de vele acquisitieve activiteiten van de afdeling IE-IT en Privacy, en je hebt alle ruimte om daarin een eigen profiel te kiezen. 
Lees verder >>

IT 3722

Prejudiciële vragen over biometrische gegevens voor politionele doeleinden

HvJ EU 10 mei 2021, IT 3722; (Ministerstvo na vatreshnite raboti), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-biometrische-gegevens-voor-politionele-doeleinden

Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) 10 mei 2021, IT 3722, LS&R 1998, IEFbe 3328; C-205/21 (Ministerstvo na vatreshnite raboti) via Minbuza. Op 01-03-2021 is een akte van formele beschuldiging opgesteld ten aanzien van B.C. Onmiddellijk na de formele beschuldiging is zij verzocht om medewerking te verlenen aan de uitvoering van een politionele registratie: het nemen van vingerafdrukken en foto’s, en stalen voor het aanmaken van een DNA-profiel. B.C. wilde dit niet, zij heeft diezelfde dag nog in een formulier verklaard dat zij in kennis was gesteld van het bestaan van een wettelijke grondslag voor de uitvoering van haar politionele registratie overeenkomstig de ZMVR. Ook heeft zij in dat formulier de officiële verklaring afgelegd dat zij niet bereid is om vingerafdrukken te laten afnemen, zich te laten fotograferen en stalen af te staan voor het aanmaken van een DNA-profiel. Zij is vervolgens niet onderworpen aan de genoemde handelingen met het oog op politionele registratie. In plaats daarvan hebben de politiediensten zich gewend tot de verwijzende rechter. De verwijzende rechter wenst te vernemen of de bewoordingen van de nationale wettelijke regeling kunnen leiden tot een met de Unierechtelijke criteria verenigbare conclusie dat de verwerking van genetische en biometrische gegevens voor politionele doeleinden in beginsel is toegestaan door de nationale wet.

IT 3724

Prejudiciële vragen over persoonsgegevens in telefoongidsen

HvJ EU 7 apr 2021, IT 3724; (Proximus), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-persoonsgegevens-in-telefoongidsen

Hof van beroep (België) 7 april 2021, IT 3724, IEFbe 3327; C-129/21 (Proximus) Via Minbuza. Proximus biedt telefoongidsen en inlichtingendiensten aan. Op 13-01-2019 diende een persoon een verzoek in zijn telefoonnummer niet op te nemen in de Witte Gids en op 1207.be. Proximus heeft daarop het relevante record aangepast en markeerde het als ‘geheim’. Op 31-01-2019 ontving Proximus nieuwe contactgegevens betreffende de klager. In deze informatie stond dat de contactgegevens niet als geheim moesten worden beschouwd waardoor de contactgegevens van klager publiekelijk raadpleegbaar werden. Op 14-08-2019 diende klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit. Die klacht is ontvankelijk verklaard. Op 30-07-2020 nam de Geschillenkamer de bestreden beslissing. In deze beslissing achtte zij inbreuken op verschillende bepalingen van de AVG bewezen en werd Proximus een aantal corrigerende maatregelen opgelegd. Beroep is vervolgens ingesteld. De verwijzend rechter stelt het hof nu vier prejudiciële vragen betreffende de AVG.