IT 2632

Overeenkomst rechtsgeldig beëindigd op 1 januari 2017: afnemer betaalt leverancier voor onderhoud tot 1 januari 2017

Stichting Geschillenoplossing automatisering 7 feb 2018, IT 2632; (Beëindiging automatiseringsovereenkomst), http://www.itenrecht.nl/artikelen/overeenkomst-rechtsgeldig-be-indigd-op-1-januari-2017-afnemer-betaalt-leverancier-voor-onderhoud-tot
SGOA

SGOA arbitraal vonnis 7 februari 2018, IT 2632 (Beëindiging automatiseringsovereenkomst) ICT. Leverancier richt zit op onder meer op het ontwikkelen, produceren, uitgeven en onderhouden van software. Afnemer doet in vermogensbeheer en beleggingsadvies. Afnemer en leverancier sluiten in 2007 een automatiseringsovereenkomst over de levering van een automatiseringssysteem voor het beheren van relaties en relatiecontacten. Eind 2015 wil afnemer een deel van het overeengekomen onderhoud opzeggen. Maar in de automatiseringsovereenkomst staat dat dit pas tegen de laatste kalendermaand kan en niet tussentijds. Op 22 januari 2016 laat afnemer per brief laten weten de automatiseringsovereenkomst te willen opzeggen per 1 januari 2017. Ook geeft afnemer de opdracht onderhoud aan vier onderdelen van het automatiseringssysteem te schrappen. Leverancier heeft hier niet op gereageerd. Afnemer wil de gehele overeenkomst ontbinden omdat de leverancier in verzuim is. Maar de leverancier stelt dat de afnemer de overeenkomst moet nakomen tot de einddatum. Afnemer sluit de toegang tot het systeem af, zodat Leverancier geen onderhoud meer kan leveren. Leverancier vordert dat de overeenkomst niet is geëindigd door opzegging per 1 januari 2017 en dat de afnemer daarom de onderhoudsverplichting moet betalen. De arbiters oordelen dat de afnemer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij gerechtigd was om het onderhoud te verminderen en daardoor is er geen grond voor ontbinding van de overeenkomst. De overeenkomst is met de brief van 22 januari 2016 wel rechtsgeldig beëindigd. De primaire vordering wordt afgewezen. Afnemer moet de onderhoudsvergoeding betalen over de periode 21 juli 2016 tot 1 januari 2017, plus een compensatie voor het bedrag dat betaald zou worden als de overeenkomst niet was opgezegd, te weten € 49.870,32.

IT 2631

Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport inzake de effecten van digitalisering voor de rechtsstatelijke verhoudingen

De samenleving is zich op alle mogelijke manieren aan het instellen op een wereld van digitale communicatie en gegevensverwerking; de zogenaamde iSamenleving. De overheid gaat daar volop in mee; zij heeft de ambitie een iOverheid te worden. Vooralsnog geschiedt dat echter niet op een gecoördineerde wijze. Het gemak van het functioneren van de overheid staat voorop. Bij de implicaties daarvan voor de verhouding tussen overheid en burger wordt onvoldoende stilgestaan. Dit advies van de Afdeling advisering van de Raad van State gaat in op de effecten van de digitalisering voor de rechtsstatelijke verhoudingen. Het richt zich daarbij meer specifiek op de positie en de bescherming van de burger. Lees het volledige advies hier.

IT 2630

Motiv niet aansprakelijk want de tokens zelf zijn niet gebrekkig geworden door de hack

Hof 4 sep 2018, IT 2630; (Politie tegen Motiv IT Masters), http://www.itenrecht.nl/artikelen/motiv-niet-aansprakelijk-want-de-tokens-zelf-zijn-niet-gebrekkig-geworden-door-de-hack

Hof Arnhem-Leeuwarden 4 september 2018, IEF 17959; IT 2630 (Politie tegen Motiv It Masters) Contractenrecht. Hacking. Cryptobeveiliging. De politie en RSA hebben een overeenkomst gesloten over de afname van een digitaal beveiligingsproduct. Daarnaast heeft de politie een raamovereenkomst gesloten met Motiv. De Politie stelt dat na de digitale inbraak bij RSA de beveiligingstokens - geleverd door Motiv - niet meer voldeden aan wat zij daarvan mocht verwachten, namelijk gedurende drie of vier jaar zeer sterke cryptografische bescherming. De politie vordert een verklaring voor recht dat Motiv toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de Raamovereenkomst en een schadevergoeding van €1.166.235,85. De rechtbank [IT 2031] oordeelde dat de RSA-software niet onder de voorwaarden van de Raamovereenkomst valt en verwerpt de vorderingen. In hoger beroep vordert de politie dat Motiv tekort is geschoten in de nakoming. Het is van belang dat De Politie het bewuste beveiligingssysteem zelf, zonder bemoeienis of advies van Motiv, heeft uitgekozen en dat de tokens ten tijde van de levering in ieder geval wel aan de overeenkomst beantwoordden. Dat later een gebrek in de tokens is ontstaan, is toe te schrijven aan omstandigheden die zich geheel in de risicosfeer van RSA bevonden (te weten de hack en het feit dat er kennelijk steeds zijn bewaard, waardoor die konden worden gekopieerd) en die Motiv niet kon beïnvloeden of voorkomen. Daar komt dan nog bij dat ieder computersysteem uiteindelijk kan worden gehackt, zodat De Politie ook geen volledig hackfree systeem mocht verwachten. Motiv hoeft niet in te staan voor de gevolgen van het later opgetreden gebrek in de tokens. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

IT 2629

Gunningsvoornemen Regio College hoeft niet ingetrokken te worden want beoordeling is volgens beoordelingssystematiek

Rechtbank 1 feb 2018, IT 2629; ECLI:NL:RBDHA:2018:10390 (OPERATOR GROEP DELFT tegen STICHTING REGIO COLLEGE VOOR BEROEPSONDERWIJS EN EDUCATIE), http://www.itenrecht.nl/artikelen/gunningsvoornemen-regio-college-hoeft-niet-ingetrokken-te-worden-want-beoordeling-is-volgens-beoorde

Vzr. Rechtbank Den Haag 2 februari 2018, IT 2629; ECLI:NL:RBDHA:2018:10390 (Operator Groep tegen Stichting Regio College voor Beroepsonderwijs en Educatie) Aanbestedingrecht. Inkoop IT-beheer. Regio College heeft een niet-openbare Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de inkoop van IT-beheer en service-integratie. OGD heeft, nadat zij door Regio College was geselecteerd, tijdig ingeschreven op de onderhavige aanbesteding. Regio College heeft OGD bij brief van 7 november 2017 bericht dat haar inschrijving niet is aangemerkt als de economisch meest voordelige inschrijving en dat haar inschrijving terzijde is gelegd vanwege het niet voldoen aan de drempelscore op de kwalitatieve subgunningscriteria Beheerplan en Plan van Aanpak SIAM. Regio College heeft hierbij te kennen gegeven dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan de IT-Workz B.V. Regio College heeft bij brief aan OGD van 21 december 2017 benadrukt dat zij de inschrijving van OGD terzijde heeft gelegd vanwege het feit dat op de subgunningscriteria Beheerplan en Plan van Aanpak SIAM niet de vereiste minimumscore van 50% is behaald en niet vanwege een geconstateerde overtreding van het in de Gunningsleidraad neergelegde contactverbod. OGD vordert dat Regio College het gunningsvoornemen intrekt en dat ze overgaan tot een herbeoordeling. De rechter constateert dat Regio College de uitsluiting van OGD uitsluitend heeft gebaseerd op het niet-voldoen van de drempelscores en niet om het contactverbod. Het is onvoldoende aannemelijk geworden dat Regio College de inschrijving van OGD niet overeenkomstig de beoordelingssystematiek heeft beoordeeld, terwijl naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter evenmin is gebleken van een onbegrijpelijke beoordeling dan wel van evidente inhoudelijke onjuistheden in die beoordeling. De vordering wordt afgewezen.

IT 2628

Tweede Kamer publiceert technische informatie over de publicatie Nederlandse Digitaliseringsstrategie

29 aug 2018, IT 2628; http://www.itenrecht.nl/artikelen/tweede-kamer-publiceert-technische-informatie-over-de-publicatie-nederlandse-digitaliseringsstrategi

Digitalisering transformeert wereldwijd economieën en maatschappijen in een razendsnel tempo. Nederland heeft een goede uitgangspositie om de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering te verzilveren. De digitale infrastructuur is van wereldklasse, de beroepsbevolking is goed opgeleid en we hebben een traditie van samenwerking, bijvoorbeeld tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid. Tegelijkertijd roept digitalisering ook nieuwe, fundamentele vragen op. Bijvoorbeeld over de bescherming van onze privacy en de toekomst van onze banen. Om de kansen van digitalisering te benutten en antwoorden te geven op deze vragen moet Nederland voorop lopen met digitalisering. Met onderzoek, met experimenten en met het toepassen van nieuwe technologie. Op die manier versterken we het Nederlands verdienvermogen, kunnen we beter richting geven aan technologische ontwikkelingen en zetten we vol in op de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering. Om voorop te kunnen lopen moeten we ook het vertrouwen van burgers en bedrijven vergroten. Daarom versterken we het fundament – o.a. privacybescherming, cybersecurity, digitale vaardigheden en eerlijke concurrentie - voor digitalisering. De uitdaging bij deze transformatie is om iedereen binnen boord te krijgen én te houden. Op de arbeidsmarkt, maar ook in de samenleving als geheel. Het kabinet zet daarom in op een aanpak met twee sporen:
1. Maatschappelijke en economische kansen benutten (versnellen)
2. Versterken van het fundament (basisvoorwaarden)
Lees hier het volledige rapport.

IT 2627

Tweede Kamer publiceert technische informatie over de publicatie Algoritmes en grondrechten

27 aug 2018, IT 2627; http://www.itenrecht.nl/artikelen/tweede-kamer-publiceert-technische-informatie-over-de-publicatie-algoritmes-en-grondrechten

Het rapport bestaat uit een ‘quick-scan’ waarin de (potentiële) impact wordt beschreven die Big Data, het IoT en KI op grondrechten in Nederland kan hebben. In het onderzoek wordt per technologische toepassing beschreven hoe deze werkt en op welke wijze(n) te verwachten valt dat de werking van die toepassing effecten heeft voor de uitoefening van een grondrecht. Daarbij wordt centrale aandacht besteed aan de grondrechtelijke implicaties van de gemeenschappelijke deler van deze technologieën: het gebruik van slimme algoritmes

IT 2626

Verdachte wordt veroordeeld tot 3 jaar cel voor hacken, identiteitsfraude en bezit van kinderporno

Rechtbank 8 aug 2018, IT 2626; ECLI:NL:RBAMS:2018:5745 http://www.itenrecht.nl/artikelen/verdachte-wordt-veroordeeld-tot-3-jaar-cel-voor-hacken-identiteitsfraude-en-bezit-van-kinderporno

Rechtbank Amsterdam 8 augustus 2018, IT 2626; ECLI:NL:RBAMS:2018:5745. Computervredebreuk. Identiteitsfraude. Kinderpornografie. De verdachte wordt onder andere verdacht van medeplegen van vernieling van computergegevens, computervredebreuk, identiteitsfraude en het bezit van kinderporno. Er is onder andere een computer, vier filmcamera's, iPhone en een USB-stick in beslag genomen. Daaruit is gebleken dat hij e-mails heeft verstuurd met het doel om zich voor te doen als fotograaf waarop hij hoopte dat de aangeefster pikante foto's zou sturen. Daarnaast is in de woning een groot aantal digitale gegevensdragers in beslag genomen. Op zijn computer, twee harde schijven en een aantal CD’s en DVD’s is kinderporno grafisch materiaal aangetroffen. Nu er in totaal meer dan 130.000 kinderporno grafische bestanden zijn aangetroffen54, acht de rechtbank niet aannemelijk dat deze bestanden slechts ‘bijvangst’ waren, waarvan verdachte niet op de hoogte was. Op de computer van verdachte is informatie aangetroffen met betrekking tot inloggen en downloaden van gegevens van 524 iCloudaccounts. Hierbij is het softwareprogramma Elcomsoft Phone Breaker gevonden. Wanneer het e-mailadres van een slachtoffer hierin voorkomt is er daadwerkelijk op de iCloud van het slachtoffer ingelogd. Met behulp van dit softwareprogramma zijn gegevens uit de iCloud van aangeefsters gedownload. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden.

 

IT 2624

Werknemers hebben recht op inzage van eigen personeelsdossier

Rechtbank 25 jul 2018, IT 2624; ECLI:NL:RBMNE:2018:3624 (Eiseres tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/werknemers-hebben-recht-op-inzage-van-eigen-personeelsdossier

Rechtbank Midden-Nederland 25 augustus 2018, IEF 17941; IT 2624; ECLI:NL:RBMNE:2018:3624 (Werknemer tegen werkgever) Inzage personeelsdossier. Persoonsgegevens. AVG. De werknemer, die op 11 februari 2002 in dienst is getreden, heeft zich op 5 maart 2018 ziekgemeld. Nog geen twee maanden later informeerde de werkgever hem dat hij de auto en telefoon die hij heeft gekregen, op grond van zijn arbeidsovereenkomst dient terug te geven. De werkgever heeft de auto dringend nodig en de werknemer heeft deze, vanwege zijn arbeidsongeschiktheid, niet meer nodig voor zijn werkzaamheden, aldus de werkgever. Dit heeft de werknemer niet gedaan, waarop de werkgever de kosten voor het huren van een vervangende auto heeft ingehouden op het salaris. Werknemer vordert onder andere afgifte van zijn volledige personeelsdossier. Ook als het personeelsdossier door de werkgever niet geautomatiseerd wordt verwerkt, is de rechter van oordeel dat een personeelsdossier meerdere kenmerken bevat die zodanig met elkaar samenhangen dat al die gegevens naar de werknemer zijn te herleiden. Het personeelsdossier is in dat geval aan te merken als bestand in de zin van de AVG. De vordering wordt toegewezen.

IT 2621

Conclusie AG: Unierecht staat niet in de weg aan Sloveense wetgeving over toegang tot overheidsinformatie

5 sep 2018, IT 2621; (NKBM tegen Slovenie), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-unierecht-staat-niet-in-de-weg-aan-sloveense-wetgeving-over-toegang-tot-overheidsinform

Conclusie AG HvJ EU 5 september 2018, IEF 17929; IT 2621; IEFbe 2722; C‑215/17 (NKBM tegen Slovenie) Auteursrecht. NKBM is een Sloveense bank. Een journaliste heeft die bank verzocht om toegang tot een lijst met bepaalde informatie over overeenkomsten die de NKBM had gesloten met consultancyfirma’s, advocatenkantoren en bedrijven die diensten van intellectuele aard verrichten. Dat verzoek werd ingediend krachtens de Sloveense regels over toegang tot documenten. Ten tijde van het verzoek was de Republiek Slovenië meerderheidsaandeelhouder van de NKBM. De Staat had de bank ook geherkapitaliseerd. Daarom was de nationale wettelijke regeling over toegang tot documenten op dat moment van toepassing op de bank en kennelijk had de door de journaliste opgevraagde informatie volgens het nationale recht moeten worden verstrekt. De NKBM weigerde het verzoek van de journaliste in te willigen. De journaliste diende tegen die weigering een klacht in bij de Sloveense toezichthouder op de informatie. De toezichthouder stelde de journaliste in het gelijk en beval de NKBM om de opgevraagde gegevens aan de journaliste te verstrekken. De NKBM stelde beroep in tegen die beslissing, maar dit werd door de rechtbank van eerste aanleg verworpen. De NKBM stelde vervolgens cassatieberoep in betreffende een rechtsvraag. Voor die rechter betoogde de NKBM dat de ZDIJZ (Sloveense wetgeving) inbreuk maakt op de grondwettelijke rechten en dat die wet onverenigbaar is met het Unierecht. De rechter heeft daarover Prejudiciële vragen gesteld. De AG is van mening het Unierecht niet in de weg staat aan de wettelijke regelgeving die in het hoofdgeding aan de orde is.

Conlusie AG:Artikel 1, lid 2, onder c), derde streepje, van richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie, zoals gewijzigd bij richtlijn 2013/37/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot wijziging van richtlijn 2003/98/EG, staat niet in de weg aan een nationale wettelijke regeling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die – enkel ten aanzien van instellingen die onder een overheersende invloed van de Staat staan – onbeperkte (absolute) toegang toestaat tot bepaalde informatie over overeenkomsten betreffende auteursrecht of consultancy.
Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012, en met name artikel 432, lid 2, daarvan, staat niet in de weg aan een nationale wettelijke regeling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die een bank die onder de overheersende invloed van een publiekrechtelijk lichaam staat, verplicht bepaalde informatie openbaar te maken over overeenkomsten voor de verlening van consultancydiensten, advocatendiensten en andere diensten van intellectuele aard, zonder dat is voorzien in een uitzondering op die verplichting.
 

 

IT 2625

Staat aansprakelijk voor geleden schade door uitlatingen dat illegaal downloaden in Nederland was toegestaan

Rechtbank 5 sep 2018, IT 2625; ECLI:NL:RBDHA:2018:10645 (Sekam tegen de Staat (NL)), http://www.itenrecht.nl/artikelen/staat-aansprakelijk-voor-geleden-schade-door-uitlatingen-dat-illegaal-downloaden-in-nederland-was-t

Rechtbank Den Haag 5 september 2018, IEF 17942; IT 2625; ECLI:NL:RBDHA:2018:10645 (SEKAM tegen NL) Onrechtmatige daad. Uit het persbericht: SEKAM is een stichting die de belangen van ruim 1400 film en televisieproducenten behartigt. De Nederlandse Staat heeft zich tien jaar lang op het standpunt gesteld dat downloaden uit illegale bron was toegestaan. Vanaf de implementatie van de auteursrechtrichtlijn in 2004 tot april 2014 heeft de Staat dit standpunt, als enige Europese land, consequent verkondigd. Hierdoor is in Nederland een klimaat ontstaan waarin iedereen er vanuit gaat dat het is toegestaan om voor eigen gebruik, zonder toestemming van en betaling aan de rechthebbenden, een televisieserie of film te downloaden. SEKAM vordert dat Nederland onrechtmatig heeft gehandeld. Het Europese Hof van Justitie heeft in april 2014 in het ACI Adam arrest al duidelijk gemaakt dat dit standpunt en het beleid van de Staat niet in lijn was met de Auteursrechtrichtlijn. Rechtbank Den Haag oordeelt vandaag dat de Staat bovendien aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door film- en televisieproducenten geleden schade.

IT 2623

Computerrecht 2018-4

, IT 2623; http://www.itenrecht.nl/artikelen/computerrecht-2018-4

160    Bijzondere zorgplichten van IT-leveranciers / p. 193
Een IT-leverancier zal minimaal moeten handelen conform de inspanningen die van een redelijk handelend vakgenoot geëist kunnen worden. Deze vorm van zorgplicht ziet primair op de wijze waarop de overeengekomen diensten worden uitgevoerd. Maar de jurisprudentie en literatuur laten een ontwikkeling zien waarin de inhoud van de zorgplicht veelomvattender wordt. In het bijzonder in de financiële sector is de afgelopen jaren het leerstuk van de bijzondere zorgplicht ontwikkeld. De strekking van die bijzondere zorgplicht is om de klant te beschermen tegen informatiescheefheid, grote risico’s en eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. Dit legt op de leverancier een zwaardere informatie- en waarschuwingsplicht. In deze bijdrage zal worden onderzocht of en zo ja, in hoeverre binnen de IT-sector een vergelijkbare ontwikkeling heeft plaatsgevonden.
P.G. van der Putt & C.A.M. van de Bunt

IT 2622

Hof vraagt om bewijs van bevoegdheid tot nacalculatie van daadwerkelijk gebruik multifunctionele printers

Hof 21 aug 2018, IT 2622; ECLI:NL:GHSHE:2018:3496http://www.itenrecht.nl/artikelen/hof-vraagt-om-bewijs-van-bevoegdheid-tot-nacalculatie-van-daadwerkelijk-gebruik-multifunctionele-pri

Hof Den Bosch 21 augustus 2018, IT 2622; ECLI:NL:GHSHE:2018:3496 (Holding tegen verweerder) Bevoegdheid. Nacalculatie. Contractenrecht. De Holding is huur- en onderhoudsovereenkomsten aangegaan met betrekking tot multifunctionele printers (MFP's). Verweerder levert onder andere MFP's. Verweerder en de holding hebben de overeenkomst beëindigd. Verweerder heeft een factuur voor nacalculatie gestuurd van € 109.371,11 maar de Holding betaalt niet. Verweerder vordert bij de rechtbank dat de Holding alsnog betaalt. De rechtbank veroordeeld de Holding tot betaling van € 109.371,11. De Holding stelt dat de nacalculatie over 2013 is inbegrepen in de afkoopssom In hoger beroep vordert de Holding dat ze elkaar finale kwijting hebben verleend ten aanzien van de nacalculatie. De holding heeft er niet gerechtvaardigd op kunnen vertrouwen dat de nacalculatie onder de afkoopsom inbegrepen zou zijn. Dat via e-mail wordt gesproken over finale kwijting is onvoldoende om aan te nemen dat sprake was van finale kwijting in die zin dat ook de nacalculatie over 2013 onder de afkoopsom zou vallen. De Holding heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de door verweerder gestelde bevoegdheid tot nacalculatie en de hoogte daarvan. Het hof laat de verweerder toe te bewijzen dat hij wel bevoegdheid tot nacalculatie heeft op grond van de huur- en onderhoudsovereenkomsten en dat de hoogte van de nacalculatie € 109.371,11 is.

IT 2620

De Volkskrant - Klanten hebben recht op hun persoonlijke gegevens - maar krijgen ze die ook? We testten bekende bedrijven

Laurens Verhagen en Remco Andersen, Klanten hebben recht op hun persoonlijke gegevens - maar krijgen ze die ook? We testten bekende bedrijven, deVolkskrant, 10 augustus 2018, 16:30. De strenge Europese privacywetgeving AVG is nu ruim twee maanden van kracht. Klanten hebben recht op gedetailleerde uitleg over de vergaring, verwerking en deling van hun persoonsgegevens. Krijgen ze die ook? De Volkskrant ging op onderzoek uit.

Weet u het nog? De AVG of, internationaal, de GDPR: de nieuwe privacywetgeving. Aan het begin van de zomer bombardeerde het bedrijfsleven miljoenen consumenten met mailtjes: wij hebben het beste met uw privacy voor, klik hier en accepteer onze nieuwe voorwaarden in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze wet verplicht bedrijven onder meer om klanten te vertellen welke persoonlijke gegevens ze over hen verzamelen, met welk doel, en met wie, hoe en waarom ze die gegevens delen. Lees verder

IT 2619

Centric is niet bevoegd voor een beroep op opschorting vanwege ondeugdelijke prestaties

Hof 31 jul 2018, IT 2619; ECLI:NL:GHARL:2018:7154 (Centric tegen Achtkarspelen), http://www.itenrecht.nl/artikelen/centric-is-niet-bevoegd-voor-een-beroep-op-opschorting-vanwege-ondeugdelijke-prestaties

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 juli 2018, IT 2619; ECLI:NL:GHARL:2018:7154 (Centric tegen Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel) Aanbesteding. Gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel hebben een Europese aanbestedingsprocedure gehouden voor een overheidsopdracht inzake de levering en implementatie van een ICT applicatielandschap. Op basis daarvan is een overeenkomst gesloten met Centric. Er ontstaat een geschil over de voortgang en deugdelijkheid van de werkzaamheden. De gemeenten schorten hun betalingsverplichtingen op. Centric ontkent tekortschieten en schort werkzaamheden en gebruiksrechten op. De overeenkomst bevat een bepaling over opschorting. De rechtbank wijst de vordering van de gemeenten dat Centric de overeengekomen dienstverlening moet voortzetten toe. Centric gaat hiertegen in beroep en vordert ieder gebruik van hun computerprogrammatuur te staken. Het hof is van oordeel dat een objectieve uitleg van de overeenkomst meebrengt dat Centric niet bevoegd is een beroep op opschorting door de gemeenten vanwege ondeugdelijke prestaties te beantwoorden met een beroep op opschorting van haar eigen verbintenissen, los van de vraag of het beroep op opschorting door de gemeenten in de bodemprocedure juist blijkt te zijn. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

IT 2618

De VU is in redelijkheid kunnen komen tot de afwijzing van Advitrae voor IT-aanbesteding

Rechtbank 21 jun 2018, IT 2618; ECLI:NL:RBAMS:2018:4373 (Advitrae tegen VU), http://www.itenrecht.nl/artikelen/de-vu-is-in-redelijkheid-kunnen-komen-tot-de-afwijzing-van-advitrae-voor-it-aanbesteding

Rechtbank Amsterdam 21 juni 2018, IT 2618; ECLI:NL:RBAMS:2018:4373 (Advitrae tegen VU) Aanbestedingsgeschil. Software. De VU heeft een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd van een systeem voor optimale onderwijsplanning. Het gaat om de levering van een roosterapplicatie die een ondersteunende bijdrage kan leveren aan de door VU geformuleerde doelstellingen onderwijslogistiek. Advitrae heeft zich daarvoor ingeschreven. Op 8 maart 2018 heeft de VU laten weten dat de opdracht naar Semestry gaat. Advitrae vindt dat de motivering van dit besluit niet volledig en onbegrijpelijk is. Advitrae vordert om de beslissing over de aanbesteding in te trekken en vraagt om een herbeoordeling. De VU heeft in de toelichting diverse redenen gegeven hoe de toegekende score aan Advitrae tot stand is gekomen. De VU is in redelijkheid kunnen komen tot deze beoordeling. De vordering wordt afgewezen.

IT 2616

HvJ EU: Foto in werkstuk met bronvermelding op schoolwebsite is een mededeling aan het publiek

Hof van Jusitie EU 7 aug 2018, IT 2616; ECLI:EU:C:2018:634 (Land Nordrhein-Westfalen tegen Renckhoff; Cordoba), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-foto-in-werkstuk-met-bronvermelding-op-schoolwebsite-is-een-mededeling-aan-het-publiek

HvJ EU 7 augustus 2018, IEF 17800; IEFbe 2687; IT 2616; ECLI:EU:C:2018:634; C-161/17 (Land Nordrhein-Westfalen tegen Renckhoff; Cordoba) Uit het persbericht: Voor het plaatsen op een website van een foto die met toestemming van de auteur vrij toegankelijk was op een andere website is een nieuwe toestemming van de auteur vereist. Dit geldt zelfs voor foto’s met bronvermelding in een schoolpresentatie die door de school online wordt gezet. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van een Duitse rechter. HvJ EU:

Het begrip „mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG (...) moet aldus worden uitgelegd dat dit het plaatsen op een website omvat van een foto die eerder zonder beperkingen om het downloaden ervan te beletten en met de toestemming van de houder van het auteursrecht op een andere website is gepubliceerd.

IT 2617

HvJ EU: lidstaten moeten collectief beheer merkenrechten erkennen

Hof van Jusitie EU 7 aug 2018, IT 2617; ECLI:EU:C:2018:639 (SNB-REACT), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-lidstaten-moeten-collectief-beheer-merkenrechten-erkennen

HvJ EU 7 augustus 2018, IEF 17902; IEFbe 2689; IT 2617; ECLI:EU:C:2018:639; Zaak C-521/17 (SNB-REACT) Merkenrecht. Domeinnaamrecht. Beperkingen van de aansprakelijkheid voor een dienstverlener die IP‑adressen verhuurt en registreert waardoor domeinnamen anoniem kunnen worden gebruikt. HvJ EU:

1)      Artikel 4, onder c), van richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten moet aldus worden uitgelegd dat de lidstaten verplicht zijn om een instantie voor de collectieve vertegenwoordiging van merkhouders, zoals de vereniging in het hoofdgeding, de bevoegdheid te verlenen om in eigen naam te verzoeken om de toepassing van de in deze richtlijn vastgestelde rechtsmiddelen teneinde de rechten van deze houders te vrijwaren en om zich in eigen naam tot de rechter te wenden teneinde deze rechten te doen gelden, mits deze instantie naar nationaal recht wordt geacht een rechtstreeks belang te hebben bij de vrijwaring van deze rechten en overeenkomstig dat recht zich daartoe tot de rechter kan wenden, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan.

IT 2615

Conclusie AG: Stel vragen aan HvJ EU: Is er sprake van mededeling aan het publiek door exploitant van platform voor Usenetdiensten?

Hoge Raad 13 jul 2018, IT 2615; ECLI:NL:PHR:2018:789 (Stichting Brein tegen News-Service Europe), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-stel-vragen-aan-hvj-eu-is-er-sprake-van-mededeling-aan-het-publiek-door-exploitant-van

Conclusie AG HR 13 juli 2018, IEF 17899; IEFbe 2686; IT 2615; ECLI:NL:PHR:2018:789 (Stichting Brein tegen News-Service Europe) Auteursrecht. Tussenpersoon (Usenet-provider). Hof in haar tussenarrest in 2014: Geen filter voor usenet mits efficiënte NTD-procedure Hof Amsterdam 19 augustus 2014 [IEF 14126]. Verhouding tussen de Auteursrechtrichtlijn en de Richtlijn elektronische handel. Reikwijdte aansprakelijkheidsvrijstelling art. 6:196c BW. Mededeling aan het publiek. Conclusie tot stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EU:

Is sprake van een mededeling aan het publiek in de zin van art. 3 lid 1 van richtlijn 2001/29 door de exploitant van een platform voor Usenetdiensten, indien op de server van deze exploitant beschermde werken ter beschikking worden gesteld voor gebruikers van het Usenet (te weten abonnees van resellers van de exploitant en de gebruikers die bij andere Usenetproviders zijn aangesloten) die daar door gebruikers van het Usenet op zijn geplaatst?

Deze zaak gaat over de verhouding tussen de Auteursrechtrichtlijn en de Richtlijn elektronische handel (ook wel e-Commercerichtlijn genoemd), in het bijzonder over de in de Auteursrechtrichtlijn geregelde “mededeling aan het publiek” en de mogelijkheid van het geven van een bevel aan een tussenpersoon aan de ene kant en de aansprakelijkheidsvrijstelling van tussenpersonen uit de e-Commercerichtlijn anderzijds. Kan NSE profiteren van deze vrijstelling van aansprakelijkheid uit art. 6:196c BW, de Nederlandse implementatie van de art. 12-15 van de Richtlijn elektronische handel, en pleegt zij zelf auteursrechtinbreuk door het aanbieden van Usenet-diensten die onder meer worden gebruikt om beschermde werken te delen? Dat levert de nodige puzzels op.

IT 2614

Deskundigenonderzoek gelast voor datalek van energiegegevens van kleinverbruikers

Rechtbank 4 jul 2018, IT 2614; ECLI:NL:RBROT:2018:6452 (Kleinverbruik Energie der Nederlanden tegen gedaagen en Eregio), http://www.itenrecht.nl/artikelen/deskundigenonderzoek-gelast-voor-datalek-van-energiegegevens-van-kleinverbruikers

Rechtbank Rotterdam 4 juli 2018, IT 2614; ECLI:NL:RBROT:2018:6452 (Kleinverbruik Energie der Nederlanden tegen gedaagen en Eregio) Geschil over de aansprakelijkheid van een tussenpersoon van een energieleverancier in verband met een datalek van energiegegevens van kleinverbruikers. Uit de getuigenverklaring van Snel blijkt dat op 1 september 2016 - toen het datalek aan het licht kwam - het door gedaagde opgegeven (kantoor-)IP-adres van Eregio uit het systeem van EABO was verwijderd en er twee nieuwe IP-adressen waren ingesteld. Volgens gedaagden zijn er alternatieve scenario’s denkbaar voor het datalek, waarbij zij verwijzen naar rapporten. De rechtbank zal een deskundigenonderzoek gelasten.

 

IT 2613

MTTM veroordeelt tot betaling van € 5.696,13 wegens onterecht geïnde contractkosten

Rechtbank 27 jul 2018, IT 2613; ECLI:NL:RBAMS:2018:5438 (Club Mediterranee Holland tegen MTTM), http://www.itenrecht.nl/artikelen/mttm-veroordeelt-tot-betaling-van-5-696-13-wegens-onterecht-ge-nde-contractkosten

Rechtbank Amsterdam 27 juli 2018, IT 2613; ECLI:NL:RBAMS:2018:5438 (Club Mediterranee Holland tegen MTTM) MTTM is een bedrijf voor zakelijke telefonie- en internetoplossingen. Club Med en MTTM hebben een overeenkomst waarin is bepaald dat MTTM telefoondiensten verleend. In de overeenkomst is een opzeggingsbeding opgenomen. Club Med heeft de overeenkomst per 31 januari 2017 opgezegd. MTTM heeft na de opzegging een aantal slotnota's van een bedrag van € 5.696,13 gestuurd. Club Med vordert dat MTTM het bedrag moet terug betalen. Club Med mocht de overeenkomst dan ook met inachtneming van één maand opzegtermijn opzeggen. Of de overeenkomst voor bepaalde of onbepaalde duur is aangegaan kan in het midden blijven, want in beide gevallen was Club Med op grond van artikel 7.2a TCW gerechtigd om de overeenkomst kosteloos tegen 31 januari 2017 op te zeggen. MTTM is niet gerechtigd om de slotnota's te incasseren. De vordering wordt toegewezen.