IT 3248

Antwoorden Kamervragen over de onlinedienst Lusha

rijksover

Minister Dekker gaf gisteren antwoord op Kamervragen naar aanleiding van het bericht 'Privénummers van LinkedIn-gebruikers te koop'.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ‘Privénummers van LinkedIn-gebruikers te koop’?
Antwoord op vraag 1
Ja, ik ben bekend met dit artikel.

Vraag 2
Bent u bekend met de signalen uit het bericht, namelijk dat de onlinedienst Lusha telefoonnummers openbaarmaakt van mensen die dat niet weten en niet willen?
Antwoord op vraag 2
Dankzij het artikel ben ik hiervan op de hoogte.

Vraag 3
Deelt u de mening dat voor het openbaar maken van persoonlijke contactgegevens, zoals telefoonnummers, met een commercieel doel altijd toestemming nodig is van de betrokkenen?
Antwoord op vraag 3
De AVG vereist dat iedere verwerking van persoonsgegevens een geldige grondslag heeft. Artikel 6, eerste lid, AVG bevat zes grondslagen, waaronder toestemming. De uitleg van bepalingen uit de AVG is aan de nationale toezichthouder en aan de rechter. Zo ook de vraag welke grondslag in dergelijke gevallen van toepassing is.

IT 3247

Applicatie is geen misleidende of ongeoorloofde vergelijkende reclame

Hof 12 mei 2020, IT 3247; ECLI:NL:GHDHA:2020:1623 (Cosanta tegen Caesar en Chemrade), http://www.itenrecht.nl/artikelen/applicatie-is-geen-misleidende-of-ongeoorloofde-vergelijkende-reclame

Hof Den Haag 12 mei 2020, IEF 19428, RB 3437, IT 3247; ECLI:NL:GHDHA:2020:1623 (Cosanta tegen Caesar en Chemrade) Misleidende reclame. Zie eerder [IEF 17613]. Cosanta levert een softwareapplicatie onder de naam STOFFENMANAGER, waarin informatie wordt gegeven op het gebied van gevaarlijke stoffen. Cosanta meent dat sprake is van misleidende en ongeoorloofde vergelijkende reclame door Caesar en Chemrade. In eerste aanleg zijn de vorderingen van Cosanta afgewezen. Cosanta vordert alsnog toewijzing van de door haar ingestelde vorderingen. Het relevante publiek zal het teken ‘stoffenmanager’ niet opvatten als aanduiding voor de door Cosanta afkomstige applicatie, omdat het teken ‘stoffenmanager’ beschrijvend is. Van inburgering is evenmin sprake. Daarnaast legt Cosanta aan de misleiding ten grondslag dat Chemrade onterecht de indruk zou wekken dat haar applicatie over dezelfde functionaliteiten beschikt als die van Cosanta, omdat zij gebruik zou maken van een verouderde versie van het algoritme. Niet kan worden aangenomen dat er meerdere versies van het algoritme bestaan. De uitingen van Chemrade zijn voldoende duidelijk, adequaat en niet misleidend. Er is geen sprake is van misleiding of ongeoorloofde vergelijkende reclame. De vorderingen van Cosanta worden afgewezen en het vonnis wordt bekrachtigd.

IT 3246

Webdesigner schendt auteursrecht op foto

Rechtbank 11 sep 2020, IT 3246; ECLI:NL:RBROT:2020:8047 (Fotograaf tegen Webdesigner), http://www.itenrecht.nl/artikelen/webdesigner-schendt-auteursrecht-op-foto

Rechtbank Rotterdam 11 september 2020, IEF 19425, IT 3246; ECLI:NL:RBROT:2020:8047 (Fotograaf tegen Webdesigner) Auteursrecht. Eiser is professioneel fotograaf. Gedaagde is DJ en webdesigner bij een radiozender. Op de website van de radiozender is een door eiser gemaakte foto bij een nieuwsbericht geplaatst, zonder dat gedaagde hier een licentie voor had. Het eigen logo van de radiozender is over de foto geplaatst alsof de foto van de radiozender is en de naam van eiser die onderaan de originele foto stond, is verwijderd. Gedaagde heeft de foto niet verwijderd. Eiser vordert een schadevergoeding en gedaagde op te dragen de foto te verwijderen van zijn website op straffe van een dwangsom. Het staat onbetwist vast dat eiser auteursrechthebbende is van de foto en dat er geen toestemming is verleend voor het openbaar maken van de foto op de website. Er is dus sprake van inbreuk op het auteursrecht. De openbaarmaking moet worden toegerekend aan degene die verantwoordelijk is voor de website. Gedaagde is bij de SIDN geregistreerd als houder van de domeinnaam en is webdesigner van de site. Gedaagde heeft de stelling dat hij in opdracht van een derde handelde, onvoldoende onderbouwd. De vorderingen van eiser worden toegewezen.

IT 3240

Nationaal Mediarechtcongres op 26 november 2020

Save the date voor een nieuwe editie van het Nationaal Mediarechtcongres op donderdag 26 november. Dagvoorzitters Remy Chavannes en Madeleine de Cock Buning staan ook deze keer voor een inspirerend programma, met experts uit omroep, wetenschap en advocatuur.

Op de agenda onder meer:
- de Digital Services Act; scope en onderwerpen;
- de Stimuleringsmaatregel culturele producties, Wat betekenen quota, investeringsplicht en andere maatregelen voor de sector;
- een paneldiscussie implementatie DSM-richtlijn, contractenrecht en nog veel meer.

Offline waar het kan en online waar nodig. Het volledige programma staat binnenkort op de website.

IT 3245

Rudi Holzhauer: een persoonsnaam als een domeinnaam van iemand anders

Domeinnaam-kapingen zijn een op zich bekend verschijnsel. Domeinnamen van merkproducten worden (soms) gekaapt, en terug gehaald met een beroep op het merkenrecht. Domeinnamen van “bekende instanties” of anderen met een bepaalde mening over iets worden (soms) gekaapt om die instantie of die mening te “weerleggen”.

Persoonsnamen zijn ook een categorie domeinnamen. Mag iemand anders zich een persoonsnaam toeëigenen, en daar iets “mee gaan doen”? Rudi Holzhauer kwam met dit probleem in aanraking toen een oud-collega (emeritus hoogleraar) zich bij hem meldde met de vraag waarom hij zijn website niet onder zijn eigen naam in de lucht kon brengen. Lees hier over Rudi's verbazing.

IT 3244

Geen inbreuk sterk gelijkende domeinnaam als handelsnaam

Rechtbank 3 sep 2020, IT 3244; ECLI:NL:RBLIM:2020:6611 (Terhagen tegen Witran), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-inbreuk-sterk-gelijkende-domeinnaam-als-handelsnaam

Vzr. Rechtbank Limburg 3 september 2020, IEF 19423, IT 3244; ECLI:NL:RBLIM:2020:6611 (Terhagen tegen Witran) Kort geding. Handelsnaamrecht. De domeinnaam “[domeinnaam 1]” staat sinds 2009 geregistreerd bij de SIDN op naam van een (voormalige) eenmanszaak van de bestuurder en enig aandeelhouder van Terhagen. Terhagen heeft met Witran in 2015 een overeenkomst gesloten op grond waarvan Witran tot juni 2020 het alleenrecht heeft op exploitatie van [domeinnaam 1]. Witran heeft in juni 2020 [domeinnaam 2] laten registreren bij de SIDN en voert tevens de handelsnaam "[domeinnaam 2]". Terhagen vordert veroordeling van Witran om de handelsnaam [domeinnaam 2], dan wel [domeinnaam 1], te verwijderen van al haar bedrijfsuitingen en deze naam op geen enkele wijze meer te bezigen op grond van art. 5 Hnw. Centraal staat de vraag of Witran met het gebruik van [domeinnaam 2] en de handelsnaam “[domeinnaam 2]” inbreuk maakt op het handelsnaamrecht van Terhagen. Terhagen heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij het handelsnaamrecht op [domeinnaam 1] heeft verworven, noch heeft zij aangetoond dat de handelsnaam ooit door haar zelf is gevoerd, zodat de vorderingen worden afgewezen.

IT 3242

Consultatie nieuwe richtlijnen van de EDPB

Autoriteit persoonsgegevens

De European Data Protection Board (EDPB) heeft twee nieuwe richtlijnen opgesteld: over de begrippen ‘verantwoordelijke’ en ‘verwerker’ en over targeting van gebruikers van sociale media. Beide guidelines staan nu open voor consultatie, zo meldt de Autoriteit Persoonsgegevens. De begrippen ‘verantwoordelijke’ en ‘verwerker’ roepen veel vragen op sinds de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in werking is getreden. De nieuwe guidelines bieden toelichting op de verschillende begrippen en gaan in op de belangrijkste gevolgen van deze begrippen voor verantwoordelijken, verwerkers en gezamenlijke verantwoordelijken. De guidelines met betrekking tot de targeting van gebruikers van sociale media zijn gericht op de rollen en verantwoordelijkheden van adverteerders en aanbieders. De richtlijnen gaan onder meer in op de privacyrisico’s voor sociale media-gebruikers en op de belangrijkste vereisten uit de privacywetgeving, zoals de juridische basis voor de verwerking.

Opmerkingen of suggesties bij de ‘Guidelines 07/2020 on the conceprts of controller and processor in the GDPR’ en/of de ‘Guidelines 08/2020 on the targeting of social media users’ kunnen tot en met 19 oktober 2020 worden doorgegeven aan de EDPB.

IT 3243

Overeenkomst rechtsgeldig ontbonden door leverancier

, IT 3243; (Leverancier tegen Afnemer), http://www.itenrecht.nl/artikelen/overeenkomst-rechtsgeldig-ontbonden-door-leverancier
SGOA

SGOA arbitraal vonnis 2019, IT 3243; (Leverancier tegen Afnemer) Telecommunicatierecht. Contractenrecht. Afnemer en Leverancier zijn een overeenkomst aangegaan voor de implementatie van Microsoft Dynamics NAV. Op een bepaald moment stopt Afnemer met de betaling van de facturen van Leverancier, omdat Leverancier te kort zou zijn gekomen in de nakoming van de overeenkomst. Leverancier vordert veroordeling van Afnemer tot betaling van de facturen en vergoeding van de schade, onder meer vanwege gederfde omzet. De ingebrekestelling van Afnemer bevatte geen termijn en was onvoldoende concreet geformuleerd, waardoor Leverancier niet in verzuim is geraakt. Bovendien waren de tekortkomingen door Leverancier niet wezenlijk genoeg om de betalingsverplichting op te schorten. De overeenkomst is door Leverancier rechtsgeldig ontbonden. De vorderingen van Leverancier worden toegewezen. Afnemer zal worden veroordeeld in de kosten van arbitrage.

IT 3241

YouTube mocht video’s met desinformatie Covid-19 verwijderen

Rechtbank 9 sep 2020, IT 3241; ECLI:NL:RBAMS:2020:4435 (Eisers tegen YouTube), http://www.itenrecht.nl/artikelen/youtube-mocht-video-s-met-desinformatie-covid-19-verwijderen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 9 september 2020, IT 3241; ECLI:NL:RBAMS:2020:4435 (Eisers tegen YouTube) Mediarecht. Vrijheid van meningsuiting. Kort geding. Eiser 1 heeft interviews gehouden met eiser 2, een huisarts, die op het YouTube-kanaal van burgerjournalistiek platform Café Weltschmerz zijn geplaatst. In de video’s wordt gesteld dat het geneesmiddel Hydroxychloroquine werkt tegen Covid-19. YouTube heeft de interviews verwijderd op grond van het door haar opgestelde ‘Beleid tegen misleidende medische informatie over COVID-19’. Eisers vorderen samengevat YouTube te veroordelen de video’s terug te plaatsen. Volgens eisers grijpt YouTube te diep in op hun vrijheid van meningsuiting en pleegt zij daarmee censuur. Strikte toepassing door YouTube van haar beleid om uitsluitend content die in lijn is met de WHO en het RIVM toe te laten wordt te beperkt geacht, maar het gaat erom hoe YouTube haar beleid inzet. De interviews worden als desinformatie aangemerkt en mochten derhalve door YouTube worden verwijderd. De vorderingen van eisers worden afgewezen.

IT 3239

Vonnis bekrachtigd voor zover dit ziet op cartridge-octrooi EP 537

Hof 21 apr 2020, IT 3239; ECLI:NL:GHDHA:2020:1624 (DR en Maxperian tegen Samsung), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vonnis-bekrachtigd-voor-zover-dit-ziet-op-cartridge-octrooi-ep-537

Hof Den Haag 21 april 2020, IEF 19415, IT 3239; ECLI:NL:GHDHA:2020:1624 (DR en Maxperian tegen Samsung) Octrooizaak, vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2014:10647 en ECLI:NL:RBDHA:2014:10645. Samsung is een elektronicaconcern en was houdster van diverse octrooien en gemeenschapsmodellen van tooncartridges voor laserprinters, onder meer Europees octrooi 2 357 537 (EP 537). Maxperian en DR exploiteren beide webwinkels in printers en tonercartridges. Zij verhandelen onder hun huismerk tonercartridges die compatibel zijn met de CLP-, ML- en/of SCX-printers van Samsung en gebruiken daarbij de typenummers van de Samsung cartridges. Er wordt geoordeeld dat de grieven van DR c.s. met betrekking op EP 537 niet slagen en dat het vonnis in zoverre zal worden bekrachtigd. De grieven die zien op de toewijzing van de vorderingen van Samsung in conventie voor zover gebaseerd op EP 744, GM 687 en GM 551, als ook de grieven die zien op de afwijzing van de vorderingen in reconventie van DR c.s. strekkende tot vernietiging respectievelijk nietigverklaring van EP 744, GM 687 en GM 551 slagen. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Dat een consument zich bij de aankoopbeslissing van een cartridge zal laten leiden door vormgevingsaspecten is niet aannemelijk. Alle uiterlijke kenmerken van GM 687 en GM 551 zijn uitsluitend technisch bepaald, zodat deze van bescherming op grond van het gemeenschapsmodellenrecht zijn uitgesloten. Ook het beroep op slaafse nabootsing strandt.

IT 3238

Save the date: november kunstmaand

Save the dates! In november organiseert deLex een expositie bij Pulchri Studio in Den Haag en een serie (online) flitsseminars over Kunst & IE, onder de noemer 'The Return'. Met Brigitte Spiegeler als curator bespreken verschillende (internationale) experts de juridische, praktische en IE-aspecten van het maken, verhandelen en verzamelen van kunst. De opening in Pulchri is op 14 november 2020 in Den Haag.

Onderwerpen van de seminars:

Deelseminar 1, Return to the owner
Restitutie van Kunst , belangrijke beslissingen van de Restitutie Commissie
Deelseminar 2, Return the money
Droit de Suite – Volgrecht – remuneration returns back to the maker
Deelseminar 3, Return to the source, 'the making of' 
Auteursrecht en de kunstpraktijk
Deelseminar 4, Return to the future
Artificial Intelligence, law & art
Deelseminar 5, New ways of dispute resolution in Art matters 

Data: donderdag 19 november, vrijdag 20 november, dinsdag 24 november, woensdag 25 november, vrijdag 27 november*
Binnenkort publiceren we meer details!

* Data en programmering onder voorbehoud

IT 3237

Dirk Visser: Szpunar gooit BestWater uit het raam

Maciej Szpunar is een held. Hij verdient een standbeeld en een eredoctoraat. Of je het er nu helemaal mee eens bent of niet, de manier waarop hij de rechtspraak van het HvJ EU over hyperlinken in zijn conclusie in de zaak VG Bild-Kunst [IEF 19408] probeert de goede kant op te buigen is meesterlijk. Lees de conclusie van hem, lees ‘m helemaal. (zie ook het persbericht).


“72.      Stelt u zich namelijk eens voor wat de gevolgen zijn van het arrest Svensson e.a.(61) in een soortgelijke situatie als die welke tot het arrest Renckhoff heeft geleid. Volgens laatstgenoemd arrest is er sprake van schending van de rechten van een auteursrechthebbende wanneer zijn beschermde werk is gedownload van een website waarop het met diens toestemming voor het publiek beschikbaar was gesteld, en op een andere website wordt geplaatst. Het plaatsen van een link op de tweede website naar hetzelfde werk dat op de eerste site beschikbaar is, zelfs door middel van framing, zodat het werk wordt weergegeven alsof het op de tweede site is geplaatst, zou evenwel niet onder het alleenrecht van de auteur vallen en dus geen inbreuk op dat alleenrecht maken.(62) Het publiek van de oorspronkelijke beschikbaarstelling zou in beide gevallen echter hetzelfde zijn: alle internetgebruikers!

73.      In navolging van het Hof in het arrest Renckhoff(63) moet dus worden geoordeeld dat het publiek dat de auteursrechthebbende bij de beschikbaarstelling van een werk op een website in aanmerking heeft genomen, bestaat uit het publiek dat die website raadpleegt. Een dergelijke definitie van het publiek dat door de houder van het auteursrecht in aanmerking is genomen, vormt mijns inziens een goede afspiegeling van de werkelijkheid van internet. Een vrij toegankelijke website kan in theorie immers door iedere internetgebruiker worden bezocht. In de praktijk echter is het aantal potentiële gebruikers dat zich daar toegang toe verschaft dan wel variabel in grootte, maar het ligt bij benadering vast. Bij het verlenen van toestemming voor de beschikbaarstelling van zijn werk neemt de houder van het auteursrecht de omvang van deze kring potentiële gebruikers in aanmerking. Dit is met name van belang wanneer deze beschikbaarstelling onder licentie plaatsvindt, omdat het potentiële aantal vermoedelijke bezoekers een belangrijke factor kan vormen bij de vaststelling van de prijs van die licentie”.

IT 3236

Google Maps-recensie moet zijn gebaseerd op daadwerkelijke ervaring met bedrijf

Rechtbank 8 sep 2020, IT 3236; (Eiser tegen RAC), http://www.itenrecht.nl/artikelen/google-maps-recensie-moet-zijn-gebaseerd-op-daadwerkelijke-ervaring-met-bedrijf

Vzr. Rechtbank Amsterdam 8 september 2020, IEF 19409, IT 3236; C/13/687962 / KG ZA 20-687 (Eiser tegen RAC) Kort geding. Eiseres is een bv die zich bezighoudt met vastgoedbeheer. Gedaagde, RAC, is een autodealer. De indirect aandeelhouder van eiseres, de heer X, heeft zijn privé-auto bij RAC in onderhoud gehad. RAC en X hebben een geschil over de door RAC uitgevoerde reparaties. RAC heeft vervolgens een recensie geplaatst bij de bedrijfsvermelding van eiseres op Google Maps, waarin X een volstrekt financieel onbetrouwbaar persoon wordt genoemd en mensen gewaarschuwd worden om niet met hem in zee te gaan. Nadat RAC gesommeerd was om de recensie te verwijderen, heeft RAC de recensie verwijderd en opnieuw in gewijzigde vorm geplaatst met de toevoeging “De enige aandeelhouder, directeur en werknemer”. Volgens RAC kunnen X en eiseres worden vereenzelvigd.

IT 3235

Conclusie A-G Szpunar in VG Bild-Kunst tegen Stiftung

10 sep 2020, IT 3235; ECLI:EU:C:2020:696 (VG Bild-Kunst tegen Stiftung), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-szpunar-in-vg-bild-kunst-tegen-stiftung

HvJ EU Conclusie A-G 10 september 2020, IEF 19408, IT 3235, IEFbe 3117; ECLI:EU:C:2020:696 (VG Bild-Kunst tegen Stiftung) Prejudiciële verwijzing, [IEF 18591]: vormt de plaatsing van een met toestemming van de rechthebbende op een vrij toegankelijke website beschikbaar gesteld werk op de website van een derde door middel van een frame een „mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG wanneer daarbij door de rechthebbende genomen of geïnitieerde beschermingsmaatregelen tegen plaatsing van een frame worden omzeild?
De A-G komt tot de conclusie dat technische voorzieningen ter bescherming tegen het insluiten in een webpagina van auteursrechtelijk beschermde werken die met toestemming van de auteursrechthebbende vrij toegankelijk aan het publiek ter beschikking zijn gesteld op andere websites, op zodanige wijze dat zij, zodra die pagina wordt geopend, daarop automatisch worden weergegeven zonder verder toedoen van de gebruiker, doeltreffende beschermende voorzieningen in de zin van artikel 6 van richtlijn 2001/29 vormen.

IT 3215

Bijzondere zorgplicht voor exploitant software

Rechtbank 18 aug 2020, IT 3215; ECLI:NL:RBAMS:2020:4059 (PRLG tegen Uniface), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bijzondere-zorgplicht-voor-exploitant-software

Vzr. Rechtbank Amsterdam 18 augustus 2020, IEF 19376, IT 3215; ECLI:NL:RBAMS:2020:4059 (PRLG tegen Uniface) Kort geding. PRLG en Uniface zijn allebei exploitant van softwareproducten en diensten, onder meer software ter ondersteuning van lokale overheden bij het uitvoeren van hun taken en bevoegdheden in het sociale domein. De rechtsvoorganger van PRLG maakte gebruik van software van de rechtsvoorganger van Uniface. Voor deze licentie is destijds een VAR-overeenkomst gesloten, waarin tarieven voor de vergoeding voor Compuware (rechtsvoorganger van Uniface) door PRLG zijn afgesproken. Uniface meent dat deze tarieven aan herrijking toe zijn en zegt de VAR-overeenkomst op. PRLG gaat niet akkoord met deze opzegging. PRLG vordert veroordeling van Uniface de VAR-overeenkomst na te blijven komen. 

IT 3234

Afwijzing verzoek om verwijdering achterstandscodering CKI

Hof 8 sep 2020, IT 3234; ECLI:NL:GHDHA:2020:1569 (Verzoekster tegen ING Bank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/afwijzing-verzoek-om-verwijdering-achterstandscodering-cki

Hof Den Haag 8 september 2020, IT 3234; ECLI:NL:GHDHA:2020:1569 (Verzoekster tegen ING Bank) Privacyrecht. Verzoekster verzocht om verwijdering van een achterstandscodering bij het Centraal Kredietinformatiesysteem (CKI) van het Bureau Kredietregistratie (BKR) door ING, maar de rechtbank wees dit bij beschikking af. Verzoekster gaat in hoger beroep tegen deze afwijzing. Partijen zijn het oneens over op welke grond de belangenafweging moet worden gemaakt. De registratie van het CKI vormt een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de AVG. De gegevensverwerking valt onder art. 6 lid 1 onder f AVG en niet tevens onder art. 6 lid 1 onder c AVG. Het recht van bezwaar komt derhalve aan verzoekster toe op grond van art. 21 lid 1 AVG en de belangenafweging dient op grond van deze bepaling te geschieden. Bij de beoordeling van het verwijderingsverzoek moet worden voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De rechtbank heeft een juiste belangenafweging gemaakt. De grieven van verzoekster falen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.

IT 3232

Aflevering “Moord of zelfmoord” onrechtmatig

Rechtbank 2 sep 2020, IT 3232; ECLI:NL:RBAMS:2020:4247 (Eiser tegen Talpa), http://www.itenrecht.nl/artikelen/aflevering-moord-of-zelfmoord-onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 2 september 2020, IEF 19404, IT 3232; ECLI:NL:RBAMS:2020:4247 (Eiser tegen Talpa) Mediarecht. Privacy. Portretrecht. Talpa heeft op SBS6 het tv-programma ‘Moord of zelfmoord’ uitgezonden, waarin de presentator en misdaadjournalist zaken onderzoekt die door de politie als zelfmoord zijn bestempeld. Op 18 januari 2018 wordt een aflevering uitgezonden waarin wordt gesuggereerd dat eiser betrokken was bij de dood van een slachtoffer.

IT 3233

Negatieve uitlatingen op Facebook toch niet onrechtmatig

Hof 18 aug 2020, IT 3233; ECLI:NL:GHARL:2020:6557 (Appellant tegen Koster), http://www.itenrecht.nl/artikelen/negatieve-uitlatingen-op-facebook-toch-niet-onrechtmatig
Facebook

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 augustus 2020, IT 3233; ECLI:NL:GHARL:2020:6557 (Appellant tegen Koster) Mediarecht. Privacy. Onrechtmatige uiting. Appellant heeft met bouwbedrijf Koster een aannemingsovereenkomst gesloten voor een door Koster nieuw te bouwen woning. Tijdens de werkzaamheden is tussen partijen een geschil ontstaan, waarop Koster de overeenkomst heeft ontbonden. In een tussenvonnis in de bodemprocedure heeft de rechtbank geoordeeld dat Koster het werk in onvoltooide staat heeft mogen beëindigen, waarna appellant een boos bericht met video-opname op zijn Facebook-pagina heeft geplaatst. De rechtbank heeft in het vonnis in incident appellant veroordeeld het bericht en de video-opname te verwijderen van Facebook. Appellant vordert vernietiging van het vonnis in incident en beroept zich daarbij op de vrijheid van vereniging. Appellant wordt daarin niet gevolgd. Het gaat hier om een belangenafweging tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting en anderzijds het recht op eer en goede naam. Koster heeft niet aannemelijk gemaakt dat het bericht met de video-opname de eer en goede naam van Koster serieus aantast. Het vonnis in incident wordt vernietigd. De vorderingen van Koster in incident worden alsnog afgewezen.

IT 3231

Humans of Filmfestival mag documentaire vertonen

Rechtbank 4 sep 2020, IT 3231; ECLI:NL:RBAMS:2020:4397 (Eisers tegen stichting), http://www.itenrecht.nl/artikelen/humans-of-filmfestival-mag-documentaire-vertonen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 4 september 2020, IEF 19402, IT 3231; ECLI:NL:RBAMS:2020:4397 (Advaita c.s. tegen Stichting Humans of Film) Kort geding. Auteursrecht. Portretrecht. Advaita c.s. vormen een religieuze groepering. Stichting Humans of Film organiseert het Humans of Filmfestival. Advaita c.s. vorderen in kort geding om de stichting te verbieden om tijdens het Humans of Filmfestival de documentaire "The Ashram Children: I Am No Body, I Have No Body” openbaar te maken. In deze film worstelt de maker met zijn verblijf als kind in de Indiase ashram van goeroe Sri Adwayananda en bezoekt hij lotgenoten die inmiddels afstand hebben genomen van de leer van de goeroe. Advaita c.s. leggen aan hun vordering ten grondslag dat de stichting inbreuk maakt op hun portret- en auteursrechten. Het is niet aannemelijk dat vertoning van de film een inbreuk op de portretrechten van Advaita c.s. oplevert. Daarnaast is het gebruik van het materiaal geoorloofd op grond van de artikelen 15a en 18a Auteurswet. Het materiaal maakt slechts een klein deel van de film uit, is van ondergeschikte betekenis afgezet tegen de hele film en gaat niet verder dan noodzakelijk om het doel van de film te bereiken. De vorderingen van Advaita c.s. worden afgewezen.

IT 3229

Geen aanwijzing dat IT-dienstverlener mailbox heeft geopend

Rechtbank 29 jul 2020, IT 3229; ECLI:NL:RBMNE:2020:3239 (Stichting tegen bv), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-aanwijzing-dat-it-dienstverlener-mailbox-heeft-geopend

Rechtbank Midden-Nederland 29 juli 2020, IT 3229; ECLI:NL:RBMNE:2020:3239 (Stichting tegen bv) Eiseres is een culturele instelling. Gedaagde is een IT-beheerder. Vanaf 2014 werkte gedaagde onder meer samen met de heer A, de systeembeheerder van eiseres. Partijen hebben hun afspraken vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. De centrale vraag in deze zaak is of gedaagde onrechtmatig en/of in strijd met artikel VIII van de overeenkomst heeft gehandeld. Heeft de IT-dienstverlener een mailbox geopend en gekopieerd? Eiseres komt niet met feitelijke en concrete aanwijzingen. Er is geen sprake van een onrechtmatige gedraging of schending van de overeenkomst. De vorderingen afgewezen.