IT 2738

Staatssecretaris schendt privacywetgeving door BSN in btw-identificatienummer te verwerken

Rechtbank 28 mrt 2019, IT 2738; ECLI:NL:RBAMS:2019:2295 (btw-nummer zelfstandigen bevat BSN), http://www.itenrecht.nl/artikelen/staatssecretaris-schendt-privacywetgeving-door-bsn-in-btw-identificatienummer-te-verwerken

Rechtbank Amsterdam 28 maart 2019, IT 2738; ECLI:NL:RBAMS:2019:2295 (btw-nummer zelfstandigen bevat BSN) Privacy. Eiseres is juridisch dienstverlener, gespecialiseerd in privacy en e-commerce, en in die hoedanigheid zelfstandig ondernemer. Het burgerservice-nummer is privé. Het is een beschermd nummer. Eiseres is bezorgd dat, nu haar BSN op haar site en haar facturen staat, daarmee fraude wordt gepleegd. Bij brief is verzocht om op grond van artikel 36 van de Wbp haar btw-nummer te verbeteren, door haar BSN in het btw-nummer te vervangen door een andere (willekeurige) cijfer- en/of lettercombinatie. Voor de verwerking van het (persoonlijke) BSN in het (zakelijke) btw-nummer ontbreekt een wettelijke basis en daarmee is die verwerking in strijd met de artikelen 6, 7, 8, 9, 11 en 24 van de Wbp, aldus eiseres. Verweerder heeft het verzoek van eiseres afgewezen bij het primaire besluit. De afwijzing is gehandhaafd bij het bestreden besluit. De staatssecretaris van Financiën schendt de privacywetgeving door het Burgerservicenummer (BSN) van zelfstandige ondernemers te verwerken in hun btw-identificatienummer.

IT 2737

Prejudicieel te stellen vragen: Verricht Usenetdienst een mededeling aan het publiek?

Hoge Raad 5 apr 2019, IT 2737; ECLI:NL:HR:2019:503 (Stichting BREIN tegen News-Service Europe), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-te-stellen-vragen-verricht-usenetdienst-een-mededeling-aan-het-publiek

HR 5 april 2019, IEF 18372; IEFbe 2861; IT 2737;  ECLI:NL:HR:2019:503 (Stichting BREIN tegen News-Service Europe) Auteursrecht. NTD. Hof Amsterdam [IEF 16425] bepaalde dat Usenetprovider effectieve NTD-procedure moet invoeren als ze activiteiten hervat. De vragen van uitleg van Unierecht waarvan de Hoge Raad beantwoording door het HvJEU nodig acht voor zijn beslissing op het cassatieberoep, zijn de volgende:

1. Verricht een exploitant van een platform voor Usenetdiensten (zoals NSE is geweest), onder de omstandigheden zoals hiervoor in 3.1 en 4.2.3 beschreven, een mededeling aan het publiek in de zin van art. 3 lid 1 [Auteursrechtrichtlijn]?

2. Indien het antwoord op vraag 1 bevestigend luidt (en dus sprake is van een mededeling aan het publiek):
Staat de vaststelling dat de exploitant van een platform voor Usenetdiensten een mededeling aan het publiek verricht
in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn in de weg aan toepassing van art. 14 lid 1 [Richtlijn inzake elektronische handel]?

IT 2736

Openbaar en publiek uitvechten van verschillende (politieke) visies over de vastgoedontwikkeling Heerlen niet onrechtmatig

Rechtbank 22 jan 2019, IT 2736; ECLI:NL:RBLIM:2019:515 (Metroprop tegen Socialistische partij), http://www.itenrecht.nl/artikelen/openbaar-en-publiek-uitvechten-van-verschillende-politieke-visies-over-de-vastgoedontwikkeling-heerl

Vzr. Rechtbank Limburg 22 januari 2019, IEF 18365, IT 2736; ECLI:NL:RBLIM:2019:515 (Metroprop tegen Socialistische partij) Mediarecht. Metroprop is eigenaar van diverse onroerende zaken in Heerlen. Gedaagde is onder andere fractievoorzitter van de SP in Heerlen. Op een initiatief van SP Heerlen is een website online gezet met kritiek op de staat van panden van Metropop. De uitingen op de website (en Facebookpagina’s) zijn niet onrechtmatig. Het betreft een openbaar en publiek uitvechten van verschillende (politieke) visies over de (vastgoed)ontwikkeling van Heerlen in welk kader partijen meer dienen te tolereren dan privépersonen. Het is onvoldoende aannemelijk dat gedaagden “op de man” spelen of onrechtmatige uitingen jegens eisers buiten het toelaatbare in het kader van het publieke en politieke debat hebben gedaan. Het recht op vrije meningsuiting van gedaagden in het onderhavige geval weegt zwaarder dan het recht op bescherming van eer en goede naam van eisers.

IT 2735

Wederrechtelijke opname in schoollokaal

Hoge Raad 18 dec 2018, IT 2735; ECLI:NL:HR:2018:2342 (Opname in schoollokaal), http://www.itenrecht.nl/artikelen/wederrechtelijke-opname-in-schoollokaal

HR 18 december 2018, IT 2735; ECLI:NL:HR:2018:2342 (Opname in schoollokaal) Beschikking hebben over voorwerp waarop naar verdachte wist gegevens zijn vastgelegd die door wederrechtelijk opnemen van een gesprek door een geautomatiseerd werk zijn verkregen, art. 139e.1 Sr. Zijn vertrouwelijke gesprekken van visitatiecommissie van Inspectie van het Onderwijs en de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) in lokaal van school “wederrechtelijk” opgenomen? Blijkens de bewijsvoering heeft Hof vastgesteld dat, na eerder bezoek namens visitatiepanel om geschikte ruimte te vinden, het aanwezige camerasysteem een dag voor bezoek van visitatiepanel is verlengd naar lokaal waar vertrouwelijk overleg van visitatiepanel ging plaatsvinden, en dat geen sprake was van instemming door visitatiepanel met opnemen van overleg. Daaruit heeft Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk afgeleid dat apparatuur in genoemd lokaal heimelijk aanwezig was. Gelet hierop heeft Hof, anders dan in het middel wordt betoogd, zonder miskenning van art. 139a.2.2 Sr geoordeeld dat sprake was van "wederrechtelijk" opnemen van een gesprek a.b.i. art. 139e.1 Sr. Volgt verwerping. CAG: art. 80a RO.

IT 2734

Weigering bank om persoonsgegevens te verstrekken is niet onrechtmatig

Rechtbank 13 sep 2013, IT 2734; ECLI: ECLI:NL:RBMNE:2013:8032 (X tegen SNS), http://www.itenrecht.nl/artikelen/weigering-bank-om-persoonsgegevens-te-verstrekken-is-niet-onrechtmatig

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 13 september 2013, IT 2734; ECLI:NL:RBMNE:2013:8032 (X tegen SNS). Eiser heeft op de website Marktplaats.nl gereageerd op een advertentie met betrekking tot een camera. Vervolgens is eiser met de adverteerder overeengekomen om de betreffende camera te kopen. Hij heeft daarop het bedrag overgemaakt naar een door de adverteerder opgegeven bankrekening bij SNS. De camera heeft hij niet ontvangen. Eiser vordert veroordeling van SNS om de naam en het adres van de houder van de bankrekening op te geven. SNS weigert de gevraagde gegevens te verstrekken en voert verweer. Het belang van de eiser is dat hij de mogelijkheid wil hebben om een persoon aan te spreken. SNS dient daarentegen in beginsel de privacy van haar rekeninghouders te beschermen. Dit laatste belang weegt in deze zaak zwaarder, onder meer omdat er voor de eiser andere, minder ingrijpende wegen openstaan om de gevraagde gegevens te verkrijgen en omdat SNS geen actieve rol gespeeld heeft in de door eiser gestelde oplichting. SNS handelt niet onrechtmatig handelt in haar weigering om de gevraagde gegevens te verstrekken, vordering wordt afgewezen.

IT 2733

Opzegregeling overeenkomst bouwsoftware is niet van toepassing op onderliggende licenties

Rechtbank 29 mrt 2019, IT 2733; (Kraan tegen BAM), http://www.itenrecht.nl/artikelen/opzegregeling-overeenkomst-bouwsoftware-is-niet-van-toepassing-op-onderliggende-licenties

Rechtbank Midden-Nederland 29 maart 2019 (Kraan tegen BAM). Eiser is Kraan Bouwcomputing, een bedrijf gespecialiseerd in bouwsoftware. Verweerder is BAM, een bouwbedrijf. Partijen hebben een raamovereenkomst gesloten genaamd Total Service Overeenkomst (TSO), op grond waarvan aan BAM het gebruiksrecht is verleend op door Kraan ontwikkelde software, inclusief onderhoud en ondersteuning. In de bijlage bij de TSO zijn de diverse softwaremodules en het aantal licenties geregeld. Er ontstaat een geschil over de uitleg van een licentieovereenkomst, waarbij Kraan stelt dat de opzegregeling uit de TSO ook van toepassing is bij het opzeggen van een aantal licenties. De opzegregeling van de TSO is niet eveneens van toepassing is op het op- en afschalen van de diverse, onderliggende licentieovereenkomsten. De vorderingen worden afgewezen.

IT 2732

Negatieve review op Facebook is geen onrechtmatige daad

Rechtbank 21 feb 2019, IT 2732; ECLI:NL:RBROT:2019:1389 (Review op Facebook), http://www.itenrecht.nl/artikelen/negatieve-review-op-facebook-is-geen-onrechtmatige-daad
Facebook

Ktr. Rechtbank Rotterdam 21 februari 2019, IEF 18349; IT 2732; ECLI:NL:RBROT:2019:1389 (Review op Facebook) Mediarecht. Eiseres verhuurt beveiligingssystemen aan het midden en klein bedrijf. Gedaagde heeft een abonnement afgesloten bij eiseres, dat vroegtijdig is beëindigd. Op 17 april 2018 heeft gedaagde een negatieve review op de Facebookpagina van eiseres geplaatst. Bij de beoordeling of er sprake is van een onrechtmatige daad weegt de rechter twee belangen af: (1) het belang van eiseres om niet lichtvaardig te worden blootgesteld aan publicaties die haar eer, goede naam en integriteit aantasten, en (2) het belang, waarvoor gedaagde opkomt, dat misstanden die de samenleving raken niet, of in dit geval (potentiële) klanten van eiseres, door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, kunnen blijven voortbestaan. Uitgangspunt is dat het is toegestaan om negatieve ervaringen met een bepaalde aanbieder van producten op internet te delen. In de review staat onder meer de algemene stelling dat gedaagde gehackt is en dat de manier van inloggen onveilig is. Een dergelijk waardeoordeel is niet onrechtmatig.

IT 2729

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU: Is een schriftelijke overeenkomst betreffende de terbeschikkingstelling van software tussen twee overheidsorganen, waaraan een samenwerkingsovereenkomst is verbonden, een "overheidsopdracht"?

HvJ EU 14 feb 2019, IT 2729; http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-is-een-schriftelijke-overeenkomst-betreffende-de-terbeschikk

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 14 februari 2019, IT 2729; IEF 2855; C-796/18 (Informatikgesellschaft für Software-Entwicklung) via MinBuza: De stad Keulen is in 2016 op zoek gegaan naar nieuwe software voor het meldkamersysteem van haar beroepsbrandweer. Zij keek hiervoor onder andere naar de door de deelstaat Berlijn gebruikte software IGNIS Plus van Sopra Steria Consulting GmbH (hierna: “SSC”). De overeenkomst tussen Berlijn en SCC laat toe dat Berlijn de software IGNIS Plus kosteloos doorgeeft aan andere overheidsinstanties met veiligheidstaken (hierna: “BOS”). De stad Keulen en de deelstaat Berlijn sluiten overeenkomsten betreffende een kosteloze langdurige terbeschikkingstelling en gebruik van de software IGNIS Plus. Informatikgesellschaft für Software-Entwicklung (ISE), dat voor BOS software ontwikkelt en te koop aanbiedt, vordert nietigverklaring van de overeenkomsten. Zij stelt dat de overeenkomsten tussen de stad Keulen en de deelstaat Berlijn, die een juridische eenheid vormen, zijn onderworpen aan het aanbestedingsrecht en dat de verwerving daarom Europabreed diende te worden aanbesteed.

IT 2731

Van der Spek mag beelden gemaakt met verborgen camera niet uitzenden

Hof 26 mrt 2019, IT 2731; ECLI:NL:GHAMS:2019:981 (X tegen Simpel Media B.V.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/van-der-spek-mag-beelden-gemaakt-met-verborgen-camera-niet-uitzenden

Hof Amsterdam 26 maart 2019, IT 2731; ECLI:NL:GHAMS:2019:981 (X tegen Simpel Media B.V.) Mediarecht. Opnames met verborgen camera; verbod tot gebruik beeld- en/of geluidmateriaal waarin appellant zichtbaar en/of hoorbaar is in het programma 'Van der Spek ontmaskert' over pedofilie en/of een kinderprostitutienetwerk in de Filipijnen en/of in dat programma te refereren bij naam, woonplaats en/of beroep aan appellant. Nu Simpel Media B.V. niet de volledige beelden en geluidsfragmenten ter beschikking heeft gesteld is onvoldoende aannemelijk dat adequate maatregelen zijn genomen om in toereikende mate tegemoet te komen aan de belangen van appellant. Derhalve wordt het vonnis in eerste aanleg vernietigd, en mogen de beelden niet worden uitgezonden.

IT 2730

Conclusie AG: Vooraf ingesteld selectievakje dat door de gebruiker moet worden gedeactiveerd is geen daadwerkelijke toestemming

HvJ EU 21 mrt 2019, IT 2730; ECLI:EU:C:2019:246 (Planet49), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-vooraf-ingesteld-selectievakje-dat-door-de-gebruiker-moet-worden-gedeactiveerd-is-geen

Conclusie AG HvJ EU 21 maart 2019, IT 2730; IEFbe 2852; ECLI:EU:C:2019:246; C-673/17 (Planet49) Verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie. Cookies. Toestemming. Daadwerkelijke toestemming middel van een vooraf ingesteld selectievakje. Conclusie AG:

(1)      There is no valid consent within the meaning of Articles 5(3) and 2(f) (...Directive on privacy and electronic communications), read in conjunction with Article 2(h) of [Directive 95/46/EC] and on the free movement of such data in a situation such as that of the main proceedings where the storage of information, or access to information already stored in the user’s terminal equipment, is permitted by way of a pre-ticked checkbox which the user must deselect to refuse his consent and where consent is given not separately but at the same time as confirmation in the participation in an online lottery.

IT 2728

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU: Telecomaanbieder die bepaalde applicaties tegen een nultarief hanteert in strijd met netneutraliteit?

HvJ EU 11 sep 2018, IT 2728; (Telenor), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-telecomaanbieder-die-bepaalde-applicaties-tegen-een-nultarie

Prejudicieel gestelde vragen HvJ EU 11 september 2018, IT 2728 en IEFbe 2850; C-807/18 en C-39/19 (Telenor) Telecom. Telenor, een van de voornaamste aanbieders van telecommunicatiediensten van Hongarije, biedt o.a. het de pakketten MyChat en MyMusic aan. Deze pakketten bieden een bepaalde hoeveelheid data (afhankelijk van welke versie je kiest) en daarnaast bieden ze onbeperkt gebruik van bepaalde apps. Bij MyMusic betreft het bepaalde muziekstreamingplatforms en bij MyChat betreft het bepaalde apps met chatfuncties. Het gebruik van de geselecteerde apps telt niet mee voor de limiet van dataverkeer en de apps zijn beschikbaar voor abonnees met volledige breedband, zelfs wanneer de datalimiet is opgebruikt. Terwijl andere apps - die niet onder het verlaagde tarief vallen - leiden tot betalend dataverkeer en beperkter toegankelijk worden doordat de snelheid wordt verlaagd wanneer de datalimiet is bereikt. De nationale media-autoriteit was van oordeel dat de gereduceerde tarieven van MyChat en Mymusic konden worden beschouwd als een op commerciële overwegingen berustende verkeersbeheersmaatregel die in strijd is met de eisen van gelijke en niet-discriminerende behandeling, artikel 3(3) van verordening 2015/2120, en drong er bij verzoekster op aan een einde te maken aan de onrechtmatige verschillen tussen bepaalde vormen van internetverkeer. In de bezwaarprocedure werd het besluit van de nationale media-autoriteit bevestigd. De gereduceerde tarieven zouden ontegenzeglijk een verkeersbeheersmaatregel vormen die, als zodanig, kunnen worden beschouwd als strijdig met artikel 3(3) van verordening 2015/2120, zonder dat er een markt- en effectbeoordeling hoeft te worden uitgevoerd. Verzoekster heeft bij de verwijzende rechter beroep ingesteld tegen dit besluit op bezwaar en voert aan dat er wel een markt- en effectbeoordeling had moeten plaatsvinden.

IT 2727

Videobeelden stelende werknemer toegelaten als bewijsmateriaal: waarheidsvinding prevaleert boven privacy

Rechtbank 6 mrt 2019, IT 2727; ECLI:NL:RBLIM:2019:2130 (X tegen Inashco), http://www.itenrecht.nl/artikelen/videobeelden-stelende-werknemer-toegelaten-als-bewijsmateriaal-waarheidsvinding-prevaleert-boven-pri

Ktr. Rechtbank Limburg 11 maart 2019, IT 2727; ECLI:NL:RBLIM:2019:2130 (X tegen Inashco) Onverwijlde opzegging arbeidsovereenkomst wegens verdenking van verduistering van zware metalen zoals goud. Camerabeelden toegelaten ondanks verzet daartegen door werknemer omdat belang van waarheidsvinding in casu prevaleert boven het recht op privacy. Uitleg van werkgever van wat er op de camerabeelden te zien is, namelijk dat werknemer bedrijfseigendommen verduistert, is onvoldoende weersproken door werknemer. Verzochte vernietiging van de onverwijlde opzegging afgewezen.

IT 2726

Mondelinge overeenkomst overdragen Ergonnederland.eu buitengerechtelijk vernietigt nu tegen gemotiveerde betwisting niets is aangedragen

8 mrt 2019, IT 2726; ECLI:NL:RBGEL:2019:1141 (Trademark tegen Ergon), http://www.itenrecht.nl/artikelen/mondelinge-overeenkomst-overdragen-ergonnederland-eu-buitengerechtelijk-vernietigt-nu-tegen-gemotive

Ktr. Rechtbank Gelderland 8 maart 2019, IEF 18308; IT 2726; ECLI:NL:RBGEL:2019:1141 (Trademark tegen Ergon) Domeinnaamrecht. Trademark heeft telefonisch contact met Ergon opgenomen met betrekking tot de levering van de domeinnaam www.ergonnederland.eu. Tussen partijen is een mondelinge overeenkomst tot stand gekomen voor de levering van genoemde domeinnaam voor de duur van 10 jaar. Ergon heeft deze factuur onbetaald gelaten. Ergon heeft bij brief buitengerechtelijk vernietiging van de overeenkomst ingeroepen op grond van dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden. Nu Trademark niet reageert op de gemotiveerde betwisting van haar standpunten, wordt geconcludeerd dat zij deze niet langer wenst te handhaven. Afwijzing vordering van Trademark. Misbruik van procesrecht door Trademark en de door Ergon verzochte integrale kostenveroordeling in redelijkheid wordt begroot op € 1.500,00.

IT 2724

Facebookgroep en -pagina behoren toe aan hen die deze hebben aangemaakt

Rechtbank 7 mrt 2019, IT 2724; ECLI:NL:RBROT:2019:1800 (Beheer Facebookpagina), http://www.itenrecht.nl/artikelen/facebookgroep-en-pagina-behoren-toe-aan-hen-die-deze-hebben-aangemaakt
Facebook

Rechtbank Rotterdam 7 maart 2019, IT 2724; ECLI:NL:RBROT:2019:1800 (Beheer Facebookpagina). Eiseres is een politieke partij. Gedaagde was campagneleider van deze partij hield zich in deze hoedanigheid o.a. bezig met het posten van berichten op de Facebookpagina van de politieke partij. Gedaagde heeft een nieuwe huisstijl ontworpen voor de partij, en deze ook op de Facebookpagina toegepast. Gedaagde heeft vanuit zijn persoonlijke Facebookaccount een openbare Facebookgroep aangemaakt ter ondersteuning van de pagina van de politieke partij. Vervolgens is gedaagde wegens omstandigheden uit de partij gezet en geroyeerd als lid van de vereniging. Eiseres heeft gedaagde verzocht om de inloggegevens van het Facebookaccount aan haar te verstrekken. Hierop heeft gedaagde het Facebookaccount veranderd in de zin dat de spot werd gedreven met de partij en het volgersaantal terug werd gebracht. Nu vordert eiser voor de rechter de inloggegevens van de Facebookgroep en de Facebookpagina. De Facebookpagina behoort toe aan de politieke partij, de Facebookgroep aan gedaagde. Nu beide partijen deels in het gelijk zijn gesteld is er geen aanleiding de proceskosten te compenseren.

IT 2725

Sale and Marketing Agreement ook ná faillissement nog geldig

Rechtbank 13 mrt 2019, IT 2725; (Allgeier tegen GAC), http://www.itenrecht.nl/artikelen/sale-and-marketing-agreement-ook-n-faillissement-nog-geldig

Rechtbank Oost-Brabant 13 maart 2019, IEF 18313, IT 2725 (Allgeier tegen GAC) Auteursrecht. Software. Allgeier is een Duitse onderneming die software ontwikkelt en verhandelt. Zij is geautoriseerd partner van Microsoft Dynamics. GAC is een Nederlands IT-bedrijf, en eveneens geautoriseerd partner. GAC had een overeenkomst met het in 2005 failliet verklaarde BOG, op grond waarvan GAC gerechtigd was de software van BOG te verkopen. Het Duitse bedrijf Axol IT Kommunikations heeft de vermogensbestanddelen van BOG overgenomen en haar naam gewijzigd naar BOG IT Solutions GmbH, waarna zij is gefuseerd met Allgeier. Hieruit is eisende partij ontstaan. Zij vordert dat GAC een inbreuk heeft gemaakt op haar auteursrechten die op de software rusten. GAC verweerd zich door te stellen dat Allgeier geen rechthebbende is op de auteursrechten, en zo wel dat zij een geldig gebruiksrecht heeft op grond van de Sales & Marketing Agreement die zij heeft gesloten met BOG. Een Sales & Marketing Agreement bestaat na faillissement van de licentiegever nog steeds rechtsgeldig voort, het faillissement doet daar niet aan af. Hetzelfde geldt voor de overdracht van de auteursrechten/exploitatierechten op de software na het faillissement van de oorspronkelijke licentiegever. Gedaagde is op grond van de Sales & Marketing Agreement gerechtigd om de software aan haar klanten in licentie te geven, te verkopen of anderszins ter beschikking te stellen. Zij heeft daar voor geen toestemming van Allgeier nodig.

IT 2723

Jurisprudentielunch Privacyrecht

Ook dit jaar organiseert deLex de Jurisprudentielunch privacyrecht, op dinsdag 14 mei, onder leiding van prof. mr. Peter Blok. Volgens beproefd concept, met een compleet overzicht van de relevante rechtspraak op het gebied van privacyrecht en de bescherming van persoonsgegevens. Tijdens de lunch in slechts twee uur tijd weer volledig op de hoogte!

Voorbeelden van te behandelen uitspraken:

- HvJ EU, 5 juni 2018; Facebook 'fanpagina' (met o.a. wie is verwerker, jurisdictie toezichthouder), IT 2576
- HvJ EU, 10 juli 2018; gegevensverzameling door Jehova getuigen, IT 2477
- Uitspraak EHRM over de inlichtingendiensten

Prof. mr. Peter Blok is hoogleraar Octrooirecht en privacy en verbonden aan het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht (CIER) van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij raadsheer in het gerechtshof Den Haag. Hij is gespecialiseerd in het intellectueel eigendomsrecht, het privacyrecht en de bescherming van persoonsgegevens.

Accreditatie:     2 opleidingspunten in het kader van de Verordening op de vakbekwaamheid
Tijd:                  12:00 – 14:00 uur
Locatie:            Amsterdam

Houd voor meer informatie de website in de gaten: https://www.delex.nl/shop/opleidingen

IT 2722

Geen spoedeisend belang, nieuw verzoek omtrent verwijderen BKR-registratie is mogelijk

Rechtbank 28 feb 2019, IT 2722; ECLI:NL:RBDHA:2019:1988 (BKR-Registratie), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-spoedeisend-belang-nieuw-verzoek-omtrent-verwijderen-bkr-registratie-is-mogelijk

Vzr Rechtbank Den Haag 28 februari 2019, IT 2722, ECLI:NL:RBDHA:2019:1988 (BKR-registratie). Procedure ex artikel 35 Uitvoeringswet AVG in verhouding tot de artikelen 79 en 21 AVG, alsmede in relatie met artikel 6:162 BW. Eiser heeft met ABN Amro (een van de gedaagden) een kredietovereenkomst gesloten. Eiser voldeed vanaf januari 2014 niet meer aan zijn betalingsverplichtingen. ABN Amro heeft hier toen melding van gemaakt bij o.a. het BKR. Ook vanuit de Rabobank (een van de gedaagden) en Hoist Finance (eveneens gedaagde) zijn meldingen gedaan bij het BKR over kredieten verstrekt aan eiser. Eiser heeft inmiddels al deze kredieten afgelost, en gedaagden verzocht de registraties te verwijderen. Gedaagden hebben hieraan geen gehoor gegeven. Gedaagden stellen dat dit in strijd is met primair de AVG en subsidiair art. 6:162 BW. Met betrekking tot de strijdigheid met de AVG: er is geen sprake gebleken van een spoedeisend belang. De aangevoerde omstandigheden zijn bij gedaagden verder ook onbekend. Eiser kan dus een nieuw verzoek indienen. Dit verzoek kan binnen redelijke tijd tot een nieuw besluit leiden. Met betrekking tot de vordering op grond van art. 6:162 BW: de wetgever heeft voor dit soort aangelegenheden een speciale regeling in het leven geroepen in de AVG. De vorderingen van eiser worden dus afgewezen.

IT 2721

Conclusie AG: Amazon kan niet worden verplicht om voor consumenten een telefoonnummer open te stellen

HvJ EU 28 feb 2019, IT 2721; ECLI:EU:C:2019:165 (Amazon), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-amazon-kan-niet-worden-verplicht-om-voor-consumenten-een-telefoonnummer-open-te-stellen-1

Conclusie AG HvJ EU 28 februari 2019, IEFbe 2834; IT 2721; ECLI:EU:C:2019:165 (Amazon) Consumentenbescherming. Richtlijn 2011/83/EU. Informatieverplichtingen voor overeenkomsten op afstand of buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten. Informatie over communicatiemiddelen waarmee de consument snel contact met de handelaar kan opnemen en efficiënt met hem kan communiceren. Uit het persbericht:

Advocaat-generaal Pitruzzella stelt het Hof voor te verklaren dat een e-commerceplatform als Amazon niet kan worden verplicht om voor consumenten een telefoonnummer open te stellen. Wel moet worden gegarandeerd dat de consument uit meerdere communicatiemiddelen kan kiezen, snel contact met de handelaar kan opnemen en efficiënt met hem kan communiceren, en dat de informatie over deze middelen toegankelijk, duidelijk en begrijpelijk is.

IT 2719

SOLV en Deikwijs bundelen krachten

Per 1 maart a.s. treden Deikwijs-partners Douwe Linders en Eva de Vries als partners toe tot SOLV Advocaten. Met de komst van deze twee doorgewinterde specialisten en meekomend talent Jacintha van Dorp bevestigt SOLV haar positie als toonaangevend nichekantoor op het gebied van ICT, privacy, intellectueel eigendomsrecht en mediarecht.

IT 2720

Prejudiciële vragen aan HvJ EU: in hoeverre mag nationale wetgeving privacy beperken bij een opsporingsonderzoek?

HvJ EU 18 jan 2019, IT 2720; (Telefoontap), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-aan-hvj-eu-in-hoeverre-mag-nationale-wetgeving-privacy-beperken-bij-een-opsporin

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 18 januari 2019, IEF 18276, IT 2720, IEFbe 2831; C-746/18 (Telefoontap) Via MinBuZa: Verzoeker is door de Estse rechter veroordeeld tot een gevangenisstraf. Bij het opsporingsonderzoek naar de strafbare feiten die verzoeker vermeend heeft begaan is door het Estse OM gebruik gemaakt van gegevens die zijn verstrekt door een telecommunicatiebedrijf. Deze gegevens heeft het OM opgevraagd op grond van de Estse wet inzake telecommunicatie. Mede op basis van deze gegevens is verzoeker in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaren. Tegen dit vonnis is verzoeker in hoger beroep gegaan. In hoger beroep is de rechter tot een min of meer gelijk vonnis gekomen. Hierna heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld, met als voornaamste argument dat het verkregen bewijs niet als bewijs had mogen dienen en dat verzoeker dus ten onrechte is veroordeeld. Hierbij zijn met name artikel 15(1) van richtlijn 2002/58/EG en het Handvest van belang, die meer ruimte laten voor de privacy voor de burgers van de EU. De Estse wetgeving laat dus minder ruimte voor privacy, en biedt onder meer de mogelijkheid de gegevens van bellers bij een telecommunicatie te onderzoeken. De vraag is of de Estse wetgeving in lijn is met artikel 15(1) van richtlijn 2002/58/EG en het Handvest.